De dood

Het meest beangstigt me hoe ik zal reageren als mij de dood op termijn wordt aangezegd. Eventueel. En hoe ik het er die laatste maanden van af zal brengen. Niet goed, naar ik vrees. Woedend, want ik ben gesteld op rechtvaardigheid en ik weet wie het meer verdienen dan ik.

Eens, ooit, op een dag, over een jaar of dertig, zal het óp zijn; ik ben het er niet mee eens, want ik was net zo aardig aan de gang, en 208 jaar oud worden lijkt mij wel wat, maar ja, ik had van het begin af aan kunnen weten dat het allemaal minder zouden worden. Alleen, die termijn te weten, vrij exact ook nog, dat is zo angstaanjagend dat ik er soms zwetend wakker van word. De dood is niet voor niets geen courant artikel in de mop, maar treft men onder homerisch gelach aan de bar de dood aan, dan gaat het gegarandeerd over mislukte afspraken met de dood. Zoals alles in moppen over mislukkingen gaat.

Daarom heb ik naar Johan Stekelenburg en eerder ook naar Martin van Amerongen gekeken als voorbeelden, hoe het misschien wel zou moeten. Zoals ze hun aangezegde dood tegemoettraden, openlijk, brutaal, uiterlijk onverschrokken en elke dag gepassioneerd door het leven. Ze negeerden hem niet. Het was een vijand. Maar een lafaard die met het cynisme van de levende bestreden moest worden. Zoals Martin van Amerongen een van zijn vrienden rapporteerde na het ziekenhuisbezoek dat hem de dodelijke diagnose opleverde: ,,Ik heb meteen de hoofdprijs.'' Die toon.

Ik ken de verhalen van de mensen met een aangezegde dood en hun ene grote wens, ooit Johan Cruijff te mogen ontmoeten of Disneyland te bezoeken. Ontroerend. Maar liever kijk ik naar de Van Amerongens en Stekelenburgen. De dood tegemoet als middeleeuwse ridders of helden van het soort waar we na de Tweede Wereldoorlog nog maar zelden van vernomen hebben. Strijd. Desnoods een ongelijke strijd.

Ik ben opgegroeid als een braaf katholiek jongetje met schietgebedjes voor als het onweert en voor als je het fietssleuteltje kwijt bent. Maar wat zou ik graag zo groot en zo weerbarstig zijn, dat ze mij een week voor mijn zichtbaar aanstaande dood nog konden bevragen. Lafbekken zijn er voldoende, ik lust je rauw. Maar ik vertrouw mezelf niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden