De echte koningen van de weg

De automobilist ervaart wegwerkzaamheden vooral als hinderlijk. Aan de andere kant van de afzetting gelden andere belangen. Daar wordt dag en nacht gewerkt om de weg op tijd weer open te stellen. Een kijkje in een mannenwereld van freesmachines, kegels en botsabsorbers.

Het is donderdag 22 oktober. „Moeten we nog rekening houden met de voetbalwedstrijd ADO-Sparta?” Ach, klinkt het van de overkant van de tafel, „met die drie supporters?” In de keet van de ’Combinatie A4 Burgerveen Leiden’, bij Leiderdorp, is de ’kick off’ bezig van de werkzaamheden, die de volgende avond aan de snelweg zullen beginnen. Een man of vijftien en twee vrouwen zitten om de vergadertafel; medewerkers van de combinatie van drie BAM-bedrijven en baggeraar Van Oord, opdrachtgever-wegbeheerder Rijkswaterstaat (RWS), van uitvoerders, toezichthouders, verkeerscoördinatoren en inspecteurs tot medewerkers van de verkeerscentrales.

Onder leiding van RWS-verkeerskundige Peter van den Heuvel wordt het draaiboek voor het weekend doorgenomen. De A4 tussen knooppunt Burgerveen en de N11 in Leiden zal, in zuidelijke richting, van vrijdagavond 22.00 uur tot maandag 05.00 zijn afgesloten voor alle verkeer. Maar er wordt al rekening mee gehouden dat het werk op zondagavond om 19.00 uur is geklaard. Alleen calamiteiten en slecht weer kunnen dat nog veranderen.

Er zijn een paar knelpunten: de afslag naar de N207 bij Nieuw-Vennep, de Kaagbrug in de A44 die een paar keer per dag open moet, het eind van de A44 bij het dorpscentrum van Wassenaar en de weg tussen het villadorp en Den Haag, de N44. Op die laatste twee trajecten komt de meeste vertraging. Rijkswaterstaat is op het ergste voorbereid; twee weken eerder heeft er een file gestaan van zeker 15 kilometer. Daarom komen er in Wassenaar extra verkeersregelaars. Zij kunnen meer groen licht op de hoofdweg geven en minder op de zijwegen in het dorp. Tot in de verre omtrek zal weginformatie staan; als het bijvoorbeeld korter lijkt te duren om vanuit Amsterdam via Utrecht naar Den Haag te rijden in plaats van via de A44 krijgt de automobilist het advies om de A2 en de A12 te nemen. „Zullen we het tankstation bij Leiderdorp nog even waarschuwen dat ze waarschijnlijk al op zondagavond weer open kunnen?”

De A4 tussen Schiphol en Burgerveen is vol, vijf rijstroken breed . Het verkeer rijdt in een niet te traag tempo. Alleen waar A4 en A44 uit elkaar gaan hapert het. Maar de tienduizenden automobilisten kunnen nog ongestoord hun gang gaan.

Het fluorescerende veiligheidsoranje van pakken, jacks en hesjes overheerst in de BAM-keet bij Burgerveen. De mannen, louter mannen, leunen met een bekertje koffie achterover. Ze maken nog wat geintjes, maar popelen om te beginnen. Veiligheid staat voorop bij het werken aan de weg en daarom gaat de ’bots’ straks als eerste de snelweg op.

De bots (dat is kort voor botsabsorber) moet de komende uren de klap opvangen als een automobilist de wegafzetting negeert. Aan de achterzijde van de truck hangt daarvoor een botskussen. Geen overbodige luxe vertelt John, een goedlachse begin dertiger die, in het fel oranje met oplichtende grijze strepen, achter het stuur van de bots zit. „Laatst klapte er met volle snelheid nog een dronken automobilist op. Dankzij het kussen kon ie de volgende dag toch nog met vakantie.”

In Johns cabine is het ’gezellig’, want hij moet er nogal eens de tijd doden. Dus heeft hij op zijn dashboard van teakhout een draagbare dvd-speler op ooghoogte staan met een Denzel Washington-actiefilm in de aanslag, wordt de Red Bull koel gehouden in een box en heeft hij mini-Brosjes onder handbereik. En als hij zin heeft kan hij op de bank achter zijn stoel een tukje doen. Tegen de voorruit staat een knuffelmuis met een hesje van Rijkswaterstaat als mascotte.

Als zijn vrouw niet dwars zou liggen zou John in zijn bots kunnen wonen. Zijn werk speelt zich met grote regelmaat in de nacht of het weekend af, terwijl zijn vrouw regelmatiger arbeid heeft. Het gebeurt nogal eens dat ze elkaar terloops treffen. „Maar daar staat tegenover dat het goed betaalt, zodat we een paar keer per jaar met vakantie kunnen.” Lachend: „Laatst kocht ze een paar hele dure Ugg-schoenen van mijn geld en daar heb ik ook niks van gezegd.”

De verkeerscentrale past de maximumsnelheid aan en op het matrixbord boven de meest linker rijstrook komt ineens een rood kruis te staan. Hij is nu verboden voor verkeer verklaard. Een pijlwagen dwingt het verkeer naar de rechterbaan. Drie achter elkaar liggende verhoogde strips op de rijbaan moeten de automobilist die niet op de borden heeft gelet wakker schudden voor hij de afzetting nadert. Voor de bots uit gaan de roodwit gestreepte pylonen, die de afzetting markeren op het wegdek. Niemand noemt ze in de wegenbouw zo; daar heten ze ’kegels’. Terwijl de materiaalauto langzaam voortrijdt, mikt de bijrijder om de vijf meter zijn kegels op het asfalt. Driehonderd stuks komen er te staan, over een afstand van vijf kilometer.

Er staan nu drie rode kruisen boven de weg. De A4 is het komende weekend dicht. Nieuwe rijen kegels leiden het verkeer naar de A44. Op links is inmiddels begonnen met het wegknippen van de vangrail. De komende uren gaat de weg in zuidelijke richting iets naar het oosten liggen. Er komen twee slingers in dit noordelijke perceel van het traject. Geleiderails gaan over het algemeen een jaar of twintig mee. De slechte stukken worden afgedankt, maar een groot deel van het staal kan, nadat het opnieuw is verzinkt, vaak worden hergebruikt. Met aangepaste snelheid schiet het verkeer in de richting van Schiphol in een constante stroom langs de afscheiding.

Marc van Enk, manager van het projectbureau A4 van Rijkswaterstaat en Piet Zuidgeest, projectmanager van BAM Civiel, leggen met een beker koffie in de keet uit hoe de aanbesteding van het project A4 Burgerveen-Leiden in zijn werk is gegaan. „We hebben het principe van de concurrentiegerichte dialoog gevolgd, dat is een procedure voor complexe aanbestedingen”, zeggen de twee civiele ingenieurs, allebei veertigers. „Een aantal marktpartijen – in dit geval vijf – gaan in dialoog en onderlinge concurrentie naar de fase van de gunning. Tijdens die aanbestedingsfase worden de aannemers uitgedaagd om met creatieve voorstellen te komen en testen we elkaars kennis en kundigheden. Bij de A4 kwamen ook aspecten als de duurzaamheid van de kunstwerken – alles in het project dat niet pure wegenbouw is, zoals de vernieuwing van het Ringvaartaquaduct en de tunnelbak bij Leiderdorp – en de veiligheid en doorstroming aan bod.”

Om de kleine keet ’op noord’ heen is het laveren tussen de grote machines. Om 1 uur is hier voor een man of negentig de schaft begonnen. Maar de nachtelijke werkers zijn binnen een half uur alweer klaar. De keet loopt leeg. Binnen hangt alleen nog de lucht van slappe patat en saté.

De werkzaamheden aan de weg zijn in volle gang. Zo’n zeventig mannen, onder wie een flink deel van Van Oord, zijn met de grond bezig. Grijpers halen met grote happen aarde weg en maken zo een bedding voor de fundering van het nieuwe wegdeel bij Burgerveen. „In die bedding leggen we een mantelbuis voor bekabeling. Die wordt afgedekt met een laag fijn puin. Dan volgt een onderlaag van asfalt en daaroverheen ten slotte een deklaag”, vertelt hoofduitvoerder Arthur Schoenmaker, een bedachtzame veertiger. Op een ander deel van de weg zijn met veel kabaal immense freesmachines begonnen. Een met hardmetaal beslagen roterende freesrol woelt het asfalt los, dat via een transportband in een wolk van stof verdwijnt in de kuip van vrachtwagens, die voor de machine uitrijden. Handwerk komt er nauwelijks meer aan te pas; de machinist stelt van te voren vast hoeveel er is weg te frezen en de mensen die voorzien van gehoorbeschermers om de machines heen lopen zijn er vooral voor de controle. Wat na het frezen overblijft is een ’bak’, die vol nieuw asfalt wordt gestort.

Vanaf zeven uur in de ochtend is het asfalteren bezig. „Het zal tot vijf uur ’s middags duren. Een uur later gaan de walsen van het nieuwe wegdek af en om een uur of acht is het werk klaar. Het asfalt is dan afgekoeld en in feite te berijden. 10.000 vierkante meter nieuw asfalt komt er vandaag te liggen”, vertelt projectleider Marthijn van der Holst (midden dertig). Net als veel van de andere mensen die dit weekend aan de weg werken komt hij uit de civiele techniek.

De asfaltmachines braken ’dicht asfaltbeton’ uit, beter bekend als DAB. Aangestuurd door de machinist spreidt de machine heel langzaam het asfalt over de bak. Boven de rol controleert een van de andere medewerkers of de aanvoer van het mengsel goed verloopt. Ook hier gaat vrijwel alles machinaal. Het enige handwerk is op het wegdek zelf. Mannen in oranje pakken werken met bezems de randen bij. Meteen erna verdichten walsen in wolken van stoom de laag. De lichtste walsen beginnen met een grote roller en daarna zorgen zwaardere machines stapsgewijs voor de gewenste verdichting. De bestuurders hebben instructies hoe vaak ze over de asfaltlaag heen en weer moeten. „Maar”, zegt van der Holst, „de meesten doen het op het gevoel.”

Zes stompen zijn, naast een berg houtsnippers, het enige wat nog rest van een rijtje bomen dat dicht tegen de autosnelweg stond en plaats heeft moeten maken voor een toegangsweg naar de bouwput van de tunnelbak, die het beeld van de A4 bij Leiderdorp medio 2014 totaal zal hebben veranderd. De kap wordt, heeft Rijkswaterstaat toegezegd, elders gecompenseerd met groenaanplant.

Waar de weg nu nog zes meter boven het maaiveld torent en Leiderdorp in tweeën snijdt, zal hij er over vijf jaar tien meter onder lopen door een verzonken en deels overkapte bak. De artist impression in de keet van BAM toont zelfs een begroeiing met groen. Projectdirecteur Hans Kooijman (45) leidt rond door de wat modderige bouwput. „Hier gaan de komende jaren twee buizen komen, elk bijna 26 meter breed en ruimte biedend aan drie rijstroken.” De omwonenden kunnen de ’hereniging’ met de buurtbewoners aan de andere kant van de snelweg nauwelijks afwachten en laten zich het vele heiwerk daarvoor maar getroosten. Metershoge wanden, opgebouwd uit containers, beschermen hen tegen het ergste lawaai. Rijen buizen, met een diameter van 1.20 meter, die de kern van de constructie gaan vormen, zijn al met torenhoge stellingen in de grond geheid. De langste is 28 meter en er steekt maar hooguit een meter van boven de grond uit. Over de opening van de buizen liggen roosters voor de veiligheid. Wie in zo’n buis valt vertelt het niet na.

Gerard, Ron en Piet zijn vandaag verantwoordelijk voor het heiwerk en schaften in hun keet met brood, chips, melk en, voor een van hen, een slagroomtaartje. Erg spraakzaam willen ze niet zijn met die plotselinge pottenkijkers. Ze zijn om 7 uur ’s ochtends begonnen. „Het werk zit er om half 3 op.” En waar gaan ze dan heen terug? „Werkendam”, zegt de één kortaf. „Vlaardingen”, mompelt een ander.

Op de scheiding van de weg en de bouwput is een damwand in aanbouw. Plank voor plank, zeker tien meter staal lang en een centimeter of veertig breed, gaat met een trommelvliezen scheurend lawaai de grond in. Hier kun je niet zonder veiligheidshelm. En iedereen loopt ook met gehoorbeschermers rond.

De Interliner van Connexxion rijdt voor de zoveelste keer voor bij Transferium ’t Schouw in Leiden. De bus is leeg en er staat niemand aan de halte. Rijkswaterstaat heeft voor dit weekend twee alternatieve vervoersmogelijkheden ingezet. Voor twee euro kun je met de trein tussen Amsterdam en Den Haag reizen. En er rijdt een gratis pendelbus tussen Den Haag en Leiden. In de media, via de website en op de weginformatieborden is er mee geadverteerd. De eerste bus is om 9.30 uur die ochtend richting Den Haag vertrokken, de laatste gaat om 19.00 uur naar Leiden. Chauffeur Cor van Beek laat zijn staat zien: 7 passagiers. „Je krijgt ze nog met geen geweer de bus in”, stelt hij vast. Terwijl zijn bus over de parallelweg naar Den Haag rijdt staat al ver voor Wassenaar het verkeer in de file. Op de terugweg heeft zijn collega Martin nog maar 5 passagiers gescoord. Hij maakt zich vrolijk over een verkeersregelaar langs de weg die wat verloren in een bushokje zit.

Op het droge asfalt zijn de touwen gespannen voor de belijning die de komende ochtend om 7 uur zal beginnen. Een eenzame BAM-medewerker maait het gras tussen de twee geleiderails in de middenberm. Op vier plekken langs het traject moeten inductielussen van koperdraad in het wegdek komen. Ze zijn aangesloten op een monitorapparaat aan de zijkant van de weg, waarmee het aantal voertuigen is te registreren dat passeert. Door een paar lussen naast elkaar te leggen zijn ook nog eens onder meer snelheid en lengte van het voertuig vast te stellen. Op bepaalde plekken komen de lussen al in de onderlaag van het asfalt. Maar hier moet eerst het asfalt zijn gehard en daarna worden met een diamantzaagblad sleuven voor het draad in het wegdek gezaagd. „Ook dit is werk waarbij het ideaal is als je de weg volledig afzet”, zegt verkeerscoördinator Wijnand Paans. „De apparatuur is zo groot en weinig wendbaar dat je anders de sleuven rijbaan voor rijbaan moet maken.” Terwijl het koelwater langs het zaagblad loopt, krijgt het patroon vorm.

De schaftkeet is al weer leeg. De mannen hebben een uur eerder gegeten dan gewoonlijk. De reden is praktisch. Soms komt eerder eten gewoon beter uit, omdat het werk even stilligt.

Een klein clubje medewerkers weegt af wanneer de snelweg weer open kan. „We brengen de laatste belijning aan, plaatsen de laatste afscheiding, vullen nog een paar gaatjes en het schoonmaken van de weg is klaar”, zegt projectleider Marthijn van der Holst. Rond 17.00 uur kan het verwijderen van de wegafzettingen beginnen. Een uur later moet de hoofdweg weer open kunnen en daarna begint het afbreken van de afzettingen op de toegangswegen. Een uur eerder dan op de donderdag gepland en dus zal de verkeersploeg eerder worden opgetrommeld. Met de files is het dit keer erg meegevallen. Bij de bouwput voor de tunnelbak is het heien van de laatste damwandplanken aan de gang.

De verkeerscentrale in Velsen-Zuid, die het deel van de A4 tot de Ringvaart en dus de grens tussen Noord- en Zuid-Holland bedient, begint de heropening van de snelweg voor te bereiden.

Verkeerscoördinator Wijnand Paans zit in zijn auto op de vluchtstrook te wachten bij afslag 5 naar Roelofarendsveen. Hij belt met projectleider Van der Holst. „Het heeft iets langer geduurd voor de weg kon worden opengesteld, Marthijn. Bij de inspectie bleek dat er nog een paar mensen moesten worden verwijderd die op de rijweg hun hond aan het uitlaten waren.”

Hij vertelt over de soms tegenstrijdige belangen tussen de mensen langs de weg en de wegbeheerder. Paans: „De beheerder wil zo weinig mogelijk overlast voor de weggebruiker dus een zo klein mogelijke afzetting. Maar die afzetting mag niet te dicht op de werkers staan. Als een vrachtauto met volle snelheid op zo’n installatie met verwijspijl rijdt lanceert hij hem honderd meter. Als daar dan mensen werken zijn we ze kwijt. Daarom wil ik minstens 300 meter tussen het begin van de afzetting en de werkers.”

Twee van de drie rode kruisen verdwijnen van de matrixborden. In de verte naderen in zuidelijke richting twee botsabsorbers die, rustig rijdend, beide weghelften blokkeren. Erachter een reeks van gele koplampen. Als de stroom auto’s passeert begint bij de op- en afritten van Roelofarendsveen en Hoogmade het opruimen van de wegafzettingen. De veiligheidsmensen in hun oranje pakken heisen de borden, hekken en kegels op de aanhanger en gaan ze terugbrengen naar de opslag. Bij de afslag van de N11 wijken de botabsorbers en een van de achterliggende wagens schiet als een speer weg.

„Een BMW of een Ford Mondeo. Die zijn altijd het ongeduldigst”, weet jonge hond Paans zeker. Hij gaat nog een paar uur patrouilleren. Hebben de routeinformatieborden en -panelen boven en langs de weg weer de juiste teksten? Hij crosst snel- en provinciale wegen over en belt even met de verkeerscentrale. „Staan de goeie teksten weer op de borden, Alex?”

Het nieuwsbulletin op de autoradio begint met de DSB-perikelen en meldt daarna dat de A4 weer open is. ’Yes! Nummertje 2!’, roept Paans. Hij kijkt naar de tekstkar langs de N201 bij Hoofddorp. Daar staat keurig: ’De A4 naar Den Haag is weer open. Dank voor uw begrip.’

Met flink wat extra kilometers op de teller rijdt Paans de opslagplaats bij Burgerveen weer op. Na 48 uur wegwerk is deze klus klaar.

Het is een vreemde gewaarwording, te rijden op een stuk wegdek van een kilometer of vijftien, waar je nog geen twee etmalen eerder tussen de machines hebt gelopen. Rechts ligt de oude weg verlaten; de mannen hebben gelijk, het nieuwe stuk weg is een mooie slinger geworden. Het is heel goed voor te stellen dat die scheppers van een nieuw stuk A4 zich, meer dan al die duizenden dagelijkse automobilisten, de echte koningen van de weg voelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden