Review

De duvel is bang en de heks is een schatje

Eén groot omkeerboek. De wereld op zijn kop. Een mirakels carrousel van echt en zotteklap. Dat is het nieuwe boek van Peter van Gestel (60), 'Mariken'. Het is geïnspireerd op het laat-Middeleeuwse mirakelspel 'Mariken van Nieumeghen', (geschreven tussen 1490 en 1510), maar Peter Van Gestel heeft de ingrediënten van het spel door elkaar gehusseld en er laat-twintigste-eeuwse smaakmakers doorheen gestrooid, zoals: er staat niet wat er staat, en: niets is wat het lijkt.

Peter van Gestel behoort tot de top van de Nederlandse jeugdboekenschrijvers maar heeft niet de bijbehorende erkenning. Een Zilveren Griffel voor 'Uit het leven van Ko Kruier' (1984), over een intelligente Amsterdamse puber die het wereldse gewoel van cynisch commentaar voorziet, de Nienke van Hichtumprijs voor het vervolg daarop: 'Ko Kruier en zijn stadsgenoten' (1985), en een paar Vlag-en-Wimpels heeft hij gekregen. Meer niet. En ook geen grote bekendheid. Misschien komt dat doordat zijn boeken enige leeservaring vergen, leesliefde, en het geduld om je te verdiepen in personages die geen doorsnee-typen zijn en vanuit niet-alledaagse situaties de wereld aanschouwen. Toch schrijft Van Gestel heel toegankelijk, het is alleen - bij wijze van spreken - geen patat maar delicatesse. Zoals het prachtige 'Lieve Claire' (1994), rijk aan contrasten en subtiele observaties, aan gevoelens en gedachten van een 15-jarige puber met meer innerlijke rijpheid dan menig volwassene.

Ook 'Mariken' biedt geen hapklare pap. Het motto voorin is een tekst uit de oude 'Mariken van Nieumeghen': Die Duvel: Schoon kint, en vreest grief noch smerte; Ick en sal u hindere, grief noch quaet doen. Het zijn de woorden waarmee de duivel, in mensengedaante, haar verleidt. Zeven jaar lang leeft Mariken met de satan, die allerlei onheil aanricht. Op een dag ziet ze een wagenspel, Masscheroen, dat leert dat God berouwvolle zondaars vergeeft. Hierdoor komt ze tot inkeer over haar zondig leven, biecht, en krijgt uiteindelijk vergeving.

Staat in de oude 'Mariken' volkomen vast wat goed en slecht, zwart en wit, rijk en arm, en spel en ernst is, de nieuwe is de fase dat die zekerheden ter discussie gesteld worden al voorbij: ze worden omgedraaid, binnenstebuiten gekeerd en samen in één borrelend potje gekookt. Zo is Van Gestels Mariken een onbedorven meisje, dat ondanks haar omgang met de Duvel helemaal geen vergeving nodig heeft. Ze heeft wel wat van Viegeltje, uit het gelijknamige boek van Joke van Leeuwen: een niet volgens doorsnee-mensennormen opgevoed meisje dat onbevreesd haar eigen gang gaat.

Mariken is een vondelingetje, door de oude zonderling Archibald in het Waanwoud opgevoed met geitenmelksepap en met 'De mensheid is een klucht', een boek met perkamenten bladzijden vol wonderlijke verhalen en tekeningen over het leven van de mensen op aarde, geschreven door een verrukkelijke fantast. (Zulke boeken bestonden inderdaad, zoals 'Schimpff und Ernst' van Johannes Pauli uit 1522). Als Mariken ergens tussen de vijf (één hand) en tien (twee handen) jaar oud is sterft de geit. Ze schrijft op een briefje voor Archibald: 'Ik ga op de markt een andere geit kopen', en gaat welgemoed de wereld in, slechts gekleed in een broek van hazebont. Omdat ze 'De mensheid is een klucht' uit haar hoofd kent, denkt ze de mensenwereld te kennen. Dat valt tegen. Tegelijkertijd laat haar onbevangen blik op de wereld de lezer zien hoe gevangen deze zelf zit in versteende betekenissen. In een kerk, voor haar simpelweg een groot huis, gaat het zo:

Bij een stille vrouw bleef ze staan.

De vrouw droeg een vaalgrijze jurk en om haar hoofd en hals een geplooide doek. In haar armen hield ze een kind. De vrouw en het kind waren van steen. (...)

'Jij bent Maria,' zei Mariken. 'Is dat kleine meisje van jou of heb je het gevonden?'

Ze ging op haar tenen staan, keek naar het blote kind.

'Een jongetje,' zei ze teleurgesteld.

Op een hachelijk moment wordt Mariken opgetild door de Duvel. “'Je hebt me gered,' zei Mariken. 'Je mag mijn ziel hebben.' De Duvel moest onbedaarlijk lachen.” De duvel blijkt een aardige toneelspeler te zijn die met evenveel verve Maria speelt. Hij neemt haar mee naar zijn troep wagenspelers - ze spelen onder meer Masscheroen - waar ze liefdevol wordt opgenomen. Met de metamorfosen van de spelers begint het wiel van echt en niet-echt, spel en ernst, waar en onwaar, op volle toeren te draaien. Zo wordt de duivel goed, en wat goed heet, zoals de lijfarts van de Gravin, slecht. De waan van het Waanwoud bevat soms meer waarheid dan het 'echt gebeurd' van de mensenwereld. Rijk blijkt arm te zijn en arm rijk; de duvel is bang en de heks een schatje. De duivel blijkt uiteindelijk de zoon van God te zijn, en God en de duivel hebben allebei een zwak voor Maria. En dit op een manier die zelfs voor de EO geen blasfemie kan zijn.

Van Gestels 'Mariken' is, hoezeer ook gesitueerd in de Middeleeuwen, toch ook een eigentijdse moraliteit.

Over de kracht van verhalen vertellen of spelen, over waar het in het leven om gaat: liefde, oorspronkelijkheid, het afleggen van ijdelheden. En dat in spetterend rappe dialogen, prachtige zinnen ('Mijn ziel is een meisje met koude voeten'), ondeugende mythische verhalen en uiteindelijk een paar verrassingen, die nota bene naar een gelukkig einde leiden. Want met hoeveel plezier Van Gestel vanzelfsprekendheden ook loswrikt en heiligheden relativeert, één ding staat vast: Het spel moet een troost zijn. Zijn boek is meer dan dat: het is genieten, gymnastiek voor de geest en voedsel voor de ziel. Het kan een bekroning niet meer mislopen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden