De digitale kleren van de keizer

Waarom lopen discussies op Facebook en Twitter altijd zo uit de hand? Wanneer mensen met een sterke mening als eerste reageren, zetten zij vaak de toon.

Hahaha, net goed.' 'Weer 400 minder." En: 'Voor elke dode neem ik een biertje.' Haatdragende facebookreacties stapelden zich vorig jaar razendsnel op toen honderden vluchtelingen verdronken in de Middellandse Zee. Tegengas bleef nagenoeg uit.

"Platformen als Facebook en Twitter werken polariserend", zegt hoogleraar nieuwe media Jan van Dijk (Universiteit Twente). "Dat wordt keer op keer aangetoond. Juist de genuanceerden worden buitengesloten in online-discussies."

Daar zijn verklaringen voor vanuit de psychologie, maar het kan ook met wiskunde. Vorige week promoveerde de Zwitserse Zoé Christoff aan de Universiteit van Amsterdam op de logica van sociale interacties. Haar verdienste: bewijzen dat zelfs de meest weldenkende mensen in bepaalde 'watervallen van irrationaliteit' kunnen belanden.

Het toverwoord in haar onderzoek is informatie - informatie over wat er in het hoofd van anderen omgaat. Bij een gebrek daaraan escaleren sociale situaties voor je het doorhebt. Hoewel haar proefschrift vol staat met intimiderende wiskunde, weet Christoff het idee achter haar formules over te brengen met alledaagse voorbeelden.

In een Amsterdams café steekt ze van wal met een inmiddels goed onderzocht sociaal fenomeen. "Stel, je zit in een collegezaal. De professor heeft net een moeilijk college gegeven, en drukt iedereen op het hart vooral vragen te stellen. Na zijn verhaal snap je nagenoeg niets van de materie, maar niemand steekt zijn hand op. De rest lijkt de professor dus wel te kunnen volgen. Grote kans dat je uit schaamte dan zelf ook je hand omlaag houdt. Maar wat nou als niemand het snapt? Wat nou als ieder individu denkt dat hij of zij de enige is?" Een situatie die zichzelf in stand houdt, niemand die haar durft te doorbreken.

'Collectieve onwetendheid', noemen psychologen dat. Een groep weldenkende mensen die allemaal goede redenen hebben voor hun gedrag, maar er toch gezamenlijk naast zitten.

Gedachtenexperiment

Christoff wist te bewijzen dat dat in sommige situaties onvermijdelijk is. Ze maakt het inzichtelijk met een gedachtenexperiment waarin mensen knikkers uit een vaas vissen. De vaas bestaat in twee varianten, in beide gevallen is ze gevuld met drie knikkers. Vaas Vz heeft twee zwarte en één witte knikker, Vw heeft twee witte en één zwarte. "Aan de deelnemers de taak: haal er om de beurt één knikker uit, en schat in met welke vaas je te maken hebt, Vz of Vw." Na de schatting leggen de deelnemers de knikker weer terug.

Haalt iemand een zwarte knikker omhoog, dan is het meest waarschijnlijke scenario dat het om de vaas gaat waarin twee van de drie knikkers zwart zijn. Vz dus. Deelnemers schrijven hun educated guess op een bord in de kamer. Elke deelnemer weet daarom, alvorens hij zijn schatting maakt, wat zijn voorgangers dachten over de vaas die in de kamer staat.

Dan nu het punt waarop het zelfs bij de meest berekenende deelnemers mis kan gaan. Stel, de eerste twee participanten trekken een witte bal, terwijl de vaas Vz is. Dat kan natuurlijk, de kans is alleen niet heel groot - één op negen. De eerste denkt logischerwijs dat het om Vw gaat, en schrijft dat op het bord. De tweede ook.

Interessant, want degenen na hen hebben nu goede reden te denken dat het sowieso om Vw gaat. Zij zien dat bord immers. Bij elke zwarte knikker die ze omhooghalen, zullen ze denken aan de kans van één op drie dat dat gebeurt uit de vaas met vooral witte ballen.

"Slechts twee mensen die - per ongeluk maar met de juiste redenatie - de verkeerde toon zetten, zorgen zo voor een waterval aan foute antwoorden", glimlacht Christoff. Ze wist te bewijzen dat dit zelfs de meest intelligent denkbare wezens overkomt. Een ouderwets wiskundig bewijs, dat ze zo met de hand op een A4'tje zou kunnen uitschrijven. Haar ogen glinsteren: "Niets geen gedoe met computers en big data."

Nu terug naar Facebook en Twitter. Het kan zijn dat een paar mensen met een sterke mening toevallig de eerste commentaren schrijven. Die zetten de toon. De rest kan dan steeds meer gaan denken dat dit de norm is - dat min of meer iedereen zo denkt." Het maakt dat de meer genuanceerde facebookgebruiker misschien niet meer reageert, wat dit beeld verder versterkt. "Een verknipt beeld van het landschap aan meningen natuurlijk."

Precies wat hoogleraar Jan van Dijk uit Twente ook ziet, bijvoorbeeld in onderzoek uit de vakgroep die hij leidt. "Daarin keek onderzoekster Lidwien van de Wijngaert naar twistgesprekken over asielzoekerscentra op het internet. Daar waren duidelijk twee groepen te bemerken: 'sterk tegen' en 'sterk voor'." Mensen waarvan de mening ergens in het midden lag, die een brug probeerden te slaan, mochten zich er niet mee bemoeien. "Je zou zeggen dat mensen op een voor iedereen toegankelijke plek als internet juist tot elkaar komen. Maar dat is dus niet zo."

Spaak

De analogie met de vazen loopt hier natuurlijk op veel punten spaak. Sociale interacties zijn grilliger dan de elegante wiskunde rond vazen en knikkers. "Maar dat heb je altijd met modellen. Ondanks de simpelere weergave van de realiteit leren ze ons veel over collectieve onwetendheid van groepen mensen."

Voorbeelden van dat fenomeen zijn er legio, zowel online als offline. Christoff: "In de tijd van de segregatie in Amerika bijvoorbeeld. Het bleek op een zeker punt dat voorstanders daarvan maar een zeer kleine minderheid vormden. De meeste mensen vonden het eigenlijk wel prima als hun kind buiten speelde met een anders gekleurd kind." Maar omdat iedereen van anderen dacht dat ze wél voor rassenscheiding waren, hielden ze hun mond. Als deze Amerikanen wat meer van zichzelf hadden blootgegeven, was er misschien wel veel eerder een eind gekomen aan de rassenscheiding.

"Grappig: mensen die op sites als Marktplaats compleet uit de bocht vliegen met de bedragen die ze bieden. Allemaal omdat het eerste bod nogal hoog was." De rest denkt dan al snel dat dat blijkbaar normaal is, en gaat er nog eens royaal overheen.

Wie van sprookjes houdt, herkent in dit alles een beroemd werk van Hans Christian Andersen. In 'De nieuwe kleren van de keizer' paradeert een staatshoofd naakt over straat, in de waan dat hij een stof draagt die alleen slimme mensen kunnen zien. Onzin natuurlijk. Niemand durft dat echter toe te geven, omdat ze bang zijn voor dom aangezien te worden.

Eigenlijk net als in een collegezaal vol onbegrip, waarin niemand dat durft toe te geven. De oplossing? Toch maar gewoon met de billen bloot. Bij de keizer was dat een klein jongetje dat uitschreeuwde dat de keizer toch echt naakt was. In een collegezaal kan een dappere student het ijs breken.

"En ook op Facebook en Twitter zou het dus helpen als iedereen wat meer zijn mening etaleerde", zegt Christoff. "En dan niet alleen de mening zelf natuurlijk. Geef er uitleg bij, laat de anderen meekijken in je hoofd."

Allemaal naar het slechte restaurant

Waar Zoé Christoffs onderzoek zich richt op collectieve onwetendheid, komt het tegenoverstelde fenomeen ook voor - wisdom of the crowd. De Britse statisticus Francis Galton besefte dat meer dan honderd jaar geleden, toen hij wat flaneerde op een boerenmarkt. Hij stuitte op een wedstrijd: raad het gewicht van een geslachte os en win een prijs. Ongeveer 800 deelnemers waagden een gok. Ze schreven hun antwoord op briefjes, die Galton naderhand mee naar huis mocht nemen. Daar zag hij dat niemand het ware gewicht van het dier had geraden - veel mensen zaten er goed naast. Het gemiddelde van alle deelnemers kwam daarentegen ontzettend dicht in de buurt van het juiste aantal kilo's. Dichter nog dan de inschatting van experts uit het publiek, zoals slagers en veehandelaren. Blijkbaar is een menigte van amateurs zo amateuristisch nog niet, schreef Galton in 1907 in Nature.

De os waarvan niemand precies het gewicht wist

Een studie uit 2006 met meer dan 14.000 deelnemers toonde aan hoe beïnvloedbaar we zijn als het op muziekkeuze aankomt. Alle participanten mochten een aantal voor hen onbekende nummers downloaden. De helft kon precies zien hoe vaak nummers eerder waren gedownload. De andere helft, de controlegroep, wist dat niet. De twee groepen maakten duidelijk verschillende keuzes. Hoewel de echt slechte nummers in beide groepen onderaan stonden en de goede redelijk bovenaan, hing de middenmoot bijna helemaal af van wat anderen gedownload hadden. Met een kleine initiële voorsprong lieten sommige bands de rest al snel ver achter zich, wat klikaantallen betreft. Zelfs als de onderzoekers in een vervolgstudie logen over het aantal eerdere downloads lieten de vrijwilligers zich daarin meeslepen.

Waar is die vrije wil in de muziek?

Collectieve onwetendheid zit verankerd in ons dagelijks leven. Stel je bijvoorbeeld Margreet voor die informatie heeft over twee restaurants, A en B. Over A hoorde ze dat het personeel vriendelijk is en het eten goed. Over B hoorde ze louter negatieve verhalen. Wanneer Margreet op een avond voor beide restaurants staat, ziet ze dat A helemaal leeg is en B bijna vol. De opinie van de massa druist blijkbaar in tegen de informatie die ze had. Margreet kiest voor de veiligheid voor restaurant B. Nu zullen mensen die ná haar voor die keus staan, B nóg eerder verkiezen boven A. Margreet zit daar nu immers ook binnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden