'De echte bevrijding was  pas in de jaren zestig'

Vijftig jaar geleden werd in de lente de kiem gelegd voor de oprichting van D66 op 14 oktober 1966. Edo Spier was erbij. Tekst

Het begon in de lente van 1966, vijftig jaar geleden, met twee oude Amsterdamse schoolkameraden Peter Baehr en Erik Visser, dertigers toen, die de koppen bij elkaar staken en zich afvroegen: wordt het niet tijd voor een nieuwe partij? Ze voelden zich thuis noch bij de PvdA noch bij de VVD. Een nieuwe Vrijzinnig-Democratische Bond, de sociaal-liberale partij die na de oorlog was opgegaan in de PvdA, zou dat niet iets zijn? Ze haalden Hans Gruijters erbij, die zich in zijn partij, de VVD, onmogelijk had gemaakt door als Amsterdams raadslid weg te blijven bij het huwelijk van Beatrix en Claus op 10 maart 1966 in Amsterdam. Hij had wel wat beters te doen, verklaarde hij. Op zijn beurt benaderde Gruijters zijn collega-journalist bij het Handelsblad, Hans van Mierlo. In een paar maanden tijd groeide wat heel klein begon uit tot een beweging en een partij die op 14 oktober 1966 werd opgericht: D'66.

Het is dit jaar feest dus voor D66, de partij die stond voor radicale democratisering van de samenleving en de politiek. Weg met het verouderde bestel. Partijvernieuwing, individuele ontplooiing, geestelijke vrijheid, districtenstelsel, gekozen burgemeester, gekozen premier, referendum, dat waren de toverwoorden waarmee de Democraten de kiezers probeerden te verleiden. Morgen houdt de partij een congres in Papendal. Welllicht zal er even stil worden gestaan bij hoe het allemaal vijftig jaar geleden begon. Het echte grote feest volgt natuurlijk op het congres in oktober.

Edo Spier, 90 jaar nu, was er vrijwel vanaf het begin bij. Spier: "Ik kende Hans van Mierlo al. Hij belde me op: hoe politiek geïnteresseerd ben je? Ik: Ik ben helemaal niet zo geïnteresseerd. Ik had een keer CPN gestemd en daarna PvdA, die ik toen wel een redelijke partij vond. Van Mierlo legde uit waarmee hij bezig was. Ik ben aanwezig geweest bij een aantal vergaderingen. Allemaal leuke, aardige mensen. Journalisten, juristen, hoogleraren. Ik voelde er wel voor."

Spier praat associatief. De ene herinnering roept de andere op. Hij is scherp van geest, maar soms kan hij niet meer op een naam komen of haalt hij een paar herinneringen door elkaar. Hij weet het. "Het zijn de jaren, hè?", zegt hij dan.

Het klimaat voor verandering was gunstig in 1966. Provo, de anarchistische jongerenbeweging, was in 1965 opgericht en provoceerde de overheid met ludieke acties. Er werden processen gevoerd en celstraffen uitgedeeld, enkel omdat die provo's iets schreven wat de autoriteiten niet zinde. Intellectuelen en kunstenaars als Jan Vrijman, Simon Vinkenoog, Jan Hein Donner en Harry Mulisch kwamen daar dan weer tegen in verzet en schreven het pamflet 'Wij zijn gekwetst in ons rechtsgevoel'. "Dat stuk werd bij mij op kantoor geschreven", herinnert Spier zich. Hij had een architectenbureau in Amsterdam.

Spier, de Joodse jongen die tijdens de oorlog maar liefst 42 onderduikadressen heeft gehad ("er was veel verraad") begint zijn verhaal over D66 niet bij het voor de hand liggende jaar 1966, maar bij 1945. "Toen kwamen de geroutineerde vakantiegangers uit Engeland terug." Pardon, 'geroutineerde vakantiegangers'? Spier: "Jazeker, ze hebben geen reet uitgevoerd daar. En het eerste wat de regering in 1945 deed was het militair gezag invoeren. Dat is raar hè? Na vijf jaar bezetting! Je kunt zeggen dat van 1945 tot 1960 dit een heel treurig land was. Totaal vernield, alles kapot. In de zestiger jaren kwam pas de eigenlijke bevrijding."

Nederland pakte in 1945 de draad weer op, waar die in 1940 was blijven liggen. De 'zuilen' van katholieken, protestanten en socialisten werden in ere hersteld, de doorbraak van de PvdA naar christelijke bevolkingsdelen mislukte grotendeels, de bevolking was zeer gezagsgetrouw.

Spier ging na drie jaar onderduik aan het einde van de oorlog 'door de linies' heen om uiteindelijk terecht te komen bij de Royal Marines in Engeland. Daarna vocht hij in Indonesië tegen Soekarno. Na terugkeer in Nederland kon hij bij Het Parool aan de slag, terwijl hij tegelijkertijd aan een studie politicologie begon - hij haalde zijn kandidaats en stopte er daarna mee. Aangespoord door Gerrit Rietveld en Aldo van Eyck begon hij een architectuurstudie aan de Academie voor Bouwkunst. Toen hij in 1956 afstudeerde stopte hij onmiddellijk bij Het Parool en werd architect. Daarnaast heeft hij zich altijd actief met de partij bemoeid, tot op de dag van vandaag.

Ontploffingstheorie

De eerste Tweede Kamerverkiezingen voor D66, in 1967, werden een groot succes. De partij zeilde met zeven zetels de Kamer in. De jeugdige Van Mierlo - want hij werd de lijsttrekker, niet Gruijters die daar om persoonlijke redenen geen trek in had - haalde de voorpagina van de New York Times, lachend temidden van zijn aanhang in Krasnapolsky, glas bier in de hand.

Het D66 van toen zag zichzelf meer als een beweging dan als een partij. Van Mierlo ging uit van de 'ontploffingstheorie': zodra het oude bestel was opgeblazen, kon D66 weer verdwijnen. Begin jaren zeventig zocht Van Mierlo het in samenwerking met PvdA en de PPR, een van de voorgangers van GroenLinks. Het uiteindelijke streven was een progressieve volkspartij. Van Mierlo was onder de indruk van PvdA-leider Joop den Uyl.

Spier: "Wij waren veel linkser dan nu hoor. Er is een duidelijke verrechtsing van de hele samenleving en daar doen wij gewoon aan mee. Pechtold doet het goed - is na Van Mierlo de beste partijleider die we hebben gehad - maar hij zit wel aan de rechterkant. Hij volgt een beetje de ontwikkeling van de samenleving. Daar zijn wij nooit voor opgericht. Dat is nooit de bedoeling geweest."

Het 'krankzinnige avontuur' met de progressieve samenwerking, zoals Van Mierlo dat noemde, leidde tot helemaal niets, behalve dan tot bijna de ondergang van D66. D66 verloor verkiezingen, omdat de partij geen eigen profiel meer had. Van Mierlo trok zijn conclusie en vertrok als fractie- en partijleider.

Spier: "In 1986 heb ik Hans teruggehaald als lijsttrekker. Jacob Kohnstamm, de partijvoorzitter, had mij tot campagneleider gebombardeerd voor de Kamerverkiezingen. Maarten Engwirda was toen fractieleider. Een aardige jongen, maar ja, niet echt een stemmentrekker. Ik zei: Ik wil eigenlijk maar één man als lijsttrekker: Hans. Ik kende geen enkele politicus die zo zuiver op de graad was. Hij was de grootste twijfelaar, maar geld? Hij heeft nog nooit een stuiver aan iets willen verdienen. Dat wou-ie niet. Zo hoort het ook. Hans en ik hebben zeven nachten lang lopen ijsberen in zijn huis, glas whisky in de hand. Uiteindelijk zei Hans: 'Je hebt eigenlijk wel gelijk, we gaan het doen.' Klaar. We gingen van zes naar tien zetels. Dat was heel keurig."

Geen avonturen meer

In de jaren zeventig, na het echec met de progressieve samenwerking (de PvdA wilde uiteindelijk niet) werd de conclusie getrokken dat D66 een gewone politieke partij moest worden, zelfstandig, geen avonturen meer. Spier: "Dat is het uiteindelijk ook geworden. Toen ik campagneleider was heb ik de komma gehaald uit de naam D'66. Het werd D66 om het tijdselement eruit te halen. Met alles wat vooraf was gegaan wilde ik niets meer te maken hebben. Geen liberalisme, geen socialisme. Niks, niks. Ik wilde ook het vignetje D66 naar de achtergrond dringen en 'Democraten' naar de voorgrond halen. Dat is niet gelukt. Op een gegeven moment dacht ik: sodemieter maar op, nou moeten jullie het zelf maar doen. Nu noemt de partij zich sociaal-liberaal. Dat is het laatste wat je wil. Ideologie. Belachelijk. Dan zit je op de schoot van Rutte. Dat wil ik niet."

Van Mierlo haalde in 1994 24 zetels, een absoluut hoogtepunt voor de partij. Er kwam een paars kabinet van PvdA, VVD en D66. Voor het eerst sinds de Eerste Wereldoorlog zat er geen christelijke partij in de regering. Spier: "Het ging ons er niet om dat we per se nooit meer met het CDA wilden regeren. Nu eens een keertje niet, dat was het meer. Vergist u zich niet. Wat we landelijk hadden met het CDA, hadden we in Amsterdam met de PvdA. Die vanzelfsprekendheid: het land is van ons of de stad is van ons. Daar hebben we een einde aan gemaakt."

Opdoeken

Enkele keren is D66 bijna ten onder gegaan. In 1974 voelde een meerderheid voor het opdoeken van de partij. Het is dat daarvoor geen tweederde meerderheid was op het congres, anders was het gebeurd. Ook midden jaren tachtig en tien jaar geleden, toen de partij het slecht deed, gingen er stemmen op om er maar mee te stoppen. Sinds Alexander Pechtold de kar trekt gaat het weer beter.

Spier is van mening dat in Nederland behoefte blijft aan een partij als D66. "Omdat D66 beginselen heeft die door de anderen niet gewild zijn. Die andere partijen zullen nu zeggen dat ik zeur, want zij willen toch ook een referendum? Maar het is te laat voor referenda. We zijn in de EU verweven met 27 andere landen. Toen we in '66 pleitten voor referenda was Nederland nog een beetje op zichzelf. Toen redeneerden we: je kunt wel om de vier jaar verkiezingen houden, maar tussentijds gaan de ontwikkelingen zo snel dat het volk tussendoor ook nog iets te zeggen moet krijgen. Met dat referendum van Thierry Baudet en de zijnen zijn we echt de risee van Europa geworden. Sla de buitenlandse kranten er maar op na, je weet niet wat je leest. Goedendag zeg. Solide land en dan doen ze dit."

Het D66 van nu, is Spier te rechts. "Maar ik blijf me ermee bemoeien hoor. Vanuit een zekere welwillendheid. Ik heb de indruk dat Alexander Pechtold de boel er goed onder heeft, hij is echt de baas. Dat is nooit zo geweest in onze partij. Ik vind dat het voor Alexander na tien jaar tijd wordt om op te stappen. Dan kan-ie minister worden of commissaris van de koning, weet ik veel. Hij is een beetje uitgepraat, vind ik. We hebben hier een potentiële opvolger. Jan Paternotte, fractieleider in Amsterdam. Die moet het een jaar of vijf zes doen. Dan is hij klaar. Dan kan hij, moet hij ook, minister worden."

Hoe Europa met de vluchtelingen omgaat, vindt hij verschrikkelijk. "Er is eigenlijk geen leiderschap meer. Behalve mevrouw Merkel. Zij is de enige die barmhartigheid toont voor de vluchtelingen. Verder is er helemaal niks en niemand meer, ook Rutte niet. Het is een behoorlijk amoreel gezelschap dat het voor het zeggen heeft. De sociaal-democratie houdt op te bestaan. Dat is duidelijk zichtbaar in Frankrijk, hier en ook ik Duitsland. En dan? Dan weet ik het niet. Dan krijg je bewegingen waarvan ik me afvraag of je daar erg gelukkig mee moet zijn. Kijk naar meneer Orban in Hongarije. Kijk naar de nieuwe regering in Polen. "Wij zijn katholiek, en dus ontvangen wij geen moslims." Dat is toch ongelooflijk?"

En Nederland? De Joodse onderduiker, de man voor wie D66 niet minder dan een bevrijdingsbeweging was, waarschuwt: "Denk niet dat het Nederlandse volk nu beter is dan in de jaren dertig."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden