De dokter verliest zijn bezieling

Joost de Kanter tussen de ingewanden in interactief museum Corpus, 'reis door de mens'. Beeld Inge van Mill
Joost de Kanter tussen de ingewanden in interactief museum Corpus, 'reis door de mens'.Beeld Inge van Mill

De huisartsenpraktijk is een soort miniziekenhuis geworden, met de huisarts als manager die steeds minder tijd heeft voor contact met patiënten. Huisarts Joost de Kanter liep daarop stuk: 'Ik mis de momenten waarop je even kunt vragen: Gaat het goed met uw moeder, is de mantelzorg niet te belastend?'

Je zult Joost de Kanter (58) nooit horen zeggen dat vroeger alles beter was. Ook al begon hij ruim een kwart eeuw geleden als huisarts. De praktijk aan huis van de dokter die ook thuisbevallingen deed was al aan het uitsterven. De Kanter koos bewust voor een groepspraktijk. Samenwerking met de fysiotherapeut, apotheek en wijkverpleegkundige leek hem toen al goed.

Veel is juist verbeterd, zegt De Kanter nu. "Neem patiënten met diabetes: die kwamen er steeds meer en inmiddels krijgt de grote meerderheid zorg van de huisarts, niet bij de specialist. Ik vond het leuk werk: de bloedsuikerwaarden in de gaten houden en de goede medicatie verzorgen. Dat werk werd overgenomen door de praktijkondersteuner en ook al vond ik dat jammer, die kon dat beter dan ik."

Inmiddels heeft de Leidse huisartsenpraktijk waar De Kanter een van de vijf dokters is, voor maar liefst zeven soorten ziektes een dergelijke praktijkondersteuner: voor problemen aan het hart, aan de longen en sinds kort ook voor de psyche. Die verpleegkundigen nemen de huisarts werk uit handen.

Van tien naar twaalf
Neem ook de nieuwe rol van de doktersassistentes: waar De Kanter vroeger nog wel eens zelf een wrat aanstipte, doen de assistentes dat nu. Het resultaat: waar De Kanter vroeger per uur zes patiënten had, zijn dat er nu vijf. Van tien naar twaalf minuten per consult. Nog meer goed nieuws: waar een voltijds huisarts op zijn post vroeger 2500 patiënten moest bedienen, zijn dat er nu 2250.

Toch is het in de loop der jaren gaan wringen bij de Leidse dokter. "Doordat wij die eenvoudige dingen niet meer doen, missen we ook een belangrijk deel van het contact met patiënten. Momenten waarop je nog even kunt vragen 'gaat het goed met uw moeder, is de mantelzorg niet te belastend?'"

De huisartsenpost is steeds meer een soort miniziekenhuis geworden, signaleert De Kanter. De praktijkassistenten zijn 'gouden krachten', maar ze moeten wel gemanaged. Tegelijkertijd groeide het overleg met alle andere partijen in de zorg: van het maatschappelijk werk tot en met het ziekenhuis. Steeds meer zaken moeten gemeten, geregistreerd en overgedragen.

Moeilijke vragen
"Vorig jaar werkte ik anderhalve dag aan onder meer dat soort zaken, die niet om direct patiëntencontact gingen." En bij zijn spreekuur in de overige drie dagen: ook al kwamen daar iets minder patiënten dan vroeger, juist omdat daar alle eenvoudige consulten uit verdwenen waren, zag De Kanter steeds vaker patiënten met moeilijke vragen. Niet meer even bloeddruk meten, maar wel die patiënt met hoofdpijn waarvoor maar geen verklaring is te vinden, of die moeheid en spanning die misschien wel duiden op diepere psychische problemen.

Twaalf minuten voor zo'n steeds complexer consult is gewoon te weinig, constateert De Kanter. Zeker omdat tussendoor ook steeds meer overlegjes gevoerd moeten worden. Met de apotheek, met de specialist in het ziekenhuis. "Dat schoot er vaak bij in, moest na vijf uur. Op een gegeven moment was het normaal geworden dat ik werkte van half acht in de ochtend tot zeven uur in de avond."

Binnen die tijd had hij steeds minder tijd om datgene te doen waarvoor hij huisarts is geworden. "Ik vind medische kennis heel waardevol, maar voor mij is het belangrijkste om samen met de patiënt te achterhalen wat zijn klachten voor hem betekenen. Neem die hoofdpijn: bij de een kan daar de ervaring achter zitten van de eigen moeder die op vroege leeftijd een hersentumor kreeg. Bij de ander kan het stress zijn en bij een derde weten we het gewoon even niet. Dat is ook niet erg, tijd is de beste vriend van de huisarts."

Nieuwe mogelijkheden
Maar die tijd wordt alleen maar krapper, merkt De Kanter. Nieuwe taken dienen zich aan: ook de zorg voor kankerpatiënten zou wel eens steeds meer op de huisarts neer kunnen komen. Begin dit jaar trok De Kanter zelf de consequentie uit zijn onvrede. "Natuurlijk heeft deze burn-out ook te maken met mijn persoonlijkheid. Ik ben perfectionistisch. Ik heb te laat echt goed in de spiegel gekeken. In mijn werk had het hoofd het steeds meer overgenomen van het hart."

Hij geeft toe: als er een extra taak moest worden verricht, stak hij graag zijn vinger op. "Uit enthousiasme, maar het was in onze praktijk ook nodig dat elke huisarts veel extra's deed." De Kanter meldde zich ziek en ziet zichzelf niet terugkeren op zijn oude plek. Hij zoekt naar nieuwe mogelijkheden. Als huisarts? "Dan alleen op een plek waarin ik alleen patiëntencontact heb. En het liefst met meer tijd per patiënt."

En, zo bleek hem uit gesprekken met collega's, de problemen gaan verder dan zijn eigen persoonlijkheid. Want voor al deze nieuwe taken hebben huisartsen volgens hem te weinig teruggekregen. "Een kabinet dat hier echt aan hecht, geeft ons ruimhartig de mogelijkheid daarvoor. Accepteer dan de norm dat iedere voltijds huisarts 1500 patiënten heeft, en niet ruim 2000. Geef nou eens toe dat de verplaatsing van het ziekenhuis naar de huisarts ervoor heeft gezorgd dat de zorg niet alleen beter is geworden, maar ook goedkoper."

Dat huisartsen protesteren tegen de 'controlezucht' van zorgverzekeraars, kan hij zich voorstellen. "Wij willen ons best verantwoorden. Maar in het huidige klimaat gaat het alleen maar om statistiek. Bijvoorbeeld: in heel Nederland schrijven huisartsen tegen een bepaalde klacht bij 95 procent van de patiënt medicijn A voor. Doe je dat voor 97 procent, dan ben je ineens heel goed, doe je het maar voor 93 procent dan zit er iets fout. We moeten af van al die getallen die maar weinig zeggen over echt goede zorg, en weer kijken naar de patiënt. We moeten dokter zijn met het hoofd, maar vooral ook met het hart."

'Het roer moet om'

Veel meer huisartsen zien hun tijd opgaan aan extra taken, zonder dat ze daar iets voor terugkrijgen. Een groeiende groep steunt het initiatief 'het roer moet om'. Drie dokters spijkerden eerder deze maand een manifest op de deur van de Tweede Kamer en de koepel van zorgverzekeraars ZN. Die verzekeraars zouden hen dwingen tot eindeloze 'afvinklijstjes' die weinig zeggen over goede zorg maar wel veel tijd opslokken. De ondertekenaars van het pamflet - onder wie de Haarlemse huisarts en voormalig Kamerlid Jacques de Milliano - dreigen niet langer nieuwe taken van het ziekenhuis op zich te nemen.

Eerst moeten ze met collega's in de buurt afspraken kunnen maken met zorgverzekeraars, die hen ook meerjarige contracten moeten bieden. Volgens de initiatiefnemers was het manifest gisteren ondertekend door meer dan twee derde van de ruim 9000 huisartsen in Nederland. Zorgverzekeraars wijzen erop dat ze nu eenmaal verplicht zijn om controle uit te voeren op publiek geld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden