De echt kwetsbare kant van Guzman krijg je niet te zien

Cabaret

Delirium II Javier Guzman **

Als je show 'Delirium II' heet, is er al een 'Delirium' aan voorafgegaan. Cabaretier Javier Guzman overrompelde in 2007 met die eerste voorstelling waarin hij uitgebreid vertelde over zijn alcoholverslaving en hoe hij die overwonnen had. Vol zelfspot was hij ook en dat dwong bewondering af.

Maar 'Delirium II', over hoe Guzman uiteindelijk zijn cocaïneverslaving de baas is geworden, is helaas niks meer dan een vat vol anekdotes. Over hoe je vervuilt als je verslaafd bent, hoe je verslaving een fulltime baan wordt. Welke paniek je overvalt als je cokedealer de telefoon niet opneemt. Hoe egocentrisch je ervan wordt. Hoe je familie en vrienden een interventie proberen.

Die heftige onderwerpen zorgen voor de nodige grappen en dat moet ook, om het in perspectief te plaatsen. Maar verder zijn het alleen maar beschrijvingen, nergens laat Guzman het publiek weten wat het met hemzelf gedaan heeft. Zijn kwetsbare kant krijg je niet echt te zien. En op de vraag waarom hij het deed, komt hij na al die tijd alleen maar het puberale antwoord: 'kweenie'.

Wat je, naar mijn idee, vooral ziet is een boze man, die onrecht is aangedaan door het leven. En die nu zijn onmacht de zaal in slingert. Mensen uit het publiek beledigt hij onmiddellijk als ze iets doen wat niet naar zijn zin is: te vroeg lachen of naar de wc gaan. Tenenkrommende terzijdes. Daar komt bij dat de grappen in 'Delirium II' over het algemeen erg voor de hand liggend zijn. Een deurwaarder heeft bijvoorbeeld weinig incasseringsvermogen. In de zaal werken ze goed, maar de doorgewinterde cabaretkijker prikt er zo doorheen.

En er is nog iets. Dat komt een paar keer op de avond terug. Guzman zegt dat junks hun geloofwaardigheid totaal verliezen en dat het lang duurt voor dat weer opgebouwd is. Voor ons staat een junk, in de gedaante van een cabaretier. Maar als hij zelf al twijfelt aan zijn geloofwaardigheid, slaat bij deze toeschouwer ook de twijfel toe: waarom zou ik hem dan nu geloven?

Alleen in het eerste verhaal van de avond, als hij vertelt dat zijn beste vriend hem met zijn dochter naar de speeltuin laat gaan, sijpelt er iets van het gevoel van de cabaretier doorheen. Guzman moet huilen omdat hij weet dat zijn vriend oprecht gelooft dat hij clean is. Je vertrouwt een junk toch je kind niet toe? Van dat soort scènes hadden er veel, veel meer in gemogen.

Rinske Wels

Tournee t/m 17 juni. Informatie: www.javierguzman.nl

Jazz

The Music of Charles Mingus John Hébert Sounds of Love HHHHH

Dat bassist/componist Charles Mingus (1922-1979) een markant figuur was, is een eufemisme. Iemand zo robuust, recalcitrant, maatschappelijk betrokken en humoristisch als Mingus kom je zelden tegen.

Nu hij er niet meer is, loopt die enorme persoonlijkheid zijn muziek vaak behoorlijk voor de voeten. Zijn krachtige karakter is dusdanig met de composities verweven dat je hem haast automatisch mist.

De Amerikaanse bassist John Hébert ondernam met zijn kwintet Sounds of Love een gedurfde, maar ook geslaagde poging om Mingus' muziek naar zijn hand te zetten. Hij deed dat in de eerste plaats door geheel in de geest van de meester niet te respectvol te zijn. Zelf streefde hij er niet naar de drieste stijl van Mingus te imiteren, en ook de rest van de band vermeed de valkuil om te willen klinken als een ander.

Een verrassend vol Bimhuis werd ingepakt met een even intelligente als intense set. Zo vrij als de interpretatie van Mingus' muziek leek, was ze overigens niet. Hébert had zich goed gerealiseerd dat Mingus altijd de specifieke kwaliteiten van de mensen met wie hij werkte als basis gebruikte. Net als zijn grote voorbeeld Duke Ellington schreef Mingus zijn muziek met de uitvoerende musici in gedachten.

Hébert had zich niet alleen die wijze les ingeprent. Hij had ook een vernuftige oplossing gevonden om het bizar grote emotionele bereik van Mingus' muziek te benaderen; namelijk door muzikanten met verschillende temperamenten bijeen te brengen. De gewaagde keuze om de weerbarstige drummer Ches Smith te koppelen aan de introverte en poëtische pianist Fred Hersch pakte bijvoorbeeld bijzonder goed uit.

Hersch was sowieso een revelatie. Zijn doorvoelde en vaak vervreemdende spel bleek niet alleen een bindmiddel in de groep, maar gaf ook een fijnzinnig weerwoord aan de twee prettig rafelige blazers Taylor Ho Bynum (cornet) en Tim Berne (altsaxofoon).

Waar Mingus zijn groepen kon laten klinken als een horde losgebroken neushoorns zocht deze groep vooral in de eerste set een haast minimalistische subtiliteit op. En toch, hoe afwijkend ook, alles wat Mingus' muziek zo onweerstaanbaar maakt, was aanwezig.

Mischa Andriessen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden