De dikke mens is zonde aangepraat, dus hij vast

Wat kunnen denkers zeggen over het nieuws, over wat krantenlezers schokt of juist koud laat? Tweewekelijks laten wijsgeren uit Trouws Filosofisch Elftal hun gedachten erover gaan. Vandaag: de vastentijd is begonnen. Word je van vasten en onthouding ook een beter mens?

'Ik heb niet zoveel met vasten“, zegt Ger Groot, docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. “In het kader van een muziekstage heb ik de afgelopen jaren één week per zomer op een soort kostschool-regime geleefd: geen alcohol en een aanzienlijk versimpeld menu ten opzichte van wat ik gewoon ben. Tot nu toe heb ik elke keer weer tot mijn opluchting kunnen vaststellen dat ik daar heel goed tegen kan en het met mijn drank- en eetverslaving dus nog wel meevalt. Echt vasten kun je dat niet noemen, maar het ik voelde me wel loskomen van mijn gewone, overdadige consumptiepatroon.“

“In een cultuur van drank- en vreetzucht zal het ongetwijfeld goed zijn je van tijd tot tijd bepaalde beperkingen op te leggen“, zegt Paul Cliteur, hoogleraar encyclopedie van de rechtswetenschap aan de Universiteit Leiden. “Het lijkt mij bijvoorbeeld wel goed eens een week lang geen koffie te drinken of geen wijn, omdat al die eet- en drankpatronen zo geleidelijk je leven binnensluipen en meer greep op je krijgen dan je jezelf bewust bent. Maar dat is louter seculier.“

Groot: “De meeste mensen vasten niet vanwege religieuze motieven, maar vanwege de lijn. Toch lijkt het religieuze motief nog niet geheel verdwenen. De dikke mens wordt bijvoorbeeld nog steeds een soort zondigheid aangewreven. Vaak wordt hem door de omgeving op subtiele wijze te verstaan gegeven dat zijn corpulentie het gevolg is van wilszwakte, van een onvermogen om zich in te houden ten overstaan van suikers en vetten. Wie vast en dieet, laat daarentegen zien hoe sterk zijn wil is.“

Het religieuze idee dat een persoonlijke God van mensen grotere en kleinere offers vraagt, is Cliteur niet zo sympathiek. “Dat kan de afschrikwekkende vormen aannemen van Abraham die bereid is zijn zoon te offeren (Koran: soera 37: 99-113; Bijbel: Genesis 22: 1-13) of Jefta die het ook daadwerkelijk doet door zijn dochter om te brengen op goddelijk bevel (Rechters 11: 38). Het kan ook onschuldige vormen aannemen, zoals een tijdje niet eten en niet drinken. Maar al snel moet ik daarbij toch weer denken aan de meer extreme vormen van boetedoening. Ik heb op vakantie een keer het boek van William James gelezen, 'The Varieties of Religious Experience', en gegruweld van alle beperkingen die mensen zichzelf opleggen op grond van een vermeend goddelijk bevel.“

Het opleggen van beperkingen is evenmin een favoriete bezigheid van Ger Groot, maar hij ziet ook voordelen. “De gedachte dat wij onze begeerten de vrije loop moeten laten, is sinds de jaren zestig populair geworden. Met name op seksueel gebied werd een totale bevrijding van sociale conventies gepredikt, waarvan we inmiddels ook de kwalijke gevolgen merken, zoals een nieuw soort dwangmatigheid in de seksuele consumptie. Dat is een uitvloeisel van de romantiek waarin de menselijke natuur als iets goeds wordt voorgesteld. In het klassieke Griekse denken wordt gesteld dat de natuur - en ook de menselijke natuur - neigt naar het onmatige, en dat deze natuur daarom gecultiveerd moet worden. Er is een inspanning van de rede voor nodig om de natuur om te vormen en in goede banen te leiden. In het christendom staat de wildernis voor het terrein waar de duivel vrij spel heeft, terwijl het paradijs wordt voorgesteld als een geordende tuin. Zowel in de Griekse als in de christelijke traditie betekent beschaving dus in één woord: tegennatuurlijkheid. Daar past het vasten wel een beetje bij.“

Cliteur: “Er wordt wel gezegd: vasten en offeren symboliseren de oriëntatie van religie op het geestelijke, het transcendente. Het geeft aan dat het menselijke leven meer is dan 'Laten we eten en drinken, want morgen sterven we'. Maar de vraag is of je daarvoor religie of vasten of offeren nodig hebt.“

Groot: “De menselijke beschaving maakt natuurlijke behoeften tot iets kunstmatigs. Door bestek te gebruiken, door op vaste tijden te eten, door het voedsel te koken, en door bepaalde etenswaren taboe te verklaren, laten mensen zien dat ze geen dieren zijn. Dat doen ze ook door te vasten. Of bijvoorbeeld door geen hamburgers, patat, bakken ijs en zakken snoep te eten. In sommige kringen is dat de nieuwe burgerlijke moraal rondom het eten aan het worden.“

Cliteur aarzelt of religie mensen wel helpt zich te ontworstelen aan het aardse en het stoffelijke. “De wereldreligies zijn vaak ronduit materialistisch. Zo loofde een Pakistaanse moslimgeleerde 8400 dollar uit voor het doden van de tekenaars van de cartoons uit de Deense krant Jyllands Posten. Twee volgelingen van de geleerde verhoogden het bedrag: de ene loofde één miljoen dollar uit, de andere 16800 dollar en een auto. Wat mij daarin frappeert is: zijn die trouwe gelovigen alleen te motiveren tot het verrichten van hun religieuze plicht door hen geld te beloven? En met zoiets triviaals als een auto?“

Natuurlijk, het zijn extreme voorbeelden, geeft Cliteur toe. “Maar het materialistische belonen voor religieus goed gedrag zit diep ingebakken in de wereldgodsdiensten. Zij zijn dan ook veel materialistischer dan bijvoorbeeld de verheven moraalleer van Spinoza die denkt dat de deugd zijn eigen beloning is.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden