De duivel op het terras

De tafel bij 'Jinek' zat vol met televisiemakers die vertelden over de leuke uitzendingen die ze rond de Tour zouden gaan maken. Ze lachten daarbij veel naar elkaar. Eva Jinek lachte ook. Op de tweede rij zat verslaggever Jeroen Wielaert. Hij zei ook iets en hield twee ingelijste bierviltjes omhoog.

Het ging over Utrecht.

De stad van het Evenement. De stad waar over zeven dagen het 'grootste wielerspektakel van de wereld' van start gaat. En het was ooit begonnen bij Jeroen Wielaert, en een aantal trefwoorden neergeschreven op twee bierviltjes in een café. 'Rabobank', stond erop (zo oud was het viltje) en 'Jaarbeurs' en 'Cap Gemini'.

Een televisiemaker zei dat de stad intussen helemaal Tourgek was.

Ik dacht: ja hoor. Media en hun superlatieven. Jan Kuitenbrouwer schreef er deze week een mooi stukje over in NRC. Altijd die schrille hoge tonen. De uitroeptekens. Voor Griekenland is het al jaren vijf voor twaalf.

En Utrecht is helemaal Tourgek!!!!

Ik pakte de fiets om me in die zogenaamde Tourgekte te storten. Ik ken deze stad. Ontspannen, kalm, een bestaan in de schaduw van luidruchtiger steden als Rotterdam en Amsterdam. In het midden een toren. De rest schurkt er zich behaaglijk tegenaan. Je kunt op drie plaatsen een buitenlandse krant kopen. Meer buitenland hoeft niet. In het hart van de stad is een boekhandeltje, een antiquariaat, dat al jaren dicht is. De boeken in de etalage zijn verbleekt en opengesprongen in het zonlicht.

Zo stil is Utrecht.

Ik was de bocht nog niet om of voor me langs kruiste een hoogbejaarde heer op een renfiets, volledig in wielertenue. Hij droeg een witte trui met een rode baan over de borst. Zijn rug was krom. Voor ik van de verbazing was bekomen, was hij al uit zicht verdwenen.

Ik fietste, iets minder zeker van mijn zaak dan voorheen, door naar de Jaarbeurs, direct achter het station, start- en eindpunt van de eerste etappe. Ik passeerde op weg daarheen steigers met matrixborden, waarop bezoekers welkom geheten werden voor Le Grand Départ. Een van de beurshallen droeg de banieren van de Tour, en wordt ingericht als pershal. Op het parkeerterrein was een enorm paviljoen verschenen, met tentdakjes en een veranda - verblijfsruimtes voor de vips en organisatoren. Boven winkelstraten wapperden plastic Tourvaantjes aan strakke kabels. Ze maakten in de wind een ratelend geluid. In etalages voor servies, voor boeken, voor kleding, voor antiek prijkten renfietsen. Bomen zagen hun stammen gehuld in bolletjestruien. Bij kassa's lag overal het officiële Tourprogrammaboekje uit, met facts&figures, ploegenoverzichten, en tientallen feestelijke side events. Uit het parcours waren vluchtheuvels en andere obstakels weggeslepen. Borders werden met verse bloemen ingeplant, dood hout uit acaciabomen langs het parcours gezaagd, bermen gemaaid. Op een terras zag ik de duivel, de Tourduivel, le diable, met z'n drietand.

Thuis vertrok ik naar mijn werkkamer. Toen ik naar buiten keek, zag ik mijn vrouw. In een tenue dat ik niet kende. Met een renfiets. Uit mijn keel ontsnapte een schril toontje.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden