De doodlopende weg van het schaatssucces

De ongeëvenaard grote medailleoogst op de Olympische Winterspelen bracht Nederland twee weken in een overwinningsroes. Die winst lijkt de prelude van een zware nederlaag.

Schaatsen is van Friesland, zeggen de Friezen. Dat was vorig jaar, toen duidelijk werd dat het ooit vooruitstrevende Thialf niet meer aan de internationale maatstaven voldoet en het nog niet bestaande Icedome in Almere de status van belangrijkste schaatstempel krijgt.

Nu hoog in de Internationale Schaats Unie proefballonnen worden opgelaten om het langebaanschaatsen rigoureus in te perken of zelfs af te schaffen, kan de zorg van de Friezen een troost zijn. Hun Elfstedentocht is een besloten evenement, daar heeft de ISU geen greep op. Ook niet op de winters, trouwens.

Natuurlijk hebben Elfstedentocht en langebaanschaatsen niets met elkaar te maken. Net zoals de claim van de Friezen onzin is. De eerste wereldkampioen in 1893 was Jaap Eden, een Groninger, die zijn eerste van drie titels won op het natuurijs van Amsterdam. De zegetochten van Kees Verkerk en Ard Schenk gingen eind jaren zestig en begin jaren zeventig gepaard met de primeur van de oranjegekte. De bejubelde sterren kwamen uit Holland, de kunstijsbaan van Deventer was het epicentrum van schaatsend carnaval.

De grootste olympische kampioenen zijn geen Friezen, Sven Kramer uitgezonderd. Hij komt uit Heerenveen, waar Thialf sinds de overkapping in 1986 Nederlands belangrijkste schaatsovaal is. En qua toeschouwersaantallen slaat Thialf de hele rest van de wereld. Juist dat is de achilleshiel van het internationale schaatsen.

Waar Thialf vorige week volliep voor het WK allround, zal de Olympic Oval in Calgary volgend jaar voor diezelfde seizoensafsluiting leeg blijven. Schaatsen buiten het olympische programma interesseert, sinds Scandinavië is afgehaakt, buiten Nederland vrijwel niemand. En met de groeiende oranje overmacht wordt het er ook op de Winterpelen niet beter op.

Schaatsen mag dan binnen de landsgrenzen ten onrechte worden geclaimd door de Friezen, internationaal drukt Nederland een zwaar stempel op de sport. Tijdens de Olympische Winterspelen in Sotsji wonnen de Nederlanders acht van de twaalf titels; 23 van de 36 medailles. Dat is in de olympische historie weliswaar een uitzonderlijke uitschieter, maar ook de druppel die de emmer deed overlopen. Een emmer die al grotendeels was gevuld met Europese en wereldtitels.

Overvol programma
De belangrijkste wijziging in het 120 jaar oude langebaanschaatsen was in 1996 de invoering van de WK afstanden in niet-olympische winters. Daarvoor waren er alleen allroundkampioenschappen, waarbij vaak een rappe Aziaat de medaille voor de 500 meter kwam ophalen. Tekenend voor het conservatieve denken binnen het schaatsen is dat tijdens allroundkampioenschappen nog altijd huldigingen voor de afzonderlijke afstanden plaatsvinden.

De invoering van de WK afstanden betekende een uitbreiding van het al overvolle programma: EK allround, WK sprint, WK allround en de serie World Cups binnen een tijdsbestek van drie maanden. Het kan niet op, geen enkele andere sport kent zo'n overvloed.

En voor wie allemaal? Er zijn buiten Nederland meer evenementen dan er toeschouwers op af komen. Het hele circus ligt aan het infuus van Nederlands geld. De (afgezwaaide) sponsor van de Wereldbeker was een Nederlandse firma, de reclameborden rond de wedstrijdbanen zijn van Nederlandse bedrijven en een Nederlandse omroep zendt die reclames urenlang op televisie uit. Ze houden elkaar als een commerciële twee-eenheid in stand. En ja, slechts in Nederland komt publiek op de wedstrijden af, omdat Nederlanders meestal winnen.

Dat is voor een mondiale sportfederatie een kwetsbare constructie. De organisatie van internationale kampioenschappen wordt voor een deel betaald door de ISU. Inperken van de kalender zou de unie veel geld besparen. Buitenlanders beseffen beter dan Nederlanders dat schaatsen zich op een doodlopende weg bevindt. De discussie over de toekomst wordt in Nederland wel gevoerd, zij het niet massaal. Snijd maar eens in eigen succes.

Het is misschien prachtig dat de Nederlandse heren in Sotsji op de vijf en tien kilometer alle medailles wonnen. Maar daarmee is voor deze afstanden het doodvonnis getekend. Vermoedelijk al voor 2018 in het Koreaanse Pyeongchang. En dan zijn er nog altijd Nederlanders die zich afvragen wanneer allround olympisch wordt, zodat nog meer medailles kunnen worden geturfd.

Spektakel
Niemand heeft Octavio Cinquanta, al twintig jaar preses van de ISU, ooit op vernieuwingen kunnen betrappen. Nu de 76-jarige Italiaan in 2016 vermoedelijk afzwaait, heeft hij ineens de wildste ideeën die, bewust of onbewust, via een mail aan zijn topbestuurders afgelopen week uitlekten. Niet alleen hardrijden, ook kunstrijden moet er aan geloven.

De roep om verandering zal zijn ingegeven door het IOC, dat vernieuwing voorstaat en tegenwoordig zonder problemen breekt met tradities. En door financiële overwegingen, nu door het terugtreden van Essent als sponsor voor de wereldbeker jaarlijks ruim vier miljoen euro minder binnenkomt. Op de Aziatische markt is interesse voor sponsoring, maar slechts voor spektakel op shorttrack en sprintonderdelen.

Cinquanta's eerste optie is om het langebaanschaatsen helemaal af te schaffen door het te laten samengaan met shorttrack, met wedstrijden op een baan van 250 meter.

Dat is een reactie op het concurrerende Icederby, een nieuw commerciëel initiatief waarbij langebaanrijders en shorttrackers tegen elkaar rijden. De ISU is er zo beducht voor dat de unie dreigt om deelnemers aan een testwedstrijd in oktober in Doebai te schorsen.

In Cinquanta's 'mildere' tweede optie zijn de 1000 meter, de vijf (vrouwen) en de tien kilometer verdwenen op de Winterspelen van 2018. Die afstanden worden vervangen door een massastart voor mannen en vrouwen plus een gemengde achtervolging met twee mannen en twee vrouwen per team. Verder verdwijnen de WK's allround en sprint en wordt het EK een open toernooi met een kleine meerkamp, dus met drie kilometer in plaats van vijf (vrouwen) en tien kilometer. De WK afstanden, voor de rest van de wereld het belangrijkste toernooi, blijven over. Dat evenement vormt vanaf volgend jaar al het hoofdprogramma in februari, met het WK allround net als in het olympische seizoen als toetje.

Voor de duidelijkheid: Cinquanta zegt dat hij slechts zijn 'persoonlijke ideeën' op tafel heeft gelegd. In Nederland lokten ze veel boze, ongenuanceerde reacties uit. Ireen Wüst vroeg zich af of hij te veel borrels op had, Bart Veldkamp sprak van visieloos gebral en coach Jillert Anema beschuldigde Cinquanta ervan dat hij de ziel van het schaatsen verkoopt.

Zwakke positie
Maar op sommige punten vindt Cinquanta medestanders in Gianni Romme, Jochem Uytdehaage en Jan Driessen, voormalig communicatiedirecteur van schaatssponsor Aegon die recent succesvol bemiddelde in de controverse tussen de KNSB en de commerciële ploegen. Het aantal wedstrijden mag best wat minder, en de 10 kilometer is als kijkspel wel erg saai.

En waarom geen wereldkampioen sprint aanwijzen op basis van een klassement dat tijdens de WK afstanden wordt opgemaakt? Dat zou ook voor de allround kunnen. Iedereen blij, en je bent er in een week vanaf.

Cinquanta moet niet worden onderschat, ondanks zijn deels zotte ideeën. De politieke strateeg zet hoog in en wil ergens in het midden uitkomen. Er zullen zeker dingen veranderen, enkele van zijn ideeën waren in 2004 tijdens het ISU-congres in Scheveningen serieuze voorstellen: de invoering van de kleine vierkamp en daarmee het schrappen van de 10 kilometer en het afschaffen van het WK sprint, waarop Nederland de afgelopen jaren ook is gaan domineren.

De Italiaan heeft veel macht binnen de ISU, waar schaatsen in vergelijking tot shorttrack en kunstrijden een zeer kleine discipline is en dus een zwakke positie heeft. Voor het aannemen van een voorstel is een tweederde meerderheid nodig. Bovendien kan het IOC zo nodig zelf ingrijpen als federaties niet slagvaardig en vooruitstrevend genoeg zijn.

Formeel kunnen (een aantal van) Cinquanta's ideeën pas op zijn vroegst ter stemming komen op zijn afscheidscongres in 2016. Voor de vergadering van deze zomer in Dublin ligt een voorstel van de KNSB dat zich beperkt tot een EK kleine meerkamp.

Op die bijeenkomst zal over verdere hervormingen worden gediscussieerd. Nu wil de Nederlandse bond niet speculeren over mogelijke veranderingen.

Toch zijn er Nederlanders die dat al lang doen. Ard Schenk heeft gepleit voor jaarlijkse Schaatsspelen waarin de kampioenschappen hardrijden, shorttrack en kunstrijden in korte tijd op één plaats worden afgewerkt.

Schaatshistoricus Marnix Koolhaas wil schaatsen overzichtelijker en spannender maken voor het publiek met een knock-outsysteem met finalerondes. Directe duels om goud, waarbij de klok geen rol speelt.

Koolhaas pleit al jaren voor hervormingen, zoals tijdens de Winterspelen nog in Trouw. Dat de dominantie van Nederland nog nooit zo groot is geweest, ligt volgens hem deels aan eigen kwaliteiten, maar wordt ook veroorzaakt door de wereldwijde terugloop in niveau en belangstelling.

Zonder veranderingen voorspelt hij dat het einde van het hardrijden als olympische winterdiscipline nabij is. Of zoals Cinquanta het in zijn revolutionaire epistel stelt: de Nederlandse dominantie in Sotsji is 'een teken van grote zorg'.

De kans dat de krachtenverdeling op korte termijn verandert, is immers klein. Nederland telt meer kunstijsbanen dan de rest van de wereld en heeft veruit het meeste geld en de meeste kennis. Bovendien maken rijders in veel landen de overstap naar schaatsen omdat hun hoofdsport, het mondiaal veel grotere inlineskaten, geen olympische status heeft. Zodra dat wél een olympisch onderdeel wordt, zal dat het schaatsen verder uithollen. En de sport komt al niet aan de voor nieuwe olympische wintersporten minimale eis van 25 deelnemende landen.

Uit de top 10
Vergden veranderingen in het olympische programma vroeger jaren van voorbereiding, tegenwoordig kan het snel gaan. De ploegenachtervolging kwam twee jaar voor de Spelen van 2006 uit de lucht vallen, nog voordat de ISU er zelf een sluitende formule voor had ontwikkeld.

Mochten er in 2018 minder individuele afstanden op het olympische programma staan, dan betekent dat voor Nederland minder medaillekansen. Vanwege de vrijwel totale afhankelijkheid van schaatsen, komt daarmee het door het rijk gesteunde maar nauwelijks betaalde top-10 streven van NOC-NSF onder druk te staan.

Als daarbij ook (allround-)toernooien om Europese en wereldtitels verdwijnen, betekent dat nog minder wedstrijden en kampioenen, minder zendtijd voor sponsors en dus minder geld voor commerciële teams. Nederland zal daardoor het hardst worden getroffen.

Twintig jaar lang is met zorg de commerciële formule opgebouwd die Nederland in Sotsji het grootste succes ooit op de Winterspelen heeft opgeleverd. Dat oogstte alom verbazing, bewondering en respect, maar kan uiteindelijk een pijnlijke nederlaag inluiden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden