De dubieuze rol van de judoka

Archief Anton Geesink werpt nieuw licht op de 'judas-affaire' van 1998

Afgelopen week verschenen die oude, ontluisterende beelden weer op televisie: IOC-lid Anton Geesink die zijn verslagen, op de rug liggende vijand Wouter Huibregtsen verbaal vol natrapt. Het was het dieptepunt van de geruchtmakendste zaak uit de Nederlandse olympische bestuursgeschiedenis, die als de judasaffaire de boeken in ging.

Aan de vooravond van de Winterspelen van 1998 in Nagano kreeg Nederland naast Geesink een tweede IOC-lid. Wouter Huibregtsen, voorzitter van NOC-NSF, was na een democratische tweestrijd met Ard Schenk door de sportbonden voorgedragen bij IOC-voorzitter Samaranch. Volslagen onverwacht werd echter kroonprins Willem-Alexander op het olympische schild gehesen.

Huibregtsen ontstak in woede. In een interview met de Volkskrant verweet hij de kroonprins een belofte te hebben geschonden, waarbij de termen 'judas' en 'saboteur' op de voorpagina verschenen. Huibregtsen ontkende die bewoordingen te hebben gebruikt, ze werden wel zijn ondergang.

Geesink ontpopte zich vervolgens als de wraakzuchtige straatvechter die jaren later in de biografie 'Een killer in kimono' treffend werd uitgetekend. "Ik ben ervan overtuigd dat hij voor de Nederlandse sport niets goeds heeft gedaan, absoluut niets", zei Geesink voor de televisiecamera's over Huibregtsen. "Het is een lastpost geweest, meer niet."

Dat klonk als een persoonlijke afrekening van de voormalige judoreus die met elke NOC-NSF-voorzitter op voet van oorlog leefde. Nu blijkt dat daadwerkelijk zo te zijn geweest. De vorige week geopende archieven van uitgerekend Geesink werpen licht op de duistere zaak.

Bijvoorbeeld op de rol van Geesink, die IOC-voorzitter Samaranch in een brief ten sterkste had ontraden de kandidatuur van Huibregtsen serieus te nemen. "Het zou uw geloofwaardigheid ernstig schaden." Terwijl Geesink had gezegd neutraal te zijn toen hij zich bij de keuze voor Huibregtsen of Schenk van stemming onthield.

Belangrijker is een zinsnede uit de correspondentie tussen het Koninklijk Huis en NOC-NSF over de toetreding in 1994 van Willem-Alexander als beschermheer tot de sportkoepel. Dat was op verzoek van Huibregtsen, die van zijn IOC-aspiraties nooit een geheim maakte en de kroonprins had gevraagd naar zijn mogelijke plannen op dat gebied. Het schriftelijke antwoord van zijn secretaris Jurriaan Kraak luidde: "Het is niet de ambitie van de Prins van Oranje om lid van het internationaal Olympisch Comité te worden".

In dat licht was de woede van de ambitieuze Huibregtsen alleszins begrijpelijk: 'op laffe wijze' verraden door de beschermheer van de Nederlandse sport die hij zelf had binnengehaald.

Willem-Alexander was voor zijn presentatie als IOC-lid aan geheimhouding gebonden, net zoals Geesink dat was in 1987 bij zíjn al even onverwachte toetreding tot het controversiële IOC. Datzelfde jaar nog bewees de Salt Lake City-affaire hoe omkoopbaar veel van haar leden waren.

De afwezigheid van democratie en transparantie is een erfenis die zich de afgelopen jaren tegen het IOC is gaan keren. In 1998 worstelde de Nederlandse sport er dus mee. Want betekende dat verrassende tweede IOC-lid van koninklijke bloede op de balans nu winst of verlies?

Vaststaat dat de transformatie van 'beschermheerschap in zelfbeschermheerschap' van WA (Huibregtsen in de Volkskrant) en de daarmee uitgelokte woede-uitbarsting de Nederlandse sport geen goed heeft gedaan, al valt de totale schade moeilijk te peilen.

In tegenstelling tot wat Geesink beweerde, was de uitgerangeerde Huibregtsen wel degelijk van grote betekenis geweest. Na zijn aantreden in 1990 bij het toen nog nietige olympische selectie- en reisbureau NOC tekende hij vlot de contouren van de invloedrijke organisatie die NOC-NSF is geworden.

Door zijn inspanningen werd sport van een als tamelijk nutteloos beschouwde bezigheid tot fenomeen van maatschappelijke betekenis. Hij vocht voor faciliteiten en arbeidsvoorzieningen voor de genegeerde topsporter. Als directeur van McKinsey benutte hij zijn uitgebreide zakennetwerk; in de weekeinden was hij op de velden tussen de sporters te vinden.

Midden in dat zich snel voltrekkende proces stokte de ontwikkeling met de judas-affaire. Binnen de sport werd die opgevat als een 'nietige gebeurtenis met disproportionele gevolgen', zoals waarnemend voorzitter NOC-NSF-Jan Loorbach dat verwoordde. 48 (oud-)topsporters pleitten tevergeefs voor terugkeer van Huibregtsen als voorzitter.

Voormalig staatssecretaris Joop van der Reijden dacht als crisismanager binnen een half jaar een opvolger te strikken. Het zou ruim anderhalf jaar duren voordat Hans Blankert, gepensioneerd werkgeversbaas, als zodanig zou aantreden.

Blankert was geen kind van de sport, als man uit het bedrijfsleven werd hij door Geesink automatisch en in alle openlijkheid als natuurlijke vijand beschouwd. In die zin is Geesink de lastpost van de Nederlandse sport geweest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden