De Dintelse Gorzen: land van Merijntje, bitterling en aalscholver

De Dintelse Gorzen is een van de gebieden van Natuurmonumenten die dit weekeinde extra aandacht krijgen tijdens de Dagen van de Natuur. Er wordt een natuurpad opengesteld (3 km) en er zijn excursies. Die zijn er trouwens het hele jaar: van 2,5 uur op de eerste zaterdag van de maand (behalve december en januari) en van een hele dag op afspraak. Het vertrek is bij Beneden Sas, aanmelden bij de opzichter, tel 0167-502970. De Streek-VVV West-Brabant heeft de Vliettocht uitgezet van Steenbergen naar Benedensas en terug. Deze wandeling van 21,5 km is wit-geel gemarkeerd en voert over redelijk rustige rivierdijken (niet over onverharde paden, zoals de beschrijving ten onrechte opmerkt). De folder Vliettocht kost ¿2,50 bij de VVV. Beneden Sas heeft geen openbaar vervoer, Steenbergen heeft een busverbinding met Bergen op Zoom en Breda.

Merijntje Gijzen liep weer 'ns aan het Volkerak en keek uit over het water en het buitendijkse land. De hoofdfiguur uit de romanreeks van A.M. de Jong zwalkte vaak rond over de slikken en de schorren. 'Telkens moest hij een omweg maken voor een ver inspringende kronkelkreek, voor een wijd gat vol kwelwater, waarin modderige krabben rondkropen. (...) Was dit nog de wereld? Nee, dit kon je alleen dromen. De wereld was in de droom verzonken, zo onwezenlijk mooi.'

Mooi is het nog steeds, maar sinds 1987 kent het Volkerak geen eb en vloed meer. De sluiting van de Philipsdam maakte een eind aan het zoutwatermilieu. De slikvelden zijn voorgoed drooggevallen: schorren werden gorzen, waarop zoetwaterplanten een bestaan vonden en ook andere vogels verschenen. Maar het zout is zeker niet weg. Bij elke regenbui slaat de grond weer wit uit en als dat nog onvoldoende bewijs zou zijn, getuigen zeekraal, lamsoor en lepelblad wel van de aanwezigheid van het zout.

Het kraaknieuwe wandelpad over de Dintelse Gorzen begint bij het oude sluisje Beneden Sas, daar waar de Steenbergse Vliet zich aan het Brabantse land ontworstelt en in het Volkerak uitmondt. Het is allemaal Land van Merijntje. Bij het Sas kwam hij vaak met de Kruik en ging hij met zijn familie aan boord van een hoogaars om naar Rotterdam te verhuizen. In het huis waar nu de opzichter van Natuurmonumenten woont, was vroeger het cafeetje waar zijn vader dronken werd. In de polder woonde zijn vriendinnetje Blozekriekske. En op de Vliet zeilde hij met Flierefluiter.

Het nieuwe pad over de gorzen is maar drie kilometer lang, maar een machtige ervaring. Een eenvoudige voetbrug voert over een brede, maar ondiepe kreek. Er lopen grazers op de gorzen, een vijftigtal Shetland-pony's, een stuk of negentig koeien en acht paarden, zware Belgen. Ze kijken niet op of om, ze hebben een drukke dagtaak: het gras kort houden en de opkomende bomen en struiken beteugelen. Zo blijft het open karakter voor een groot deel behouden.

Paarse paaltjeskoppen wijzen de weg, geen eentonige route, maar een pad dat afwisselend door een oude kreek loopt, een oeverwalletje oversteekt en dan weer een stukje aangeslibd land kruist. Verscholen in het groen staat sinds kort een vogelobservatiehut. Ze hebben hem per helikopter moeten aanvoeren, dit houten timmerwerk van het de leerlingwerkplaats in Roosendaal. Per auto zijn de gorzen niet te bereiken, voor boten is het water te ondiep.

In de hut zitten Kees van Oers en zijn maat; verrukt turen ze door de luikjes naar de speeltuin van aalscholvers, kiekendieven en steltlopers. Ze hebben allebei het werk erop zitten - Kees 'in de boerenstand', Adri in de bouw - en besteden hun tijd nu aan het tellen van planten en bloemen in de West-Brabantse natuur en aan het gidsen van groepen. Ze kennen de gorzen als hun broekzak, zwerven er rond voor universiteiten en Floron (Floristisch onderzoek Nederland) en noteren de aantallen rietorchis, geelhartje, sierlijk vetmuur en bitterling. Ja, bitterling: een zeldzaam plantje, maar hier komt het massaal voor. Kees weet nog dat ze de eerste vonden. Hij heeft het allemaal zien komen, sinds de dam dicht is. “Dat eerste half jaar na de sluiting stonk het hier verschrikkelijk van de rotte vis, die aan het afsterven was. Langzaam zag je de natuur veranderen, van zout naar zoet. Vroeger kon je alleen bij laag water buitendijks; tussen eb en vloed zat wel vier meter. En nu vinden we er vierkantmos. Je verbaast je erover hoe dat daar kan komen. D'r zijn maar vier of vijf plaatsen in Nederland, Overijssel en de Peel en zo. En nu hier. Moet zijn komen aanwaaien. Je weet niet half wat er allemaal in de lucht zit aan sporen en zaden. We hebben ook hondskruid gevonden, in het gazon van de opzichter van Natuurmonumenten bij het sluisje. Dat is een hele zeldzame orchidee.”

Ze zullen deze dag wel weer laat thuis zijn, in Roosendaal. Dat is altijd als ze naar de gorzen gaan. Ze kunnen er geen genoeg van krijgen. Met die nieuwe vogelhut erbij zal dat nog wel erger worden: zo dichtbij hebben ze de aalscholvers nog nooit gezien. Intelligente vogels zijn het, ze slaan met hun vleugels op het water om de vissen op te schrikken en jagen ze dan in flottielje de doodlopende kreek in. Kees: “Ze hoeven maar te happen; dat je zo makkelijk je eten kunt verdienen.”

De privé-excursie is voorbij. Kees en Adri moeten nog tellen, wij zoeken de dijk op en wandelen langs de Vliet naar Steenbergen op en neer. Dat is een heel ander verhaal. Het voormalige vestingstadje heeft een rijke historie. Gelegen aan een zijtak van de Schelde was het een belangrijke zeehaven, van waaruit een bloeiende handel op Engeland en Denemarken werd gedreven in zout. Dat werd hier gewonnen in velden die bij vloed onderliepen. Bij eb verdampte het water in de zon en bleef het zout achter. In de haven liggen nu zeiljachten. Fort Hendrik (1626), een bolwerk met vijf bastions, is zo onttakeld dat het weinig zin heeft om hierbij stil te staan. Over de rivierdijken gaat de tocht weer westwaarts, naar De Heen, enkele jaren de woonplaats van A.M. de Jong. Lees maar op de eerste bladzij van Merijntje Gijzens Jeugd: 'Er lag een blauwe doom over de boomgroepen rond de verre boerderijen, en zwaarmoedig droomde het oude rood der daken daartussen. Diep stond de hemel open in een doorzinderd, glanzend azuur, onpeilbaar. Slechts hingen, heel hoog, een paar lange, wonderlijk gerekte veren fijnstrepig uitgewaaid. De late zon sproeide een rijpe schijn over de wijdheid der velden rondom, waar het gele koren, zijden glansen vangend, van tedere rillingen doorvaren lag onder het strelende handen van het warme zomerbriesje.' Vlak bij Beneden Sas nog even uitrusten tegen de dijkhelling en naar boven kijken, als Merijntje. 'Kijk ... die wolke goan nou zachjes uit mekoare, ziede wel?'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden