DE DIRECTEUR 'Sponsors trek je niet uit de schappen'

Dit is de negende aflevering van een serie over het werk achter de schermen in Nederlandse kunstmusea.

Naast de kassa van het Noordbrabants Museum hangt een kleine oorkonde.

Als een van de vier musea die afgelopen najaar meededen aan het jubileum-sponsorproject van publiciteitsbureau Loyens & Volkmaers, deelt het in de bekroning van dit project met de sponsorprijs 1993. Het idee om vier verschillende tentoonstellingen in vier musea uit alle windstreken van het land te combineren in een sponsorproject, kwam ook van het Noordbrabants Museum.

“Een van de directieleden van Loyens & Volkmaers zit in het bestuur van de stichting 'Vrienden van het Noordbrabants Museum”, licht Margriet van Boven toe. “We hebben er altijd op gelet dat voldoende mensen uit het bedrijfsleven zitting hadden in de besturen van de stichting van de Vrienden en in de stichting die het Noordbrabants Museum beheert. Dat is een van onze voornaamste troeven.

In dit geval benaderde hij ons met de vraag wat een interessant project voor zijn bedrijf zou kunnen zijn om te sponsoren in hun jubileumjaar. Ik stelde voor niet een project te kiezen, maar verschillende activiteiten door het hele land te combineren. Vier verschillende tentoonstellingen in goede musea, over diverse onderwerpen, en daarbij een mooie cassette met vier fraaie catalogi, met eenzelfde opmaak. Dat laatste is voor hen een prachtig relatiegeschenk.''

Van Bovens inzicht in het bedrijfsleven vloeit voort uit haar kennis van dit milieu. Haar vader was directeur van een machinefabriek in Breda.

Daarbij werkte ze een jaarlang op een public relationsbureau, voor ze in 1975 directeur werd van het Noordbrabants Museum. “Door mijn achtergrond heb ik affiniteit met mensen die een bedrijf runnen. Ik heb nooit het gevoel dat ik er onwennig tegenover sta en ik vind het ook niet eng om iemand van een bedrijf op te bellen. Een jaar pr is daarbij net genoeg om bepaalde marketing-technieken in de vingers te krijgen. Die heb ik op het museumbedrijf toegepast.

Natuurlijk ben ik van huis uit ook kunsthistoricus. Bij een museum is het inhoudelijke werk primair. Maar het economische en financiele draagvlak is even belangrijk aan het worden. Sponsoring bijvoorbeeld moet je professioneel aanpakken, of je moet het niet doen. Het is niet zo dat sponsors in de schappen liggen. Een sponsor is een particulier die over middelen beschikt. Het gaat erom hem zodanig voor jouw activiteiten te interesseren dat hij het belang ervan inziet die te steunen. Als je hem ziet als louter een bankrekening waar iets vanaf moet komen, lukt het nooit. Je moet hem erkennen in zijn identiteit en je in hem verdiepen als een echte partner. Zo iemand wil dat zijn eigen identiteit naar voren komt, dat zijn imago versterkt wordt en dat zijn bedrijf geassocieerd wordt met iets dat prestige heeft.''

Voor het Noordbrabants Museum is sponsoring zeer belangrijk: waar de meeste andere musea 80 tot 95 procent subsidie krijgen, daar zorgt het Noordbrabants Museum als enige in Nederland zelf voor ruim dertig procent van de inkomsten. De oorzaak hiervan ligt in het verleden. Toen Margriet van Boven directeur werd van het Noordbrabants museum, kreeg zij de opdracht de activiteiten uit te bouwen. In de jaren tachtig groeide het uit tot een toonaangevend museum, met een ruim vier maal zo grote huisvesting in het 18-eeuwse gouvernementsgebouw in het centrum van Den Bosch en een tentoonstelllingsprogramma van vier grote en zes tot acht kleine exposities per jaar. Daar waren veelbesproken en drukbezochte tentoonstellingen bij als 'Van Gogh in Brabant', 'Flora's schatkamer' en 'Jan Sluyters'; de laatste vormde zelfs een belangrijke aanleiding voor de herwaardering van Sluyters' oeuvre. De hoeveelheid subsidie groeide echter niet evenredig.

“Onze sponsorwerving is eigenlijk uit nood geboren”, zegt Van Boven.

“Als we ons volledig op subsidies verlieten, zouden we onze ambities niet kunnen verwezenlijken. Wat takenpakket en positie betreft, zijn wij vergelijkbaar met het Groninger Museum, het Fries Museum en het Bonnefantenmuseum, maar zij zaten in jaren zeventig al op een aanmerkelijk hoger subsidiebedrag.”

Van de gelden die de provincie en de gemeente aan het museum bijdragen (respectievelijk vier miljoen en 400 000 gulden), kan het museum draaien, maar dan is er voor exposities geen geld meer en die trekken juist de bezoekers. Publieksonderzoek wees uit dat zo'n 49 procent van de bezoekers speciaal voor de tentoonstellingen komt en 80 procent speciaal voor het Noordbrabants Museum naar Den Bosch reist. In totaal zijn dat zo'n 80 000 mensen per jaar. “Onze eigen collectie is beperkt; als we geen tentoonstellingen hebben, komen hier weinig mensen”, constateert Van Boven. Het probleem is echter dat het museum moet concurreren met een enorm tentoonstellingsaanbod elders. “Het is eigenlijk een vicieuze cirkel. Het Nederlandse publiek is het meest verwende ter wereld. In Nederland zijn meer musea dan waar ook, en die brengen doorlopend tentoonstellingen en activiteiten. Wij merken dat sterk, aan publiciteit moeten we de laatste jaren veel meer trekken. Het museumbezoek is over zijn top heen: van zo'n 22 miljoen is het gedaald naar rond de 20 miljoen. Wij hebben ons publiek bereikt, groei zit er niet meer in. Nu moeten we die aandacht zien vast te houden.”

Intussen raakt het tentoonstellingswezen steeds meer opgeschroefd. Aan transport, emballage, presentatie en beveiliging worden steeds hogere eisen gesteld. “Als je geen kleurenfolder hebt, komt je tentoonstelling al niet onder de aandacht. En het bedrijfsleven is sponsormoe. Jarenlang hebben we er heel positief gebruik van kunnen maken, nu merk je dat de klad erin is gekomen. Tot in de kleinste oudheidkamer heeft men de sponsoring ontdekt.

Dat betekent veel extra moeite om iets voor elkaar te krijgen.

Alles bij elkaar speelt dat ons flink parten. Er zit geen rek meer in de markt, in de middelen en in onze staf. Gelukkig is onze subsidie nu iets omhooggegaan. Daarmee kan een extra kracht worden aangesteld. Om ons huidige bezoekerspeil op de lange termijn te kunnen handhaven, zie ik de meeste zin in een uitbreiding van de staf. Want aan onze bedrijfsvoering, aan zuiver zakelijk management en aan publiciteit zullen in de toekomst

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden