De dochter herenigd met de voorouders

De groep stond met open armen op haar te wachten, al tachtig jaar. En de curator hield het niet meer voor mogelijk, maar de ontvoerde dochter keerde terug.

De verloren dochter is een houten beeldje van zo'n 15 centimeter hoog. Het is onderdeel van een beeldengroep, afkomstig uit een dorp aan de Mayalibit-baai op het eiland Waigeo in het westen van Papoea-Nieuw-Guinea. Volgens Koos van Brakel, hoofd Collectiebeheer van het Nationaal Museum van Wereldculturen, zijn de beelden in de negentiende eeuw vervaardigd, hij schat rond 1820-1850.

De tien beelden zouden een oppergod zijn met zijn twee zonen en hun bijbehorende vrouwen. De sculptuur die ontbrak, was de kleinste en minst imposante van de groep. Ze werd ruim tachtig jaar geleden uit het museum gestolen en kwam in de collectie van een Nederlandse verzamelaar terecht. Die liet zijn etnografische verzameling na aan zijn zoon, die, inmiddels gepensioneerd, in Spanje woont. Toen die erachter kwam dat het beeldje aan het Tropenmuseum toebehoort, schakelde hij zijn neef in Nederland in. De neef heeft het beeld drie weken geleden terugbezorgd.

Van Brakel: "Ik kon het bijna niet geloven. De beeldengroep is een van onze belangrijke collectiestukken. Elke keer als ik erlangs liep wist ik: hier ontbreekt iets."

Naast de godenfiguren is er ook een zogenoemde 'schedelkorwar': een beeld waar een echte mensenschedel in is verwerkt. "Deze schedel was van een belangrijke voorouder", weet Van Brakel. "Waarschijnlijk was hij dorpshoofd. Door zich in de godenfamilie te laten opnemen, legitimeerde hij zijn macht: hij claimde als het ware af te stammen van deze groep."

Afgoderij

Toen professor Johan van Eerde, toenmalig directeur Volkenkunde van het Koloniaal Instituut, in juli 1929 op Nieuw-Guinea verbleef, selecteerde hij de beelden en stuurde die naar Nederland. In die tijd waren daar veel missionarissen actief.

Van Brakel: "Dergelijke beelden werden als afgoderij gezien. Ze werden regelmatig in beslag genomen en verbrand. Soms deden mensen er zelf afstand van als ze overgingen op het christendom. Ook kwamen er handelsexpedities uit Europa die inheemse voorwerpen ruilden met voor de Papoea's producten zoals pruimtabak en ijzeren bijlen."

Of de beelden echt goden voorstellen, valt nog te betwisten. Van Brakel: "Dat is een westerse interpretatie. De Papoea's kenden eigenlijk geen goden; zij vereerden natuurkrachten." Daarnaast waren de voorouders belangrijk: "Mensen richtten plekken in waar de voorouders konden worden geëerd. De beeldjes werden mooi aangekleed en er werd voedsel geofferd."

Het eren van de voorouders was zeer belangrijk, weet Van Brakel: "Als je ze niet verzorgde, zou dat rampspoed veroorzaken." Het is dus waarschijnlijker dat de godengroep eigenlijk een groep voorouders voorstelt die in de loop van de tijd een goddelijke status had gekregen. Er werden geen aparte rituelen rond de voorouderbeelden gehouden. Wel geloofden de Papoea's dat de vooroudergeesten af en toe in de sculpturen neerdaalden om hun afstammelingen van advies te voorzien.

Moluks

"Alleen de schedelkorwar komt oorspronkelijk uit de Papoeacultuur", vertelt Van Brakel. "De andere beelden vertonen Molukse kenmerken. Dat zie je bijvoorbeeld aan de sierraden en haarkammen van de vrouwen." Al voor de komst van de missionarissen was er culturele uitwisseling tussen Nieuw-Guinea en de Molukken. "Men handelde in allerlei producten: voedsel, paradijsvogels, maar ook slaven."

De beeldengroep is uniek in de wereld: er zijn wel vergelijkbare losse beelden bekend, maar geen groep. "Waarschijnlijk waren ze toen ook al zeldzaam", denkt van Brakel. "De beelden zijn duidelijk van één hand. Ook individueel zijn ze bijzonder: ze zijn erg mooi gemaakt, een genot om naar te kijken." Eigendom van een rijke familie? "Nee", zegt Van Brakel. "Ook dat is een westers idee: de beelden waren eigendom van het dorp."

Hoe het beeldje destijds gestolen kon worden? Eenvoudig, zegt Van Brakel: "Toen stonden alle beelden nog open en bloot opgesteld, op tafels met lange batikdoeken. Je kon die zo oppakken en meenemen. Hoe het bij de verzamelaar is terechtgekomen, weten we niet. Maar ik ben erg blij dat de familie nu is herenigd."

Tropenmuseum blijft bestaan

Het Nationaal Museum van Wereldculturen is de nieuwe naam voor de drie musea die in april fuseerden: het Amsterdamse Tropenmuseum, het Leidse Rijksmuseum voor Volkenkunde en het Afrika Museum in Berg en Dal. De musea, die door bezuinigingen met sluiting werden bedreigd, maken hiermee een doorstart. Bij elkaar beschikken zij nu over een collectie van 400.000 objecten en meer dan een miljoen foto's. De drie musea blijven op hun eigen locatie en behouden ook hun naam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden