De echte strijd gaat om het fundament van de Bijbel

De opgravingen bij de Tempelberg in Jeruzalem trekken vooral de aandacht vanwege de politieke twisten. Maar wat is het archeologisch belang van dit soort werk? Aantonen dat koning David het niet veel verder schopte dan struikrover en dat de rijkdom en harem van Salomo niets anders zijn dan literaire fictie.

In het boek ’David and Solomon’ poneren de archeologen Israel Finkelstein en Neil Asher Silberman een aantal controversiële stellingen. Trouw sprak met Finkelstein over Jeruzalem ten tijde van David, het ontstaan van de bijbelverhalen, de vermeende uittocht uit Egypte en het ontstaan van het Joodse volk.

Er is op het ogenblik veel te doen om de opgravingen nabij het Tempelplein, waar ooit de tempel van Salomo zou hebben gestaan. Heeft die tempel bestaan?

„Vanuit archeologisch oogpunt kunnen we het niet weten, want onder het Tempelplein is nooit gegraven. Dat kan ook niet, want dit gebied huisvest nu de Rotskoepel en de Al-Aksamoskee. Maar zelfs theoretisch, als het wel zou kunnen, is het de vraag of er iets te vinden is uit die vroege periode. Herodes heeft daar in de eerste eeuw voor de jaartelling de grootste verbouwing verricht in de geschiedenis van de Levant. Op zijn Romeins is alles eerst afgegraven, zijn er gewelven opgericht, een podium aangelegd en is alles opnieuw opgevuld. Het valt te betwijfelen of daar nog iets over is uit eerdere periodes.

Ik denk overigens wel dat Salomo een tempel heeft gebouwd. Dat leid ik af uit wat ik weet uit de bredere context, over dynastieën in het oude Midden-Oosten. Het was gebruikelijk om in de hoofdstad van elk chiefdom – en daar hebben we het hier waarschijnlijk over – een soort acropolis te bouwen met een paleis en een koningstempel. Waarom zou dat dan in Jeruzalem niet het geval zijn geweest? En waarom zouden er geen David en Salomo zijn geweest? Ze komen in de Bijbel voor en we vinden nu bij opgravingen dat de koning van Damascus in de negende eeuw het rijk van Judea Huize David noemt. Dat is de stijl. Net zo goed als de Assyriërs het rijk van Israël aanduidden met Huize Omri. Dat wil zeggen dat ze de koningshuizen noemden naar de naam van de stichter van de dynastie.”

Wat moeten we ons eigenlijk bij Jeruzalem voorstellen ten tijde van David en Salomo?

„Het was een piepklein, geïsoleerd plaatsje, met misschien 1500 mensen op een gebied van nauwelijks een kwart vierkante kilometer. We hebben het dan over de tiende eeuw voor de jaartelling. In die tijd bestonden er twee stammenrijken, Israël en Judea. Judea, met Jeruzalem als centrum, was de zwakkere broeder. De grote uitbreiding begon pas toen Israël onder de voet werd gelopen door de Assyriërs en de Israëlieten naar Jeruzalem vluchtten. Judea zelf werd een vazalstaat van het Assyrische rijk. Dat alles gaf een enorme economische push, vanaf ongeveer het einde van de achtste eeuw. Jeruzalem breidt zich dan uit tot een stadje met minstens vijftienduizend mensen.”

Wat is dan de basis van de bijbelverhalen over het grote rijk van David en Salomo?

„Ik denk dat de verhalen op zijn vroegst zijn opgeschreven in de achtste eeuw voor Christus, deels zelfs nog voor de verovering van Israël (722 voor Christus – red.). Andere scholen houden het erop dat ze pas daarna op schrift zijn gezet. Het is logisch dat hoe dichter in tijd de schrijvers bij de gebeurtenissen stonden, hoe nauwkeuriger ze die hebben kunnen opschrijven. Er was in die periode geen geschreven overlevering, tradities werden mondeling overgeleverd. Maar er bestond in Jeruzalem ook geen ministerie voor het verzinnen van verhalen. Die geschiedschrijvers hebben alle overleveringen verzameld die in die tijd in Jeruzalem, Judea en Israël de ronde deden: herinneringen, theologische verhalen, mythes, aangedikte alsook ware historische gebeurtenissen. Dat alles hebben ze samengesteld op een manier die de politieke, territoriale en theologische belangen van die tijd diende. Met archeologie kan je aantonen dat sommige verhalen ruim twee eeuwen teruggaan tot de tiende eeuw, de tijd van David en Salomo, en dat weer andere vertellingen veel meer passen bij de leefomstandigheden en de wereld van de schrijvers zelf. Naar mijn idee zitten in de verhalen over David meer historische elementen dan in de verhalen over Salomo.”

In uw interpretatie is David een struikrover.

„Zo begint ook de beschrijving in de Bijbel: David als het hoofd van een groepje dat continu op de vlucht is voor het centrale gezag, dat nu eens met de een, dan weer met de ander een bondgenootschap sluit, en dat de kost verdient met afpersing, het redden van mensen en overbrengen van geld. Daarna komt David aan de macht, is hij de stichter van een dynastie. Misschien is het hem ook gelukt een klein beetje zijn territorium uit te breiden. Maar alle beschrijvingen over David als de grote imperator en veroveraar zijn latere uitweidingen, die dienden ter meerdere glorie van de koningen van het Huis van David.”

In een eerder boek stelde u dat de uittocht uit Egypte niet heeft plaatsgevonden, dat er geen tocht door de woestijn was en geen verovering van Kanaün. Daarmee maakt u korte metten met het stichtende verhaal van het Joodse volk. Als er geen exodus was, waar kwamen die Israëlieten en Judeeërs dan vandaan?

Het was een bevolking die er altijd zat, zich uitbreidde, machtiger werd, economische en sociale infrastructuren ontwikkelde en over een territorium ging heersen, eentje in het noorden en eentje in het zuiden. De waterscheiding vindt in de negende eeuw plaats als overal in de Levant kleine territoriale staten ontstaan. Judea en Israël verschijnen dan ook in andere teksten. Pas later schrijven ze hun ’ontstaansgeschiedenis’, hun stichtingsverhalen, met wettelijke regels die je onder meer terugvindt in Numeri; en met een historische achtergrond hoe de natie is begonnen met voorvaderen, de exodus en de veroveringen. Ik kan als archeoloog niet claimen dat er niet een honderdtal mensen door de woestijn hebben gezworven. Ik kan niet zeggen of Mozes een mythische of een half-historische figuur is. Archeologie kan zich alleen met grotere processen bezighouden. Op grond daarvan kan ik zeggen dat de exodus en de veroveringen zoals die in de Bijbel zijn beschreven, niet hebben plaatsgevonden. Maar in het verhaal zelf kunnen historische aspecten zitten.”

Wat of beter gezegd wie vormen dan de basis van het het Joodse volk?

„Hoe dan ook spreken we niet van Joden in die vroege tijd van het Oude Testament. Politici gebruiken dat woord. Archeologen doen dat niet. Ik maak zorgvuldig onderscheid tussen de bewoners van Judea, Judeeërs zo je wilt, en Joden, Judites en Jews in het Engels. Het woord Jood (Jehoedi) komt pas veel later en is afgeleid van Jahoed, de naam van de provincie tijdens het Perzische rijk. Dan hebben we het over de vijfde en vierde eeuw voor de jaartelling. Je hebt allereerst het Israëlitische volk. Het pan-Israelisme, de basis van het volk Israëls, is ontstaan tegen het eind van het rijk van Judea, territoriaal als ook theologisch: Alle Israëlieten en Judeeërs moesten één God dienen en ze vielen onder de koning uit het Huis van David. Daarna wordt Judea verwoest en pas in de vijfde, vierde eeuw voor de jaartelling, bestaat er die entiteit die Jahoed heet. Dat is de periode dat onder Ezra en Nehemia de kern van de Joodse entiteit ontstaat.”

Met een religieuzere kern, met strengere regels en met nadruk op de etniciteit?

„Dat debat tussen identiteit en territorium is van alle tijden. Als je namelijk een duidelijke identiteit wilt, moet je etnische grenzen stellen, als je een groot territorium wil, vervagen die etnische grenzen. Het was altijd de vraag in het Jodendom, en is dat ook nu in Israël. Je leest het al in de Bijbel: ’Wie zijn die Gibeonieten en moeten die erbij horen?’ Ezra en Nehemia stellen dat het verboden is met vrouwen van andere stammen te trouwen. Zij zijn bereid territorium op te geven ter wille van een versterken van de identiteit. Het is ook de discussie ten tijde van het begin van het christendom. Wat zegt Paulus? ’Voor mij is het territorium en het verbreiden van de algemene boodschap belangrijker, en ik ben bereid daartoe bepaalde etnische, culturele grenzen op te geven.’ Dat is het begin van het christendom en de grote breuk met het jodendom: waar leg je de grenzen, wat is belangrijker?”

U rakelt nogal wat controverse op en wordt er van beticht een politieke agenda te hebben.

„Stonden degenen die dat beweren soms met mij in het stemhokje? Ze zouden nog verbaasd kunnen zijn. In de archeologie zijn verschillende stromingen. Ik word herhaaldelijk ingedeeld bij de minimalisten (degenen die stellen dat de Bijbel geen leidraad kan zijn voor het archeologische onderzoek – red.). Ik word ook heel vaak verkeerd geciteerd. Ik kan daar weinig tegen doen. De strijd daartegen heb ik opgegeven. Ik zie mezelf als behorend tot het midden, ik onderzoek alles op zijn waarde.”

Binnenkort is het Pesach, waarin de uittocht uit Egypte wordt herdacht. Viert u dat thuis?

„We zijn een vrij traditionele familie. Wat telt is de traditie die over de jaren heen is ontstaan en niet de vraag of ze met z’n tweeën, of tweehonderden wel of niet door de woestijn zijn getrokken. Wat van betekenis is, is hoe die overlevering de laatste 2800 jaar een plek heeft gekregen in de cultuur van de groep waartoe ik behoor. Je kan een traditie niet wegen naar zijn historische waarheid. In elke religie, bij elk volk heb je die vragen, maar je moet onderscheid maken tussen traditie en historisch onderzoek. Natuurlijk vieren we met het hele gezin Pesach en de uittocht uit Egypte.”

Vorig jaar verscheen ’David and Solomon’, geschreven door Israel Finkelstein en Neil Asher Silberman, uitgeverij Free Press, ISBN 9780743243629, 352 pagina’s.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden