De dichters spreken niet over het jaar 1951 Toen ...

De dichters spreken niet over het jaar 1951 Toen Boudewijn de Eerste koning werd. Terwijl de koning werd gekroond riep senator Lahut van Luik: “Leve de Republiek.” Een paar dagen belden twee heren bij hem thuis, en schoten hun revolvers leeg in Lahaut. Niettegenstaande een grondig onderzoek kan het gerecht de moordenaars niet vinden. Slotregels uit het gedicht “Politiek en kunst” van Hugo Claus, opgenomen in de Bezige Bij-bundel “Gedichten 1969-1978”. Johan Anthierens is Belgisch publicist.

Na de capitulatie van het Belgische leger probeert de katholieke premier Hubert Pierlot zijn staatshoofd te overhalen om het voorbeeld van Wilhelmina te volgen en naar Londen te vluchten. Maar de vierde vorst en derde Leopold der Belgen zegt dat zijn plaats hier is, bij de overwonnen manschappen en de verslagen onderdanen. Allebei de kopstukken blijven op hun standpunt staan, het nationaal gouvernement exileert naar Engeland en de vorst laat zich door de bezetter opsluiten in zijn kasteel van de Brusselse gemeente Laken.

Leopold III is in mei 1940 een knappe man van 39 jaar, met blauwe plekken op de ziel. Als kind beefde hij voor zijn vader, de bijziende en wat wereldvreemde Albert I, die de kroonprins nu en dan onderhield over zijn passe-temps, het alpinisme, maar weinig losliet over de werkwijze van het koningsschap. Wanneer die bergpassie koning Albert in februari 1934 de nek breekt, staat Leopold ietwat bleu op zijn hakken te draaien en het epicentrum van de Belgische samenleving, waar Vlamingen en franstaligen met dat samen-leven grote moeite hebben. Om te zwijgen van het sociale verpaupering en de unheimliche politieke grondverschuivingen in buurland Duitsland en in verwantland Italie, waar zus Marie-Jose in 1930 met kroonprins Umberto trouwde en Mussolini op het voorplan uitdagend de armen onder de vooruitgestoken kin kruist.

Een maand voor de kippige koning Albert in Marche-des-Dames nabij Namen op een losliggend rotsblok zijn evenwicht verloor, werd in Leipzig de Leidenaar Marinus van der Lubbe onthoofd als straf voor het afbranden van de Rijksdag. De groeikrampen van de twintigste eeuw.

Gelukkig is Leopold al acht jaar gelukkig met zijn Zweedse vrouw Astrid, weliswaar iemand die van verlegenheid scheef loopt - zij vindt zichzelf te groot - maar zo charmant en innemend. Alles aan Astrid is lang, ook de hals, en omdat zij het liefst in het wit gekleed gaat, geeft het betoverde volk haar de bijnaam van Zwaan uit het noorden. Het koninklijke stel heeft drie kinderen, dochter Josephine-Charlotte, kroonprins Boudewijn en tweede zoon Albert, vier maanden na de misstap van grootvader geboren en allicht naar hem genoemd.

Maar de Coburgs, voluit von Sachsen-Coburg, koketteren met tragiek. Niet ver van Laken doofde in 1927 de 87-jarige prinses Charlotte uit. Een dochter van de eerste koning der Belgen, Leopold I, was zij vooral de solidaire echtgenote van haar Oostenrijkse hertog Ferdinand, die onder de naam Maximiliaan keizer van Mexico gekroond werd en daar in 1867 voor een vuurpeloton gebracht. Charlotte overleefde dat salvo weliswaar zestig jaar, maar in volle verstandsverbijstering. Oudtante Stephanie, dochter van Leopold II, huwt ook een Oostenrijker, keizerszoon Rudolf, die zo ongelukkig is met zijn gemalin dat hij boven dat sentimenteel eedverbond in 1889 een romantische zelfmoord verkiest, daarin bijgestaan door de wel geliefde barones Vetsera. Zoals gerapporteerd in het boek Bloednacht Mayerling van Martin Ros. En horen wij gedreven rokkenjager Umberto in Rome ook al niet mopperen dat zijn Marie-Jose zo . . . Belgisch is?

Op 29 augustus 1935 toert het vorstenpaar met vakantie door Zwitserland. Ter hoogte van het plaatsje Kussnacht is Leopold, aan het stuur van een Packard met open kap, even onoplettend en bijrijder Astrid breekt haar zwanehals.

Het land reageert als door de bliksem getroffen. Van de foto met koningins omzwachtelde gezicht - het gelaat van Astrid, witter dan ooit - schiet een vijfjarig jongetje, de latere schrijver Jef Geeraerts, nachtenlang gillend wakker.

De vervangmoeder voor kroonprins Boudewijn wordt de 22-jarige Nederlandse Juffrouw Margaretha Kooperberg, die deze week in diverse televisie-uitzendingen opnieuw getuigde van haar zielsverbondenheid met “mijn lieve jongen”. Dinsdag vertelde zij op het Vlaamse net dat Boudewijn, net als Leopold voor Albert, een verlammend ontzag voor zijn vader koesterde. Terwijl zus Josephine zonder nadenken bij de koning in en uitliep en hem met haar spontane gedrag vermaakte, durfde bedeesde Boudewijn amper de drempel van vaders werkkamer overschrijden.

De oorlog is ook voor drie koningskinderen een enge periode, 'Juf' moet weer naar Nederland, zus en broers worden van hun vader gescheiden, verwijlen een tijd in Frankrijk en Spanje en pendelen dan tussen de familiekastelen in Ciergnon-bij-Namen, het ouderhuis 'Laken' en het daar vlakbije Stuyvenberg, residentie van oma Elisabeth, de weduwe van Albert I. D'un chateau l'autre, zoals Louis Ferdinand Celine in 1957 publiceerde.

Mooi nieuws voor de drie is er in september 1941: papa hertrouwt met hun gouvernante, de beeldschone Vlaamse gouverneursdochter Lilian Baels. Wat de prinsen niet weten is dat vader moet trouwen van kardinaal Jozef van Roey, die zich afzet tegen het infiltreren van een koninklijke favoriete, de aanwezigheid van een madame de Maintenon aan het katholieke hof niet tolereert. Francoise de Maintenon werd door Louis XIV belast met de opvoeding van zijn officiele kinderen - Le Roi Soleil grossierde in bastaarden - en van de kinderkamer verplaatste de markiezin zich naar een bredere sponde, tot de zoveelste concubine in 1683 in het geheim trouwde met haar Zonnekoning. Lilian Baels is in september drie maanden zwanger en kerkvorst Van Roey vindt dat de koning die amoureuze relatie moet legaliseren. De kinderen zijn verguld met een nieuwe mooie maman, buiten het paleishek reageert men geschokt. Het land verneemt dit huwelijksgebeuren achteraf, via een herderlijke brief die in alle kerken van de kansel wordt gelezen. Leopold heeft er een handje van om zowel zijn omgeving als de buitenwereld voor een fait accompli te stellen: hij neemt ook een loopje met de grondwet die bepaalt dat een koninklijk huwelijk eerst burgerlijk moet gesloten worden, dan religieus. De eigenzinnige monarch draait de rolbeurt om.

De publieke irritatie tegen koning Leopold neemt toe, zeker in franstalig Belgie. Men vindt dat de 'gevangen soldaat' in Laken - zijne Majesteit is opperbevelhebber van de strijdkrachten - zich in zijn gouden kooi weinig pleziertjes ontzegt. In tegenstelling tot de gewone krijgsgevangene, die grauwe ellende doorstaat. De kritiek geldt vooral het stiekem hertrouwen, amper zes jaar na het tragisch omkomen van Astrid, en dan met een Vlaamse, van wie een broer openlijk nazi-sympathieen afficheert. leopold was in december 1940 op thee-visite bij de Fuhrer, een tete-a-tete die zus Marie-Jose, bewonderaarster van Mussolini, arrangeerde. De belangrijkste souffleur van de vorst is tot eind 1941 de Vlaamse marxist Hendrik de Man, briljante denktank, gewonnen voor een 'sociaal nationalisme'. Dat sentimenteel en politiek conspireren bezorgt de einzelganger in Laken, mee in het licht van Hitlers Flamenpolitik, een voorkeursbehandeling van de Germaanse taalgemeenschap, in het zuiden des lands het barre etiket Koning der Vlamingen.

Na de bevrijding kraakt het koninkrijk, splijt de herstelde democratie zich op in links versus rechts, katholiek tegen andersdenkend, Vlaams contra Waals. In de Zwitserse wachtkamer Geneve, waar de met nog drie kinderen aangegroeide koninklijke familie vertoeft, is het een gaan en komen van hooggeplaatste koeriers die met Leopold over de modaliteiten voor een terugkeer onderhandelen.

De koning blijft zijn stroeve reputatie getrouw, is zich van geen misstap bewust. Hij krijgt de katholieke partij, sterkste formatie in een land van ruim vijf miljoen in Vlamingen en drieenhalf miljoen Walen, op zijn hand, maar in Wallonie gist onvrede, roert zich het ressentiment. Onder aanvoering van de ook Europees gerenommeerde politicus Paul-Henri Spaak muiten de socialisten tegen de figuur van Leopold III. In een verstikkend nationaal klimaat moet de volksraadpleging van 12 maart 1950 uitkomst brengen: JA of NEE, komt de koning weer op de troon? Bijna 58 procent Belgen stemt daar mee in, tegen 42 procent Neestemmen. Een duidelijke voorkeur, maar het plebisciet bevestigt de scheiding der geesten aangezien de Ja-bulletins in hoofdzaak uit Vlaanderen komen - 72 % - terwijl Wallonie (58 %) en in mindere mate Brussel (52 %) die terugkeer afwijzen.

In juni 1950 behaalt de Christelijke Volks Partij een hartversterkende absolute meerderheid. De koning, vergezeld van Boudewijn en Albert, landt in Brussel.

Maar in Wallonie staakt men massaal, slaat de vlam in de pan en in Luik - hart en haard van verzet tegen Leopold - breekt de pleuris uit. Op zondagmiddag 30 juli worden in de Luikse gemeente Grace-Berleur vier burgers dodelijk getroffen tijdens een confrontatie tussen een aanvankelijk gemoedelijke massa en dolgedraaide geindarmes.

Het hek is dan echt van de dam. Luik eist openlijk aanhechtig bij de republiek Frankrijk, in die stad patrouilleert al een paralelle politiemacht, vele tienduizenden Waalse arbeiders maken zich op voor een mars naar Brussel, waar zij hun woede zullen botvieren. Een man leidt zijn land naar de rand van een burgeroorlog.

VERVOLG VAN PAGINA ZZ 1

In deze kolkende sfeer rest er voor het omstreden staatshoofd niets anders dan op te staan van een troon die te heet wordt onder zijn houding. Hij schuift de twintigjarige Boudewijn naar voor als Koninklijke Prins en straks, bij zijn meerderjarigheid, als vijfde monarch van het land. Op 11 augustus 1950 verschijnt de bleke en smalle jongen - de gloednieuwe kepi van luitenant-generaal rust op zijn oren - voor de kamerleden en senatoren in het parlement. Nog voor hij zijn eed kan formuleren, scandeert de Luikse communist Julien Lahaut met stentor-stem: Vive la Republique! Boudewijn houdt zich haaks, de verontwaardiging in de vergaderzaal is algemeen. Op 18 augustus 1950 wordt Lahaut thuis door twee onbekend gebleven Leopoldisten doodgeschoten. De volkstribuun ligt opgebaard in de dorpskroeg van de proletengemeente Seraing en 20 000 kameraden begeleiden de populaire rustverstoorder naar het graf.

Aldus begon 42 jaar geleden het regeerschap van Boudewijn I, die alles had willen doen, behalve dit. Het noodlot, opgedoken bij de dood van zijn moeder, was in de buurt blijven rondzwerven. Boudewijn kijkt bewonderend op naar zijn door een halve natie uitgespuwde vader, hij houdt zielsveel van stiefmoeder Lilian Baels, de melaatste onder de Belgische vrouwen, bij alle plechtigheden naar een schopstoel verwezen. Boudewijn ontwikkelt een hekel aan een job die hem niet toekomt, vindt hij. Zo ontstaat de klamme aureool van le roi triste, de regeerder tegen heug en meug, een sleepvoetend staatshoofd. Vroom en schuchter als hij is, ziet Boudewijn meer in een teruggetrokken kloosterbestaan dan in het openbaar leven van kasteelheer. Maar, Jef Klak, zo genoemd in de Brusselse volksmond vanwege die afzakkende generaalspet, bijt door. Vooral buiten de landsgrenzen bemerkt men de ontbolstering. Hij bezoekt de Kongolese kolonie en wordt door de negerbevolking zo hartelijk en enthousiast begroet dat zijn bewolkte profiel opklaart tot een brede glimlach. Hij gaat naar Hollywood en reageert ad rem op de plaagstoten van de Frank Sinatra's en John Wayne's en kan het goed vinden met de asblonde schoonheden die Hitchcock altijd weer ergens vandaan haalt. Wordt daar een wassen monarch volwassen?

Broer Albert trouwt in 1959 met de 22-jarige Italiaanse Paola Ruffo di Calabria, mooier dan Lollobrigida. De halve Italiaan en succeszanger Adamo componeert prompt een smachtend Dolce Paola en deze week fleurt men de nationale mineurstemming op met de vraag of er ooit iets was tussen haar die maandag onze zesde koningin wordt en de hese troubadour. Woensdagavond ontkende Adamo het gerucht in een extra-programma van France 2, de hand op het hart, een gevaarlijke plek voor emotionele bezweringen.

Tijdens de huwelijksplechtigheid van zijn broer bijt de koning op zijn onderlip, maar een jaar later voert hij de 32-jarige Spaanse Donna Fabiola de Mora y Aragon naar het altaar. De eerste reactie is er een van onthutsing: Fabiola oogt als tante Sidonia uit het stripverhaal Suske en Wiske, een vrouw van weinig glamour die je makkelijker met een keukenschort dan met een uitgesneden japon associeert. Maar snel blijkt dat Boudewijn en Fabiola pot en deksel zijn zoals die zelden bij elkaar pasten. Fabiola mag dan opdringerig katholiek zijn - haar vader, het is een ware anecdote, heeft al biddende (geloken ogen) zijn nek gebroken - een kwezel is het niet. Zij heeft weinig goede smaak, maar compenseert dat gemis met het bezit van een goed gevoel voor humor. De manier waarop de Spaanse op korte tijd gorgelend maar goed verstaanbaar Nederlands leerde, strekt tot voorbeeld.

Kinderen zijn het echtpaar niet gegund. Zij hebben hun best gedaan en ooit paus Johannes XXIII in primeur laten aankondigen dat de vorstin in blijde verwachting was, maar dat ging niet goed. Na nog een paar aanzetten tot zwangerschap heeft het koningspaar met zijn onvruchtbaarheid vrede genomen.

Inmiddels groeit Boudewijn in de rol van staatshoofd, vanaf de jaren tachtig ontpopt hij zich tot een vader des vaderlands. Hij gedraagt zich rechtschapen en integer, cohabiteert behendig met de politieke poppensien, bezweert Walen en Vlamingen om niet te verregaand te scheiden van tafel en bed. Omdat die asceet met toenemende rugklachten geloofwaardig overkomt en zich, samen met de onafscheidelijke eega, daadwerkelijk inzet voor pechvogels allerhande, neemt zijn populariteit onwaarschijnlijke vormen aan. Als op dit moment een land huilt, stort het vaderlanders van waterlanders.

Vooraleer een heiligverklaring ons onderwerp ridiculiseert, enkele kritische uitsmijters. Boudewijn, zelf nog van aanvaardbaar autoritair allooi, was gecharmeerd door despoten. Dat hij zijn vader aanbad is sentimenteel verschoonbaar, maar de koning was een huisvriend van generaal Franco, stond op amicale voet met de sjah van Perzie, kon het decennia lang uitstekend vinden met dictator Mobutu, tot deze zich onlangs beledigend over het koningshuis uitliet.

Ook zijn onbeschaafd onderduiken in april 1990, toen Boudewijn weigerde een door het parlement gestemde abortuswet te paraferen en zich voor een dag aan zijn grondwettelijke plicht onttrok, moet hem nagedragen worden.

Maandag begint de bladzijde Albert & Paola. Let op mijn veeg voorteken: dat wordt lachen met Laken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden