De dilemma’s van de christenzakenvrouw

Christenzakenvrouwen hoorden in Barneveld hoe geld en principes kunnen botsen. Maar dat je soms kunt vertellen over je geloof. „Hoe het écht zit.” De vrouwen leren dat wat economisch aantrekkelijk is, strijdig kan zijn met je principes – zoals al te bevallige modellen.

De wereld van het bedtextiel is een zeer modische branche, knikt Henriëtte van Beynum, directeur-grootaandeelhouder (‘dga’) van een firma die doet in dekbedovertrekken en hoeslakens, in het midden- en hoogsegment. ‘Collectioneurs van bedmode’, staat op haar visitekaartje. Die nadruk op vorm en uiterlijkheden ligt bij sommige christenen moeilijk. „Maar we mogen best met mode bezig zijn”, zegt Van Beynum. „Dat is bijbels te onderbouwen.”

Met jongere zus Renate (29, ontwerpster) is Van Beynum vanavond te gast in een accountantskantoor in Barneveld. Ze gaan spreken over ‘commercie, creativiteit en christen-zijn’.

Hun publiek bestaat uit christenzakenvrouwen: het landelijke vrouwennetwerk van Christian Business and Management Committee, het CBMC. Dat heeft in Nederland zeven regionale vrouwengroepen, maar is wereldwijd een waar mannenbolwerk. Het CBMC is in de Verenigde Staten opgericht ten tijde van de Grote Depressie en in 1955 op een zakenreis opgemerkt door Dick van Katwijk, handelaar in eiersorteermachines te Aalten. Ook Nederland, meende hij, was rijp voor de visie „dat God zakenmensen en professionele leiders over de hele wereld in beweging kan zetten, zodat er een blijvende levensverandering plaatsvindt.”

Van Katwijk, zo wil de geschiedenis, verzamelde een groep van twaalf mannen om zich heen. „Om de relatie met de Heer te verdiepen”, en om zakenlieden het evangelie te doen horen. Een van de mannen van het eerste uur herinnert zich: „Wij bestudeerden de Schrift, waar ook echtgenotes hun deel aan hadden en zegen ontvingen, die tot in het gezin zijn uitwerking had.”

Nu zevenenhalf jaar geleden werd het vrouwennetwerk opgericht. Voordien vergezelden de vrouwen hun man naar het CBMC, maar de doelstelling om nieuwe zakenlieden tot God te leiden werd niet altijd gehaald. Een bestuurslid tekende op: „Er is veel gebeden, maar de oogst was mager.” Verwacht werd dat de doelstelling wél gehaald kon worden als mannen en vrouwen afzonderlijk zouden opereren.

Drie keer per jaar komt het landelijke vrouwennetwerk nu bijeen; avonden die vijftig, zestig belangstellenden trekken – de een is vertaler, een ander kandidaat-notaris, een derde organisatieadviseur. Vanavond horen zij de gezusters Van Beynum verhalen van de dilemma’s van de christelijke ondernemer. Henriëtte was eens in Istanbul, om te proberen een grote leverancier voor zich te winnen. Tot ieders vreugde lukte dat, maar toen de dekbedovertrekken en kussenslopen met bijbehorende reclameposters binnenkwamen, was er schrik: de producent profileerde zich met schaarsgeklede modellen in bevallige poses. „Dan ga je nadenken”, zegt Henriëtte. „Persoonlijk doe ik dat ook biddend.” Ze vroeg zich af: „Moet ons bedrijf bijdragen aan de seksualisering van de samenleving?”

De opdrachtgever redeneerde: sex sells. Van Beynum stelde: dan doen we het niet. Twee weken later zocht de leverancier opnieuw contact. Met een aangepaste idee – de modellen droegen nu badjassen. Henriëtte wijst op het diascherm. „De sfeer is nog steeds vrouwelijk”, zegt ze. „Maar veel zachter.” De les: wat economisch aantrekkelijk is, kan strijdig zijn met je principes.

Zus Renate ontmoet veel trendwatchers. Die signaleren: religie is tegenwoordig in. Er zijn shopping temples, en boeddhabeelden duiken op in interieurs. Maar niet in die die Renate ontwerpt. Een beautycentrum dat om een boeddha vroeg vanwege de serene uitstraling, kreeg van Renate een ander houten object, en op de muur een Latijnse tekst over schoonheid – van Augustinus. „Een bijbeltekst zou te ver gegaan zijn, maar op deze manier raak je ook met mensen in gesprek.”

Vraag uit de zaal: hoe handelt Henriëtte als christenzakenvrouw in haar contacten met Pakistan, waar stoffen worden gekocht? „Dat is heel spannend. Maar ook in zo’n zwaar islamitisch land heb je de kans om te vertellen over het geloof, hoe het écht zit.” Een boerka draagt ze daar niet, wel doet ze de lange blonde haren in een knotje, en ja, ze schudt bewust wél handen. „Ik heb een zakenrelatie eens een bijbeltje gegeven. Dat is heel tricky. Later vertelde hij dat hij het altijd bij zich draagt.”

Na afloop zegt een bezoekster uit Friesland dat de avond haar verwachtingen heeft overtroffen. „Hoe die vrouwen hun geloof en werk vervlechten. Zo knap.” En een bankmedewerkster is bijgebleven dat commercie en integriteit elkaar niet hoeven uit te sluiten.

Alle bezoeksters verlaten het pand met een gevulde plasticzak: een brochure van dekbedden, een gratis kussensloop en een kadobon – te besteden aan een bepaald soort bedmode, in het midden- en hogere segment.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden