De echte held in 'Flynt' is het Hooggerechtshof

AMSTERDAM - Van seks wordt niet gerept in de twee reportages over een heroïnesmokkelaar en een groep neo-nazi's in het noordwesten van de Verenigde Staten, waarmee het Amerikaanse pornoblad Hustler in zijn nummer van maart 1997 op de voorplaat 'adverteert'. Of het moet de uitdrukking 'Get the fuck out' zijn.

BERT VAN PANHUIS

Maar dat maakt uitgever Larry C. Flynt meer dan goed in de andere 160 pagina's. Op de achterpagina heeft de blonde mevrouw die het telefoonseks-nummer '1-800-66-HOTT' aanprijst nog een doorzichtige bh voor en een kanten mini-broekje aan, maar dat is alleen om het niet helemaal onder de Amerikaanse toonbank te hoeven laten verdwijnen. Binnenin is sprake van het grovere werk. Seks in alle soorten en standen, lesbische duo's, honderden en honderden reclames voor telefoonseks met hitsige kreten - inkomsten: een kleine 30 000 gulden per bladzijde -, dames die met vingers waaraan gevaarlijk lange kunstnagels zitten hun vagina bewerken, sekshulpstukken in alle soorten, maten en kleuren, penisvergroters, hornymakers en zelfs een enkele verdwaalde advertentie voor gay seks, zoals die doorgaans de Mandate, Playguy of willekeurig ander homo-blootblad aan de inkomsten helpen.

Met minachting voor zwarten weet Hustler ook wel weg. Op 'cartoons' hebben zwarte mannen dikke lippen of staan ze afgebeeld als kannibaal, spreken ze gebroken Engels en tonen ze een apparaat maatje jonge boa constrictor. Zwarte vrouwen zijn dik en lelijk en er verkeren nogal wat vliegen in de omgeving van haar kruis. Slechts drie dingen gaan hem te ver: seks met kinderen, met dieren en met lijken. Maar voor de rest: anything goes.

Zijn pornografie beschouwt hij als kunst op zichzelf, in tegenstelling tot de Playboy of de Penthouse, die hun bloot als 'kunstig' denken te moeten brengen. “Een entertainmentblad dat meisjes laat zien met sperma op hun gezicht. Kunst in zijn meest pure vorm”, kenschetste hij vorig jaar in het trendy blad Details zijn Hustler en nog een paar handen vol talrijke miljoenen dollars genererende porno uit zijn stal Larry Flint Publications.

De man, die in diepe armoede opgroeide op het platteland van Kentucky en zichzelf afkomstig acht uit de white trash, het blanke uitschot, zegt zich altijd te hebben gericht op Joe Lunchbox, Jan de Arbeider. “Ik pleegde altijd te zeggen dat ik liever werd gelezen door honderd vrachtwagenchauffeurs dan door één professor. Maar toen lieten we wat studies doen en wat dacht je, we merkten dat de lezers van Hustler hoogopgeleid waren, mensen met een middelbare schoolopleiding, doctorandussen.”

De vrouwonvriendelijke, dikwijls racistische inhoud van zijn bladen heeft Flynt in de jaren zeventig en tachtig dikwijls voor de rechter gebracht, maar doorgaans werden zijn publicaties afgedaan als schunnig of op zijn gunstigst als platvloers. Met de film 'The people vs Larry Flynt' is de uitgever van Hustler het middelpunt geworden van een discussie over de vraag of regisseur Milos Forman de pornograaf niet teveel eer geeft door hem als de grote voorvechter te portretteren van het eerste amendement op de Amerikaanse grondwet.

'The First' wordt samen met het veertiende amendement gerekend tot het hart van de Amerikaanse grondwet en zijn grondrechten, The Bill of Rights. Het veertiende, dat in de jaren zestig van de vorige eeuw werd aangenomen door het Congres, was aanvankelijk bedoeld om de rechtspositie van de zwarte Amerikanen vast te leggen, enkele jaren nadat president Abraham Lincoln de slavernij had afgeschaft. Tegenwoordig staat het voor het recht op gelijke behandeling en privacy. Op grond van 'the Fourteenth' hebben Amerikaanse zwarten toegang gekregen tot 'blanke' scholen, hebben vrouwen het recht verworven op abortus en worden nu de homorechten bevochten.

Het eerste amendement geldt nog steeds als het meest verstrekkende. Het regelt de vrijheid van meningsuiting, van godsdienst, van vereniging en vergadering en de persvrijheid. Voor de Amerikaanse rechter, van de gewone rechter tot het Supreme Court, het hooggerechtshof, wordt nergens zo vaak een beroep gedaan dan op het eerste amendement. Dat kan uiteen lopen van de eis om niet te hoeven meedoen aan een collectief schoolgebed tot het recht om mensen te mogen beledigen, racistische of nazistische marsen te mogen houden of blote danseressen te laten optreden.

Op het amendement beriep Flynt zich toen hij in het begin van de jaren tachtig dominee Jerry Falwell, de leider van de Moral Majority en een van de belangrijkste strijders tegen alles wat zijn inziens vies en voos was, tot onderwerp maakte van een parodie. In een fake-advertentie voor Campari liet hij de dominee zeggen dat die in het verre verleden in een buitenplee was ontmaagd door zijn alcoholistische moeder. Falwell nam het niet en stapte naar de rechter in zijn conservatieve thuisstaat Virginia. De dominee werd in het gelijk gesteld en Flynt dreigde te worden opgezadeld met een schadeloosstelling van 200 000 gulden. De uitgever van Hustler stapte vervolgens naar het hooggerechtshof dat in 1988 unaniem vaststelde dat de gewraakte 'advertentie' duidelijk genoeg een parodie was en dat publieke figuren als Falwell zich dit soort publiciteit moesten laten welgevallen. De grote vraag zou later worden: was dit een ondersteuning van het recht op vrije meningsuiting of een afwijzing van de beschuldiging van smaad?

Frank Rich, de voormalige gevreesde theatercriticus van de New York Times en huidige ster-columnist van de krant gaf de opmaat voor het debat toen hij 'The people vs Larry Flynt' aan de vooravond van het New York Film Festival “de meest geëigende en vaderlandslievende film van het jaar” noemde. Rich erkent dat de film vrijwel iedereen tegen de schenen schopt en dat Flynt dikwijls wordt afgeschilderd als een hufter. Maar, stelt hij vast, de kern van het verhaal is dat de Amerikaanse grondwet zo stevig in elkaar zit dat iedereen er met succes een beroep op kan doen. Of zoals het in een van Flynts befaamde uitspraken luidt: “Als het eerste amendement een smeerkees als mij in bescherming neemt dan zal het dat met ieder van jullie doen. Want ik ben het ergste geval.”

De tegenaanval kwam begin dit jaar, vlak nadat de film voor een breed publiek in premiere was gegaan, van Gloria Steinem, met Betty Friedan het boegbeeld van het moderne Amerikaanse feminisme. “Larry Flynt de film is nog cynischer dan Larry Flynt de man” stelt ze in een column in de New York Times. Steinem hekelt het feit dat Formans film verzuimt de onderdelen van Hustler te laten zien die het blad in haar ogen zo verwerpelijk maakt: “Wat we niet zien zijn de beelden uit het blad van vrouwen die worden geslagen, gemarteld en verkracht, van vrouwen die worden onderworpen aan bestialiteit en seksuele slavernij.” En concludeert ze: “Als Flynt dezelfde wrede beelden had vertoond van dieren, dan zou de film nooit zijn gemaakt.”

Milos Forman zelf ontkent in een reactie in de ingezonden brievenrubriek van de New York Times Flynt een heldenrol te hebben willen opleggen. En hij trekt de vergelijking door naar Oskar Schindler. “Spaarde hij levens om redenen van menselijkheid of gebruikte hij slavenarbeid om er beter van te worden?” De regisseur, die vaststelt dat dictatoren, met steun van de bevolking, eerst altijd obsceniteiten en porno aanpakken om vervolgens andere vrijheden te beperken, sluit af met het citeren van Steinems laatste zinsnede: “Gelukkig heeft iedereen van ons het First Amendment om te protesteren.” Forman: “Precies. Daarom is de heldenrol van mijn film beschoren aan het hooggerechtshof, en niet aan Larry Flynt”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden