DE DUIZENDPOOT

Internationaal telt het Nederlandse topvoetbal mee. Als paddestoelen rijzen de hypermoderne stadions uit de grond. De afstand tussen de toptwee en de rest van het deelnemersveld is weliswaar te groot geworden, maar waar is ook dat in dit land in doorsnee heel aardig aanvallend wordt gevoetbald. Deze week in Trouw een serie van zes voetbalverhalen over uiteenlopende thema's rond de populairste tak van sport.

Wie onder meer trainer van Ajax en bondscoach bij het Nederlands elftal is geweest, wordt acht jaar na de AOW-grens niet meer in een leidinggevende positie in het snel professioneler wordende profvoetbal verwacht. Dat George Knobel deze uitdaging nog wel aangaat, heeft diverse oorzaken. “Het is een aangename besteding van mijn vrije tijd. Ik heb totaal geen nostalgische gevoelens ten opzichte van RBC. Die club en ik hebben tenslotte heel lang niks meer met elkaar te maken gehad. Zeven jaar geleden werd ik hier ook al eens teruggevraagd. Toen zag ik er niets in. RBC werkte toen met een begroting van zeven ton. Dat is nu veranderd in een begroting van ruim vijf miljoen gulden. Bij zo'n bedrag hoort professionalisering. Wel, eerst was oud-doelman Frank Brugel in beeld als manager. Toen hij afhaakte, kwam de club bij mij terecht. Ik vond het een leuke uitdaging, maar als RBC morgen een jonge geschikte vent voor deze post vindt, ben ik weer weg.”

George Knobel heeft veel meegemaakt in het profvoetbal. De eerste jaren van het betaald voetbal maakte hij nog mee als speler. “We noemden het betaald voetbal, maar in feite waren we amateurs. We kregen een rijksdaalder voor een training en dertig gulden voor een overwinning. Ik haalde het zuidelijk elftal, maar de verdiensten waren nog zodanig, dat ik in Roosendaal mijn baan bij Philips niet wilde opgeven voor een betere club dan RBC. Er was in die jaren vijftig in Nederland precies één speler die 10 000 gulden verdiende, dat was Coen Moulijn van Feyenoord. Nadat ik was gestopt met voetballen, ben ik met 35 spelers en twee ballen als trainer begonnen bij een clubje in Fijnaart.”

Toen bleek dat in Knobel een gedreven oefenmeester schuilging, maakte hij in 1963 de overstap naar de tweededivisieclub De Baronie. Tussen 1967 en 1973 diende hij MVV en het was vooral bij die club dat hij naam maakte. Hij deed het zelfs zo goed, dat Jaap van Praag hem voor het trainerschap naar Ajax haalde. “Het was voor mij een enorme eer, dat het grote Ajax mij kwam halen. In mijn jeugd had ik nooit luxe meegemaakt. Voor een jongen uit een eenvoudig arbeidersmilieu in Roosendaal was een baantje in de borstelfabriek min of meer het hoogst bereikbare. Als je 25 jaar op de fabriek had gewerkt, kreeg je een zilveren medaille. Dat had ik mij al vroeg voorgenomen: in het leven zou ik nooit voor een medaille gaan. Ik heb alleen maar lagere school. Heel graag wilde ik naar de mulo, maar mijn vader vond dat ik als jongen van dertien beter kon gaan werken. Met die achtergrond kwam ik in 1973 dus bij Ajax terecht. Helaas was de club toen net door alle successen verziekt en bovendien ging Johan Cruijff al na twee wedstrijden naar Barcelona. Toch was Ajax een mooie ervaring. Ik liet er zelfs een veel gunstiger contract voor drie jaar bij MVV voor lopen.” Het Amsterdamse avontuur duurde niet eens een vol seizoen. In een boulevardblaadje liet Knobel zich ontvallen dat Ajax ten onder ging aan drank en vrouwen, hetgeen Jaap van Praag en de zijnen er toe verleidde vijf wedstrijden voor het einde van de competitie met deze trainer te breken. Zijn opvolger werd Hans Kraay. Hij kreeg amper een jaar later de bons.

Het ontslag in De Meer tastte de goede naam van Knobel als vakman niet aan. Vooral Johan Cruijff liet zich keer op keer lovend uit over de Brabander. Dat leidde in de zomer van 1974 tot een hereniging, want toen stelde de KNVB hem aan als bondscoach. Rond de EK-eindronde van 1976 ging Knobel vervolgens in een web van bondsintriges onderuit. Zijn goede relatie met Johan Cruijff bleef echter altijd intact. “Johan is iemand die altijd veel te vertellen wil hebben. Daar had ik nooit moeite mee, want hij was uniek. Johan is bovendien een bijzonder sociale jongen. Eén keer heb ik als bondscoach uit sociale overwegingen een speler opgesteld. Dat was Wim van Hanegem. Hij had problemen bij Feyenoord. Johan heeft zich toen bij mij sterk gemaakt voor Willem. Dat ging ten koste van Willy van de Kerkhof. Ik heb Willy eerlijk verteld waarom ik Van Hanegem liet spelen. Als dank heb ik daar alleen maar kritiek van Willem voor gekregen. Dat heb ik nooit begrepen. Het zelfde overkwam Cruijff. Hij maakte zich sterk voor Van Hanegem en vervolgens zei Willem in interviews voortdurend lullige dingen over Cruijff. Onbegrijpelijk.”

Na een twee jaar durende rentree bij MVV - dat hij terug bracht naar de eredivisie - en anderhalf jaar Beerschot, was het Cruijff die Knobel op het Aziatische pad zette. “Johan speelde met de Washington Diplomats op zeker moment in Hongkong. De bond van Hongkong zocht een coach en toen heeft Johan mij aanbevolen.” Het resulteerde in jarenlange arbeid bij clubs en bond in Hongkong.

En nu dan wil George Knobel op zijn oude dag RBC dus nog eens dienen. Hij is nog topfit en ziet er absoluut niet uit als een man van 73 jaar. “Ik heb niet de intentie om oud te worden, wel de intentie om gezond te blijven. Ik zit nog elke dag op de racefiets, in mijn tuin zet ik af en toe een loopcircuitje uit en met mijn vrouw wandel ik dagelijks vele kilometers. Bovendien rook ik niet en drink ik geen alcohol.”

Als algemeen manager draagt hij nog steeds het trainingspak en staat hij debuterend hoofdtrainer Jan Poortvliet terzijde. “Maar behoudens ziekte van Jan, zal ik nooit meer voor de groep als trainer staan.” Wie er ook met de selectie van RBC werkt, Knobel benadrukt dat hoge verwachtingen niet realistisch zijn. “Hooguit twee spelers kunnen het niveau van de eredivisie aan. Het gaat hier om semi-profs die hun baan in de maatschappij niet willen opgeven. Ik heb in hetzelfde schuitje gezeten, dus ik begrijp die jongens. Wel houd ik de spelers voor dat zij, eenmaal aan het werk, als een full-prof bezig moeten zijn.”

Daar wringt soms de schoen. Knobel: “De dag voor ik hier begon, werd Edwin Grünholz van FC Den Haag overgenomen. Die jongen is als zaalvoetballer international. Hij kreeg van het bestuur toestemming om te blijven zaalvoetballen. Dat kan dus niet. Maar ja, in zijn contract is die toestemming vastgelegd. Ik vind het belachelijk, al begrijp ik Grünholz, want voor hem is het geld van dat zaalvoetballen ook belangrijk. Maar met serieus profvoetbal heeft zo'n regeling niets te maken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden