De drie gezichten van Berlijn

Voetbalfans wachten op de terugkeer van het Duitse elftal uit Brazilië, op vliegveld Tegel. Beeld anp
Voetbalfans wachten op de terugkeer van het Duitse elftal uit Brazilië, op vliegveld Tegel.Beeld anp

Je kunt een perfect stemmingsbeeld van Berlijn optekenen aan de hand van zijn drie vliegvelden. Correspondent Antoine Verbij schetst de stad via het knusse, efficiënte Tegel, het ontsporende megaproject BER en de gereguleerde anarchie van het gesloten vliegveld Tempelhof.

Vliegen naar Berlijn betekent voor veruit de meeste reizigers: landen op Tegel, kort: TXL. Maar wat een bescheiden vliegveldje is dat toch! Het lijkt in niets op de toegangspoort tot een metropool. Het is klein en compact, vriendelijk, haast knus. Wie van Tegel met het openbaar vervoer naar het centrum wil, moet met de bus. Trein of metro komen er niet. Daar staat tegenover: de hoogfrequente buslijn is in een half uur op de Alexanderplatz.

Vliegveld Tegel is een wonder van efficiëntie. Omdat het zo klein is, zijn de afstanden die de reiziger van en naar zijn vliegtuig moet afleggen kort. Soms is het erg druk in de vertrekhal, maar nooit te druk. En dat terwijl de luchthavengebouwen in de jaren zeventig zijn gebouwd voor maximaal zeven miljoen passagiers per jaar. Vorig jaar verwerkte Tegel bijna twintig miljoen passagiers. Er is ooit een bescheiden extra vertrekhal bijgebouwd.

Tegel is vanaf 1948 in fasen ontstaan in het ommuurde West-Berlijn. De ruimte was beperkt, maar genoeg voor twee start- en landingsbanen waarop ook grote toestellen terecht konden. Tegel ligt in bebouwd gebied, in het noordwesten van de stad, tegen de grens van de deelstaat Brandenburg, die vroeger tot de DDR behoorde. Wie bij het landen uit het raampje kijkt, ziet veel grauwe, kriskras gebouwde flats, maar ook rivieren, meren, dorpen en bossen.

Een reiziger die geen benul heeft van waar hij landt, krijgt de indruk dat hij in een of andere provinciestad terechtkomt. En wanneer hij vervolgens met de bus de stad doorkruist, ziet hij die indruk bevestigd. Winkelcentrum, plein met cafés, kerk, park. Maar op een gegeven moment begint het hem te dagen. Daar is al weer een winkelcentrum, plein met cafés, kerk en park. En daar nog een, en nog een. Dat is Berlijn: een stel aaneengegroeide provinciesteden.

Provinciaals zijn ook de Berlijners. Ze hechten erg aan hun eigen buurt, hun 'Kiez'. Oude Berlijners zeggen trots dat ze haast nooit hun buurt uit komen. Jonge Berlijners wel, maar in hun eigen buurt hebben ze hun vaste patronen: hun ontbijtcafé, hun bakker, hun supermarkt, hun vertrouwde terras, en voor de vele jonge ouders onder hen: hun favoriete speelplaats en hun picknickpark. Daar treffen ze hun buren en vrienden. Berlijners zijn graag 'onder elkaar'.

Wat een contrast met het metropolitische Berlijn! Het Berlijn van de wereldpolitiek in heden en verleden. Het machtscentrum van waaruit één, twee wereldoorlogen zijn ontstoken. Het Berlijn waar nog steeds de hele wereld de ogen op richt wanneer het om internationale conflicten gaat. Wat zegt Berlijn? Wat vindt Merkel, daar in haar koele, witte 'Kanzleramt' in het centrum van de stad? In dat gigantische maar niet eens zo lelijke regeringscentrum?

Holocaust-monument
Het was dan ook een logische gedachte om een nieuw vliegveld te bouwen. Een vliegveld dat past bij de postitie die Berlijn in de wereld inneemt nadat de stad de Muur had overwonnen. Een vliegveld dat tegelijk groot maar niet groots is, zoiets dus als het regeringscentrum. Ruim, modern, bijzonder, maar niet protserig. Een vliegveld dat de bescheidenheid uitdrukt die bij de Duitse schuld van het verleden past.

Vlak naast het kleine, nog altijd dienst doende DDR-vliegveld Schönefeld, is dat nieuwe vliegveld nu in aanbouw. Maar wat gaat dat moeizaam! Zoals alle grote projecten in Berlijn moeizaam gaan omdat er altijd een enorme historische last op drukt. Denk maar aan het holocaust-monument in het centrum. Er is tientallen jaren over gedelibereerd. Heel Duitsland heeft erover gediscussieerd. Nu is het er. Groot, modern, bijzonder, maar niet protserig.

Er is veel gedoe over het nieuwe vliegveld, dat voluit Lufthafen Berlin-Brandenburg Willy Brandt heet en in tickettaal BER. De bouw ervan volgt de wet van Murphy: als er eenmaal iets fout gaat, gaat ook alles fout. In 2012 was de opening gepland. Schrijver dezes heeft een vliegticket uit dat jaar dat vertrekt van TXL en op de terugweg landt op BER. Het heeft niet zo mogen zijn. De opening van het vliegveld vindt op zijn vroegst in 2016 plaats.

Lufthafen Berlin-Brandenburg Willy Brandt gaat op zijn vroegst in 2016 open. Beeld epa
Lufthafen Berlin-Brandenburg Willy Brandt gaat op zijn vroegst in 2016 open.Beeld epa

Charmant de schouders ophalen
Heel Duitsland bespot Berlijn. Haha, ze krijgen niet eens een nieuw vliegveld voor elkaar! Die spot slaat nergens op. Ook de rest van Duitsland kent mislukkingen: het omstreden spoorstation in Stuttgart, de ontsporingen bij de bouw van de concertzaal Elbphilharmonie in Hamburg. De problemen met het nieuwe vliegveld zijn niet typisch Berlijns. Bouwschandalen zijn normaal in Duitsland.

Wel typisch Berlijns is de omgang met het probleem. Dat komt vooral doordat de burgemeester een typische Berlijner is. Klaus Wowereit is een uiterst charmante schouderophaler. Hij glimlacht alle problemen weg, vervangt hier en daar een bouwopzichter en straalt onophoudelijk optimisme uit. Hij is de man die Berlijn het passende motto gaf: 'arm maar sexy'. De stad is berooid, maar de hele wereld kijkt er met ontzag en vertedering naar.

Maar het geduld van de Berlijners, sowieso een nogal ongedurig volkje, slinkt. Het percentage Berlijners dat vindt dat het nieuwe vliegveld er maar helemaal niet meer moet komen, is volgens peilingen gestegen tot 40. En hoe meer dat percentage stijgt, des te dieper zakt de populariteit van Wowereit. De man die de afgelopen tien, vijftien jaar als geen ander het levensgevoel van de Berlijners belichaamde, moet vrezen niet te worden herkozen.

Het Berlijnse kiesvolk heeft in het verleden vaker bewezen de politieke elite in de stad graag de voet dwars te zetten. Regerende partijen doen het meestal slecht bij verkiezingen. En ook bij referenda stemmen de Berlijners bij voorkeur voor het alternatief dat door de zittende bestuurders met nadruk wordt ontraden. Afgelopen mei ook weer. Toen ging het om vliegveld nummer drie: het midden in de stad gelegen en inmiddels buiten bedrijf gestelde Tempelhof.

Vliegveld Tempelhof (code: THF) beslaat circa 300 hectare. Aan de rand staat een gigantisch gebouwencomplex met onder meer hallen voor de passagiers en hangars voor de vliegtuigen. Gebouwd in de jaren dertig in klassiek-moderne stijl, geheel naar de smaak van rijkskanselier Hitler. In tijden van milieubewustzijn is zo'n stadsvliegveld niet te handhaven. Dus zette het stadsbestuur er in 2008 een hek omheen en ging het nadenken over een nieuwe bestemming.

In de voormalige luchthaven Tempelhof werd afgelopen maand tijdens de Berlijnse Fashion Week een modebeurs georganiseerd. Beeld epa
In de voormalige luchthaven Tempelhof werd afgelopen maand tijdens de Berlijnse Fashion Week een modebeurs georganiseerd.Beeld epa

Skaten op de landingsbaan
Dat was niet naar de smaak van de Berlijners. Ze trokken het hek omver en namen bezit van het terrein. Ze gingen er wandelen, fietsen, skaten, vliegeren, picknicken. Kortom alles doen wat je zoal op de gigantische grasvlakten en de brede betonnen landingsbanen aan plezierigs kunt verzinnen. Tempelhof werd een paradijs voor vrede en vermaak. Wie daar rondkijkt, krijgt de indruk dat er geen gelukkiger volk is dan de Berlijners.

En geen ordelijker volk. Voor elk idee over wat je met het terrein kunt doen, ontstaat onmiddellijk een werkgroep. Tuintjes ja, maar dan alleen daar aan de rand, en deelnemers moeten zich inschrijven in de tuintjesvereniging. Spelen met snerpende raceautootjes en vliegtuigjes die je van een afstand kunt besturen: helemaal aan de andere rand, zodat ze de rust niet verstoren. De vogelwerkgroep heeft roodwitte linten gespannen rond broedgebieden.

Het stadsbestuur stelde zich welwillend op, maar dwong af dat de hele stad over de bestemming van het terrein zou meebeslissen en niet alleen de vliegveldkrakers. Het bestuur wilde een bescheiden bebouwing aan de rand. Het heeft grond te kort om betaalbare huizen te bouwen voor de groeiende bevolking. De actievoerders wilden '100% Tempelhofer Feld'. De uitslag was typisch Berlijns: het voorstel van het stadsbestuur werd weggevaagd.

Het valt niet mee een stad als Berlijn te besturen. Burgers en politici denken steeds heel verschillend over waar het met de stad naar toe moet. Dat blijkt bij Tempelhof, waar het stadsbestuur graag een grote stadsbibliotheek had neergezet, hetgeen de burgers beletten. Dat blijkt bij de luchthaven Berlijn-Brandenburg in aanbouw: de Piratenpartij, nergens zo machtig als in Berlijn, zoekt medestanders voor het idee om er een jaarbeurs van te maken.

En het geldt ook voor luchthaven Tegel. Het stadsbestuur heeft zojuist bedacht dat de Olympische Spelen in 2024 of 2028 naar Berlijn moeten komen. Hoeft niets te kosten, zeggen de positivo's van het bestuur, de stadions hebben we immers al, dankzij Hitler en de DDR, en voor het Olympische dorp gebruiken we Tegel. Even vergeten dat een door het stadsbestuur zelf opgezette werkgoep 'Tegel Projekt GmbH' heel andere plannen heeft met de luchthaven.

Als vliegveld Tegel de poorten sluit, en dat is zodra Berlijn-Brandenburg de poorten opent, heeft de werkgroep een leger aan ambitieuze Berlijnse bedrijven, onderzoeksinstellingen en opleidingsinstituten klaar staan om de luchthaven om te toveren in een centrum voor 'urbane technologie'. Berlijn heeft al een paar centra voor high-tech-bedrijvigheid, de absolute toekomstbranche. Met Tegel erbij wordt Berlijn een 'boomtown', vindt de werkgroep.

Het stadsbestuur kan zijn plannen om van Tegel een Olympisch dorp te maken gerust in de prullenbak gooien. Als ze dat niet zelf doet, doet een referendum dat wel. De Olympische Spelen in Berlijn? Geen schijn van kans. De bewoners zien liever dat de wereld om andere redenen de ogen op Berlijn richt. Om Berlijn als technologische groeikern. Om Berlijn als stad van anarchistisch vermaak. Om Berlijn als model van kosmopolitisch provincialisme.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden