De dood moet zijn gezicht hebben laten zien

Na jaren van discussiëren, delibereren en amenderen is de nieuwe euthanasiewet aangenomen. Maar gloort hiermee ook een begin van een antwoord op onze vragen over leven, lijden en het levenseinde? Begrijpen we nu beter wat 'ondraaglijk en uitzichtloos lijden' is, dat begrip dat een hoofdrol speelt in de nieuwe euthanasiewet? Of staat het taaiste deel van het debat ons nog te wachten? Trouw vraagt het de komende weken aan voor- en tegenstanders van euthanasie, aan juristen en artsen, aan mensen van de praktijk en mensen van de theorie. Vandaag: hoogleraar strafrecht Tom Schalken en Jacob Kohnstamm, voorzitter van de NVVE en D66-senator.

Jacob Kohnstamm zag ze de afgelopen weken met eigen ogen. De postzakken vol verzoeken aan hem en andere Eerste-Kamerleden om de nieuwe euthanasiewet toch vooral te laten passeren. Vele duizenden kaartjes zaten erbij en zo'n 14 000 brieven, veelal met de hand of op een ouderwetse typemachine geschreven. Zeer persoonlijke geschiedenissen, zegt hij, van mensen die van dichtbij een tragische lijdensweg meemaakten. Langer dan een uur kan hij er niet in lezen: ,,Ik word er zo treurig van.' Ja, concludeert Tom Schalken droogjes. ,,Het leeft enorm, het doodsprobleem.'

D66'er Jacob Kohnstamm zette zich vanaf midden jaren tachtig in voor een wettelijke regeling voor euthanasie. Eerst als TweedeKamerlid, thans als voorman van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE). Hij is blij met de nieuwe wet. ,,Een voorstander van euthanasie of een tegenstander, ik weet niet wat ik ben', zegt Tom Schalken, hoogleraar strafrecht aan de Amsterdamse Vrije Universiteit. ,,Het hangt helemaal af van de concrete situatie. Maar de wet die er ligt, is slecht en overbodig.'

Kohnstamm: ,,Ik ga die wet hier en nu niet verdedigen als ware die de mijne. De NVVE zou een heel andere wet hebben gemaakt. En ik zit hier als voorzitter van de NVVE.'

Schalken: ,,Dat is wel heel makkelijk.'

Kohnstamm, onverstoorbaar: ,,Als NVVE-voorzitter en als burger vind ik dat mensen het recht moeten hebben een einde aan hun lijden te laten maken. Tot nu toe was er een curieus verbond tussen patiënten die om euthanasie vroegen, artsen die dat begrepen en een magistratuur die dat door de vingers zag. Uiteindelijk moet je de knoop doorhakken en regelen dat een arts die volgens de regels stervenshulp verleent, niet meer het risico loopt in de Bijlmerbajes terecht te komen.'

Schalken: ,,Er zitten zoveel onduidelijkheden in deze wet dat artsen nog altijd het risico lopen voor de strafrechter te komen. Bovendien, juist de artsen die iets dubieus doen, zullen euthanasie niet melden. Dat betekent dat de wet niet aansluit op de maatschappelijke werkelijkheid.'

Toch zijn beide heren het ook regelmatig eens tijdens het gesprek in hotel Kras napolsky, hartje Amsterdam. Beiden vinden dat religieuze opvattingen buiten het euthanasiedebat horen te blijven. Allebei hebben ze een broertje dood aan 'hellend vlak'-argumenten: ,,Vaak een dooddoener in het debat. Opeens stokt ieders adem', verwoordt Schalken ironisch hun beider gevoelens. Bovendien delen ze de opvatting dat de mensheid op tal van manieren kan lijden - en dat de nieuwe euthanasiewet maar op een klein deel van dat lijden betrekking heeft. Het debat over die ndere vormen van lijden - zoals het 'lijden aan het leven' - moet nog beginnen.

Maar eerst debatteren de twee over die nieuwe, zo controversiële wet. ,,Een typisch Hollandse schijnoplossing', vat Schalken de inhoud samen. ,,We komen er niet goed uit en dus gooien we het op een transparante procedure. Als we het probleem maar zichtbaar maken, denken we dat we het hebben opgelost. Daarom moet een tweede arts worden geraadpleegd, daarom moet de arts de euthanasie melden. Slecht aan deze wet vind ik dat het doel ervan níet is: meer zorgvuldigheid bij beslissingen rond het levenseinde. Nee, doel is' - hij heeft de verbeten blik van een politieagent - ,,melden, melden, melden.' Hetgeen er volgens hem niet in zit, ook niet met de nieuwe wetgeving: zeker de helft van de artsen meldt niet en zal dat ook niet gaan doen.

De hoogleraar verwijst naar Wilfred van Oijen, de Amsterdamse huisarts die onlangs door de rechter schuldig werd bevonden aan moord op een bejaarde patiënte. Van Oijen gaf de vrouw, die buiten bewustzijn was en in erbarmelijke omstandigheden verkeerde, een injectie om haar sterven te bespoedigen. Schalken, geagiteerd: ,,De rechter rekende het Van Oijen zwaar aan dat hij een valse overlijdensverklaring invulde (Van Oijen verklaarde dat de vrouw een natuurlijke dood was gestorven, red.). Terwijl dat van ondergeschikt belang is. Oneindig veel belangrijker is of artsen wel of niet zorgvuldig handelen.'

Kohnstamm valt hem in de rede: ,,Ik wil best over Van Oijen praten, maar níet als we het over euthanasie hebben. Van Oijens patiënte had niet om de dood gevraagd en dus valt deze zaak per definitie niet onder de regels voor euthanasie.'

Schalken: ,,Daar heb je natuurlijk gelijk in. Maar de rechter heeft wel getóetst aan de regels voor euthanasie. Dat is nu juist het probleem: door zijn vaagheid is deze wet voor verschillende interpretaties vatbaar.'

Vaagheid, dat is één van Schalkens grootste bezwaren tegen de nieuwe euthanasiewet. Neem het criterium 'ondraaglijk en uitzichtloos lijden', een van de voorwaarden voor legale stervenshulp. Welke vormen van lijden vallen daar onder? Zelf vindt Schalken dat er van een ernstige lichamelijke of psychische aandoening sprake moet zijn. Zo ernstig dat de patiënt hoe dan ook binnen afzienbare tijd zal overlijden, hetgeen - zo leerde hij van psychiaters - ook voor ernstige psychische aandoeningen kan gelden. ,,Helaas is het begrip 'stervensfase' losgelaten. Ik zou daaraan willen vasthouden als voorwaarde voor euthanasie of hulp bij zelfdoding. De dood moet zijn gezicht hebben laten zien.'

Kohnstamm: ,,Dat kan gemakkelijk worden opgevat als: nog een paar uur te gaan.'

Schalken, snel: ,,Nee, nee, dat mag best ruimer worden geïnterpreteerd. Het moment van overlijden kun je gewoonlijk niet tot op de dag uitrekenen. Maar toch is 'de stervensfase', hoewel die niet hard te definiëren valt, een begrip waarmee artsen kunnen werken. Als je ondraaglijk en uitzichtloos lijden strikt medisch interpreteert, voorkom je dat artsen zich moeten bezighouden met existentiële vragen waar ze net zo weinig of veel vanaf weten als jij en ik.'

Dat het lijden in deze wet niet glashelder is gedefinieerd, beaamt Kohnstamm. ,,Net zomin als begrippen als 'goed huisvaderschap', 'onrechtmatige daad' of wanprestatie' nauwkeurig zijn omschreven door de wetgever. Of dat erg is, wéten we gewoon nog niet. Dat moet de praktijk leren. Duidelijk is in ieder geval dat de nieuwe wet géén betrekking heeft op lijden aan het leven. Daarover wordt in deze wet nog helemaal niets geregeld.'

Schalken: ,,Dat kan de voorzitter van de NVVE zeggen. Maar er zijn mensen die daar anders over denken. Ook rechters.'

Zoals de rechtbank in Haarlem die enkele maanden geleden de huisarts vrijuit liet gaan voor de stervenshulp die hij verleende aan oud-PvdA-senator Brongersma (waartegen het openbaar ministerie in beroep is gegaan, red.). Brongersma's voornaamste probleem was een kwellende levensmoeheid en dat heeft volgens Schalken weinig te maken met ondraaglijkheid en uitzichtloosheid in de medische zin des woords.

De zaak-Brongersma is geen goed voorbeeld, denkt Kohnstamm. De oud-senator had zware evenwichtsstoornissen en leed aan incontinentie - medische problemen die voor sommigen zeer ontluisterend en daardoor ondraaglijk kunnen zijn. Maar los daarvan: hij is de eerste om te pleiten voor een helder onderscheid tussen verschillende groepen mensen die vragen om stervenshulp.

Kohnstamm: ,,De eerste categorie, dat zijn de ernstig zieken die zeggen: 'ik ervaar dit lijden niet als louterend, ik wil dat hier een einde aan komt'. Daarover is vrijwel iedereen het eens, de kleine rechtse partijen daargelaten. Voor deze patiënten is de nieuwe wet belangrijk. Zij durfden tot dusver vaak niet om euthanasie te vragen omdat ze hun arts niet in problemen wilden brengen. De tweede categorie betreft pijnbestrijding die als neveneffect het sterven versnelt, het staken van de behandeling bij comateuze patiënten, of levensbeëindiging bij zeer ernstig gehandicapte pasgeborenen. Daar heeft de strafrechter al helemaal niets mee te maken.'

En dan die ingewikkelde derde groep: de mensen die geen ernstige kwalen hebben maar niet verder willen leven. ,,Over dit lijden aan het leven wordt al tien jaar gepraat', zegt Kohnstamm. ,,Maar het debat loopt als zand tussen je vingers weg. Ik denk soms dat dit komt doordat we al over zoveel levensvragen moeten beslissen. Wel of geen kinderen, wel of geen relatie. Misschien willen we deze vraag er niet ook nog bij hebben.'

Toch is hij ervan overtuigd dat er mensen zijn - veel mensen - die tegen hun zin moeten doorleven. Mensen die hoogbejaard zijn, helemaal niemand meer hebben, echt niet meer verder willen. ,,Diep in mijn hart vind ik dat artsen mogen zeggen: met dit lijden heb ik niets te maken. Tegelijkertijd stelt dat ons voor een enorm probleem. Want dan moet een ander die zogeheten pil van Drion gaan verstrekken, een staatsinstituut of zoiets engs. Ongetwijfeld weer met richtlijnen - een verplichte bedenktijd van vijf dagen of zo. Krankzinnig misschien. En toch, hoe moeilijk het ook is een goede regeling te bedenken, ook dat debat kómt er.'

Of Schalken hierop zit te wachten? ,,In ethisch opzicht is dit in ieder geval minder gecompliceerd', aarzelt hij. ,,Bij iemand met een dodelijke ziekte kun je je afvragen hoe vrijwillig de keuze om te sterven nog kan zijn. Ik denk dat die vrijwilligheid in de stervensfase ophoudt. Bij mensen zonder levensbedreigende aandoening is in ieder geval veel eenvoudiger en eenduidiger vast te stellen of ze in vrijheid voor de dood kiezen.'

,,Maar ik hoop vurig dat we bij vragen omtrent lijden aan het leven de maatschappelijke solidariteit niet uit het oog verliezen. Ik vraag me af hoe solidair we nog zijn met de eenzamen onder ons als de overheid dodelijke pillen beschikbaar gaat stellen', zegt Schalken. ,,Het is een beetje vergelijkbaar met het gedoogbeleid voor harddrugs, waaraan ook een kant van emotionele verwaarlozing zit. Ergens stoot je drugsgebruikers toch uit de samenleving door schadelijk drugsgebruik door de vingers te zien. Schrijven we vereenzaamde ouderen niet af als de overheid dodelijke pillen beschikbaar gaat stellen?'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden