De echte lijdenden zijn degenen die achterblijven

Theatergroep Hollandia en LOOS spelen 'Scherven' in hangar A30 op vliegveld Ypenburg, Den Haag. Van 2 - 25 februari, aanvang 20.30 uur. Informatie en reserveren Theater aan 't Spui 070-3465272

Uitbundigheid en overgave spreken ook uit zijn literaire werk. Sinds 1983 werkt hij aan een bijzondere 10-delige romancyclus, Journal Brut, die in 2001 afgerond moet worden. Hij had nog nooit voor het theater geschreven, maar nam de uitdaging van Hollandia aan. Het resultaat, 'Scherven', is een fonkelende en veelgelaagde tekst, die in een hangar op de vliegbasis Ypenburg gebracht wordt als muziektheater, in de regie van Paul Koek. Het onderwerp: het geheugen en de schilderkunst. Als journalist sleet hij in de jaren '50 uren in de ateliers van bevriende avant-garde schilders, en hun worsteling met de materie heeft een diepgaande invloed gehad op zijn schrijverschap. De tekst wordt opgenomen in deel zeven van Journal Brut, dat later dit jaar verschijnt.

Ivo Michiels wordt, zoals hij eens zei, even sterk aangetrokken door het Kaukasische zwaard als door de Perzische rank. Zijn werk kent zowel een hang naar het strakke geometrische als naar het grillige mythische. Michiels: “In het begin van mijn schrijfloopbaan ben ik zeer sterk beïnvloed door schilders als Lucio Fontana en Jef Verheyen, en hun streven naar de essentie, uitpuring, zuiverheid. Aan de andere kant werd ik toch ook wel beroerd door de wilde poëzie van Cobra. Die twee uitersten vond ik op een dag heel mooi terug in een filmbeeld dat ik maakte van Fontana in zijn atelier in Milaan. Hij maakte ondermeer schilderijen waar hij vervolgens met een prik gaten in maakte. We zetten de camera klaar, het geluid klaar, we draaien en plots neemt Fontana die enorme prik, vliegt met een kreet op het schilderij aan, en begint het te doorprikken, kreten slakend als een Indiaan op het oorlogspad. Toen merkte ik dat er meer geweld, meer kracht zat in zijn uitgepuurde, essentialistische doeken, dan misschien in de hele Cobra te zien was.

Zo schrijf ik zelf ook. Ik heb iets in mijn hoofd en dat vliegt er zo (whraaahhhhh) uit, die eerste versie is met een ongelofelijke snelheid geschreven. Ik moet dat onmiddellijk overschrijven, want een uur later zou ik het niet meer kunnen lezen. Vervolgens begint het rechtzetten van de tekst, het slijpen, want het geweld waarmee het op het doek kwam, verplicht mij om niet te wachten op het juiste woord. Ik heb veel fouten gemaakt, maar het is voldoende om mij op weg te helpen.''

De mengeling van zuiverheid en geweld, speelsheid en strengheid, is ook kenmerkend voor het werk van componist Peter van Bergen, die de muziek maakte voor 'Scherven'. Die wordt uitgevoerd door zijn eigen groep, LOOS, bestaande uit vier virtuoze musici die werkelijk alles kunnen spelen wat je maar verzint (in de repetities schieten ze onophoudelijk weg in een nummertje rock 'n roll, jazz, Ten Holt of hup holland hup). Binnen de composities leggen ze zich echter moedwillig aan banden, zodat een radicale, samengebalde stijl van musiceren ontstaat, waarin toch een element van improvisatie behouden blijft.

Michiels wist van tevoren dat het om muziektheater ging, en 'Scherven' is dan ook geen klassiek toneelstuk met personages en een dialoog (“dat zou ik nooit kunnen schrijven”), maar een soort compositie bestaande uit vijf delen, plus ouverture en coda. Elk heeft zijn eigen stemming, vrolijk, woedend, tragisch, teder. Tafereel twee bestaat uitsluitend uit namen, die zo gerangschikt zijn dat een lange reeks van klank en herinneringsassociaties ontstaat. Michiels: “Deze tekst beschouw ik als een partituur. De kreet van het stadion staat naast het gestotterde Auschw . . . . Heel veel van wat onze westerse wereld geschokt heeft in het pro en in het contra, de laatste 50 jaar, heb ik erin samengebracht, het pijnlijkste, naast de voetbal en de muziek en de politiek. Ik heb er het langst aan gewerkt.”

Dat is wat Michiels het liefste doet: verbanden leggen, tegenstellingen wegschrijven. Hij overschrijdt met gemak de grenzen van de verschillende kunsten, noemt zich zelfs van nature een filmman (hij werkte mee aan 13 films), veel meer dan een theaterman: “Het was alsof ik een soort gêne had bij het aankijken van een acteur, en die gêne is nooit helemaal opgeheven geweest. Een beetje triviaal moet ik het zeggen. Ooit zat ik helemaal vooraan in het theater, voor de krant, toen kreeg ik het spuug van de acteur op mijn voorhoofd.

Bovendien heeft het vele jaren geduurd voor ik uit mijn verlegenheid kwam. Ik heb veel happenings bijgewoond van kunstenaars in Parijs en Milaan, maar ik hield me steeds in het verste hoekje verwijderd van de gebeurtenissen, ik zag ze wel en ik volgde ze wel, maar er bleef constant die gêne. Maar de laatste jaren begon ik te merken hoe ik zelf in de werkkamer niets anders doe dan de hele tijd acteren, dan vliegen de drupjes spuug op mijn blad papier. Ik voer mijn eigen teksten op, hardop sprekend, brullend, spelend, en daardoor is een soort van toenadering ontstaan tussen het spelen van de anderen en wat ik speel.''

Schrijven is een vorm van (aan)spreken geworden, een overwinning op de verlegenheid, een bevrijding. Niet voor niets is 'adem' één van de sleutelwoorden in zijn oeuvre. Als hij zelf voorleest, zo is de ervaring van de auteur, blijkt zijn werk, dat voor zeer moeilijk versleten wordt, onmiddellijk toegankelijk te worden, tot verbazing van de lezer.

Het literaire werk is een spel met stemmen, een vorm van polyfonie, en dat geldt ook voor 'Scherven'. Michiels: “Het gaat over een man en een vrouw, maar tijdens de opvoering verandert de man constant in een andere man, en die man weer in een andere man, en de vrouw in een andere vrouw, in een andere vrouw, in een andere vrouw, maar het blijft wel steeds een paar, hoeveel gezichten men er ook aan wil of kan geven.” Vandaar de complexiteit van het stuk. In het eerste tafereel, “Met de P van Persona”, waarin hij de idolatrie enigszins op de hak neemt, lopen verschillende situaties dwars door elkaar, de vrouwen vereren de Paus, de mannen Picasso. Dit is de anekdote: “Wat ik me herinner zijn in de eerste plaats beelden. Het was kort na de oorlog, heel Zuid-Frankrijk was één groot feestterrein, iedereen was communist, kwam uit het verzet, iedereen had gewonnen, van Yves Montand tot Picasso. Er was een vernissage van zijn pottenbakkerswerk in Vallauris, en dat is voor mij één van de eerste grote ontmoetingen geweest met grote kunstenaars. In de open lucht was heel die feestwereld samengestroomd, met z'n witte pakken, prachtige jurken, mooie vrouwen, enz. en dan komt daar plots in dat sjieke gefladder die Picasso aanstrompelen met een short, een t-shirt, en links en rechts aan zijn hand twee kleine kinderen. Dit beeld van non-conformisme dat plots neerduikt, vergeet je niet meer. En aan de andere kant hebben we de paus zoals we die de laatste weken hebben beziggezien, strompelend op de Philippijnen, zich onderdompelend in een massa van vier miljoen om een mis te lezen. Ik zie dan de enorme parallellen tussen de verering op kleine schaal en dat televisiebeeld dat ons niet meer verlaat.”

De meest tragische scène is het derde tafereel. Het is een liefdesscène die tegelijk handelt over engagement. Van Sarah gaat het naar Sarajevo. Michiels: “Sarah is de naam die in mijn werk staat voor de vrouw, maar bij uitbreiding voor het jodendom. Door de specifieke manier waarop ik Sarah-jevo schrijf, staat het hier tegelijk voor een gemeenschap die opposiet staat aan het jodendom, maar in precies dezelfde positie terecht komt als de joden voordien.

De liefde is een veldslag. De vrouw wordt doorgaans voorgesteld als degene die ondergaat, het is de man die aanvalt. Ik heb het omgedraaid: zij wil actie, terwijl de man daartoe niet in staat is en eerder een laffe houding aanneemt. Die houding staat voor de maatschappij die ik wil hekelen. Hij geniet meer van het kijken naar het naakt, dan van het beroeren van het naakt.''

Hij zet dus de kijker in een kwader daglicht, juist in een stuk dat gaat over de inspiratie door de schilderkunst. “Maar dat is precies wat ik vind, het is zo eenvoudig, het zijn die ambiguïteiten die ik in het dagelijks leven constant ervaar. Wie is zo rechtlijnig, welke gemeenschap, regering, vrouw, land, is zo uit één stuk, nooit te veranderen? Dat bestaat niet. Dat heeft niks meer met de mens te maken.”

In de laatste scène komt Michiels te spreken over seropositiviteit en de “zelfzucht van het sterven.” Er ligt een glans van tederheid overheen, niet de schaduw van de dood. Michiels: “Je weet dat naarmate je ouder wordt, de tijd die je rest ingekort wordt. En je houdt stilaan rekening met een zeker afscheid. Daar denk ik vaak aan, maar vreemd genoeg schrikt het mij niet af, ik sta er vrij sereen tegenover.

Wat ik de laatste jaren vaak ervaren heb is dat de dappersten diegenen zijn die sterven. En de echte lijdenden zijn degenen die achterblijven. Dat heb ik willen doorspelen, degene die sterft is de actieve, opstandige, zich bevrijdende. Het is al lang mijn persoonlijke overtuiging dat de dood zo op het leven betrokken is, dat alleen de dood het leven maakt. Dit is niet over een leven na de dood, maar over het voortbestaan van het leven, dat kan alleen dankzij de dood. Die vrouw ontleent haar vitaliteit aan dat bewustzijn. Het geeft haar kracht.''

We zien vijf repetities van deze scène (gespeeld door Henriëtte Koch en Bert Luppes) en elke keer is de lading ingrijpend anders. Is hij niet bang dat in het theater iets van de complexiteit van zijn teksten verloren gaat? “Nee, nee, nee. Je moet kiezen. Maar acteurs en regisseur kiezen steeds in functie van de tekst. De tekst blijft. En dankzij het uitproberen van diverse mogelijkheden hebben de acteurs tenslotte in de gekozen mogelijkheid de andere mogelijkheden mee ingebouwd.”

Voor Ivo Michiels zelf is er een soort permanente jubilatio. Als wij na de repetities vermoeid terechtkomen in een Spaans restaurant, dat niet geheel onbekend is met de Haagse onderwereld, is het gevuld met 20 Zweedse vrouwen. Zijn ogen lichten op van de pret. “In een paar regels kun je hier de essentie van mijn werk mee aangeven: ik kom uit Zuid-Frankrijk naar het Noorden, om met Hollandia te werken. 20 Zweedse vrouwen dalen af om naar een videotape over Madrid te kijken. We kruisen elkaar op het snijpunt van ondergronds en bovengronds. Dat is precies wat ik wil, alles aan alles doen raken . . .”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden