De diepe zin van konijnendeeltjes

Betekent het verzonnen woord 'gavagai' konijn of staat het voor samenhangende konijnendeeltjes? De invloedrijke Amerikaanse filosoof Willard van Orman Quine zadelde filosofen op met deze belangwekkende vraag. Op eerste kerstdag overleed hij.

Een antropoloog doet onderzoek naar een stam, die een onbekende taal spreekt. Als er een konijn langs komt rennen, zegt een van de stamleden 'gavagai' en wijst naar het konijn. 'Aha', denkt de antropoloog. Meteen noteert hij in zijn notitieblokje: 'gavagai betekent konijn'. Weet de antropoloog nu zeker dat beide woorden hetzelfde betekenen? Quine dacht dat de antropoloog dit nooit zeker kan weten, omdat de perfecte vertaling niet bestaat. Misschien betekent het woord 'gavagai' helemaal niet konijn, maar samenhangende konijnendeeltjes.

Met dit beroemd geworden voorbeeld illustreerde Quine dat de betekenis van iets niet te achterhalen is. Wat iemand in zijn hoofd heeft op het moment dat er een konijn wegrent, dat weet niemand. Meerdere tegenstrijdige vertalingen zijn volgens Quine mogelijk.

,,Er zit iets postmoderns in deze filosofie'', zegt de Utrechtse logicus en filosoof Albert Visser. ,,Als woord en betekenis niet samenvallen, creëer je ruimte voor allerlei interpretaties, waarvan meerdere kunnen werken.''

Hij is niet de enige denker die wijst op de postmoderne kant van Quine's filosofie en de invloed die hij zou hebben uitgeoefend op een filosoof als Richard Rorty. En dat is opmerkelijk als je bedenkt dat men in de Angelsaksische analytische traditie waar Quine op voortborduurde, vaak niets dan minachting voelde voor de metafysische speculaties van de continentale filosofie.

Toch zijn er wel duidelijke verschillen tussen Quine en de postmodernisten. Anders dan filosofen als Derrida en Latour, hield Quine zijn hele leven vast aan de logica. Bovendien was hij een groot bewonderaar van de wetenschap en vond hij dat filosofie geheel wetenschappelijk moest zijn. Een filosofische vraag, zoals 'hoe kennen wij de wereld?', is volgens Quine oplosbaar, maar het zijn de wetenschappers die de antwoorden zullen verstrekken, niet de filosofen. Net als Rorty pleitte hij dus eigenlijk voor het afschaffen van de filosofie. Zoals Rorty denkt dat een mooie roman overtuigender is dan een systematisch opgebouwd betoog, meende Quine dat wetenschap een stuk overtuigender is dan filosofie.

Sinds 1932 doceerde Quine logica en analytische filosofie aan de Harvard Universiteit. Op zijn negentigste ging hij nog dagelijks naar zijn kamer om daar de post door te lezen en om te werken aan een nawoord op zijn bekendste werk 'Woord en objekt' (1960). Maar in 1999 ging het echt niet meer. De filosoof wiens stijl zich altijd liet kenmerken door helderheid in taal en denken, begon gedesoriënteerd te raken en kon de weg naar de universiteit niet meer vinden.

In de Verenigde Staten en in het buitenland wordt hij door velen beschouwd als een van de belangrijkste denkers van de twintigste eeuw. Mark van Atten, docent in de filosofie van de wiskunde aan de Universiteit Utrecht, meent dat Quine 'de filosofische agenda voor decennia bepaalde'.

Van Atten bracht in 1998 een bezoek aan Harvard en verbaasde zich erover dat Quine door de studenten beschouwd werd als een levende legende, maar dat niemand hem op zijn kamer opzocht. ,,Hij had toch een beetje het imago van die oude opa op zolder'', vertelt Van Atten. ,,Men twijfelde aan zijn verstandelijke vermogens. Zeker nadat in dat jaar een conferentie werd gehouden onder de titel 'De bibliotheek van levende filosofen'. Quine, de bijna honderdjarige filosoof Gadamer en andere grote, oude filosofen waren daar samengekomen. Toen Quine aan de beurt was om te spreken stond hij op en zei: 'Ik heb niets te zeggen'. Toen men aan het einde nog een keer bij hem uitkwam, zei hij: 'Ik heb nog steeds niets te zeggen'. Daar werden in Harvard veel grappen over gemaakt. Zo werd de conferentie 'De bibliotheek van nog amper in leven zijnde filosofen' genoemd. Toen ik echter op zijn kamer kwam, was hij zeer vriendelijk en hij leek nog goed bij. Ik had zelfs een in het Nederlands geschreven recensie van zijn werk bij me, die hij zonder dat ik het hoefde te vertalen, prima kon lezen.''

Quine sprak minstens zes talen en reisde de hele wereld af. Als 22-jarige liftte Quine van zijn geboorteplaats Akron (Ohio) naar Harvard bij Boston. Daar promoveerde hij razendsnel op een onderwerp uit de logica om vervolgens naar Wenen af te reizen, waar hij in contact kwam met het logisch positivisme, een stroming die de filosofie puur wetenschappelijk wilde houden en bevrijden van allerlei metafysische theorieën. Van metafysica moesten de logisch positivisten niets hebben. Volgens hen was het beter je te concentreren op die zaken die logisch dan wel proefondervindelijk te bewijzen waren.

Quine raakte diep onder de indruk van het werk van de logisch positivist Carnap, die zijn vriend en leermeester werd. In 1951 schreef hij echter een essay 'Twee dogma's van het empirisme', waarin hij Carnap en de logisch positivisten aanviel. In dit misschien wel belangrijkste essay dat Quine ooit schreef ontkende hij het klassieke onderscheid tussen analytische en synthetische oordelen. Een analytisch oordeel, zo dacht men altijd, staat in tegenstelling tot een synthetisch oordeel, los van onze waarnemingen. 'Alle zwanen zijn wit' kan bijvoorbeeld een analytische uitspraak genoemd worden. Als in de definitie van een zwaan de kleur wit al is meegenomen, dan kunnen zwanen niet anders dan wit zijn. Maar Quine was het hier niet mee eens. Het zou kunnen dat op een gegeven moment een vogel ontdekt wordt die ontzettend op een zwaan lijkt, maar die niettemin zwart is. Op dat moment kunnen wetenschappers besluiten om de definitie te veranderen. Volgens Quine berusten analytische uitspraken daarom op de waarneming en zijn zij bovendien historisch bepaald.

Van Atten vergelijkt Quine met de onlangs overleden Nederlandse wiskundige Otto Struik. ,,Ik ben zo oud geworden'', zei Struik, ,,omdat ik altijd zulke prettige dingen dacht.''

Het is een motto dat op Quine zou kunnen slaan. De emotionele verwarrende kanten aan het leven meed hij om zich geheel te wijden aan overzichtelijke logische redenaties. ,,Ik raak ontroerd van diverse gedichten'', schrijft hij achterin zijn autobiografie. ,,Daarom lees ik er maar weinig van.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden