De documentaire beleeft nu hoogtijdagen

groeimarkt | Documentairefestival Idfa, dat morgen begint, trekt elk jaar weer meer bezoekers. Ook het aanbod van documentaires groeit spectaculair, net als de variatie in vorm.

Er is een misdaadgolf gaande in de wereld van de documentaires. De films gebaseerd op (bekende) strafzaken - true crime heet het genre - duiken overal op. Ook op het documentairefestival Idfa dat morgen in Amsterdam begint. De opvallendste: de 7,5 uur durende film 'O.J.: Made in America', over de opkomst en ondergang van de van dubbele moord beschuldigde footballspeler.

De populariteit van misdaaddocu's onder kijkers heeft vast te maken met de Netflix-hit 'Making a murderer', zegt Nathalie Windhorst, inkoper van documentaires bij de Nederlandse Publieke Omroep NPO. Tien uur lang zagen kijkers vorig jaar vanaf het puntje van hun stoel het verhaal van de Amerikaan Steven Avery, die onterecht vastzat voor verkrachting en na zijn vrijlating beschuldigd wordt van moord. Zeker niet de eerste in zijn genre, maar wel één van de succesvolste, aldus Windhorst.

Het genre documentaire lijkt sowieso z'n hoogtijdagen te vieren. Dat zie je aan de programmering van de online videodienst Netflix, diens Nederlandse concurrent Videoland en de NPO. En dan komen daar ook nog de vele online platformen bij als Vice of Vimeo.

"Ik werk al dertig jaar in deze wereld. En ik heb het genre steeds populairder zien worden", zegt Annemiek van der Zanden, op de Nederlandse Filmacademie verantwoordelijk voor de afdeling documentaire en adviseur bij de Raad voor Cultuur. Dat zie je volgens haar ook aan het succes van het Idfa. Wat begon als een festival in een paar achterafbioscoopzaaltjes met 2000 bezoekers, groeide uit tot een evenement met 300 films waar vorig jaar zo'n 270.000 mensen op afkwamen.

Nou kun je de documentairetrend zien als onderdeel van de behoefte aan waargebeurde verhalen die de steeds ingewikkeldere wereld om ons heen uitleggen. Ook in de literatuur doen nonfictie boeken het momenteel goed.

Maar dat is niet de volledige verklaring, denkt Ally Derks, die na bijna dertig jaar afscheid neemt als directeur van het Idfa. "Documentairemakers zijn juist meer fictieve elementen gaan gebruiken om hun verhaal te vertellen. Kijk alleen al naar onze openingsfilm, 'Stranger in Paradise', waarin een acteur speelt. Er zijn mensen die zich afvragen of het dan nog wel een documentaire is. Maar ik ben niet zo streng in de leer. Een documentairemaker wil een verhaal vertellen en kiest daarvoor de meest geschikte vorm."

Documentaires zijn toegankelijker geworden, zegt Derks. "Kijk je naar films uit de Sovjet-Unie rond de val van de muur, dan zaten die door de censuur vol metaforen en symbolen waar je als buitenstaander niets van begreep. Dat kom je nu niet meer vaak tegen. De beeldtaal is universeler geworden."

Volgens Van der Zanden komt die toegankelijkheid ook door de inzet van speelfilmtechnieken. "Er zijn bijvoorbeeld documentaires die de spanning opbouwen zoals dat in fictie wordt gedaan. En wat denk je van humor. Michael Moore is daar een goed voorbeeld van, in Nederland zie je het bij Michiel van Erp. Er mag gelachen worden in documentaires."

Toch vraagt Windhorst van de NPO zich af of we ons werkelijk in een golden age van documentaires bevinden. "Wel als je kijkt naar het enorme aanbod van films op de markt, de aandacht die het genre krijgt in kranten en tv-programma's en de populariteit van documentaires op filmfestivals. Maar dat leidt niet automatisch tot meer kijkers. Zelfs films die Oscars winnen en grote festivalhits zijn, zijn geen garantie voor een kijkcijferhit op tv. Een voorbeeld daarvan is 'Best of Enemies', over het moddergooien in de Amerikaanse politieke verkiezingen die we onlangs uitzonden. Er keken 54.000 mensen."

De kieskeurige kijker slikt dus niet elke documentaire als zoete koek. Ja, films over of van bekende namen doen het goed. 'Amy' over de overleden zangeres Amy Winehouse bijvoorbeeld, of het recentere 'Where to invade next' van Michael Moore. En documentaires van Nederlandse makelij scoren ook altijd beter dan die uit het buitenland.

Idfa-directeur Derks herkent dat wel. "Het grote publiek krijg je wel naar de filmzalen voor documentaires over de Rolling Stones of Herman Brood. Voor de wat moeilijkere films geldt dat minder. Wij proberen het zo te programmeren dat die films in de slipstream van de publiekstrekkers toch meegepikt kunnen worden."

Al zijn er natuurlijk ook bezoekers die vooral op het Idfa afkomen voor het festivalelement. Daar speelt de organisatie ook op in, met nagesprekken, borrels en dansavonden. Derks vindt het prima, één van de doelen van het Idfa is om het genre toegankelijk te maken voor een breed publiek. De echte fanaten hebben bovendien ook nog genoeg te kiezen. Derks: "Gelukkig worden er ook nog veel films gemaakt die arstistiek zijn, die een bijzondere vorm kiezen. Films die best hard werken zijn voor de kijker."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden