De Dom van Xanten

Het Duitse dagblad Rheinische Post had mij uitgenodigd om voor zijn lezers een verhaal te houden. In Xanten, een lieflijk stadje in het Rijnland. Mooie naam, Xanten, er zit het heilige woord Sanctus in.

Vanuit mijn hotelkamer heb ik een fraai uitzicht op de Dom, gewijd aan St Victor, een martelaar die hier in het midden van de vierde eeuw ter dood is gebracht. Gelovigen hebben toen een kapel op de graven van hem en zijn mede-martelaren gebouwd. Later, van 1200 tot 1550, is die kapel uitgegroeid tot de grote Dom die er nu staat. Ad Sanctos heette dit stadje vroeger: Naar de heiligen.

Eigenlijk moet ik nodig op mijn kamer aan het werk, ik wil de kleine profeet Haggai bestuderen, uitstapjes als deze mogen niet teveel tijd kosten, maar ik wil toch eerst even die Dom zien.

Een adembenemend gebouw. Er staat een Maria-altaar met wonderschoon houtsnijwerk uit de zestiende eeuw, maar ook een gemeente-altaar in brons uit 1976, met wijnranken, een egel, een slang, een uil, een slak, een haan, een specht; het is alsof de ark van Noach net geland is. Als de preek verveelt valt hier nog van alles te genieten en te fantaseren. De lezenaar is een visnet in brons, met veel visjes erin. Je vindt hier prachtige klassieke glas-in-loodramen naast, aan de westzijde, een glas-in-loodraam uit onze tijd, met veel rood, alsof er granaten exploderen. Er hangen oude wandtapijten met voorstellingen over het leven van David en tussen pilaren links en rechts aan stalen draden twee grote moderne abstracte schilderijen, ook met veel rood erin. Ze vertellen over oorlog en vrede, dat kan niet missen.

Een aardige mevrouw verkoopt boekjes en prentbriefkaarten. ,,Was de kerk erg verwoest?'' vraag ik. ,,Ja'', zegt ze, en ze laat me foto's van de ruïne zien. ,,Maar de ramen en de tapijten en het Maria-altaar bleven wonder boven wonder gespaard.''

,,Wanneer werd de kerk gebombardeerd'', vraag ik.

,,In februari 1945'', zegt ze met een zucht.

,,Toen was de oorlog dus al. . .'' verloren, wilde ik zeggen, maar ik aarzelde om dat woord te gebruiken. ,,Ja'', zei ze, ,,es war schon gelaufen''. Het leger had een uitkijkpost op de toren gevestigd, en daarmee was het voor de geallieerden een te bestoken doel.

Ik spreek mijn bewondering uit voor de moed, het geloof, de verbeeldingskracht en het vakmanschap waarmee deze kerk gerestaureerd is.

,,Eigenlijk is het aan het onvermoeibaar ijveren van één man te danken'', zegt ze, en ze vertelt over de Xantenaar Walter Baden die het volk dat treurend bij de puinhopen zat, opwekte om het herstel van het oude godshuis ter hand te nemen en niet te rusten voor het uit zijn as herrezen was. Misschien droomde die man, bedenk ik me, wel van een kerk, mooier nog dan die van voorheen.

,,Hebt u de crypt gezien?''

Nee. Toch wat gehaast omdat ik aan het werk wil, heb ik die over het hoofd gezien. ,,Daar moet u nog wel even naar toe'', zegt de vrouw.

Ik daal af. De oude martelaar Victor heeft hier zijn laatste rustplaats gevonden. Maar Walter Baden heeft bedacht dat deze kerk ook voor martelaren uit onze tijd de laatste rustplaats moest zijn. En zo vind je hier de as van een aantal verzetsmensen uit het Rijnland die vanwege hun strijd tegen het nationaal-socialisme de dood vonden, in Dachau en elders. Hun foto's hangen aan de muur, met een korte levensbeschrijving en met fragmenten uit de brieven die zij voor hun terechtstelling naar hun dierbaren schreven. De as van de mijnwerker Nikolaos Grosz is verstrooid - in plaats van een urn staat er zijn mijnwerkerslamp.

In gedachten verzonken loop ik over het grote marktplein terug naar mijn hotel. Die tweede Dom is mooier, rijker, aardser, verhevener dan de eerste. Nu moet ik nodig aan het werk, Haggai wacht. Ik ben benieuwd wat dat voor man is, ik heb eerlijk gezegd geen idee. Wat ik er op de universiteit over leerde ben ik allang vergeten en ik kan me niet herinneren later ooit een letter in dat kleine boekje te hebben gelezen.

Wat blijkt? U moet me op mijn woord geloven, ik heb geen woord verzonnen, maar Haggai was in het jaar 520 voor Christus zoiets in Jeruzalem als Walter Baden in onze dagen in Xanten.

Haggai was met een deel van Israels ballingen uit Babel teruggekeerd - maar zij vonden niets terug van het Jeruzalem waar zij van droomden, de stad was verwoest, de tempel lag in puin, ze zaten in zak en as, verwarring en onmacht alom. Toen verhief Haggai zijn stem. Hoe lang nog zou dit volk zo neerslachtig zijn, zo zonder roeping, zonder een tempel waar geloof gewekt, gevoed en vorm gegeven wordt, een plek in het midden van de stad waar het verleden lessen voor de toekomst leert, waar de verwondering levend wordt gehouden, de schroom voor de geheimenissen Gods, een huis dat blijvend inspireert tot daden van gerechtigheid? ,,Zo spreekt de Heer: willen jullie in mooie huizen zitten terwijl mijn huis een bouwval is? Ga de berg op en haal hout. Stenen liggen er nog genoeg.''

Het ging Haggai niet eens zozeer om de restauratie van de tempel maar om het herstel van het verbond van God en zijn volk. Israel moest gerestaureerd worden. God wil met zijn volk aan de stad van de toekomst bouwen, maar dat is onbegonnen werk zolang dat volk met zijn verleden niet in het reine is en zolang in het hart van die stad een puinhoop herinnert aan zwarte bladzijden in de geschiedenis van God en zijn weerspannig volk. Wat is stukgegaan moet worden geheeld. En daarom: ga de berg op, overwin je traagheid en je angst en je verbittering, al die blijken van gebrek aan vertrouwen in God en in mensen. Haal hout, zet de stenen van de bouwval van je leven weer overeind, timmer aan je geloof in God en in de toekomst, bouw aan een stad waar Gods heerlijkheid weer kan wonen.

Zo was er in een trieste stad en in een treurend volk één knechtje van God die voor de Heer de vuursteen werd waar hij zijn vonken uit kon slaan. En de vonken sprongen over op het dorre hout van wanhopige harten. ,,Zo spreekt de Heer'', riep de kleine grote profeet, ,,in heerlijkheid zal dit tweede huis het eerste overtreffen.''

Ik kijk uit het raam. Dag Dom. Dag Dom van Xanten. De groeten van Haggai.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden