’De dichter ligt altijd op de loer’

'Je kúnt helemaal geen tijd verliezen. We kunnen hoogstens met de klok spelen.' ( FOTO JÿRGEN CARIS)

De tijd is een van de ’oerthema’s’ in het werk van dichter Alexis de Roode. Af en toe trekt hij zich terug in een klooster, om zo het moderne leven te ontvluchten.

U bent laat met dichten begonnen. Wanneer wist u dat er een dichter in u schuilde?

„Ik componeerde als student al bizarre schrijfsels met fantastische beelden, maar de link met poëzie kwam niet in me op. Bovendien had ik een zekere schroom om mijn werk openbaar te maken. Ik herinner mij nog een dichtwedstrijd die moest gaan over de vier elementen. Ik was toen al bijna dertig, maar ik durfde mijn gedicht niet in te sturen. Na een schrijfopleiding ontdekte ik mijn mogelijkheden in het dichten. Vanaf dat moment werd ik vooral actief met optredens op festivals. Ingmar Heytze, de huidige stadsdichter van Utrecht, begon mij toen een beetje te volgen. Hij vroeg mij tijdens een poetry slam of ik geen manuscript had. Ik stuurde het naar twee uitgevers, met een aanbeveling van Heytze. Zo ben ik bij mijn uitgever Podium terechtgekomen.”

En die schroom? Is die nu weg?

„Aanvankelijk dacht ik dat een gedicht iets hoogstpersoonlijks was, iets wat alleen van jou is. Later ontdekte ik: de meest persoonlijke ervaringen zijn vaak algemeen menselijk, dingen die iedereen kent. Waarmee de schroom verdween.”

Een vorm van gedeelde smart is halve smart

„Hoe meer gedichten er van mij bestaan, hoe meer de waarde van mijn leven over die gedichten is uitgesmeerd. Toen ik nog maar één gedicht had, hing mijn hele leven aan dat ene gedicht. Dat had iets bedreigends.”

U heeft geologie gestudeerd. Dat lees je soms terug.

„Het zit vooral in de scheppingsgedichten, zoals ’De Derde Dag’. Ik heb het dan over eonen of continenten die beginnen te kruien. Door die studie ben ik gewend om vanuit verschillende perspectieven naar de tijd te kijken: van geologische tijdperken tot de seconden en minuten van je eigen leven. Tijd is fascinerend. Het onttrekt zich volledig aan je macht. Ruimte niet. Ik kan je een stuk land geven, iets van mijn ruimte aan jou afstaan. Maar geen tijd. Stel, jij hebt kanker en nog maar kort te leven. Dan kan ik jou niks van mijn eigen tijd geven. Iedereen krijgt zijn eigen tijd toebedeeld en die is eindig. Tijd wordt daarom vaak gezien als een strenge man. Vadertje tijd, zeggen we. En in Twente zeggen ze ’hij is uit de tijd gegaan’ als iemand is overleden. We denken grip op de tijd te krijgen door er een klok van te maken. Met een blik op de klok zeggen we dan: We hebben tijd verloren. Maar je kúnt helemaal geen tijd verliezen. We kunnen hoogstens met de klok spelen. Mijn laatste bundel ’Gratis tijd voor iedereen’ verscheen op 31 oktober om 2.00 uur ’s nachts. Om 3.00 uur werd de klok een uur teruggezet, zodat het leek of we een uur cadeau kregen. Van twee tot drie heb ik voorgedragen. Maar je zou ook kunnen zeggen dat dat uur niet bestaan heeft.”

Ontwaart u, naast de tijd, nog een ander oerthema in uw werk?

„Kijk, hier zit een draadje aan mijn trui. Dat valt mij op. Vervolgens ga ik eraan trekken en komt er veel meer draad los. Zo gaat het met schrijven ook. Ik bespeur een bijzondere sensatie of gedachte bij mezelf, en ga daar vervolgens aan trekken, met de vraag: Wat is het? Terwijl ik met schrijven bezig ben, komen er nieuwe gedachtes en gevoelens vrij. Ik heb gemerkt: als ik diep genoeg doordring, vallen de vragen ’wat is het’, ’waarom is het’ en ’wat is het waard’ samen. Mijn oerthema is het zoeken naar een essentie.”

Geef eens een voorbeeld?

„Toen een van mijn vorige relaties vastliep, en ik dit besefte, schreef ik eerst uit pure frustratie op: ’Nee, het gaat niet lukken tussen ons’. Terwijl ik dat opschreef kwamen er vanzelf andere zinnen achteraan, waaronder: „In de hemel ziet een ongeboren kind vloekend op ons neer.” Die eerste zin is uit het gedicht verdwenen, die laatste is erin gebleven (in het gedicht ’Voorbestemd’). Daar zat voor mijn gevoel die hele frustratie, dat onvervulde verlangen in.”

U combineert gevoel met verstand

„Ze zijn allebei nodig. Ik streef er naar dat zowel het rationele als het emotionele aan bod komen in mijn gedichten. Poëzie zit juist op de plek waar ratio en gevoel elkaar ontmoeten en de strijd met elkaar aan gaan. En dan komt er nog een derde punt bij: Het mystieke. Iets wat het zuiver materiële overstijgt.”

Is het daarom dat u regelmatig naar God verwijst?

„De vraag ’Wat is het’ leidt mij uiteindelijk vaak tot de vraag naar Gods bestaan. Dat blijft voor mij toch wel de grootste levensvraag. Ik heb een heel wetenschappelijke kant, maar ik vind het kwalijk dat begrippen als ’geest’ en ’ziel’ onder invloed van de wetenschap overboord zijn gezet. Een bestaan dat zuiver op toeval en natuurwetten gebaseerd is, zonder een metafysische dimensie, heeft voor mij geen waarde of betekenis. De wetenschap kan steeds meer verklaren, en daardoor lijkt het logisch eindpunt dat de wetenschap álles kan verklaren. Dat lijkt mij overmoed. Ik denk dat religie een belangrijke behoefte van mensen is, en heb geen bezwaar tegen een zekere institutionalisering van religie. Ik ben zelf niet in staat om een bepaald instituut volledig te omarmen – ik ben veroordeeld tot het ietsisme – maar een beperkte mate van institutionalisering lijkt me heel gezond.”

Is het dichterschap een manier van leven voor u?

„Dat dreigt het soms wel te worden. In je achterhoofd ligt er altijd een dichter op de loer. Ik merk soms dat ik in pijnlijke of vreemde situaties begin te denken: zit hier een gedicht in? Ik ben veel ’s avonds op stap voor optredens – de markt voor dichters is gunstig – en begeef mij dus veel in literaire kringen. Daar schuilt een gevaar in; er wordt in die kringen vaak stevig gedronken. Er is een oud verbond tussen dichters en drank. Ik heb ook gemerkt dat veel dichters een bepaalde vorm van geestelijk lijden kennen.”

Daar merk ik bij u weinig van

„Ik ben erg beïnvloedbaar door prikkels. Op het moment dat ik te veel opga in allerlei prikkels, raak ik gefragmenteerd. Dat komt voor een groot deel door het moderne leven. Internet, Facebook, Twitter, mail checken; ik zou er strenger voor mezelf in moeten zijn, maar er staat geen straf op. Ik laat me daarin meeslepen. En ik moet ook mijn pr bijhouden, om te zorgen dat ik opdrachten blijf krijgen. Van tijd tot tijd ontvlucht ik het moderne leven en ga ik een poosje in het klooster zitten.”

Hoe kwam u daar zo bij?

„Ik voelde mij na een verbroken relatie, een aantal jaren terug, een monnik in mijn eigen huis. Dat vond ik prettig. Ik had zelfs een monnikspij op internet besteld en ik ondertekende mailtjes met ’een vrome kluizenaar’. Toen wees een vriend mij erop dat je écht tijdelijk het klooster in kan. Ik ben vervolgens op internet gaan zoeken en kwam in Diepenveen terecht. Dat eerste kloosterbezoek was een buitengewone ervaring. Ik had het gevoel dat ik de Middeleeuwen binnen stapte. Een monnik in pij deed de poort open. De rust die hij uitstraalde. Die ogen. Ik ben er nu een keer of tien geweest. Het is echt een andere wereld. Ik krijg daar echt het gevoel dat ik dichter bij God kom, en bij mijn eigen kern.”

U dicht in uw bundel ’Stad en land’:

De blije polonaise tot het eind van de winkl

zo’n lange rij ziet men enkl in Lidl

„Dat komt uit ’Ode aan Lidl’. Het is een aanklacht tegen de industrialisering en de moderne voedselindustrie. Maar: De Lidl geeft mensen met weinig geld óók de mogelijkheid om dingen te kopen die ze anders niet zouden kunnen betalen. De Lidl kan een beetje deprimerend zijn als je er rondloopt. Maar ik heb evengoed een hekel aan Albert Heijn. Dat is een esthetisch prettigere winkel, met mooi uitgestalde producten, maar in feite verkopen ze dezelfde industriële waren. Lidl is minder hypocriet. Lidl vecht openlijk op prijs, Albert Heijn verkoopt alles duur en knijpt ondertussen de boeren af. Lidl heeft de gekste producten, dat maakt het een echt woordenparadijs: Stuurkoeltas, sierzeep, hoefbalsem, paardenshampoo. Al met al roept het zowel afkeer als bewondering op.”

Zullen we afsluiten met een gedicht?

Een zingen

Naaldboomtakken zwiepen
en de hemel krimpt van eenzaamheid.
Dinges is gelukkig. In uw handen, heer.

Hier gebeurt het ware schrijven niet.
Op de huid en diep in het vlees
kerven messen namen.
Naaldjes krassen
in de lucht

en ik ga schaatsen, kilometers maken.
Wachten tot de tijd komt met zijn wisdoek.

Mensen glijden als zwanen over het water.

Als ik stop om te ademen
hoor ik
het wrijvingloos winterhard zingen
van schaatsen op ijs,

een zingen zo groot als een heideveld.

Uit: Gratis tijd voor iedereen, Alexis de Roode, Podium, 2010

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden