De dwerggans zal gered worden

De schade die overwinterende ganzen aanrichten is zo groot, dat de jacht weer wordt opengesteld. Een van de uitzonderingen is de dwerggans, die met uitsterven wordt bedreigd. Geen zee gaat de mens te hoog om het dier te redden: eieren worden uitgebroed door pleegouders, jonge vogels leren vliegen met behulp van een vliegtuigje, trekroutes worden verlegd. Schiet de mens niet te ver door?

Anderhalf miljoen ganzen zijn er deze winter in Nederland neergestreken. Sinds de jacht aan banden werd gelegd in 1970 is hun aantal vertienvoudigd. Ook de zeldzame dwerggans doet het redelijk. Deze winter zijn er zo'n honderd op de weilanden te vinden. Maar hoe lang nog? Nu er in Nederland weer gejaagd mag worden op kolganzen, een veel voorkomende soort, bestaat de vrees dat de beschermde dwergganzen slachtoffer zullen worden van hagel. De dwerggans lijkt namelijk als twee druppels water op de kolgans en kan alleen door het geoefende oog worden onderscheiden.

Gerard Ouweneel, dwerggansliefhebber in Maasdam, moet er niet aan denken dat de dwergganzen uit Nederland verdwijnen. De afgelopen weken heeft hij weer veel plezier aan de beestjes beleefd, die het vlak bij zijn huis gelegen Oudeland van Strijen tot fourageerplek hadden gekozen. ,,Er is zelfs dwergganstoerisme op gang gekomen'', vertelt hij. ,,Britten staan bekend als vogelliefhebbers, dus daar hebben we er heel wat van gezien. Maar ook Belgen zijn langs geweest en laatst stond er zelfs een bus Italianen door de telescoop te turen.''

Intussen hebben de dwergganzen Strijen verlaten en zijn op grasland vlak bij Anjum belandt, de laatste stop in Nederland voor de terugvlucht naar Lapland. ,,Het zijn er maar negen'', vertelt Eddie Douwma zorgelijk, meestal telt hij er zo'n veertig. Maar gelukkig is 414 er wel bij, de dwerggans die Douwma al jaren volgt, een paar jaar geleden zelfs tot in Lapland. ,,Hij zat op het nest, ik zag alleen de kop. Pas na twee dagen turen ging hij een keertje staan, zodat ik de ringen om zijn poten kon zien en wist dat het 414 was.'' Gerard Ouweneel, die ook mee was, heeft over de tocht een boek geschreven: 'De dwergganzen van Anjum'.

Het was gisteren rotweer in Anjum, voor mens en gans. Harde, steenkoude noordoosten wind. Douwma is vastbesloten 414 aan te wijzen, die vier jongen uit Lapland heeft meegebracht. ,,Maar als het zo hard waait zijn ganzen onrustig en gaan snel op de wieken'', dekt hij zich in. Steeds opnieuw parkeert hij zijn terreinwagen langs de kant van de weg, schuift zijn telescoop op het opengedraaide raam en tuurt. ,,Kollen, alleen maar kolganzen''. Maar dan is het toch raak: ,,Ja!''. Helaas is het 955, met partner en jong. Maar de vogels zijn voldoende dichtbij om de kenmerkende gele ring in de ogen te zien en de snavel, die iets korter is dan die van de kolgans.

Ook al worden de vogels in eigen land en daarbuiten gewaardeerd, volgens ornithologen zijn de Nederlandse dwergganzen misbaksels. Een paar jaar geleden is uit Fins onderzoek gebleken dat de ganzen waarschijnlijk genen van kolganzen in zich dragen, omdat hun ouders of voorouders niet trouw waren aan hun soort. Vooral Noorse ornithologen hebben het niet op de Nederlandse dwergganzen, omdat ze bang zijn dat ze in hun broedgebied in Zweeds Lapland relaties aanknopen met Noorse dwergganzen, die wel raszuiver zijn. Als dat gebeurt zou de soort verdwijnen.

Ingar Jostein üien, projectcoördinator van de Norsk Ornitologisk Forening: ,,Er is nog geen bewijs dat de dwergganzen uit Noorwegen en Zweden paren, maar nu de Zweedse dwergganzen zich vermeerderen wordt de kans steeds groter dat de twee kolonies elkaar ontmoeten. De Noorse en Finse autoriteiten en Birdlife International zijn daar zeer bezorgd over. Wat er nu met de ganzen moet gebeuren is een zaak van gezamenlijk overleg van de overheden van Noorwegen, Finland, Zweden en Nederland.''

De vermenging van genen bij Nederlandse dwergganzen is het rechtstreeks gevolg van menselijk handelen. De Zweed Lambart von Essen, een enthousiast jager en lid van de Zweedse jagersvereniging, trok zich begin jaren tachtig het lot van de dwerggans aan. In het Zweedse deel van Lapland broedden toen nog maar twee of drie paren, in het gehele noorden van Scandinavië nog vijftig paar. Wereldwijd zijn er nog 25000 dwergganzen, een kwart van het aantal dat in de jaren vijftig rondvloog. De vogels overwinteren in Centraal- en Oost-Europa tot in China, waar jagers geen strobreed in de weg wordt gelegd. Met als gevolg dat het aantal dwergganzen dat in de lente weer terugvliegt naar het noorden in de loop der jaren stevig is uitgedund. Het dier staat dan ook op de Rode Lijst van bedreigde soorten.

Von Essen bedacht een plan om het aantal dwergganzen te vermeerderen en de jonge ganzen te leren via een jachtvrije route naar een veilig overwinteringsgebied te vliegen. Nederland leek hem een uitstekende bestemming, vanwege het gansvriendelijke beleid. De lastigste vraag van het plan, dat de jagersvereniging samen met het Zweedse Wereld Natuur Fonds uitgewerkte, was: hoe krijg je dwergganzen zover dat ze naar Nederland trekken?

Het vermoeden bestond dat de trekroute bij ganzen niet in de genen is verankerd, zoals bij zangvogels of steltlopers, maar dat die is aangeleerd. Jonge ganzen vliegen in hun eerste winter achter hun ouders aan naar het overwinteringsgebied. Dus, bedacht Von Essen, als jonge dwergganzen worden opgevoed door brandganzen die in Nederland overwinteren, moet het lukken de trekroute te verleggen.

Von Essen haalde zo'n dertig eieren weg bij dwergganzen in Zweedse dierentuinen en legde die in de nesten van brandganzen in midden Zweden. De brandganzen accepteerden direct hun rol als adoptieouder. En de dwergganzen accepteerden de brandganzen als hun ouders. Het is bekend dat ganzen elk levend wezen als ouder aannemen dat zij als eerste zien als ze uit het ei komen. Zo zijn er ganzen opgegroeid op boerderijen in de veronderstelling dat zij een hond waren. Kunstmatig ganzen fokken om de wildstand te verbeteren is dan ook geen makkelijke klus. Om te voorkomen dat het jonge gansje de rest van zijn leven achter zijn menselijke verzorger aanloopt en niet vrij gelaten wil worden, moet de verzorger zich hullen in lakens, zodat zijn menselijke vormen onzichtbaar blijven.

Toen de jonge dwergganzen bijna zo groot waren geworden dat ze konden vliegen, bracht Von Essen het hele gezelschap over naar een kolonie wilde dwergganzen in Zweeds Lapland. De brandganzen pakten hun opvoedende taak weer op en leerden hun adoptiekroost de vleugels uitslaan. Vervolgens begonnen de brandganzen aan hun winterse vlucht naar Nederland. De jongen vlogen braaf hun adoptieouders achterna om via de kust van West-Europa op de sappige Nederlandse weilanden terecht te komen.

In de lente keerden de dwergganzen op eigen gelegenheid weer terug naar Lapland, terwijl hun adoptieouders terugvlogen naar midden Zweden. Een eerste succesje voor Von Essen, die daarmee had bewezen dat ganzen hun trekroute inderdaad aanleren. Maar het concept 'voortplanting' snapten de beestjes niet. De geadopteerde dwergganzen dachten dat ze brandganzen waren en zagen in het hoge noorden geen soortgenoten om mee te paren.

Von Essen bracht jaar na jaar vers uitgebroede dwergganzen met adoptieouders naar Lapland, maar slechts een handjevol dwerggansparen dook in de lente samen het nest in. In 1999 waren er in de loop van achttien jaar driehonderdvijftig dwergganzen gefokt en vrijgelaten. Zo'n vijftig keerden terug in Lapland, maar het aantal broedparen bleef constant op twee of drie.

Een hopeloos project, zo leek het. De zorgwekkende resultaten van een onderzoek van de Finse Oulu universiteit in 1998 kwamen daar nog eens bovenop. Blijkbaar hadden de dwergganzen in de Zweedse dierentuinen, waarvan de eieren werden gebruikt om te fokken, af en toe een kolgans tot partner gekozen. Hun nakomelingen hadden daardoor geen raszuivere genen.

Dat betekende dat een Fins fokproject eveneens rasonzuivere dwergganzen afleverde, want daar werden eieren uit het Zweedse fokprogramma voor gebruikt. Ook dit programma was niet erg succesvol. Anders dan in Zweden werden geen pogingen gedaan de trekroute van de vogels te verleggen. De jonge dwergganzen, die kunstmatig waren uitgebroed, werden naar een kolonie in noord Finland gebracht en daar losgelaten. De vogels trokken met de andere dwergganzen mee naar de traditionele overwinteringsgebieden in Hongarije, waar ze vaak slachtoffer werden van jagers. Zo'n tien procent keerde terug en geen van de vogels bracht het tot broeden.

Zodra bekend werd dat het om rasonzuivere vogels ging, zijn er in Finland geen gefokte dwergganzen meer vrijgelaten. In Zweden is het fokprogramma iets later gestopt, met het overlijden van Von Essen in 2000. De hoop was dat het probleem van de rasonzuivere dwergganzen daarmee vanzelf zou verdwijnen, omdat de kolonie het zonder aanvoer van gefokte ganzen toch niet zou redden. Vreemd genoeg lijkt het de laatste jaren ineens wat beter te gaan met de Zweedse dwergganzen. Er zijn nu zo'n honderd vogels, waaronder vijftien broedparen, die in Nederland overwinteren. En daarmee spelen de zorgen van ornithologen weer op over de schade die de rasonzuivere ganzen kunnen toebrengen aan de 'echte wilde' ganzen.

Misschien is het eigenlijk niet zo erg als de Nederlandse dwergganzen een 'jachtongelukje' krijgen? ,,Ornithologisch gezien is afschieten een juist standpunt, vooral omdat de dwerggans nog niet uitgestorven is'', zegt Bart Ebbinge van het Wageningse onderzoeksinstituut Alterra. Ebbinge is voorzitter van de Goose Specialist Group van Wetlands International. ,,Maar afschieten ligt gevoelig. Ik ben er ook geen voorstander van.''

En zo zijn natuur én mens in nood geraakt, door goed bedoeld maar verkeerd uitgepakt ingrijpen. Hadden de Zweden in de jaren tachtig van de ganzen moeten afblijven? Wetenschapper Ebbinge vind het een moeilijke vraag. Er zouden dan geen rasonzuivere dwergganzen in de natuur zijn verschenen. Maar anderzijds: als begin jaren tachtig nauwkeurig genetisch onderzoek mogelijk was geweest, waren nooit rasonzuivere eieren gebruikt en bestond er nu een mooie nieuwe kolonie dwergganzen, met het veilige Nederland als overwinteringsgebied. Dat perspectief rechtvaardigt ingrijpen, vindt Ebbinge uiteindelijk, samen met de dwerggansliefhebbers Douwma en Ouweneel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden