Opinie

De drempel (III)

Wat vooraf ging: op kerstavond kwam ik in een wegversmalling bumper aan bumper te staan met een tegenligger die eiste dat ik achteruit ging, ofschoon ik voorrang had. De bestuurder begon te schelden en op mijn auto in te slaan en kreeg al gauw versterking van zeven soortgenoten, die probeerden me uit de auto te trekken. Ik wist te ontkomen, mijn belagers af te schudden en verschool me in een café-restaurant. Daar ging mijn telefoon. „Wat gebeurt er? Waar ben je?”

Het was mijn vrouw. Kort nadat ik wegreed was onze dochter de hond gaan uitlaten, langs de weg met de drempels. Godzijdank was ze zo verstandig zich er niet in te mengen, maar wel direct mijn vrouw te bellen. Die belde de politie, en vervolgens mij. Vanachter mijn krant legde ik op gedempte toon uit wat er gebeurd was. „Ik zou nu meteen naar het politiebureau gaan”, zei mijn vrouw, „en aangifte doen.”

Terwijl ik dat overwoog – ik was nogal opgewonden en had inmiddels twee glazen bier naar binnen geslagen – ging mijn telefoon opnieuw. De politie. Mijn belager en een paar van zijn vrienden hadden zich op het bureau gemeld om aangifte tegen mij te doen.

„Aángifte? Van wat?”

„Meneer heeft schade aan zijn auto.”

„Schade? Wat voor schade?”

„Z’n bumper is ontwricht.”

Er was nooit enig contact tussen beide auto’s geweest. Wel tussen Speedy Bontcapuchon en mijn voorportier, dat nu op half zeven hing, had ik net geconstateerd, en niet meer op slot kon.

„Nu wordt-ie mooi! Eerst iemand aanvallen, z’n auto vernielen en dan met een verzonnen aanklacht naar de politie gaan!”

„Meneer”, zei de wachtmeester, „dit lijkt mij meer een geval van wederzijds haantjesgedrag.”

Ik denk dat hij net op cursus was geweest. Openbare orde anno 2009: we halen de voorrangsborden bij wegversmallingen weg en de conflicten die daardoor ontstaan noemen we psychologisch. Zo meteen begon hij over mijn ’te korte lontje’. Misschien moest ik in een praatgroep: agressiemanagement bij verkeersdrempels.

„Háántjesgedrag? Weet u zeker dat ik met de politie spreek en niet met het Riagg? Ik word gemolesteerd door een stel dolgedraaide speedgebruikers en dat komt door mijn ’haantjesgedrag’?”

„Ho ho”, zei de wachtmeester, „speed gebruikt hij niet, hoor. Wij kennen deze meneer.”

Het was alsof ik zijn vader aan de lijn had. Het feit dat mijn belager bij de politie bekend was, en ik niet, pleitte blijkbaar in mijn nadeel. Ik moest misschien ook zorgen dat ik bekend raakte bij de politie, dan kon je verder je gang gaan.

„Heeft u getuigen?”, vroeg de wachtmeester.

„Eh”

„Meneer hier wel.”

„Wát?”

„Maar hij is bereid af te zien van aangifte, tenminste, als u dat ook doet. En dat zou ik u adviseren, dan bespaart u zich een hoop ellende.”

Sprakeloos hing ik op.

Het leek me verstandig de auto nog maar even op z’n schuilplaats te laten staan en ging te voet naar huis. Om herkenning te voorkomen keerde ik mijn jas binnenste buiten, zette mijn bril af en deed een gekleurde ijsmuts op die in de kofferbak lag.

Het is nu maart en ik heb nog steeds geen aangifte gedaan. (SLOT)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden