De Dresdenaren hebben hun paleis weer terug

Ruth Ingeburg Hohmann (81) droomt er nog steeds van. Haar nachtje in het Taschenbergpalais Hotel te Dresden was er een om nooit te vergeten. “Ik sliep in kamer 154, volgens de mensen van het hotel op precies dezelfde plek als waar ik in 1913 geboren ben. Wie had dat ooit gedacht: drie jaar geleden was het hier nog één grote ruïne; nu schitteren de kristalluchters weer aan het plafond.”

GONNY TEN HAAFT

Mevrouw Hohmann was op 2 januari van dit jaar een van de eregasten die dit nieuwe vijfsterrenhotel te Dresden, onderdeel van hotelketen Kempinski, mochten 'proberen'. Ter gelegenheid van de officieuze opening had het hotel zich tot het uiterste ingespannen om een van de voormalige bewoners - Hohmanns moeder was hofdame in het begin van deze eeuw - te vinden en uit te nodigen. Op 31 maart wordt het hotel officieel geopend en tot dan is het proeftijd: nu nog kost elke willekeurige kamer 'slechts' 245 mark (inclusief het allesoverstemmende geluid van boren dat aan het ontbijt al begint), daarna schieten de prijzen omhoog: de goedkoopste kamer kost dan 345 mark (type 'Regentenkamer'), de duurste 475 mark (de 'Keurvorstenkamers'). Geen exorbitante prijzen volgens directeur Günther Haug: “We hebben al 15.000 boekingen. Niet alleen van toeristen, maar ook van artiesten, kunstliefhebbers, politici en zakenlieden. Technisch gezien beschikken wij over de meest moderne apparatuur: laptops, tolken, beursinformatie, het laatste nieuws van internationale persbureaus en op elke kamer een fax-aansluiting en drie telefoons.”

BOMBARDEMENT In alle lokale nieuwsberichten over het 'herrezen' Taschenbergpalais staan de woorden modern en oud direct naast elkaar. Terecht: na het vernietigende bombardement van de geallieerden in 1945 was er van dit prachtige barokpaleis bitter weinig over. Eigenlijk stond alleen de hoge voorgevel nog fier overeind. Totdat in 1991 bouwmaatschappij Advanta Management AG uit Frankfurt besloot flink te investeren. In totaal heeft het 250 miljoen mark gekost om de restanten van het unieke historische gebou een nieuwe bestemming te geven. Daarvan heeft ook de Denkmalpflege Sachsen (monumentenzorg) 27 miljoen betaald.

Aan de bemoeienis van deze zelfde Denkmalpflege is het te danken dat zoveel van het oude bewaard is gebleven. Vertegenwoordigers van de Denkmalpflege overlegden in de afgelopen jaren wekelijks met de - vele! - architecten en aannemers die bij het miljoenenproject betrokken waren. Niet zelden, geeft Haug toe, liepen de discussies hoog op. “De Denkmalpflege stelde hoge eisen. Toch was de samenwerking over het algemeen goed en schikten ook de monumentenzorgers wel eens in. Eerst wilden ze de restanten van elf siervazen bijvoorbeeld per se in zandsteen restaureren, omdat ook het originele steen uit het nabijgelegen Elbsandsteingebirge afkomstig was. Maar dat zou per vaas zevenduizend mark extra hebben gekost, dat werd zelfs de Denkmalpflege te gek.”

Alleen al over de kleuren is ruim een jaar onderhandeld. Eerst werden uit de brokstukken maar liefst 450 kleurmonsters genomen. Vijftig van deze monsters werden ook chemisch geanalyseerd. Vervolgens brachten de beste schilders uit de stad diverse proefstroken op de buitenmuren aan. “Pas toen hakte de Denkmalpflege, die over de kleuren mocht beslissen, de knoop door: de hoofdkleur is nu hel geel, met wat accenten in oker en daar bovenop een rood dak.”

TRAPPORTAAL Zelf is de directeur het meest trots op het trapportaal met kruisgewelf, ook al van zandsteen, dat tot op de millimeter overeenkomt met hoe het in de achttiende eeuw geweest moet zijn. Net zoals de koninklijke bezoekers vroeger over deze trappen naar de balzaal zweefden, hoopt Haug dat 'meer dan duizend' gasten zich op 17 februari naar het 'Eerste Dresder Operettebal' begeven. “Met deze balzaal willen we ook de 'gewone' burger trekken. Hetzelfde geldt voor de huiskapel, waarin we regelmatig kamerconcerten zullen hebben. Of neem deze lobby: daar komt toch iedereen graag koffie drinken?”

Dat de resten van het paleis überhaupt een hotel mochten worden, is te danken aan de regering van de Oostduitse deelstaat Saksen, die in 1991 de 6400 vierkante meter grond van het Taschenbergpalais aan Advanta in erfpacht gaf. Elke brok steen met enige historische waarde wordt in Dresden namelijk gekoesterd en het allerliefst zouden ook de 'gewone' Dresdenaren zien dat al deze stenen weer precies dezelfde bestemming krijgen als vóór het Engels-Amerikaanse bombardement. Met het beroemde operagebouw 'Semperoper' is dit in 1985 gelukt en ook de minstens zo bekende Frauenkirche, zo is onlangs besloten, wordt à raison van minstens 250 miljoen mark weer opgebouwd. Het Taschenbergpalais, dat net als de Frauenkirche en de Semperoper midden in het oude stadscentrum ligt, kon echter alleen door een grote geldschieter gered worden. “Dus werd het een luxueus hotel, maar zelfs dat is een oplossing waar iedereen tevreden over is”, vertelt de historicus R. Delau uit Dresden, “kijk alleen maar naar al die lezersbrieven in de krant. Vaak staat het er letterlijk zo: 'Nu hebben we ons paleis tenminste nog een klein beetje terug: dat zou onze oude DDR-Herren nooit gelukt zijn'.”

MAITRESSE Half januari hield Delau op verzoek van de Lions Club uit Dresden zijn eerste lezing in de foyer van het hotel. Daar gaf hij alvast een inkijkje in zijn binnenkort te verschijnen boek over de geschiedenis van het Taschenbergpalais. Zelfs de kleinste kinderen uit Dresden kennen die, al is het alleen maar omdat ie zo spannend is. Want waar ter wereld vind je een paleis dat door een keurvorst voor zijn maîtresse is gebouwd, compleet met een geheime gang naar zijn eigen koninklijke slot?

Delau: “Eigenlijk is het een heel triest verhaal. August de Sterke, keurvorst van Saksen en keizer van Polen, liet het in 1705 bouwen voor zijn maîtresse, de toen vijfentwintigjarige gravin Anna Constantina von Cosel. Maar die Anna was een nogal dominant type, dat de arbeiders dagelijks controleerde en precies vertelde hoe ze alles wilde hebben. Acht jaar later had ook August schoon genoeg van zo'n veel te sterke vrouw: in Polen vond hij een beter liefje en al gauw besloot hij Von Cosel te verbannen. Die zat vervolgens negenenveertig jaar in een ander slot gevangen.”

Maar behalve dominant, was Von Cosel ook slim. Ruim op tijd had ze nattigheid gevoeld en al kisten vol met zilverwerk naar Berlijn laten versturen. Uit wraak nam ze zelfs de sleutel mee, die ze pas jaren later teruggaf. “Toen August de Sterke na een paar jaar ook zijn nieuwe lief de bons gaf, trok zijn zoon in het paleis. Na zijn vaders dood verhuisde deze naar het koninklijk slot en ging het 'Taschenberg paleis' naar zijn (dertien) kinderen. Vanaf dat moment heette het 'Kroonprinsen paleis'.”

In die tijd - we spreken nu over 1733 - kreeg het paleis pas zijn west- en oostvleugel, waar zich nu het grootste deel van de hotelkamers bevindt. Net als 'toen' zijn de kamers 4,80 meter hoog. “Maar de grootte varieert. Omdat we de oude indeling zoveel mogelijk wilden aanhouden, is elke kamer anders”, aldus Haug.

In een en dezelfde beweging raapt hij een plastic zakje van de grond, kruipt onder een bouwstellage door en maant een schilder de radio uit te zetten. Op dit moment is het nog moeilijk voor te stellen dat over een paar weken ook de zogenaamde 'Kroonprinsen-suite' klaar is. Deze suite telt twee 'salons' en zes slaapkamers en kost per nacht 4000 mark. “Voor deze suite heb ik al één boeking, maar van wie kan ik niet zeggen”, fluistert Haug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden