De doorbraak van de vrijgemaakte intellectueel 'Dan maar naar de K. Schilderschool' 'Het GPV moet voor 2000 met de RPF fuseren'

Het is misschien wel de onbekendste zuil in Nederland, in elk geval de kleinste. Maar de 120 000 vrijgemaakten hebben hun 'Gorganisaties' compleet, inclusief een eigen omroepvereniging. De aanstormende generatie vraagt zich echter af of al die eigen organisaties wel nodig zijn. De vrijgemaakte intellectueel snuffelt intussen al buiten de eigen kring.

De vrijgemaakten hebben zich na hun ontstaan in 1944, met alle energie die zij in de na-oorlogse jaren voorradig hadden, geworpen op de oprichting van een eigen zuil. Als ware erfgenamen van Abraham Kuyper zochten zij in het isolement hun kracht. Door de kerkscheuring voelden zij zich immers steeds minder thuis bij de 'synodaal gereformeerde', christelijke organisaties die door Abraham Kuyper en zijn nazaten waren gesticht (VU, CNV, ARP, Trouw, NCRV), dus zat er niets anders op dan het gereformeerde leven zelf te organiseren.

Zo ontstonden het Gereformeerd Politiek Verbond en een gereformeerde werkgevers- en werknemersclub, maar ook een eigen vrijgemaakte omroepvereniging (die overigens nooit goed van de grond is gekomen), eigen gezinsverzorging en maatschappelijk werk, een reisvereniging, een artsenvereniging, de gereformeerde toer- en caravanclub en vooral veel verenigingen voor gereformeerd schoolonderwijs. Het Handboek 1994 ten dienste van de Gereformeerde kerken in Nederland (vrijgemaakt dus) heeft zestig bladzijden nodig om al die activiteiten te beschrijven. Vrijgemaakten zelf noemen ze 'G-organisaties' - de 'G' voor gereformeerd, ter onderscheiding van de 'C' van christelijk. Een beetje vrijgemaakte huisvader kan avond-aanavond op stap voor kerk en school. Want kerken hebben ouderlingen nodig en verenigingen kunnen niet zonder besturen en als zo'n gereformeerde vereniging vergadert, moet er toch ook publiek in de zaal zitten.

De eerste generatie van na de Vrijmaking zette zich met hart en ziel voor al deze eigen organisaties in, maar die vanzelfsprekendheid van de jaren zestig en zeventig is aan het wegkwijnen. Veel ouderen komen nog uit plichtsbesef, maar zijn er eigenlijk moe van; de jongere generatie gaat de deur niet uit voor een vergadering-met-spreker. Om hen te bereiken moet er op z'n minst iets bijzonders op touw gezet worden.

Het Gereformeerd maatschappelijk verbond, (11 000 leden) heeft de traditionele activiteiten zoveel mogelijk achter zich gelaten. Maar, benadrukken directeur J. Lenting en zijn adjunct J. Westert; als je thema's behandelt die inhoudelijk interessant zijn en daarvoor eigentijdse vormen kiest, blijkt de belangstelling er nog wel degelijk te zijn. Zo kreeg het GMV onlangs in Ommen zeshonderd jongeren bij elkaar rond de vraag 'Hoe ben ik christen in mijn werksituatie'. Met een gospelgroep als toetje.

“De tijd is voorbij”, zegt Lenting, “dat een afdeling ergens tussen Axel en Rodeschool ons kan bellen met de vraag 'Kunnen jullie komen spreken', zonder dat ze nagedacht hebben over een onderwerp dat leeft bij hun leden.” Om vrijgemaakte jongeren tot het lidmaatschap te bewegen moet het GMV hard knokken. Maar als ze zien met welke problemen een christen in zijn dagelijks werk te maken kan krijgen (een verpleegkundige in gewetensnood over euthanasie bijvoorbeeld) willen ze zich wel aanmelden. Verder zoekt het GMV het in 'doelgroepgerichtheid' en individuele belangenbehartiging. Bij de gereformeerde accountants gaat het over fraude, bij de gereformeerde pluimveehouders over vogelpest. (Onder de koepel van het GMV zijn 500 boeren verenigd in een aparte standsorganisatie.)

De discussie of de vrijgemaakte organisaties zich ook zouden moeten openstellen voor geestverwanten uit andere kerken - die een kleine twee jaar geleden hevig woedde in het GPV en in de kolommen van het Nederlands Dagblad - is het GMV bespaard gebleven. Al sinds 1952 staat in de statuten dat ieder die de Bijbel en de 'Drie Formulieren van Enigheid' (de Nederlandse geloofsbelijdenis, de Heidelbergse catechismus en de Dordtse leerregels) als uitgangspunt aanvaardt, mee mag doen. “In de praktijk heeft zich wel een zelfselectie afgespeeld, doordat het hier ook vrijgemaakt rook”, weet adjunct-directeur Westert. Slechts zo'n vijf procent van de GMV'ers is niet-vrijgemaakt.

Samenwerking met zusterbonden spreekt voor het GMV vanzelf, maar dat gebeurt steeds op ad-hocbasis. Bij bedrijven en in bedrijfstakken zijn FNV en CNV de aangewezen partners, maar ook aan het Christelijk sociaal congres van 1992 werkten GMV'ers hartelijk mee. Vaak trekt het GMV één lijn met de eveneens orthodox-protestantse Reformatorisch maatschappelijke unie, die verwant is met de SGP. Overigens hebben GMV en RMU afgesproken dat ze niet onder elkaars duiven zullen schieten. Van een fusie tussen beide organisaties zien Lenting en Westert het niet komen. Daarvoor zijn de verschillen tussen het Kuyperiaanse GMV en de wereldmijdende achterban van de RMU te groot. Bijvoorbeeld over werken op zondag lopen de opvattingen nogal uiteen, net als over gezag en medezeggenschap.

Er gaan in vrijgemaakte kring wel stemmen op die pleiten voor een rechts-protestantse doorbraak. De 'gereformeerde gezindte', waarmee de rechtzinnig calvinistische kerkgenootschappen wel worden aangeduid, zou meer als een eenheid naar buiten moeten treden. Veel vrijgemaakten vragen zich af of je nu werkelijk op alle terreinen van het maatschappelijk leven nog wel specifiek vrijgemaakte organisaties nodig hebt. Vooral de hogeropgeleide vrijgemaakten zoeken aansluiting bij de gewone christelijke organisaties. Volgens George Harinck, historicus van vrijgemaakte komaf en werkzaam bij het Documentatiecentrum voor het protestantisme zie je bijvoorbeeld aan een instelling als de VU steeds meer vrijgemaakten in kaderfuncties. Bij de Evangelische omroep werken ook heel wat vrijgemaakten. Zelfs een organisatie zonder een enkele verwijzing naar een christelijk beginsel in haar grondslag, de VBOK, de Vereniging ter bescherming van het ongeboren kind, wordt gedomineerd door vrijgemaakten.

“Misschien is samenwerking in zo'n volstrekt algemene organisatie wel gemakkelijker dan binnen de gereformeerde gezindte”, zegt de ethicus prof. dr. J. Douma. Douma is voorzitter van de VBOK en hij bekleedt de 'pro-life leerstoel' van de Lindeboomstichting aan de VU. Hij is een vooraanstaand voorstander van het openbreken van de G-organisaties. Het GPV heeft het aan zichzelf te wijten, zegt hij, dat er een RPF is ontstaan. Dan had het zich maar open moeten stellen voor niet-vrijgemaakten. Wat hem betreft gaan de beide politieke partijen nog voor het jaar 2000 fuseren. Douma steunt ook het Nederlands Dagblad, dat sinds twee jaar nietvrijgemaakte redacteuren heeft en zich tegenwoordig richt op de hele gereformeerde gezindte. In de tweede koerswijziging van het ND in twee jaar tijd die enkele weken geleden z'n beslag kreeg, ziet Douma geen restauratieve tendenzen. Hij twijfelt er niet aan of het ND zal doorgaan op de twee jaar geleden ingeslagen weg en niet-vrijgemaakten ruimhartig tegemoet blijven treden.

Overigens zijn er ook voor Douma grenzen. In navolging van de 'synodale' dogmaticus Herman Bavinck vindt hij dat je niet met verschillende kerken samen kunt evangeliseren. Ook de scholen kunnen heel goed onder één (vrijgemaakt) semi-kerkelijk dak blijven. De trouw aan de zuil mag hier en daar onder spanning staan, wat de scholen betreft is dat zeker niet aan de orde. Moderne vrijgemaakte ouders die bij de christelijke school in de buurt gaan informeren, hollen na zo'n bezoek vrijwel altijd regelrecht terug in de armen van de eigen onderwijsinstelling. Want wat men nog met de 'C' doet is in vrijgemaakte ogen ver beneden de maat. Dan maar naar de K. Schilderschool.

De vrijgemaakte organisaties hebben niet alleen te lijden van de afnemende interesse van de eigen achterban, ook de door de overheid gepropageerde schaalvergroting (bijvoorbeeld in maatschappelijke dienstverlening, gezondheidszorg en onderwijs) dwingt tot samenwerking. In vrijgemaakte kring klinkt echter ook fundamentele kritiek. De vrijgemaakten zouden zozeer zijn opgegaan in het bouwen aan eigen verbonden en verbanden, dat die activiteit ten koste is gegaan van de werkelijke beleving van het geloof. Werkheiligheid, heet dat en op catechisatie leert ieder vrijgemaakt kind hoe verkeerd dat is. Peter Bergwerff, de nieuwe hoofdredacteur van het ND gaf bij zijn aantreden in zijn krant toe dat er na de Vrijmaking wel van een zeker eenzijdigheid sprake is geweest. Tegelijk waarschuwt hij voor doorschieten naar de andere kant. De vrijgemaakten moeten van de weeromstuit niet teveel op de persoonlijke geloofstoer gaan.

Dit is de derde aflevering in een serie van vier over de gereformeerde kerken vrijgemaakt. De vorige verschenen op 1 en 7 juni.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden