Boekrecensie

De dystopie van Darrieussecq gaat over mens zijn in een onmenselijke omgeving

Schrijfster Marie Darrieussecq

Marie Darrieussecq schrijft een geloofwaardige dystopie die herinnert aan Kazuo Ishiguro.

Wat is het aan ‘dystopische’ romans dat ze me vrijwel altijd bijblijven? ‘The Road’ van Cormac McCarthy is het gruwelijkste boek dat ik ooit heb toegelaten in mijn brein. Soms heb ik er spijt van het gelezen te hebben, waarmee ik u ‘The Road’ even hartstochtelijk aanbeveel als afraad. Ook ‘Die Wand’ van Marlen Haushofer mocht er wezen en ‘Never Let Me Go’ van Kazuo Ishiguro. ‘Ons leven in de bossen’, de nieuwe roman van de Franse schrijver Marie Darrieussecq (soepel vertaald door Mirjam de Veth!), heeft met alle drie de boeken wat gemeen. In het geval van Ishiguro zo veel dat Darrieussecq vriendelijk gezegd schatplichtig aan hem is. Toeval of niet, de overeenkomsten zijn talrijk (wát dat ga ik niet verklappen want daarmee verraad ik veel van de plot), hetgeen niets afdoet aan de kwaliteit van het verhaal, zelfs niet aan de spanning. En spannend is het.

Geïmplanteerde chips

In een vloek en een zucht ben je erdoorheen. In nog geen 140 pagina’s schept Darrieussecq een even somber als geloofwaardig mens- en wereldbeeld. In welke tijd het zich precies afspeelt is niet helemaal duidelijk. De ene keer zijn we eeuwen van het heden verwijderd: andere planeten die gekolonialiseerd lijken, geïmplanteerde chips, handen die ‘als windmolens gebaren maken om onze apparaten, 3D brillen en onze honden te bedienen’ - een mooi beeld trouwens. Het andere moment is de wereld van de generatie vóór die van Viviane, de vertelster, nog heel dichtbij. Op de geruite regenjas van haar moeder en de metalen veldfles van opa wordt met enige nostalgie teruggekeken.

En dan meteen ook maar een minpunt: keer op keer krijg je dingen die je weet uitgelegd: “Freud was een psychiater rond 1900.” We krijgen een rol toebedeeld: blijkbaar weten ‘we’ dat soort dingen in deze apocalyptische tijd niet meer - maar omdat je ongevraagd meespeelt in een stuk dat je niet kent voelt dat ongemakkelijk en worden die zinnen flauw. Het is goed mogelijk overigens dat wij ons, omdat we nog niet alles snappen, niet zozeer vergissen in de tijd alswel in de leeftijd van Viviane en daarom de jaartelling bij moeten stellen. Daar kwam ik niet helemaal uit.

Het verhaal wordt haastig door Viviane verteld (of beter: in potlood geschreven, ze is volledig offline gegaan in een door virtualiteit gedomineerde wereld) waardoor de stijl iets slordigs krijgt. Tijd om alles uit te leggen is er niet - ze zitten haar op de hielen - maar Viviane moet en zal ons vertellen wat zij heeft ontdekt, en hoe dat geschiedde.

Aanklikker

Het verhaal begint als zij, psychiater van beroep, in contact komt met patiënt nul, een ‘aanklikker’, iemand die associaties aanlegt en aanklikt in de software van robots en computers. Geestdodend werk dat ironisch genoeg de robots menselijker moet maken, en veel concentratie vergt. Patiënt nul wil meer rust: slapen. Maar dat, slapen, is voorbehouden aan ‘de helften’. Klonen van ‘de Generatie’ die in speciale oorden met gesloten ogen liggen te wachten: levende kopieën zonder emotionele ontwikkeling of bewustzijn, met potentiële donor-organen voor het origineel (hier dan toch een ‘Ishigurootje’). De ‘helft’ van Viviane heet Marie, maar omdat ze ‘angstaanjagend onzelfstandig is’ noemt ze haar ‘Tutje’.

Het verhaal eindigt met Viviane’s vlucht in de bossen, waar een parallelle samenleving wordt gebouwd. Geen utopie, zo valt te vrezen. Al op pagina 31 worden we daar impliciet voor gewaarschuwd: “Denk nou niet dat ik terugverlang naar vroeger. Ik heb helemaal geen heimwee naar het verleden, want het leidt naar ons heden. Ik heb heimwee naar de toekomst. Laat maar.”

Een dystopie is mooi en relevant als allegorie op wat - in andere vorm, of op andere plaatsen, of diep in onze genen - in feite al bestaat. In genoemde boeken draait het om de laatste mens, of het verlangen mens te zijn in een onmenselijk (geworden) universum.

Niet alleen Marie’s ogen moeten open, ook Viviane moet wakker worden, én wij natuurlijk, en zij die met een onmenselijk bestaan genoegen zouden moeten nemen. Gelukkig wrijft Darrieussecq die boodschap er niet in, nee, terloops kriebelt ze met deze kleine roman aan grote thema’s, en peutert aan het angstcentrum in mijn brein.

Heimwee naar het leven van alledag had ik als lezer wel. Bijna opgelucht las ik iets over een kind naar school brengen, even vlug een croissantje kopen, wachten voor het stoplicht… Ik werd onmiddellijk afgestraft. Zo erg als in ‘The Road’ wordt het niet, maar u bent gewaarschuwd.

Oordeel: spannend, met een boodschap die je niet wordt ingewreven.

Marie Darrieussecq, Ons leven in de bossenVert. Miriam de Veth Arbeiderspers; 144 blz. € 16,99

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden