De diepgroene ogen van Marianne Vos

Marianne Vos heeft zo'n beetje de mooiste groene ogen die ik ken. Diepgroen aan het randje van de iris en richting de pupil steeds een beetje lichter. Er is iets bijzonders aan die ogen. Ze blijven groen, altijd. Maar ze lijken van tint te kunnen veranderen. Als je goed oplet, kun je aan die ogen zien hoe ze zich voelt. Ze verraden haar vorm.

En die was niet goed, zaterdag tijdens het WK veldrijden in Tabor. Sinds kort is geblesseerd zijn voor Marianne niet meer iets waar alleen anderen last van hebben. Haar rug protesteert al langer, en sinds een cross door zulke dikke blubber dat het meer een wedstrijd wadlopen dan veldrijden leek, gaven haar hamstrings er ook even de brui aan.

Je kon het zien in die ogen, toen ze op de dag voor de wedstrijd met Jeroen Koster van Studio Sport sprak. Natuurlijk, haar wenkbrauwen rimpelden van de twijfels. Haar mondhoeken verraadden dat de hoop op verbetering van haar hamstringblessure misschien wel tegen beter weten in was. En ook haar verhaal was eerlijk: misschien was ze wel voor niets naar Tabor afgereisd.

Maar wat mij betreft had ze niks hoeven zeggen. Ik keek in haar ogen en zag precies hetzelfde als in september, vlak voor het WK op de weg in Ponferrada, toen ze iets minder eerlijk was en ze de wereld nog uit allemacht probeerde te overtuigen dat haar vorm prima was: dof groen. En die tint is niet goed, in Mariannes geval.

Het kwam de wedstrijd wel ten goede: zelden was een WK cross zo spannend. En voor het WK op de weg gold hetzelfde - met als resultaat eens een keer een andere winnares. Dus eigenlijk zou ik blij moeten zijn met een dofgroene Vos. Niet alleen voor mezelf, maar voor het hele vrouwenwielrennen. Maar toch. Ook al is ze mijn concurrente (of althans: meestal zie ik vooral haar achterwerk), ik houd er niet van als haar ogen zo staan. Ik gun haar dat niet.

Het ellendige aan Marianne is namelijk dat je geen hekel aan haar kunt hebben. Ze is te aardig, te sympathiek en vriendelijk. Er zijn nul redenen om een hekel aan haar te hebben - terwijl je je concurrenten beter kunt haten. Dan ben je blij als ze een keer uit vorm zijn, of op de verkeerde plek in het peloton zitten. Maar bij Marianne gebeurt er dus altijd dit als ik haar achter me zie opduiken in een koers waarin iedereen vecht om haar plaats: ik denk ach, laat haar maar door. Terwijl - nee, nee! Je moet Marianne er nóóit door laten. Je moet het haar moeilijk maken.

De laatste tijd is het vooral Mariannes lijf dat het Marianne moeilijk maakt. Ze bezit het unieke vermogen om in een koers te wachten en te wachten, zich te verschuilen en zoveel mogelijk energie te sparen - en dan toe te slaan, op het moment dat iedereen stuk zit. En zij ook, reken maar. Maar dát is het moment. Marianne kan door de pijngrens héén, ze heeft het talent om net iets stukker te gaan dan de rest. Tenzij haar lichaam pijn doet, zoals nu. Dan is juist dat stukje extra tandvlees dat zij heeft op - en blijkt ze toch een gewoon mens. Met dofgroene ogen.

Kijk nog eens naar beelden van de Olympische Spelen in Londen waar ze het goud pakte, of van het WK op de weg in Valkenburg. In bloedvorm was ze toen. Bestudeer haar ogen. Felgroen zijn ze aan het randje, en rondom de iris zijn ze zo licht dat ze bijna geel zijn. Dat zijn de ogen van een fitte Vos. En zo zie ik haar het liefst. Met de ogen van een roofdier, klaar om toe te slaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden