De dood mag je niet verprutsen

Over filosofen die een welsprekend einde verkozen boven conformisme of compromis

Stel. Socrates was indertijd beleefd gebleven tegen de jury, in plaats van die te bespotten. Hij had zijn rechters overtuigd van zijn nog te verwachten verdiensten voor Athene en de hele toekomstige beschaving. Hij had zich laten verbannen of was met de hulp van rijke vrienden ontsnapt. Dan had hij geen gifbeker hoeven leegdrinken en was hij een respectabel aantal decennia later gewoon van ouderdom overleden.

Elk ruimdenkend mens zou het hem gegund hebben. Toch? Het punt is alleen, dat u en ik zijn naam dan niet zouden kennen. Hij heeft nooit een regel op papier gezet. Waarom zou je met zo'n man de geschiedenis van de westerse wijsbegeerte laten beginnen?

Socrates' betekenis voor de filosofie zit juist in de manier waarop hij is doodgegaan, in zijn weldoordachte besluit om te sterven voor zijn ideeën. Dat stelt althans de Roemeens-Amerikaanse filosoof Costica Bradatan in zijn boek over het gevaarlijke leven van wijsgeren.

Filosofie bedrijven is volgens Bradatan geen kwestie van op gezette tijden van achter je bureau een doorwrocht boekje schrijven; dat is hoogstens inleidend kantoorwerk. De ware wijsbegeerte is levenskunst. En dan gaat het niet in de laatste plaats om jouw antwoord op de vraag waarvoor en hoe je dood wilt gaan. Of zoals Michel de Montaigne in de 16de eeuw stelde: "Filosoferen is leren hoe je moet sterven." Want de dood, wist ook de Franse filosofe Simone Weil, is immers het kostbaarste wat de mens is gegeven. Een belangrijk argument dus om je dood niet te verprutsen, maar er een filosofisch meesterwerk van te maken. En dan zonder actieve zelfdoding, al is het verschil niet altijd helder.

Er blijkt inderdaad een flinke rits filosofen te zijn, die, net als Socrates, een welsprekende dood verkozen boven conformisme of compromis. Zoals de heidense Hypatia van Alexandrië (355-415) die overhoop lag met patriarch Cyrillus en aan stukken werd gescheurd door een christelijke knokploeg. Thomas More, in 1535 onthoofd omdat hij het vertikte koning Hendrik VIII (die van Anna Boleyn) als hoofd van de kerk te erkennen. De dominicaan Giordano Bruno eindigde in 1600 op de brandstapel omdat hij hostie, de Drie-eenheid en Maria's maagdelijkheid baarlijke nonsens vond. En Jan Poto¿ka, Tsjechisch fenomenoloog en medeoprichter van Charta 77, die in 1977 maar al te goed besefte dat hij de ondervragingen van de geheime politie niet zou overleven.

Het verschijnsel martelaar-filosoof ontleedt Bradatan als de opvoering van een toneelstuk. Met uiteraard veel aandacht voor de hoofdrolspeler van het verhaal: de filosoof, die de taak heeft zijn eigen leven en dood vorm te geven. Vervolgens betreedt zijn tegenspeler, de dood, het toneel aan de hand van schilderijen van Munch, Tolstojs 'Ivan Iljitsj' en de schaakpartij uit Bergmans film 'Het zevende zegel'.

Daarbij mijdt Bradatan trouwens het zwaardere werk niet, zoals in een verdienstelijke poging om 'het zijn' bij Heidegger begrijpelijk te maken. Regelrecht spannend wordt het waar hij het stof afklopt van een essay uit 1936 van de vrijwel vergeten filosoof Paul-Louis Landsberg, over de dood als mystieke ervaring, met het stierengevecht als prachtige metafoor. En ten slotte maakt Bradatan duidelijk dat een succesvol martelaar-filosoof niet kan zonder podium, bloeddorstig en vervolgens schuldbewust publiek plus vaardig biograaf.

Het resultaat is een pittig boek dat zich maar moeilijk weg laat leggen, omdat elke paragraaf weer een nieuwe verrassing belooft. En ach, dat Bradatan soms doordraaft en van een persoonlijke indruk wel heel gemakkelijk een algemene waarheid maakt, dat zij hem maar vergeven. Hoewel? Hoe bijvoorbeeld kan iemand ooit echt weten dat jong sterven eenvoudiger en minder pijnlijk is dan wanneer je ouder bent?

'Sterven voor een idee' mag vooral over seculiere filosofen gaan, het actueelste zijn de pagina's waar Bradatan over de schutting kijkt, naar waarom mensen om andere (religieuze, politieke) redenen hun lichaam op het spel zetten. De lijntjes zijn soms flinterdun. Van Jezus tot Gandhi's hongerstakingen en de zelfverbrandingen van Jan Palach (in Praag 1969) en Mohamed Bouazizi (Tunis 2011), van Japanse kamikazepiloten tot en met het 'offensieve martelaarschap' uit de islam. Helaas onbeantwoorde vraag: zou de ironie, de methode waarmee Socrates uiteindelijk toch ook onsterfelijk is geworden, helpen om dat laatste probleem te lijf te gaan?

Costica Bradatan: Sterven voor een idee. Filosoferen met gevaar voor eigen leven

Te

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden