De donkere wolk Irak

Het leek een fantastisch idee, zo'n anderhalf jaar geleden: een groots, officieel staatsbezoek van de Amerikaanse president Bush aan trouwe bondgenoot Groot-Brittannië. Na de succesvolle campagne in Afghanistan en met 11 september nog kort in het geheugen, leek er geen betere manier om de speciale relatie tussen de landen te beklinken.

Vanavond landt Bush in Londen voor een staatsbezoek aan Buckingham Palace en de planning had nauwelijks beroerder kunnen zijn. De oorlog in Irak wordt steeds bloediger. Bush en de Britse premier Blair krijgen steeds meer kritiek wegens hun Irak-beleid.

Beide regeringsleiders lijken alleen maar te verliezen hebben met het bezoek. Blair kan het verwijt dat hij het 'schoothondje van Bush' is, missen als kiespijn. Ook Bush schiet weinig op met de verwachte massale demonstraties. Zelfs het voorgenomen bezoek aan familie van Britse gevallenen blijkt geen gelukkige greep. In eigen land heeft Bush nog nooit nabestaanden bezocht. En enkele rouwende Britse families hebben het bezoek aangegrepen om Bush én Blair in de Britse pers te hekelen.

Verenigde Staten / Doelpalen verschoven
'Irak' zal voortdurend als een donkere wolk hangen boven het staatsbezoek van de Amerikaanse president Bush aan Groot-Brittannië, dat vandaag begint. Er zijn zat andere interessante gespreksthema's tussen de twee landen: de Navo-voornemens om te komen tot een snelle interventiemacht, het Kyoto-klimaatverdrag, de behandeling van (Britse) Al-Kaidaverdachten in Guantánamo Bay, het Iraanse kernprogramma, of de Amerikaanse importheffingen op staal. Maar geen onderwerp is zo emotioneel beladen als de oorlog in Irak, en de Brits-Amerikaanse samenwerking in die oorlog.

Toen de Britse premier Tony Blair afgelopen juli het Amerikaanse Congres toesprak, kreeg hij daar welgeteld achttien staande ovaties, waar hij in eigen land vooral boe-geroep oogstte. ,,Dit is eerlijk gezegd beter dan ik thuis gewend ben'', sprak Blair bij het eerste applaus, toen hij het podium opkwam. Om zeer voor de hand liggende redenen heeft president Bush het dus maar uit zijn hoofd gelaten om het Britse parlement toe te spreken.

In juli lagen Blair en Bush in eigen land en daarbuiten ook al onder vuur over de oorlog in Irak. Net was aan het licht gekomen dat Bush in zijn 'State of the Union', in februari, onwaarheid had gesproken over vermeende pogingen van Saddam Hoessein om uranium te kopen in Niger. Blair was ernstig in het nauw gekomen omdat was gebleken dat zijn bewering dat Saddam Hoessein zijn massavernietigingswapens 'binnen 45 minuten' in stelling kon brengen zwaar overdreven was.

Bovendien, zo luidde de klacht in juli: de zoektocht naar de Iraakse massavernietigingswapens, die toch dé aanleiding vormden voor de oorlog, begon wel heel lang te duren. Blair ging tijdens zijn toespraak de twijfels daarover niet uit de weg. Hij zei ervan overtuigd te zijn dat de wapens alsnog boven water zouden komen. Maar, zei hij: ,,Als we het fout hebben, dan hebben we wel een bedreiging vernietigd, een bedreiging die hoe dan ook verantwoordelijk is voor een bloedbad en onmenselijk lijden. Ik vertrouw er dan ook op dat de geschiedenis ons zal vergeven voor die fout. Als we wel gelijk hebben, en we zouden níet hebben gehandeld, dan zou de geschiedenis ons gebrek aan leiderschap hebben verweten. Dit zou ons niet worden vergeven.''

Het was voor het eerst dat Blair 'de doelpalen verschoof', zoals een Britse krant het omschreef. Het argument van de oorlog was gewijzigd van 'Saddam vormde een directe en acute bedreiging' naar 'wij hebben het Iraakse volk bevrijd'. Ook de regering-Bush draagt deze boodschap al sinds maanden hartstochtelijk uit.

De situatie in Irak is sinds juli aanmerkelijk verslechterd door het toenemende verzet. En de steun voor de oorlog is in beide landen gestaag verder geslonken. En sinds vorige week zijn de doelpalen opnieuw verschoven- misschien niet zo opzichtig als vorige keer, maar toch. Was het eerst vooral de bedoeling om in Irak de democratie te vestigen, nu wil de Brits-Amerikaanse coalitie de macht zo snel mogelijk aan de Irakezen overdragen, zo werd dit weekeinde bekend.

De haast waarmee dit nieuwe streven werd geformuleerd -de Amerikaanse gezant Paul Bremer moest er halsoverkop voor terugkomen uit Irak- en bekendgemaakt hangt ongetwijfeld samen met Bush' bezoek aan Londen. Ook minister van buitenlandse zaken Colin Powell reist deze week naar Europa met deze nieuwe boodschap die in veel Europese hoofdsteden -Berlijn en Parijs voorop- goed valt, en even de aandacht kan afleiden van de problemen die de coalitie in Irak ondervindt.

Groot-Brittanië / Een slechte 'timing'
Het gesternte waaronder de Britse premier Tony Blair vier maanden geleden op bezoek ging in de Verenigde Staten, was nauwelijks positief te noemen. Twee leiders onder vuur, broeiende onderlinge geschillen -de situatie verschilde niet wezenlijk van die van nu. Destijds was er echter één lichtpuntje: Blair werd in Washington als een held binnengehaald.

Zo'n onthaal lijkt er voor George Bush de komende dagen niet in te zitten. Een groot deel van de Britse bevolking kan weinig enthousiasme opbrengen voor de komst van de Amerikaanse president, en grote demonstraties zullen zijn bezoek ontsieren. Hij is ,,de meest onwelkome gast die dit land ooit heeft ontvangen'', zoals een protestleider het onlangs uitdrukte.

De veiligheidsmaatregelen in Groot-Brittannië zijn er naar -de komende dagen lopen er meer gewapende mensen in de straten van Londen rond dan op enig moment sinds de Tweede Wereldoorlog. Toch zal de aanpak niet alleen repressief zijn: de Britse autoriteiten kiezen in hun omgang met de demonstranten voor een 'ijzeren vuist in een fluwelen handschoen'. Wellicht is dat niet helemaal naar de wens van de Amerikanen, maar de minister van binnenlandse zaken Blunkett liet weten dat de veiligheid een Britse aangelegenheid is. Zo krijgen de Amerikaanse veiligheidsmensen die de president vergezellen geen diplomatieke immuniteit in het geval ze een demonstrant doodschieten.

Toch is Blair er nog niet als zijn gast het er zonder kleerscheuren en gezichtsverlies vanaf brengt. Hij moet namelijk ook aan zichzélf denken, nu de grote Irak-bondgenoot op bezoek is. De populariteit van de Britse premier heeft nog steeds zwaar te lijden onder de Irak-kwestie. Uit een recente opiniepeiling in The Guardian bleek dat het vertrouwen in hem is afgenomen van 49 procent in april tot 33 procent in oktober. Uit een peiling in The Times bleek vorige week dat slechts veertig procent van de Britten denkt dat de 'speciale relatie' tussen de VS en Groot-Brittannië goed is voor hun land.

Dat zijn niet de beste uitgangspunten voor een prettig bezoek. Desondanks zei Blair vorige week dat het ,,precies het goede moment is voor hem (Bush) om te komen''. Dat klonk niet erg geloofwaardig, juist omdat Blair in eigen land net in iets rustiger vaarwater leek te zijn gekomen. Het Hutton-onderzoek naar de dood van wapenexpert David Kelly, dat maandenlang de voorpagina's vulde, is inmiddels afgerond. De aandacht van pers en politiek begon juist weer te verschuiven van Irak naar binnenlandse kwesties -de afgelopen weken was Blair vooral te vinden in scholen en ziekenhuizen.

In deze context is de aankomst van Bush ,,ongeveer zo op zijn plaats als het verschijnen van een stripper op een bruiloft'', zoals The Guardian het verwoordde. En een Labourparlementariër zei tegen The New York Times: ,,De timing is vreselijk. We proberen wanhopig om Irak achter ons te laten en ons te focussen op binnenlandse kwesties, en dan duikt plotseling de man op die we de oorlog in volgden.''

Het enige dat Blair te winnen heeft bij het bezoek van Bush, is de kans die het hem biedt zijn imago van schoothondje van de Amerikanen af te schudden. Het Britse volk wil eindelijk wel eens wat terugzien voor alles steun die het de VS de afgelopen jaren heeft geboden. Daarom is het voor de Britse premier te hopen dat Bush deze week een cadeautje bij zich heeft.

Wellicht dat de president als tegemoetkoming deze week aankondigt dat hij de Amerikaanse importheffingen op staal opheft. En anders is er altijd nog de zich al maandenlang voortslepende kwestie-Guantánamo. Op de Amerikaanse basis zitten negen Britten vast, en de Britse regering wil dat hen een fatsoenlijke rechtsgang wordt gegarandeerd. Afgelopen zondag suggereerde Bush dat op dit punt wellicht iets te regelen valt: ,,Ik werk nauw met Tony samen om een oplossing te vinden waar hij zich prettig bij voelt.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden