De dokter wil na Kaboel nu Amsterdam zien: 'Zolang wachten op duidelijkheid breekt je geest'

In de schaduw van de Zeeuwse duinen ligt het asielzoekerscentrum van Burgh-Haamstede. Vroeger kwamen hier de gelovigen van de EO bijeen. Nu wonen er Somaliërs, Iraniërs, Irakezen en al die andere vluchtelingen. Zij brachten de feestdagen door met wachten en piekeren. Vandaag de laatste aflevering.

-“Hm.” -“Kamer 65 halen we uit elkaar, daar zijn altijd problemen.” -“Dat komt goed uit, want er komt een gezin van vijf uit Goes.” -“Er komt morgen ook nog een Iraniër, een Chinees en een Joegoslaaf.” -“Is dat een Bosniër of een Kroaat?” -“Dat weet niemand.” -“Nog strafoverplaatsingen?”

In het kantoor van de groepsopvang buigen twee medewerkers zich over de kamerindelingen. Op een overzichtsbord van de kamers wordt druk met kaartjes geschoven. Zorgvuldig wordt gekeken of verhuisverzoeken ingewilligd kunnen worden. Vaak zijn ingewikkelde constructies nodig om alle bewoners tevreden te stellen. Dat is wat het personeel kan doen. Zorgen dat iedereen zo goed mogelijk de tijd kan doorstaan. Zij voelen zich net zo machteloos als de bewoners.

Bij de overdracht wordt voorgesteld bij de jaarwisseling een toespraak te houden om de bewoners een hart onder de riem te steken. Er wordt van afgezien uit angst zout in de wonden te strooien. AZC Burgh-Haamstede staat bekend als een rustig centrum, maar ieder moment kan de vlam in de pan slaan. Een kapotte sigarettenautomaat kan genoeg zijn. De maatschappelijk werkster wijst de putjes aan op haar bureau. Ze herinneren aan de bewoner die in een woede-uitbarsting haar kantoor verbouwde. Een bewaker vertelt hoe hij werd achtervolgd met een kapotte bierfles. De kok is in het gezicht gespuugd.

Vorige week werd in het AZC Goes een medewerkster in haar been gestoken. De onrust van de laatste weken daar zorgt voor ziekmeldingen onder het personeel. Uit collegialiteit vullen medewerkers van Burgh-Haamstede de lege plaatsen op. Niemand staat echt te springen. Ondanks de angstige momenten die het personeel in het werk beleven, hebben ze begrip voor de machteloze woede. Maar de werkdruk neemt toe, zoals blijkt uit de brief van de Contactgroep COA-personeel voor een humanere opvang, die op de kantoren van de asielzoekerscentra circuleert. Het is een beroep op Justitie om bij de les te blijven. “Het wordt steeds moeilijker bewoners nog eerlijk in de ogen te kijken. Moedeloosheid en verontwaardiging heeft zich meester gemaakt van vele personeelsleden over de situatie en de behandeling van asielzoekers. Er wordt vooral gewerkt aan het voorkomen van escalaties”. Vooral op feestavonden staat het personeel op scherp.

Koffiezetapparaten, een paar herensokken, veel shampoo en babyzeep, een fietsslot. “Maar ik heb geen fiets”, zegt iemand. Oudejaarsavond wordt ingezet met een bingo. Een stuk of zestig bewoners zijn naar de recreatiezaal gekomen. Er wordt gegeten van de oliebollen en salades. Nummers worden doorgekrast, prijzen opgehaald. De afzegging van theater Rein en Trijn vergt veel van het improvisatietalent van de twee verblijfsmedewerkers. De traditionele muziek lokt een enkeling naar de dansvloer. Pas nadat jongeren de cassettespeler kapen en hiphopmuziek draaien, komt de stemming erin. Buiten duikt Mohammed bij iedere dreun in elkaar, maar z'n grijns verraadt zijn plezier. Een Iraniër en een Zaïrees wensen elkaar gelukkig Nieuwjaar: “Vandaag gaan we onze twintigste maand in.”

Het nieuwe jaar is vier uur oud. Dokter Zahir Banai en zijn vrouw drinken koffie op hun kamer. Dochter Anna kijkt televisie. Zahir is chirurg en vluchtte met zijn Russische vrouw voor het geweld in Afghanistan. Twee en een half jaar bracht hij in de gevangenis door. Tijdens zijn verblijf in het centrum schreef hij een boek over zijn traumatische ervaringen. Na de oorlog tussen Afghanistan en Rusland is het gezin Banai door hun gemengde huwelijk zijn leven in Rusland ook niet zeker. In Nederland hoopten zij een nieuwe toekomst te hebben. Dat nieuwe leven is inmiddels ruim anderhalf jaar uitgesteld.

Het besef geluk te hebben gehad houdt Zahir staande. “Ik ben veilig, na drie jaar ben ik weer samen met mijn gezin, ik spreek Nederlands en een paar van mijn verhalen zijn gepubliceerd wat ik nooit voor mogelijk had gehouden. Veel van mijn vrienden hebben dat geluk niet gehad. Zij stierven een zinloze dood. Maar wat is onze plaats nu in deze samenleving? Eigenlijk zijn wij niemand. Wij betekenen hier niets, hebben geen rechten. Zolang wachten op duidelijkheid, breekt je geest.” Terwijl zijn vrouw een derde pot koffie zet, zegt ze: “Mijn kinderen hebben Moskou, Leningrad, Kaboel gezien. Ik hoop dat ze ooit Amsterdam zien.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden