De deur gaat knarsend open

In de Verenigde Staten en Ierland lieten openheid over seksueel misbruik door geestelijken en een schadevergoeding jaren op zich wachten. Hier komt de commissie-Deetman vandaag alvast met aanbevelingen voor een schaderegeling en betere emotionele steun.

Door Europa, en nog wel verder, loopt een geheimzinnige grens. Die scheidt niet alleen de gebruikers van olijfolie van die van boter, of de wijndrinkers van de bierdrinkers. De grens scheidt ook openheid over seksueel misbruik door katholieke geestelijken van geslotenheid daarover. De eerste berichten over priesters en paters die kinderen seksueel betastten en erger, kwamen uit Angelsaksische landen.

Pas een kwart eeuw nadat de eerste schandalen in de rooms-katholieke kerk in de Verenigde Staten naar buiten waren gekomen, bleek dat misbruik van kinderen in kloosters ook in Duitstalig Europa meer was dan dat ene incident van de Oostenrijkse kardinaal Gröer, die eind jaren negentig moest opstappen.

Daarna kwamen berichten uit Nederland, en uit België. De verbazing van de Belgische onderzoeker en kinderpsychiater Peter Adriaenssens klonk door in zijn stem toen hij op zijn persconferentie meldde dat van de 500 meldingen van misbruik, er slechts 45 uit het Franstalige deel van België kwamen. Er was kennelijk iets aan de hand, waardoor de Franstalige volwassenen die als kind beschadigd waren, bleven zwijgen.

In het bedrijfsleven staat de Angelsaksische cultuur bekend om haar zakelijkheid. Contracten en afspraken zijn leidend en bindend. Mensen worden afgerekend op hun prestaties. Cijfers en resultaten geven richting. Die Angelsaksische cultuur is nooit binnengedrongen in het hart van de katholieke kerk. Het Vaticaan heeft ook veel oudere papieren. Middeleeuwse spelregels bepalen de organisatie. Democratie is er niet.

En het voornaamste: de kerk is geen werkgever van priesters, maar een vader en moeder tegelijk. Deze onzakelijke en onvoorwaardelijke loyaliteit staat haaks op de Angelsaksische zakenmentaliteit. In het hart van het Vaticaan gelden de regels van de familie, niet van een bedrijf.

Een priester geeft zich met hart, ziel en lichaam aan de kerk. Hij krijgt er geen salaris voor, en er is geen sprake van recht op pensioen. De band bestaat uit wederzijds vertrouwen, niet uit contracten.

Daar vloeit uit voort dat een priester die niet voldoet, of die achteraf ongelukkig is met zijn keuze, niet zo gemakkelijk de overstap maakt naar een andere betrekking. Een carrièreswitch is nauwelijks denkbaar. Na een faux pas zit er weinig anders op dan elders exact hetzelfde werk te gaan doen.

Die twee gegevens verklaren voor een deel de geslotenheid van de rooms-katholieke kerk. Net als ouders hun kind door dik en dun steunen, hoe erg het zich ook misdraagt, blijven bisschoppen en kardinalen hun priesters steunen en strijken zij steeds weer met de hand over het hart, terwijl ze het woord barmhartigheid fluisteren.

Want er loopt nog een grens: tussen de pedofiele pater en het beschadigde kind, ofwel tussen familieleden en buitenstaanders. De priester hoort bij de familie, het kind is altijd buitenstaander. Tranen of striemen helpen daarbij geen moedertje-lief.

Machtsmisbruik van kinderen door katholieke geestelijken gebeurde, zo blijkt, vooral in internaten. Dat wekt de verwachting dat in landen waarin internaten onderdeel zijn van de cultuur, veel meldingen zijn van misbruik. Dat is niet het geval. In landen als Italië, Frankrijk en Spanje blijft het juist wat stiller, als het gaat om misbruikschandalen. Zo zijn er in Spanje precies veertien aanklachten. Nog altijd veertien te veel, maar in vergelijking met de 241 uit Nederland verdacht weinig.

Zowel in de VS als in Ierland hebben katholieke geestelijken met degelijk onderzoek de feiten over het misbruik van kinderen door geestelijken in kaart gebracht. In de VS gaf de bisschoppenconferentie opdracht tot zulk onderzoek, in Ierland was het de overheid.

Voor de onafhankelijkheid van het onderzoek maakte het in Ierland in het geheel niets uit of het de kerk dan wel de staat was. De Ierse politie, justitie en overheidsinspectie van het onderwijs deden net zo hard aan de doofpot mee als de kerk, bleek uit het onderzoek onder leiding van rechter Yvonne Murphy. Al kreeg ze meer tegenwerking van de kerk dan van de overheid.

De conclusie van haar onderzoeksrapport was keihard: Ierse burgers hadden in eigen land niemand die hen bijstond als ze hulp of recht zochten na misbruik door een geestelijke. Dankzij haar vasthoudendheid kwam naar buiten welk patroon de misbruikte kinderen en hun ouders tot zwijgen had gedwongen. Na enig aandringen traden uiteindelijk vier Ierse bisschoppen af, maar kardinaal Brady bleef aan. Ierse katholieken kregen te horen dat ze een troostende brief uit Rome zouden krijgen. Die kwam drie maanden later. De inhoud bleek geen excuus voor de vertraging.

Na de Angelsaksische landen kwam ook in België, Duitsland en Nederland onderzoek op gang naar de schaal waarop het misbruik had plaatsgevonden, naar de patronen die gelegenheid gaven, die de slachtoffers deden zwijgen en de daders veel te lang vrij spel boden. Optimistische verwachtingen dat onderzoek snel zou leiden tot aanpak van het probleem en troost aan de slachtoffers leken misplaatst. Of ze nu Amerikanen waren, Ieren, Belgen of Nederlanders, de meeste kinderen die door geestelijken waren misbruikt, durfden dit pas dertig jaar later te melden.

Daar was dan vaak een bijzondere aanleiding voor nodig, zoals in België de openbare bekentenis van bisschop Vangheluwe. Pas nadat die op tv had bekend dat hij een neef jarenlang had misbruikt, zowel voor als na zijn bisschopswijding, stroomden de andere verhalen binnen bij onderzoeker Peter Adriaenssens. In Nederland trok NRC-journalist Joep Dohmen samen met zijn collega Robert Chesal van de Wereldomroep aan een touwtje van wat een enkel verhaal over misbruik leek te zijn. De kluwen erachter bleek echter veel groter dan zij vermoed hadden.

Als eindelijk een betrouwbare lijst is opgesteld van misstanden, begint het pas. Wim Deetman komt niet eerder dan volgend jaar november met een afrondend rapport over misbruik in katholieke instellingen in Nederland. Vandaag presenteert hij voorlopige aanbevelingen voor schadevergoeding aan slachtoffers. Ook zal hij aangeven hoe slachtoffers in emotioneel opzicht beter bijgestaan kunnen worden dan tot nu toe gebeurt. De rooms-katholieke instelling Hulp & Recht heeft te veel vertrouwen verspeeld om nog goed te kunnen functioneren. Slachtoffers kregen het gevoel dat die instelling de kerk te veel in bescherming nam en niet ruimhartig genoeg reageerde op slachtoffers.

Twintig jaar nadat de Amerikaanse dominicaan Thomas Doyle (zie inzet) in 1983 de ernst van het probleem van misbruik had aangegeven, gaf in de VS de katholieke bisschoppenconferentie opdracht tot onderzoek naar seksueel getint machtsmisbruik door alle katholieke geestelijken in de VS in de periode 1950 tot 2002. En dat terwijl al in 1993 een golf van bekentenissen was ontstaan, toevallig of niet in het jaar dat ook Michael Jackson was verwikkeld in een seksschandaal met een minderjarige.

Het Amerikaanse onderzoek leverde 10.667 meldingen op van misbruik van kinderen door geestelijken tussen 1950 en 2002. In die periode zijn 4392 priesters hiervoor aangeklaagd. Dat is ongeveer vier procent van alle priesters. Een klein deel van hen misbruikte in totaal een kwart van de slachtoffers. In de VS ontvingen slachtoffers in totaal een half miljard dollar aan smartegeld. Enkele bisdommen, zoals Boston, gingen eraan failliet.

Doordat de aandacht al twintig jaar naar misstanden in katholieke instellingen gaat, is daarover nu meer bekend dan over, bijvoorbeeld, overheidsinstellingen voor Jeugdzorg, of over protestantse instituten. Van die laatste waren er veel minder. Internaten zijn geen onderdeel van de protestantse cultuur.

Het is niet te zeggen of misbruik een typisch katholiek probleem is. Het is misschien wel onverstandig om het als typisch katholiek af te doen. In Nederland sloten de laatste door religieuzen geleide jeugdinstellingen midden jaren zeventig de deuren. De meeste meldingen die de commissie-Deetman heeft ontvangen, gaan over misbruik dat voor 1975 is gepleegd.

De instellingen zijn overgegaan in handen van Jeugdzorg. Professionele leken namen de taak en de zorg over van de fraters en paters. Met het vertrek van de religieuzen kwam, helaas, niet altijd een eind aan seksueel getint machtsmisbruik, blijkt uit verhalen van jongeren die de overdracht meemaakten.

Over misbruik in Jeugdzorg in Nederland is nog heel weinig bekend. Dát het voorkomt, niet alleen tussen kinderen en leiding, maar ook tussen kinderen onderling, is in brede kring wel bekend. Maar er was altijd weinig aandacht voor, misschien was het ook wel pijnlijk genoeg om het in de taboesfeer te houden.

Tegelijk met de commissie-Deetman is voor de Jeugdzorg de commissie-Samson aan de slag, onder leiding van voormalig procureur-generaal Rieke Samson-Geerlings. Protocollen om misbruik in de Jeugdzorg te signaleren of te voorkomen zijn er pas sinds kort, aldus onderzoeker Rieke Samson.

Wie wil weten of die vier procent rooms-katholieke geestelijken die zich schuldig maakten aan misbruik meer of minder is dan groepsleiders in de Nederlandse Jeugdzorg, krijgt geen antwoord. Er zijn meer cijfers bekend over het wangedrag van geestelijken dan over het wangedrag van leken-jongerenwerkers.

Deetman en Samson hebben onderling overleg over de aanpak van het onderzoek. Samson kreeg tot nu toe veel minder meldingen binnen dan Deetman. Maar volgens haar komen de vele meldingen die Deetman binnenkrijgt misschien wel doordat misbruik door priesters al een tijd in de belangstelling staat.

In Duitsland overleggen de katholieke bisschoppen en de overheid samen over de kwestie van financiële genoegdoening voor misbruikslachtoffers uit het verleden. Organisaties die slachtoffers vertegenwoordigen noemden de nieuwe regels ’een goed begin’. Het Duitse ministerie van justitie vindt ze echter nog niet duidelijk genoeg.

Dat de feiten bekend zijn, wil niet zeggen dat er snel actie volgt. Dat leren de ervaringen in de VS. In 1983 bepleitte Thomas Doyle openheid over de schandalen van de kant van de rooms-katholieke kerk. Die openheid is er gekomen, maar traag, zoals een zware deur met verroeste sloten die tientallen jaren dicht is geweest knarsend en met veel weerstand opengaat. Het eerste onderzoek kwam pas in 2003, waarna het nog enkele jaren duurde tot de schadevergoedingen werden betaald. Dat gebeurde grotendeels in 2007. Bijna een kwart eeuw na dat eerste rapportje van Doyle.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden