DE DINKEL STROOMT ZOALS IN DE TIJD VAN MEESTER BERNINK

'Het mooist zag ik het landschap langs de Dinkel op 'n zomeravond, als ik aan zijn oevers lag onder lage dennen. De zon was ondergegaan. Nog gloeide de lucht in helle kleuren van opaal en karneool, van paars en purper. Wijd open lag het land, het leeggehaalde, gele stoppelland. Traag vloeide het glinsterende Dinkelwater, waarover zwarte schaduwen gleden'. (J.B. Bernink in 'Ons Dinkelland', 1916).

Daar dacht ik aan, staand op de oever van de Dinkel, waar de beek door het Lutterzand stroomt. De zon glinstert op het snelvlietende water, dat zich door zijn bedding wringt langs een eilandje met eiken en een grote meidoorn. In een wijde boog graaft de beek zich in een zandheuvel, die steil is afgekalfd. Grote brokken bovengrond, dicht doorworteld, zijn afgebroken en neergestort of hangen aan een paar taaie boomwortels halverwege de steilte.

Je ziet het niet vaak meer in ons land, zo'n beek die naar eigen willekeur haar kronkelende loop volgt. Dat is eigenlijk ook niet echt het geval met de Dinkel, de Geul of de Drentse Aa, de paar laaglandbeken in Nederland, die niet zijn gekanaliseerd tot rechte goten om in de winter het hemelwater zo snel mogelijk af te voeren.

Hun bedding honderden meters verleggen mogen ook zij niet meer. Maar we kunnen nog wel zien hoe zo'n beek aan haar schilderachtige kronkels komt. Het water volgt de weg van de minste weerstand en stroomt door de laagste delen van het landschap. Het sleept grond met zich mee en zet die als modder-, zand- en grindbanken af, waar het water het traagst stroomt. De banken groeien en de beek verlegt haar in de bedding uitgeslepen bedding steeds verder. Zo ontstaan kronkels, die in de buitenbochten steeds dieper uitslijten en in de binnenbochten steeds ondieper worden en daar tenslotte boven water uitkomen.

In de buitenbochten bestaat de bodem uit grof materiaal, zoals grind en grof zand, dat te zwaar is om door het snelstromende water te worden meegevoerd. In het kalme water van de binnenbochten bezinkt het fijne zand en slib. De grote variatie in stroomsnelheid, waterdiepte en bodemstructuur in een natuurlijke beek maakt het leven van heel veel diersoorten mogelijk.

De Dinkel heeft in het Lutterzand een prachtig profiel blootgelegd in de steil afgeslagen 'stootoever', waar wij staan. Meester Bernink, de stichter van het natuurhistorische museum 'Natura Docet' in Denekamp, beschrijft het profiel al in 1916, toen in tien jaar tijd vijftien meter oever in de stroom was verdwenen. “Hier vlak onder uwe voeten in de Dinkelsteilrand ziet ge horizontale lagen van grover zand, kies of keitjes. Het zijn witte kwartsen, bruine en zwarte toetssteen, honinggele vuurstenen en rood-wit-zwart gevlekte granietjes. Die moeten zijn afgezet direct na de IJstijd, ongeveer 50 duizend jaar geleden. Toen had de Dinkel veel meer water te vervoeren dan thans. Toen waren machtige zandsteenlagen van de heuvelrug Isterberg-Bentheim losgewoeld en het overvloedige regenwater spoelde het zand over de vlakte, die zich van de Lutte tot Gildehaus uitstrekt, wel een uur gaans breed.”

Zandverstuiving

In Berninks tijd was het Lutterzand nog een uitgestrekte zandverstuiving. Nu is daar alleen een klein stuk aan de Dinkel van over. De vroegere jeneverbessen zijn met een lantaarntje te zoeken; er zijn hooguit nog wat armetierige exemplaren te vinden. De stuifheuvels zijn beplant met Oostenrijkse dennen en wat nog over was van het zand, is bijna geheel begroeid geraakt met vliegdennen en ruwe berken. Ruim een halve meter onder de bovenrand van de steile oever is een zwarte bank te zien. Het zijn resten van een oude vegetatie, een heibodem uit de bronstijd, die door stuifzand bedolven is. Onder die bank liggen de door de oer-Dinkel aangevoerde lagen waar Bernink het over heeft.

Recht tegenover de steile oever ligt groen grasland, de Groene Staart. Er glinstert water in ondiepe geulen, beddingen van de Dinkel van eeuwen geleden. Als je goed kijkt, zie je dat de grote bocht allengs de vorm heeft gekregen van een lus, waarvan de einden elkaar dicht naderen. De tijd is niet ver meer dat het stuk grond tussen beide einden doorbreekt en de Groene Staart een eiland is geworden. Dan zal de bocht langs de steilrand een dode meander zijn, waar de beek niet meer doorheen stroomt, een hoefijzervormige vijver, zoals er vele liggen in de beekbossen noordelijker aan de Dinkel, bij de Kampbrug bijvoorbeeld.

Wilgestruiken steken boven water aan de overzijde. Twee meerkoeten zwemmen er rond, naar iets onzichtbaars pikkend langs de oever. Een hard uitgestoten piep richt onze aandacht op een glinsterend blauwe flits, die laag over het water voorbij schiet: een ijsvogel. Ongetwijfeld heeft die op een wilgetak boven de stroom zitten wachten op een voorbijzwemmend visje. Hier, aan een natuurlijk kronkelende beek, hoort de ijsvogel thuis. In steile beekoevers graven ijsvogels een lange gang uit, aan het eind verwijd tot een nestkamer. In de steilrand van de Dinkel zal dat niet snel gebeuren, want in de broedtijd van de ijsvogel is het strandje eronder te makkelijk te belopen.

Op de terugweg naar De Lutte zien we andere boomsoorten tussen de dennen en de berken. Zomereiken en beuken hebben er een groter aandeel in het bos. We kijken tevergeefs uit naar bosanemonen en muskuskruid. De plant die er werkelijk de aandacht vraagt, is de klimop. Hij klimt bij voorkeur in de eiken en ook wel in de berken en de dennen, maar in de beuken wil het niet erg. Een enkele stengel probeert het, maar sterft af voordat hij manshoogte bereikt heeft.

Als rupsen

Oude klimop heeft dikke stammen, die dicht op de stam van de steunbieder bijna recht omhoog klimmen. Ze zien er uit als harige rupsen van meters lang door de vacht van hechtworteltjes, waarmee ze zich aan de schors van de gastheer klampen. Die gastheer dient alleen voor steun, want voedsel halen de worteltjes niet uit de schors. Halverwege spreiden de takken zich uit. Ze dragen ander blad, niet vijfpuntig, maar eivormig met een spits. Dat zijn bloeitakken, nu vaak met zwarte bessen, omdat de klimop laat in het jaar bloeit, tegen november.

In Berninks tijd zal die klimop hier niet zo overvloedig hebben gegroeid. Alleen op vruchtbare grond gaat hij de bomen in. Overbemesting in de landbouw met als gevolg voedselrijke neerslag bevordert de groei van klimop en dat is overal in het land te merken.

NATUUR DEZE WEEK

De tjiftjaf is terug uit tropisch Afrika. Hij roept zijn eigen naam in de boomtoppen. Er is niet veel geduld voor nodig om de kleine lichtbruine zanger te zien te krijgen. - Bijna alle volwassen kokmeeuwen zijn nu in zomerkleed (met donkerbruine in plaats van witte kop). Ze roepen naar elkaar met een karakteristiek voorjaarsgeluid, met recht vooruit gestrekte hals. - Ook voor de grote bonte specht is de lente begonnen. Zijn 'zang' bestaat uit een roffel op een dode takstomp, die daardoor in trilling raakt. Er ontstaat dan een luid knerpend geluid, dat ver in het bos te horen is. - Houtduiven en Turkse tortels koeren op zonnige dagen van 's morgens vroeg tot tegen zonsondergang. Ze maken baltsvluchten met stijf gehouden vleugels. - Het is een drukte van belang boven de graspolders: kieviten duikelen boven de plek die ze voor hun nest hebben uitgekozen, grutto's roepen luid hun naam, scholeksters 'te- pieten' voortdurend, wulpen jodelen. Hoog aan de hemel tierelieren de veldleeuweriken. Ook de tureluren zijn terug. - De mannetjes van de kleine watersalamander baltsen voor de effen bruine vrouwtjes. Met hun brede staart waaieren ze die een geurstroom toe, die ze bereid maakt een zaadpakketje op te nemen, dat de eieren moet bevruchten. - De eerste huisjesslakken zijn uit hun winterslaap ontwaakt. Veldslakken, die met gele en roze, zwartbruin gebandeerde huisjes, overwinteren vastgekleefd aan een boomstam of onder in een struik. De gevlekte bruine segrijnslakken graven zich voor de winter een eindje in de grond in. Heesterslakken overwinteren meestal onder de dichte winterrozetten van distels. - Zodra de zon schijnt, lopen buiten op luwe plekken lieveheersbeestjes rond en zonnen zich dikke blauwe bromvliegen op muren en raamkozijnen. - In de stad bloeien de iepen, buiten de wilgen. EN VERDER

Activiteiten voor het publiek van het IVN: morgen wandeling in de Groote Peel, om 9 uur van bezoekerscentrum Mijl Op Zeven; ruim tien kilometer wandelen in de omgeving van de Postelse abdij, om 9 uur van de parkeerplaats van de abdij; voorjaarsverschijnselen zien op het landgoed Engelenburg, om 13.30 uur van de ingang aan de Eerbeekseweg in Brummen; kijken naar mossen, om 14 uur van het bezoekerscentrum aan de Van Tienhovenlaan 5 in Oisterwijk; langs Maas en Kingbeek, om 14 uur van de sportvelden in Grevenbicht; om 14 uur wandelen op het terrein van het waterleidingpompstation Soestduinen aan de Van Weerden Poelmanweg, ongeveer 50 m voorbij de spoorwegovergang bij het NS-station Soestduinen; wandeling in het Leersumse Veld, om 14 uur van het slaghek op de parkeerplaats van de boswachterij aan de Maarsbergseweg in Leersum; donderdag ongeveer anderhalf uur kijken naar de paddentrek bij de Leemkuil in Rhenen, liefst laarzen aan en zaklamp mee, om 18.30 uur van de parkeerplaats van Ziekenhuis De Gelderse Vallei (wel even informeren of de excursie doorgaat, bij Johan van de Wegen, tel. 08385-26888). - Volgende week zaterdag kan men met de Stichting Vrienden van het Amsterdamse Bos het Vogeleiland, een heemtuin in het bos, bezoeken. Verzamelen om 9.30 uur op de eerste parkeerplaats aan de weg langs de Ringvaart komend van de Roeibaan. - Tot 22 mei is in het Pieter Vermeulen Museum, Moerbergplantsoen 20 in IJmuiden, de tentoonstelling 'Pas op, sporen!' te beleven. Dat beleven is niet alleen zien, maar ook horen, ruiken en voelen. Het gaat om sporen die overal in de natuur te vinden zijn. Door er goed op te letten kunnen veel geheimen ontrafeld worden. Het museum is open van maandag tot vrijdag van 9.30 tot 17 uur en op de eerste zondag van de maand van 11 tot 17 uur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden