De duimdruk van de beeldhouwer

interview | Kunstenaars vertellen in de serie De Schepping hoe hun werk tot stand komt. Vandaag Jan Teeuwisse, directeur van museum Beelden aan Zee, over de nieuwe gipsotheek.

Op de schoorsteenmantel bij mij thuis staat een klein bronzen beeldje van Joseph Haydn, gemaakt door Arie Teeuwisse (1919-1993). Je herkent de componist onmiddellijk aan zijn lange kapellmeistersjas, het dirigeerstokje en de karakteristieke krullen onderaan zijn pruik.

Het beeldje is een van de vele studies die Teeuwisse maakte voor het portret van Haydn dat hij in opdracht van de gemeente Utrecht voor Vredenburg maakte. Er bestaat een heel aantal van die bronzen beeldjes.

Zo werkte hij vaak, vertelt zijn zoon Jan, die directeur is van Museum Beelden aan Zee. "Die beeldjes vormden voor hem een manier om in het onderwerp te kruipen. Zijn atelier lag ook altijd vol met knipsels uit tijdschriften. Schriftjes vol afbeeldingen verzamelde hij. En hij luisterde eindeloos naar al die symfonieën van Haydn."

Beeldhouwen is geen kwestie van even een idee in brons gieten. Net als schilders zoeken beeldhouwers eindeloos naar inspiratie en naar de juiste manier om iets af te beelden. Dat betekent uitproberen en steeds opnieuw beginnen. Meestal eerst op klein formaat. Tot de kunstenaar tevreden is. Maar terwijl schilders zich redden met potlood en papier, moeten beeldhouwers ook in de ontwerpfase driedimensionaal werken.

Als kind ging Jan vaak mee naar het atelier van zijn vader op Wittenburg, een van de oostelijke eilanden in Amsterdam. In een deel van een oude school hadden kunstenaars als Cor Hund en Constant Nieuwenhuis vanaf eind jaren veertig een schoollokaal tot hun beschikking. Daar arriveerden de vrachtwagens die grote hoeveelheden 'broodjes klei' en zakken gips afleverden. "Als kinderen mochten mijn broer, zus en ik helpen met het aanmaken van gips. Dat gebeurde in grote teilen waarin water en gips in een bepaalde verhouding werden gemengd. En dan moesten we roeren. Dat was best spannend, want gips wordt snel hard, dus we moesten hard werken om het op tijd af te hebben."

Pas veel later begreep Jan hoe belangrijk dat gips was als onderdeel van de lange weg naar een eindresultaat. Gips is het materiaal waarmee beeldhouwers graag werken in de fase van het 'schetsen', het zoeken, het uitproberen. Pas daarna volgt het beeld in brons.

Deze week opent Jan Teeuwisse in zijn museum een gipsotheek, waarin een grote verzameling gipsen studies is te zien van Nederlandse beeldhouwers van de afgelopen anderhalve eeuw.

Hoe gaat het maken van een zo'n beeld eigenlijk in zijn werk?

Teeuwisse: "Je neemt een houten plankje. Daarop maak je met ijzerdraad, houtjes en allerlei andere troep het globale silhouet van het beeld dat je in gedachten hebt. Dat heet de armatuur. Daaromheen boetseer je een beeld in klei of was. Vervolgens zet je op de helft van dit beeld een rij koperen plaatjes tegen de klei of de was aan, van boven naar onder en aan de andere kant weer terug. Vervolgens wordt de natte gips tegen het beeld gestreken. Als dat droog is, kun je door die rij koperplaatjes het gips er in twee helften vanaf halen. Zo heb je een mal gemaakt, waar je gips of ander materiaal in kunt gieten om hetzelfde beeld nu in bestendiger materiaal beschikbaar te hebben. Dat beeld is óf de schets waarmee de beeldhouwer verder op zoek gaat totdat hij tevreden is, of het model dat bij de bronsgieter wordt afgeleverd of uitgangspunt is bij het hakken van dezelfde voorstelling in steen."

Wat is er zo interessant aan die gipsen schetsen dat daar een speciale afdeling voor moet komen?

"Aan de schetsen kun je zien welke weg de kunstenaar heeft afgelegd naar het eindproduct. Ze laten in feite het creatieve deel van het proces zien. Door de gipsen kom je het dichtst bij de duimdruk van de kunstenaar. Mochten er ooit nog onbekende gipsen van Rodin gevonden worden, dan zouden die om die reden onbetaalbaar zijn.

"Kunstenaars werken veel met gips omdat het relatief makkelijk materiaal is. Het is goedkoop en je kunt er snel mee werken, bijvijlen enzovoorts. Ideaal dus om ideeën uit te proberen. De uitprobeersels in het gips hebben bovendien als voordeel dat de witte kleur onbarmhartig alle tekortkomingen blootlegt. Ook kun je je door dit materiaal goed voorstellen hoe het er in steen uit gaat zien. Soms worden ze beschilderd met schellak, dat de kleur van brons heeft, om nog beter te zien hoe het eindresultaat zal zijn."

Worden die schetsen standaard bewaard?

"Nee, als de opdracht af is, is het gipsmodel overbodig. Zeker de grote exemplaren vormen een sta-in-de-weg in een atelier. Neem de Dokwerker van Mari Andriessen. Het gipsmodel van tweeëneenhalve meter hoog stond in zijn tuin weg te regenen.

"Als het model wordt bewaard, is dat vaak om emotionele redenen. Sommige kunstenaars willen hun werk om zich heen hebben. De grote gipsen van mijn vader stonden vaak in de gang. Tot iemand er bijvoorbeeld zijn fiets tegenaan knalde en er iets kapot ging. Dan moest het weg. Op Wittenburg smeten de kunstenaars de gipsen beelden gewoon in de plomp. Ze smolten dan vanzelf. Hoewel dat soms lang duurde en dan staarden de beelden je nog een tijdje aan vanuit het water. Maar in de tuin van kasteel Nijenhuis staat een gipsen Wilhelmina van Charlotte van Pallandt op ware grootte. Die is bewaard, omdat iemand daar toevallig plek voor had."

Maar nu is hier een gipsotheek.

"Ja. We hebben hier een geheel nieuwe ruimte met talloze gipsen van beroemde beelden. Van de Dokwerker, van Anne Frank en Wilhelmina, om er maar een paar te noemen. In 2009 hebben we al eens een tentoonstelling met gipsen van vier kunstenaars gehad. Daar kregen we heel positieve reacties op. We weten ook dat gipsotheken in het buitenland populair zijn.

"Een aantal jaren geleden begon het idee voor een gipsotheek te groeien. Wij kregen van het Frans Hals Museum de gipsen uit het atelier van Mari Andriessen in bruikleen. Daarna schonken de erven van Cor Hund ons 800 schetsen. En in 2005 kregen we ruim vijf ton van de BankGiroLoterij om ons idee voor een gipsotheek uit te voeren. Toen zijn we ook bewust schetsen gaan aankopen. Niet alleen van gips, ook van hout of brons. Ook erven van andere beeldhouwers schonken stukken, terwijl de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de Rijksakademie grote bruiklenen afstonden.

"Het interessante is dat we nu onbedoeld een soort kunstgeschiedenis van de moderne Nederlandse beeldhouwkunst hebben aangelegd. Die begint bij Jan Bronner, maker van onder andere het Hildebrandmonument in Haarlem, die decennialang belangrijke kunstenaars als Mari Andriessen en Cor Hund heeft opgeleid aan de Rijksakademie. In de gipsotheek valt pas goed op hoe laat de beeldhouwkunst de stap naar modernisme is gaan maken. Tot in de jaren zeventig moesten leerlingen aan de Rijksakademie realistisch werken."

Gaat er doorgaans veel gips doorheen voor een beeldhouwer tevreden is?

"O ja, er wordt enorm geworsteld. Beeldhouwers vinden schilders dan ook maar oppervlakkige figuren. De reden voor dat getob is waarschijnlijk dat beelden vaak voor de openbare ruimte zijn bedoeld. Het zijn vaak monumenten. Dan weegt de opdracht zwaar. In Nederland kwam de beeldhouwkunst pas goed van de grond na de Tweede Wereldoorlog, omdat er toen veel monumenten werden gevraagd.

"Neem Cor Hund. Die is tien jaar bezig geweest met een beeld van Multatuli. Zo'n 150 gipsen beeldjes hebben wij daarvan in de gipsotheek. Maar hij was steeds niet tevreden. Vooral niet toen hij ontdekte dat Multatuli - als schrijver toch de Shakespeare van Nederland - als privépersoon helemaal niet zo hoogstaand was. Toen besloot hij niet Multatuli zelf maar twee personages uit de Max Havelaar af te beelden, Saïdjah en Adinda. Na tien jaar gaf hij de opdracht terug. Als je nu in de gipsotheek al die beeldjes ziet, zie je hem worstelen met het ethische vraagstuk maar ook met de stijl. Je ziet hem zoeken naar de juiste hoogte van het voetstuk, naar de vorm, twijfelend tussen figuratief en abstract."

Zijn de gipsen te beschouwen als kunst?

"Dat is een lastige vraag. Ja, ze zijn met een speciale bedoeling gemaakt door kunstenaars om tot dat ene werk te komen. Nee, het zijn slechts halffabrikaten, gemaakt om in brons of in steen te worden uitgevoerd. Al komt het voor dat de gipsen voorstudie beter is dan het eindresultaat.

"Of het kunst is hangt eigenlijk af van de beschouwer. Vlak boven Venetië is de gipsotheek van Canova. Het publiek bewondert de gipsen daar alsof het de uiteindelijke kunstwerken zijn. Wij hebben een gipsmodel gekregen van een portret door de beroemde Fransman Charles Despiau. Dat beschouwen we als een belangrijk stuk in onze collectie."

Zijn ze veel waard?

"Ook dat hangt er vanaf. Als er gipsen van Brancusi op de markt zouden komen, zouden ze meer waard zijn dan het eindproduct. Dan zit je zo dicht op de vingers van die man, dat het bijna archeologie wordt. En dat is in het geval van een grootheid heel waardevol. Dat heeft ook te maken met schaarste.

"Maar is een kunstenaar minder bekend, dan hebben de gipsen ook minder betekenis. Als we alle voorstudies krijgen voor een beeld in een plantsoen in Bloemendaal, denken we: tja, wat moeten we ermee. We krijgen vaak hele ateliers van overleden kunstenaars aangeboden. Maar we willen geen bewaarplaats worden."

We nemen een kijkje in de gipsotheek. Daar zie je dat gipsen toch anders worden behandeld dan voltooide kunstwerken. De vitrines staan hutje-mutje volgepropt. Zo dicht naast elkaar geplaatst laten de modellen zien hoe de kunstenaar zocht en vond. De hoogte van de sokkel, de balans, waar komt het hoofd, waar de vlag? Soms toont het gipsen beeld wat de echte bedoeling was van de kunstenaar. Zo heeft de vrouw van het oorlogsmonument in Vorden een rok aan, maar is ze in gips bloot. Kennelijk vond de opdrachtgever dat idee van kunstenaar Willem Reijers niet geschikt. Van de Anne Frank die op de Westermarkt in Amsterdam staat, van Mari Andriessen, is ook een zittend model te zien. Zijn grote Dokwerker is dan wel weggeregend in zijn tuin, drie kleinere modellen zijn hier te zien. En dan valt op hoe het beeld steeds theatraler wordt, hoe de knuisten belangrijker worden en de man steeds verder achterover helt. Teeuwisse: "Je ziet veel kunstenaars zoeken naar de grote lijn, de grote vorm. En dan sluipt er steeds meer abstractie in. Andriessen en Hund: ze maken symbolen in plaats van puur naturalistische afbeeldingen."

De gipsotheek met ruim 1000 schetsen leert de kijker veel over de totstandkoming van de beelden, maar heeft nog een andere functie. Teeuwisse: "De gipsafgietsels zijn ook historisch erfgoed, omdat ze kunnen worden gebruikt om een nieuwe mal te maken. Stel dat we de Dokwerker door bronsdieven kwijtraken, dan kan ons gipsmodel als voorbeeld voor een nieuw beeld dienen."

De gipsotheek, onderdeel van museum Beelden aan Zee, gaat op 15 november open. Een dag eerder verricht Paul Witteman, neef van Mari Andriessen de opening.

Beelden aan Zee, Harteveltstraat 1, Scheveningen. www. Beeldenaanzee.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden