De dood brengt nieuw leven in de kerk

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Ze dachten los te zijn van de kerk, maar eenmaal geconfronteerd met ziekte en overlijden van vader of moeder, bleek de breuk minder definitief dan gedacht. Hoe kinderen terugkeren in de kerk door het sterfbed van hun (groot-)ouders.

Willem Pekelder

’Wie woont hier?”, wilde haar zoon Nathan weten, toen ze de kathedraal van Rotterdam passeerden. Het antwoord was er uit voordat ze er erg in had: God.

Op dat moment kon Ankie van Netten (58) uit Rotterdam niet bevroeden dat ze enkele jaren later weer trouw zou aanschuiven in de kerkbanken.

Het was in 1999 bijna dertig jaar geleden dat ze de kathedraal aan de Mathenesserlaan voor het laatst had betreden. Ze was er gedoopt, gevormd en getrouwd, maar na haar huwelijk in 1970 was de klad in de kerkgang gekomen. „We waren bezig met Amerika en Vietnam, met de ideale maatschappij. Dat er ook nog zoiets als een kerk bestond, speelde geen rol.”

Totdat haar moeder in het genoemde jaar overleed. „De uitvaartmis was als een thuiskomen. De rituelen die je losmaken van de waan van de dag en leiden tot verstilling. Het voelde alsof ik gisteren nog naar de mis was geweest. En dan die bloemrijke Arabische taal uit de Bijbel, zo anders en toch zo vertrouwd. Natuurlijk had ik verdriet, maar ik dacht na afloop ook: God, wat was dit mooi.”

De lerares Nederlands had maar een klein zetje nodig om terug te keren naar de kerk van haar jeugd. Dat duwtje gaf haar toen zevenjarige zoon. „Een paar weken na de uitvaart vroeg Nathan huilend: Waarom kreeg iedereen dat brood behalve ik? Omdat je daarvoor gedoopt moet zijn, was mijn antwoord. Waarop hij reageerde: Dan wil ik vanavond nog gedoopt worden.”

Dominee Piet de Jong weet het uit zijn jarenlange ervaring als predikant van de Pelgrimvaderskerk in Rotterdam-Delfshaven: „Begrafenissen zijn een groot succes. Er zitten op zo’n moment vaak veel randkerkelijken en onkerkelijken onder je gehoor, en het komt geregeld voor dat een nabestaande na afloop vraagt: Dominee, wilt u mij ook begraven? Mijn antwoord is dan: In orde, maar liever niet deze week.”

De wervende kracht van een begrafenisdienst zit hem vooral in de juiste toon, weet De Jong. „Nooit veroordelen, altijd hoop bieden. Ik heb pas een homoseksuele man begraven, die met Kerst wel eens met zijn zus bij ons in de kerk kwam. Hij had altijd goed voor zijn vriend gezorgd, die twaalf jaar eerder na een naar ziekbed was overleden. Hij was een herder voor zijn geliefde, zoals Jezus dat was voor degenen die Hem omringden. Als je in die trant preekt, raak je aan de heiligheid van mensen en heb je kans dat onkerkelijken na afloop zeggen: Die kerk, die is zo gek nog niet. Vaak is de terugkeer een proces van maanden. Men is al met het geloof bezig, en een begrafenis kan het kwartje definitief doen vallen.”

Dominee Piet Schelling uit Monster schat dat de PKN jaarlijks op enkele honderden nieuwe gelovigen mag rekenen. Hij publiceerde in 1996 onder de titel ’Tegen de stroom in’ een onderzoek naar de redenen waarom mensen terug keren naar de kerk of voor de eerste maal toetreden. „Het gaat om existentiële ervaringen die mensen meemaken: de verwondering rond de geboorte van een kind, de pijn rond ziekte en overlijden van een dierbare. De herintreders zien tot hun verrassing dat de kerk anders is dan toen ze haar verlieten: opener, eigentijdser, een andere taal. Dat is voor hen reden om te blijven. Anders ligt het voor toetreders die eerder puur onkerkelijk waren. Zij zijn godsdienstig niet gesocialiseerd en vinden het vaak moeilijk om op langere termijn hun draai in de kerk te vinden.”

Het komt tot in de ’hoogste kringen’ voor. Zo sloot dominee Hans van Solkema (46) uit het Gelderse Laren zich na de begrafenis van zijn grootvader aan bij de kerk. „Mijn ouders en ik gingen nooit naar de kerk. Totdat, op mijn achttiende jaar, mijn opa overleed. Mijn vader en moeder hebben veel gehad aan de persoonlijke aandacht die ze op dat moment vanuit de kerk kregen en besloten bij wijze van dank de zondagsdiensten te gaan bezoeken. Ik ging mee. Bovendien meldde ik me aan voor catechisatie.”

Nico van der Giesen (42) uit Rotterdam had vijfentwintig jaar geen kerk van binnen gezien toen hij in 2004 weer actief gelovig werd. „In het jaar ervoor had mijn vader te horen gekregen dat hij leed aan longkanker. Toen ben ik voor het eerst sinds jaren weer gaan bidden. Ik deed het niet eens omdat ik zelf zo sterk geloofde. Het was vooral uit liefde voor mijn vader.”

Toen in de zomer van dat jaar bleek dat de kanker was uitgezaaid, wilde Van der Giesen uitzoeken of hij nog in God kon geloven. „Ik nam contact op met een oude onderwijzer die mij als jongen in Brabant enthousiast had gemaakt voor het geloof. Als kind heb ik een heftige religieuze ervaring gehad. Na een gebed of Jezus in mijn leven wilde komen, voelde ik een grote euforie over me komen, alsof ik in vuur en vlam stond. Nu besloot ik, met enige aarzeling, hetzelfde gebed opnieuw uit te spreken. Daarna was het of een loden last van mijn schouders viel. Ik wist dat mijn vader niet meer zou genezen, maar ik merkte dat ik mijn lot kon dragen. Ik voelde me lichter, vrolijk zelfs.”

Van der Giesen, applicatiemedewerker bij de Stichting Kunstzinnige Vorming, besloot contact op te nemen met het kerkgenootschap van zijn jeugd: de Nederlandse hervormde kerk. „Ik heb een Alpha-cursus gedaan in de Pelgrimvaderskerk en in april 2004 ben ik voor het eerst weer naar een dienst gegaan. Het was een warm bad. Toen mijn vader in juni van dat jaar in Brabant overleed, stond mijn dominee meteen bij mij op de stoep. Ik was twee maanden terug in de kerk en ik hoorde er al helemaal bij.”

De PKN gelooft heilig in de steun die de kerk kan bieden op de kruispunten van het leven. Het landelijk dienstencentrum biedt de plaatselijke kerken zelfs een ’missionair model’ aan, waarin de lokale gemeenten handreikingen worden gedaan voor de vormgeving van dit soort vieringen.

Voor dominee Van Solkema zijn begrafenissen een topprioriteit. „Er is in Laren maar één kerk en het lijkt erop alsof het hele dorp bij uitvaarten aanwezig wil zijn. Zo’n tjokvolle kerk vraagt iets extra’s van de predikant. Hij zal zijn woorden zo moeten kiezen dat ook niet-kerkelijken er iets van meenemen. Zo geef ik mensen de gelegenheid in stilte hun eigen gedachten te laten gaan. Humanistisch georiënteerde bezoekers ervaren op die manier ruimte voor een eigen beleving. Dat is belangrijk als je een missionaire kerk wilt zijn.”

In zijn eigen kerk ziet Van Solkema verschillende ’herintreders’. „Heb ik het over begrafenissen dan gaat het dikwijls om kinderen van overleden ouders, maar het omgekeerde gebeurt ook. Tien jaar geleden heb ik een jongen begraven die een einde aan zijn leven had gemaakt. Sindsdien komen zijn ouders elke zondag trouw naar de kerk.”

De gelovigen zijn bij hun terugkeer vaak wezenlijk anders dan tijdens hun eerste kerkelijke periode, weet Van Solkema. „Gingen ze vroeger misschien uit gewoonte naar de kerk, nu is het een welbewuste keuze. Door de afstand die ze jarenlang hebben betracht, zijn het kritische kerkgangers geworden, die niet meer geloven dat de kerk de waarheid in pacht heeft. Ze zetten vraagtekens bij de traditie en hechten vaak aan een moderne bijbelinterpretatie.”

De rooms-katholieke kerk, waarbij jaarlijks duizend nieuwe gelovigen zich om uiteenlopende redenen laten inschrijven, kent, anders dan de PKN, geen landelijk programma om missie te bedrijven op de kruispunten van het leven. Dat wordt geheel aan de bisdommen en de parochies overgelaten.

Ankie van Netten merkte bij haar terugkeer hoezeer de sfeer in de parochie was veranderd. „Mijn beeld van priesters was vanuit mijn jeugd nogal negatief: afstandelijk en wereldvreemd. Nu ontmoette ik in de kathedraal een jonge pastoor, Joost de Lange, die met beide benen in de werkelijkheid bleek te staan. Als hij preekte, leek het alsof zijn woorden alleen voor jou waren bestemd. Ik beleefde mijn terugkeer als het hervinden van een schat, die ik in de loop van mijn leven was kwijtgeraakt.”

Van Netten is inmiddels sinds tien jaar lectrice in de Rotterdamse kathedraal. „Volgens de Bijbel moet de graankorrel in de akkergrond sterven om rijke vruchten voort te brengen. Ik heb dat in mijn eigen bestaan als een waarheid ervaren. Het overlijden van mijn moeder heeft nieuw leven gebracht. Niet alleen voor haarzelf, zoals het geloof leert, maar ook voor Nathan en voor mij.”

Ankie van Netten hervond de weg naar de kathedrale kerk in Rotterdam na de dood van haar moeder. Ze is er nu al tien jaar lectrice. (FOTO JÿRGEN CARIS, TROUW) Beeld
Ankie van Netten hervond de weg naar de kathedrale kerk in Rotterdam na de dood van haar moeder. Ze is er nu al tien jaar lectrice. (FOTO JÿRGEN CARIS, TROUW)

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden