De dijk die vrijheid bracht

Het is precies vijftig jaar geleden dat de dijk werd gedicht die Marken met het vasteland verbond. Voormalig dijkwerkers Piet Teerhuis en Cees Altena halen herinneringen op aan de tijd dat Marken ’s winters nog onbereikbaar was.

Aan het glanzende asfalt waar bus 111 overheen zoeft kun je het niet meer zien. Aan hun handen nog wel: Piet Teerhuis (76) mist een paar nagels, Cees Altena (74) een vingerkootje. De dijk die vandaag precies vijftig jaar geleden van Marken een schiereiland maakte, is door mensenhanden aangelegd.

Voormalig dijkwerker Altena kijkt naar zijn gehalveerde vinger. „Dit is bij een klus aan de dijk van Enkhuizen naar Lelystad gebeurd, niet bij die dijk naar Marken”, vertelt hij. „Er viel een steen op mijn hand, en ik voelde ineens niet zo veel meer. Toen ik mijn handschoen uittrok, schudde ik er zo een stuk wijsvinger uit.”

Het zijn sterke verhalen, bij uitstek geschikt om de mythe van worstelen en bovenkomen mee te voeden, de opgeblazen herinnering aan stoere mannen die Nederland met blote handen op het water bevochten.

De stoere mannen zelf halen nog graag verhalen op uit die tijd, over onderlossers, zinkstukken en damwanden. Maar ze zijn ook de eersten om hun werk te relativeren. „Hoe langer het geleden is, hoe meer er geromantiseerd wordt over die dijk”, merkt Altena. „Of we destijds geen onderscheiding kregen, wilde een mevrouw laatst van me weten. Nou, nee. Die dijk ging op 17 oktober om kwart over één ’s middags officieel dicht. Toen konden de burgemeesters van Marken en Broek in Waterland elkaar de hand schudden. En ’s avonds was er een etentje voor de hotemetoten. Maar toen stonden wij alweer aan de dijk om het laatste zinkstuk te vullen.”

Ach ja, het was werk, vult Teerhuis aan. En dat pakte je dus aan. Zeker omdat het vlakbij huis was.

Zo relativeren de twee geboren Markenaars ook die andere mythe, van het ongerepte Marken dat na eeuwen isolatie ontsloten werd. Want ook voor de dijk kwam je heus wel aan de vaste wal. Het was alleen veel gedoe.

Van de trotse vloot van 200 botters die ooit de Zuiderzee bevoer was in 1957 alleen nog de MK53 over. Veel jonge mannen togen naar Amsterdam-Noord om aan de kost te komen, bij de NDSM-werf of bij de Draka-fabriek, die kabels maakte. En dan moest het dus niet vriezen, vertelt Altena. „Dan voer de boot niet, en kon je niet naar je werk. De baas wilde dat wel een paar keer door de vingers zien, maar op een gegeven moment hoefde je helemaal niet meer terug te komen.”

Andersom kon ook, herinnert Teerhuis zich. „Ik kwam eens terug van Amsterdam-Noord, samen met mijn vrouw. Maar het ijs was in de loop van de dag opgekomen, en de laatste boot kon niet meer uitvaren. We dachten dat we in het veerhuis konden blijven slapen, tot een politieman erachter kwam dat we nog niet getrouwd waren. Toen moesten we dus helemaal terug naar Amsterdam voor een slaapplek.”

De bakker moest in de winter altijd een flinke voorraad meel en turf hebben, om brood te kunnen blijven bakken. En Teerhuis kent nog het verhaal – van voor zijn tijd – dat het eiland geen olie meer had. „Toen is de olieman over het ijs naar het vasteland gegaan. Toen hij met olie op de slee terug naar Marken probeerde te komen, kreeg hij een hartaanval.”

Nee, van valse nostalgie naar de tijd dat Marken nog een eiland was, hebben de twee geen last. Lokale beroemdheid Sijtje Boes maakte destijds in de kranten veel kabaal over de dijk. De ziel van het oude Marken was al gebutst door het teloorgaan van de vissersvloot, en zou straks met de aanleg van de dijk helemaal oplossen in de aanstormende wervelwind van de moderne tijd.

Maar achter de façade van de ’ziel van het eiland’ stond ook de economie van Marken op het spel, weet Altena. „Bepaalde groepen dachten dat het snel afgelopen zou zijn met het toerisme als die dijk er eenmaal lag.”

Dat dat niet gebeurde is genoegzaam bekend. Maar veranderde het eiland dan verder helemaal niet? Jawel, de Marker dracht raakte uit de mode. Maar dat proces was al langer aan de gang, zeggen de twee. Teerhuis: „Trouwen deed je in ’t Marker, maar zo kon je niet bij de Draka gaan werken, natuurlijk. Ze zagen je al aankomen.”

En er kwam meer leven op het eiland. Altena: „D’r was niks vroeger. Als er al eens een film vertoond werd op het dorp dan moest je in de rij. Zo was ’t toch Piet?”

„Je kon biljarten”, werpt Piet Teerhuis tegen. „En er was voetbal op zaterdagmiddag. „Daar lieten we zelfs klussen voor schieten, als het moest.”

„Maar je kon nooit eens ergens heen”, houdt Altena vol. „De laatste boot naar Monnickendam ging om negen uur, en in het weekend nog eerder. Er waren op het dorp alleen een paar kruidenierswinkeltjes. Maar toen die dijk er lag, kreeg je meer vrijheid, je kon je ontplooien. Er kwam cultureel leven.”

De dijk heeft geen vervolg gekregen. Hij werd ooit aangelegd als beginnetje van de inpoldering van de gehele Markerwaard, die in 1968 klaar moest zijn.

Hoe blij Cees Altena ook is met de dijk, hij prijst zich gelukkig dat de rest van de Markerwaard op de tekentafels is blijven liggen. Vanuit zijn huurhuisje aan de dijk heeft hij nu een prachtig uitzicht over het IJsselmeer. „Maar als die plannen door waren gegaan, had je hier nu een snelweg gehad, of misschien zelfs een tweede Schiphol.”

Dat is dan weer iets meer infrastructuur dan goed is voor een mens. Hij kijkt uit het raam. „Het water ziet er ieder uur anders uit. Prachtig. Dat ga je toch niet inpolderen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden