De dichter en de tsaar

Michail Sjisjkin is de nieuwste sensatie van de Russische literatuur. De 51-jarige laatbloeier heeft in zijn land inmiddels alle grote prijzen gewonnen. Zojuist is zijn roman 'Onvoltooide liefdesbrieven', in het Nederlands verschenen. Een gesprek over oorlog en vrede, geboorte en dood.

BERLIJN - 'In het Rusland van de negentiende eeuw", zegt Michail Sjisjkin in zijn bedachtzame Russische Duits, "had je twee piramiden van de macht. Die van de tsaar en die van de dichter. Beiden beriepen zich erop dat hun macht direct van God kwam. Tsaar Nicolaas de Eerste had dat goed begrepen. In zijn beroemde gesprek met Poesjkin zei hij: oké, je bent een vriend van de opstandige decembristen. Maar ik maak je niet monddood. Ik ben voortaan je eerste lezer."

En zo geschiedde. Alles wat Poesjkin schreef, las de tsaar als eerste. Hij verbande de dichter ervoor naar verre oorden, maar verbood hem niet te schrijven. "Er was kortom een dialoog tussen tsaar en dichter, tussen de beide piramiden van de macht. Mede daardoor is de Russische literatuur van de negentiende eeuw zo groots. Maar die dialoog is in de twintigste eeuw verstomd."

In februari dit jaar schreef Sjisjkin een brief aan de Russische autoriteiten waarin hij bedankte voor deelname aan de schrijversdelegatie naar de Book Expo in New York: "Dit is niet mijn Rusland: een land waar de macht is gegrepen door een corrupt, crimineel regime, waar de staat een piramide van dieven is, waar verkiezingen een farce zijn, waar rechtbanken de macht dienen en niet de wet, waar het wemelt van de politieke gevangenen, waar de staatstelevisie een hoer is geworden, waar een bende van oplichters het land terugvoert naar de Middeleeuwen."

Die brief is hem, uiteraard, niet in dank afgenomen. Niet door de autoriteiten, maar ook niet, tot zijn verbazing, door veel collega's. "Zo leer je je vrienden kennen", zegt hij. In woedende reacties verwijt men hem de hand te bijten die hem heeft gevoed. Hij heeft immers zijn internationale roem te danken aan de Russische literaire instituten die hem met prijzen hebben overladen. Is de schrijver niet bang nu nooit meer een prijs te krijgen? "Hoezo? Ik heb ze allemaal al!"

Die prijzen heeft hij niet gekregen omdat hij zo braaf de Russische literatuur heeft gediend. Die prijzen kreeg hij omdat hij onder meer twee schitterende romans schreef, die nu, met enige vertraging, in meer dan 25 talen verschijnen. Met trots trekt hij de vertaling in het Faröers te voorschijn en legt die op de stapel met Chinese, Japanse, Engelse en Deense vertalingen. Inmiddels kan hij ook de Nederlandse vertaling in zijn boekenkast zetten.

'Onvoltooide liefdesbrieven' heet de Nederlandse versie van zijn tweede grote roman. Sjisjkin kijkt bedenkelijk bij het horen van de titel. De roman heet 'Pismovnik' in het Russisch. Daar is geen goed Nederlands equivalent van. In de negentiende eeuw waren er handleidingen voor hoe men brieven schrijft. Zo'n handleiding heette 'pismovnik'. In het Engels is het 'Letter Book', in het Duits 'Briefsteller'.

De brieven waaruit de roman bestaat zijn allerminst onvoltooid. Alleen de liefde waarom het in die brieven gaat blijft onvervuld, de brieven zelf zijn eerder zelfs volmaakt te noemen. De lezer maakt kennis met twee jonge mensen die een zomerliefde hebben beleefd. Die proberen ze in hun brieven voort te zetten. Maar gaandeweg bemerkt de lezer dat er iets vreemds aan de hand is met die brieven. Ze spelen niet in dezelfde tijd. De reden waarom de twee niet bij elkaar zijn, is een klassieke. De man, Volodja, is aan het front, de vrouw, Sasja, slaat zich door het alledaagse leven in een niet nader genoemde stad. Het front bevindt zich in China: het is 1901 en de geallieerde machten der wereld slaan de Boxer-opstand neer. Het thuisfront is daarentegen in het heden. Sasja schrijft over haar gewone, hedendaagse beslommeringen.

Het is allemaal nóg vreemder. Volodja is schrijver van de militaire staf en bericht het thuisfront over hun omgekomen zonen. Ook zijn eigen moeder stuurt hij een overlijdensbericht van haar zoon. Maar dood of niet, hij schrijft verder aan zijn Sasja. En Sasja schrijft hem nu eens vrolijk dan weer terneergeslagen over haar liefdesleven, haar miskraam, haar afwisselend gelukkige en ongelukkige bestaan. "Het is een roman over de tijd. Over de echte tijd en de onechte tijd. De onechte tijd is de tijd waar we allemaal in wonen en leven, waar alles eenmalig is en meteen afsterft. Dat noem ik de tijd van de krant, die morgen al weer is achterhaald. De schrijver heeft het privilege om uit die onechte tijd het belangrijkste te pikken en op een ander niveau te tillen, in de echte tijd. Daar gebeurt alles gelijktijdig en altijd, daar is geen tijd. Dat is de ruimte van de literatuur."

Zo ziet Sjisjkin zijn plaats in de Russische literatuur. Hij schrijft over dezelfde thema's als de klassieke negentiende-eeuwse auteurs, over leven en dood, oorlog en vrede, man en vrouw. Maar dan anders. Sommigen zeggen postmodern. "Wilt u dat woord in deze ruimte alstublieft niet meer gebruiken!" Sjisjkin smaalt over critici die hem per se ergens bij willen indelen. "Ach ja, dat is hun vak, met die ismen verdienen ze hun brood." Sjisjkin ziet wat hij schrijft veel banaler. "Het zijn de dingen die ik in de loop van mijn leven heb meegemaakt en gehoord. Schrijven is een kwestie van verzamelen en vertellen." Zo heeft Sjisjkin veel verhalen verzameld in de tijd dat hij tolk was bij de Zwitserse immigratiedienst. In 1995 verhuisde hij met zijn Zwitserse vertaalster en geliefde naar Zürich. Daar tolkte hij voor asielzoekers. Hun verhalen waren meestal gelogen, maar in de 'echte tijd' waren ze waar.

Dat was het uitgangspunt voor zijn eerste grote roman, 'Venushaar', de naam van een plant die in de ruïnes van Rome eeuwig gedijt maar als kamerplant veel menselijke zorg behoeft. Die roman begint met de gesprekken van Zwitserse ambtenaren met asielzoekers, waaiert dan uit over de hele geschiedenis van de mensheid en concentreert zich tegelijk op het dagboek van een beroemde Russische zangeres.

Uiteindelijk gaat het Sjisjkin alleen om, zoals hij zegt, 'menselijke warmte'. En die straalt hij ook zelf uit. In de intimiteit van zijn tijdelijke woning in Berlijn knuffelt hij voortdurend zijn zwangere tweede vrouw, een Russische. Hij gaat nu naar Amerika, voor een gasthoogleraarschap, en keert dan terug naar Zürich voor de geboorte van zijn zoon. Sjisjkins leven en liefde vormen, heel eigentijds, een patchwork. Maar de ultieme kern blijft dezelfde als die van de negentiende-eeuwse literatuur: leven en dood.

"In mijn romans zoek ik mijn persoonlijke antwoord op de allerbelangrijkste vraag. Waarom is de dood er? Mijn antwoord: de dood is een gave van het leven, net als de liefde."

De Nieuwe Russische Bibliotheek
De fenomenale Russische Bibliotheek van uitgeverij Van Oorschot, die Nederland vertrouwd heeft gemaakt met de klassieke werken van de Russische literatuur, wordt dit jaar zestig. Ze omvat anderhalve eeuw wereldliteratuur, van Poesjkin tot Tsvetajeva, van Gogol tot Boelgakov, van Tsjechov tot Boenin. Is er ook een Nieuwe Russische Bibliotheek denkbaar, die de draad oppakt bij het einde van de Tweede Wereldoorlog? Volgens Sjisjkin niet.

"Je moet je de Russische literatuur voorstellen als een boom. De wortels worden gevormd door de vertaling van de Heilige Schrift in het slavisch. Pas in de negentiende eeuw begint de stam echt te groeien. De stam, dat zijn Gogol, Toergenjev, Tolstoj. Wij zijn slechts bladeren. We komen en gaan. Er zijn maar een paar takken die doorgroeien naar de hemel. Tsjechov, Boenin, Nabokov. De rest is afgestorven.

"De communisten hebben de Russische literatuur gewurgd. De westerse literatuur heeft zich verder ontwikkeld. Maar toen de Russische literatuur na de dood van Stalin weer wakker werd, gaapte er achter haar een groot gat. De dissidenten schreven op een verouderde manier, ze schreven net als de sovjetschrijvers maar dan niet vóór maar tegen het systeem. Er zijn maar weinig echt vernieuwende schrijvers. Ja, Aleksandr Goldstein. Maar die kent niemand."

Aleksandr Goldstein? "Een Jood uit Bakoe. Literatuurcriticus en romancier. In de jaren zeventig emigreerde hij naar Israël. Ik wilde hem daar opzoeken, maar toen was hij net plotseling overleden. Zijn proza is het beste dat men in het Russisch kan schrijven. Maar het is niet makkelijk. In Rusland won hij prijzen maar voor buitenlandse uitgevers is hij te moeilijk. Ik heb van hem geleerd dat je in de taal geen compromissen moet aangaan."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden