Opinie

De drempel (IV)

Interessante reacties gekregen op mijn drieluik over het incident bij de verkeersdrempel. Eerst een misverstand. Hoewel ik het niet schreef nemen veel reageerders aan dat het om immigranten ging.

Interessant, maar mijn belagers waren Nederlands, alle acht. Drie elementen springen eruit: dat de politie bij incidenten tussen straattuig en oppassende burgers de kant van het straattuig lijkt te kiezen komt vaker voor, het ontmoedigen van aangifte is blijkbaar ook een trend en dat het vaak juist de belagers zijn die vervolgens naar de politie stappen komt ook vaker voor. Onlogisch is het niet: een gewone burger moet zich ergens overheen zetten voor hij een politiebureau betreedt, zij kennen de weg. Als blijkt dat je een vijandige aangifte kunt neutraliseren door zelf ook met allerlei beschuldigingen te komen, wordt dat natuurlijk een dankbaar gebruikte tactiek. Mijn eerste aanrijding was met een beroepschauffeur die een verkeerslicht negeerde en mijn auto in de prak reed. Terwijl ik ontredderd om het wrak liep manipuleerde hij moeiteloos de schuld in mijn schoenen. Met medewerking van de politie, wier taal hij perfect beheerste.

De politie is dagelijks in de weer om probleemjongeren in bedwang te houden, zo ontstaat een relatie van geven en nemen, van sussen en bijsturen, dingen door de vingers zien 'om erger te voorkomen’, of iets dergelijks. De wijkagent als burgemeester in oorlogstijd.

Marieke uit Amsterdam woont in een straat waar rond de klok gedeald wordt. Toen zij voor de deur in haar auto zat te bellen werd ze door de politie beboet – 150 euro. 'Terwijl ze de bon uitschreven, werden ze geschoffeerd door een dealertje, die zijn luxe cabrio wilde uitparkeren terwijl zij in de weg stonden. Maar ze gingen braaf opzij.’ Marieke protesteerde, maar de politie zei dat ze 'geen appels met peren moest vergelijken.’ Misschien is het een variant op het Stockholm-syndroom, het verschijnsel dat gijzelaars op den duur begrip en sympathie voor hun gijzelhouders ontwikkelen.

Ook Egbert Bömers uit Apeldoorn maakte het mee. In Kampen raakte hij in een woordenwisseling met een man. 'Hij spoog me voluit in het gezicht, bedreigde me fysiek en verbaal, om erna een bak water over me uit te gooien. Meteen naar het politiebureau. Daar dook mijn belager op. Ook hij wilde aangifte doen. Van bedreiging door mij. De wachtmeester weigerde de aangiften op te nemen. Niks wetboeken! Van deze 'mediator’ moesten we het in een kamertje uitpraten. Pas na inschakeling van een dure advocaat wilde de politie proces-verbaal opmaken.’ Een meisje uit zijn woonplaats werd in november verkracht mocht daar pas in februari aangifte van doen. 'Eerder had de Apeldoornse politie steeds smoesjes bedacht om eronderuit te komen.’

Het ís natuurlijk lastig om de exacte toedracht van incidenten op straat te achterhalen, de politie moet tenslotte ook het café-rook- en het knipperende-fietslicht-verbod nog handhaven, maar het alternatief - waar er twee vechten hebben er twee schuld, praat het maar uit - is geen oplossing, althans voor het slachtoffer.

De politie is tenslotte geen opvoedingsdienst, de politie is er om de wet te handhaven. 'Zo worden wij, nette, fatsoenlijke burgers, allemaal wereldvreemd en de criminelen kunnen hun gang gaan, niet gehinderd door aangiftes.’

Wat een ellendig land is dit geworden,’ schrijft Martha de Vor uit Purmerend. Zo ver zou ik niet willen gaan, maar de moderne politiecultuur is voor verbetering vatbaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden