De droom van Alfons van Worden

Jan Potocki, Manuscript gevonden te Zaragoza, vert. Jan Versteeg, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 554 blz. - 59,50.

Alfons van Worden, officier in het leger van koning Filips V, is in 1739 van ZuidSpanje op weg naar Madrid. De weg voert door de Sierra Morena, een onherbergzaam gebied waaruit reizigers zelden ongehavend tevoorschijn komen.

Alfons passeert twee galgen waaraan halfvergane lijken hangen, zijn knechten verdwijnen op mysterieuze wijze, 's avonds komt hij aan bij een verlaten herberg. Een inscriptie bezweert hem daar niet te overnachten en te bidden voor wijlen de herbergier, maar Alfons gaat naar binnen en valt in slaap op het enige haveloze bed.

De klok slaat twaalf. Twee Moorse schoonheden komen binnen. Ze brengen hem naar een vertrek waar een vorstelijk souper staat opgediend. Ze stellen zich voor als Emina en Zibeddee Gomelez en ze zeggen dat ze familie van hem zijn, nichten zelfs, die behoren tot de mohammedaanse tak van de familie. Ze hebben hem opgezocht omdat hij uitblinkt door moed en doorzettingsvermogen. Hij lijkt de geschikte man om in het familiegeheim te worden ingewijd. Bovendien vinden ze hem razend aantrekkelijk. Wil hij zich niet bekeren tot de islam?

Alfons spartelt tegen; hij zoekt steun bij een stukje van het ware kruis dat zijn moeder hem als relikwie heeft meegegeven, maar de zusters grissen het weg en Alfons bezwijkt onder de druk van hun gecombineerde charmes. De volgende dag ontwaakt hij onder de galgen, in de armen van twee weerzinwekkende kadavers.

Zo begint 'Manuscript gevonden te Zaragoza', een meer dan vijfhonderd pagina's tellende avonturenroman die naar het voorbeeld van de 'Decamerone' en 'Duizend en een nacht' verdeeld is in dagen. De eerste dag zet de toon voor de rest van het boek. Verleiding en verschrikking doen hun intrede in een leven dat tot dan toe geleid werd door realiteitszin, geloof, vorst en vaderland.

Die zekerheden vallen van het ene op het andere moment weg. Het is alsof Alfons door een luik tuimelt en terecht komt in een droom- of sprookjeswereld die desondanks echt is. In die wereld maakt hij kennis met mensen die hij al kende in de normale werkelijkheid als smid of kluizenaar, maar die onder de dekmantel van die onopvallende functies een verborgen en geheimzinnig leven blijken te leiden. De smid is een huurmoordenaar, aangesloten bij een machtig misdadigerssyndicaat, de kluizenaar een sjeik die aan het hoofd staat van een onder de grond opererende organisatie tot verbreiding van het fundamentalisme.

De eerste 'dag' (die feitelijk een nacht is) vormt het begin van een raamvertelling waarin een groot aantal verhalen wordt verteld. Later komt de zigeunerhoofdman aan het woord bij wiens troep Alfons zich aansluit. Dat verhaal, dat met onderbrekingen meer dan de helft van het boek in beslag neemt, vormt de tweede raamvertelling. Het bevat verhalen van mensen die de zigeunerhoofdman tijdens zijn leven heeft ontmoet, die op hun beurt weer verhalen bevatten van mensen die zij hebben ontmoet, enzovoorts.

Zo stapelt de ene verhaallaag zich op de andere. Op zeker moment vertelt de commandeur van Toralva zijn levensverhaal aan Hervas; Hervas vertelt het zijne aan Cornadez, die zijn verhaal vertelt aan Busqueros; Busqueros vertelt het zijne aan de graaf van Toledo, die het zijne weer vertelt aan de zigeunerhoofdman, en deze vertelt het zijne tenslotte aan Alfons: een inbedding tot zes niveaus. Eigenlijk zijn het er zelfs zeven, als je het buitenste kader meetelt, waarin verteld wordt dat het manuscript van Alfons in 1809 bij Zaragoza wordt gevonden door een officier die het in het Frans vertaalt.

Het valt niet mee al die verhalen uit elkaar te houden, temeer omdat sommige personages onderweg van naam veranderen of namen dragen die op elkaar lijken. De binnenste raamvertelling wordt afgesloten als blijkt dat ook de zigeunerhoofdman lid is van de familie Gomelez; het buitenste kader (dat van Alfons en de nichten) wordt afgehecht als Alfons naar de onderaardse verblijven van sjeik Gomelez wordt gevoerd en de proeven waaraan hij tijdens het boek is blootgesteld glansrijk blijkt te hebben doorstaan. Hij trouwt met zijn nichten en wordt hoofd van de familie.

Het leven van graaf Jan Potocki doet in avontuurlijkheid niet onder voor dat van zijn personages. Potocki werd in 1761 geboren als telg van een zeer illustere Poolse familie. Zijn moeder voedde hem op in het Frans. Jan bracht geruime tijd door in Parijs waar hij, in de jaren voorafgaande aan de revolutie, deelnam aan de filosofische discussies. Hij werd een verwoed aanhanger van de verlichting en hij vereerde materialistische filosofen als La Mettrie, d'Holbach en Helvetius.

Terug in Polen pleitte hij in de Landdag voor afschaffing van de lijfeigenschap en voor een grotere zeggenschap van de derde stand in de politiek. Hij werkte mee aan de reorganisatie van het nationale onderwijs, richtte een dagblad op en stichtte een vrije pers die talloze pamfletten en brochures publiceerde met een liberale, antiklerikale of ronduit revolutionaire strekking. In Parijs sloot hij zich tijdens de revolutie aan bij de Jacobijnen. Hij kende Condorcet, La Fayette en Talma en werd door de revolutionairen de 'burgergraaf' genoemd.

Later bekoelde dat elan enigszins. Hij schreef toneelstukken waarin hij het revolutionaire pathos op de hak nam. Onderwijl bereisde hij de wereld van oost naar west en van noord naar zuid, vooral aangetrokken door gebieden waar oorlogen en revoluties woedden. Zijn reisverhalen werden gepubliceerd (er is een 'Voyage en Hollande' bij, gemaakt tijdens de opstand tegen de stadhouder in 1787). Hij stond in persoonlijk contact met vele invloedrijke politici, onder wie de koning van Pruisen, de koning van Polen en de tsaar van Rusland, die hem met een missie naar China belastte.

Onderwijl bouwde hij een reputatie op als wetenschapper. Hij publiceerde vele en uiteenlopende boeken, waaronder een vergelijkende studie naar de chronologie in de Bijbel, het oude Egypte, Assyrie en Griekenland, een boek over een nieuwe machine om munten te slaan en vele volkenkundige studies, waarin hij zich laat kennen als een scherpzinnig etnograaf, archeoloog, geograaf en filoloog.

Alsof dat niet genoeg was, ontwikkelde hij zich ook tot een literator van internationaal formaat. Hij schreef diverse toneelstukken en een grote roman, waaraan hij met tussenpozen werkte in de jaren 1803-1815. Zijn carriere stopte abrupt. Op 11 december 1815 laadde hij zijn pistool met de zilveren knop van zijn theepot en schoot zich door het hoofd.

De roman, als men het boek zo wil noemen, bestaat globaal uit twee in elkaar passende kaders, maar die structuur is heel losjes. Potocki wilde aanvankelijk een bundel maken van zestig op zichzelf staande verhalen, verdeeld over zes 'Decamerone's'. Later besloot hij die verhalen nauwer op elkaar te betrekken, maar de oorspronkelijke opzet bleef herkenbaar.

De zesenzestig 'dagen' waaruit het boek bestaat vormen een bont en rapsodisch geheel: schelmenverhalen staan naast oosterse vertellingen, griezelverhalen naast galante (erotische) verhalen. Potocki speelt een virtuoos spel met die rapsodie. Hij geeft ironisch commentaar op het boek dat hij aan het schrijven is: het verband tussen de verhalen - zo schrijft hij dan is voor een gewone lezer nu toch nauwelijks meer te volgen en het wordt hoog tijd bepaalde personages te bevrijden uit de benarde situatie waarin hij ze bij het afbreken van hun verhaal had achtergelaten (een knipoog naar de achttiende-eeuwse schrijver Laurence Sterne).

Maar zijn meesterzet is de invoeging van filosofische verhalen a la Voltaire. Zo is er de geschiedenis van Diego Hervas, een man die zich ten doel heeft gesteld alle in zijn tijd beschikbare kennis te verzamelen in honderd dikke boeken (Potocki geeft de inhoudsopgave van alle honderd delen!), dat gigantische karwei inderdaad klaart, maar zijn levenswerk tot snippers ziet vermalen door de ratten.

Er is ook de kostelijke figuur van Velasquez, de wiskundige bolleboos die zijn dagen vult met het herleiden van psychische verschijnselen tot wiskundige symbolen. Als hij merkt dat zijn eigen traagheid de irritatie van omstanders opwekt, verklaart hij dat met de theorie dat irritatie omgekeerd evenredig is aan het kwadraat van de traagheid: als hij twee keer zo traag reageert als de omstander, is deze na een uur vier keer zo geirriteerd als hij. Zo gaat het volgens hem met alle hartstochten.

Die filosofische verhalen geven een eigenaardige en verrassende diepgang aan de bundel, die in eerste instantie lijkt te draaien rond seks, spanning en sensatie. Bovendien bieden ze een ironische kijk op de filosofie van die tijd. Diego Hervas belichaamt het achttiende-eeuwse encyclopedisme, Velasquez het materialisme. Potocki was een verklaard voorstander van beide, maar toch geeft het te denken dat hij beide figuren opblaast tot karikaturen wier onderneming op lachwekkende wijze mislukt.

Daarnaast worden de verschillende verhalen heel verrassend met elkaar verbonden door de leidmotieven die Potocki kwistig gebruikt. De betoverde herberg, de galg met de twee gehangenen en de zich altijd in tweevoud presenterende minnaressen (tweelingen, ook in astrologische zin) komen zo vaak terug dat de verhalen steeds hetzelfde grondpatroon lijken te vertonen. Daarin heeft ook de vader-zoon relatie een plaats. De vaders belichamen de waarden van de maatschappelijke orde, de openbare orde wel te verstaan. Ze zitten allemaal thuis en maken zich van daaruit sterk voor eergevoel (de vader van Alfons), koopmansdeugd (de vader van Soares), intellectuele volharding (de encyclopedist is de vader van de verdoemde pelgrim) en regelmaat (de vader van de zigeunerhoofdman verlaat nooit zijn kamer en houdt zich bezig met het tellen van de dakpannen van het paleis tegenover hem).

Hun zoons raken zonder uitzondering op drift. Ze sluiten zich aan bij misdadigersbendes of bij geheime genootschappen die een ondergrondse samenleving vormen waarin de bovenaardse een negatieve weerspiegeling vindt: de omgekeerde wereld van hun vaders. Verraadt dat patroon iets van de relatie die de opstandige Potocki met zijn eigen vader onderhield? Of projecteert hij in de vaderfiguren de ene helft van zijn persoonlijkheid - die hem bond aan zijn maatschappelijke positie en zijn geloof in vooruitgang en verlichting - en in de zoons de andere helft, die te keer ging tegen de maatschappelijke orde, openbare zeden aan de laars lapte, zich encanailleerde met boeven en avonturiers; dat deel van zijn persoonlijkheid, kortom, waarin zich de contouren aftekenen van de romantische held?

Die gedachte opent een fascinerend perspectief, omdat ze de roman toont als de confrontatie van twee wereldbeelden die bij de overgang van de achttiende naar de negentiende eeuw in elkaar overlopen: de Verlichting, die op zijn eind loopt, maar nog niet is afgezworen, en de Romantiek, die zich doet gelden, maar nog niet krachtig genoeg is om geheel serieus te worden genomen.

Het lijkt of het boek geschreven is vanuit twee onverenigbare en tegen elkaar indruisende visies. Aan de ene kant de visie van de 'filosoof' in de betekenis die dat woord aan het eind van de achttiende eeuw had: iemand die geloof en bijgeloof bestrijdt met het wapen van de rede, die wetenschap bedrijft vanuit een strikt empirisch gezichtspunt en de wereld probeert te hervormen door haar te bevrijden van allerlei vormen van dwingelandij. Aan de andere kant de visie van de romanticus, de ontheemde zoon van de revolutie, zoals hij wel is genoemd: de man die zich door mysterie omgeven weet, die beseft dat hij een speelbal is van hartstochten en van een noodlot dat hem naar de zelfkant van de maatschappij drijft.

'Manuscript gevonden te Zaragoza' laat deze visies tegen elkaar inklinken zonder een oplossing te bieden. Het boek lijkt zich af te spelen in het onzekere gebied tussen rede en droom, tussen dag en nacht. Die onzekerheid bestempelt het boek niet alleen tot de eerste, maar ook tot het beste voorbeeld van wat in de jaren daarna 'fantastische' literatuur zal gaan heten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden