column

De drie van elkaar vervreemde Europa's

Stevo Akkerman Beeld Jorgen Caris

De eerste keer dat ik Europa zag, was ik een jongen van twintig en bevond ik mij in een oude Opel-stationwagen die niet alleen was voorzien van schattige gordijntjes, maar ook van verschillende geheime ruimtes. Daarin zaten de bijbels verstopt die we Roemenië in gingen smokkelen. 

Het was 1984, het continent was verdeeld in vrijheid en onvrijheid en nergens was het onvrijer dan in het land van Nicolae Ceausescu, de dictator die zich de Grote Eik der Karpaten liet noemen.

Om daar te komen, reden we eerst door Hongarije en ik herinner me als de dag van gisteren wat een sensatie het was in Boedapest de Donau over te steken. Vanaf de Szabadsag-brug (de Vrijheidsbrug) ontvouwde zich een stad zoals ik er nog nooit een had gezien en die, vraag me niet waarom, een onweerstaanbaar Europese indruk op me maakte.

Niet dat ik zoveel andere grote steden kende of enige notie van Europa had – de vakanties van mijn jeugd hadden me nooit verder gebracht dan de Zeeuwse stranden – maar het was genoeg om over de rivier een blik te slaan op dit decor om te voelen dat hier een bijzondere geschiedenis lag.

Liefdesaffaire

Zo begon een liefdesaffaire met Midden-Europa die me uiteindelijk tot inwoner van Praag zou maken, wat samenviel met wat voor de Oostblokkers ‘de terugkeer naar Europa’ ging heten: na veertig jaar afgesneden te zijn geweest van hun culturele wortels, vonden ze weer de plek waar ze thuishoorden. Bij het verslag doen van dat proces, was er één auteur die bij uitstek fungeerde als mijn intellectuele gids: Timothy Garton Ash. Als historicus uit Groot-Brittannië was hij via Oost-Berlijn in Polen terechtgekomen, waarna hij de chroniqueur werd van de val van het Europese communisme en de transformatie van Midden-Europa – deze week heb ik vanwege een verhuizing zijn boeken weer door mijn handen laten gaan en hoezeer ik ook ruimte moet maken, het lukt me niet deze titels de deur uit te doen.

Ter gelegenheid van het zestigjarig jubileum van de Europese Unie herlas ik gisteren een stuk dat Garton Ash begin dit jaar schreef onder de titel: ‘Valt Europa uit elkaar?’ Daarin typeert hij de jaren 1989-2009 als de periode van ‘Na de Muur’. De financiële crisis van 2008-2009 luidde volgens hem een tijdperk in dat nog niet duidelijk omschreven kan worden – we zitten er nog middenin – maar dat in elk geval beheerst wordt door drie crises: die van het kapitalisme, de democratie en de Europese integratie.

Het neoliberalisme, met zijn verheerlijking van de vrije markt, heeft overal in Europa middenvliedende krachten ontketend: binnen landen, waar radicale bewegingen het heil verwachten van nationalistische en autocratische oplossingen, en tussen landen, waar samenwerking en integratie onder grote druk zijn komen te staan.

Er zijn nu, denk ik, drie van elkaar vervreemde Europa’s binnen de EU: West, Oost en Zuid. Die driedeling mag minder dramatisch zijn dan de tweedeling uit de tijd van de Muur, ze bedreigt wel het historisch unieke project van de Europese vereniging.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden