De detective is stoned

Een hip stel op Sunset Boulevard, Los Angeles, ook de stad waar 'Eigen gebrek' zich afspeelt. ( FOTO CORBIS)Beeld © William James Warren/Science F

Gek genoeg is de Amerikaan Thomas Pynchon in Nederland nooit echt een literaire ster geworden. De maffe, maar toch heel leesbare detective ’Eigen gebrek’ zou daarin wel eens verandering kunnen brengen.

Een minimalist kun je Thomas Pynchon moeilijk noemen. Hij is wel betiteld als ’hysterisch-realist’: in plaats van zoveel mogelijk details te schrappen, stapelt hij ze juist op. In al zijn werk klinkt de hoop door dat de schijnbaar zinloze informatie die ons leven begeleidt – gebeurtenissen, beelden, taal en tekst, plattegronden en verkeerstekens – kan samensmelten tot iets dat een diepere betekenis heeft. Zelfs een relatief korte en toegankelijke Pynchon als ’Eigen gebrek’ laat je ademloos achter: door alle waanzinnige plotwendingen en maffe grappen en in het algemeen door Pynchons talent eindeloos veel onzin te debiteren.

In het oog van deze informatiecycloon bevindt zich de anonieme schrijver zelf. Pynchon geeft geen interviews, verschijnt niet in het openbaar en laat zich niet fotograferen. Over zijn leven geeft hij bijna niets prijs. Het kan nooit vreselijk moeilijk zijn om hem op te sporen: hij schijnt met vrouw en zoon in New York te wonen en net zoals iedereen naar feestjes te gaan. Maar hoewel zijn fans gefascineerd zijn door het mysterie dat hem omringt, lijken ze niet erg hun best te doen om zijn adres te achterhalen. De ware Pynchon-bewonderaar is bescheiden: hij zoekt, maar verwacht, verlángt misschien niet eens zijn doel te bereiken.

Pynchons nieuwste roman, een detective, ademt dezelfde geest. Het boek speelt zich af in het Los Angeles van 1970 en heeft, ongebruikelijk bij Pynchon, een kop en een staart. Wat niet wil zeggen dat de hoofdpersoon, de wietrokende, naar surfmuziek luisterende hippiedetective Larry ’Doc’ Sportello de hem toegewezen zaak onder controle heeft. Op zeker moment gebruikt Doc lsd om inspiratie op te doen bij het oplossen van de misdaad. Later, op doorreis in Las Vegas, stapt hij een gokkantoor binnen om te wedden op het resultaat van zijn eigen onderzoek. Bij een vluchtpoging is hij blij verrast zijn auto ’door een gelukje daar aan te treffen waar ze hem hadden neergezet’.

Doc woont en houdt kantoor in Gordita Beach, een wijkje ten zuiden van het vliegveld van Los Angeles, bewoond door allerhande hippies, surfers en andere randfiguren. Wanneer Docs ex-vriendin Shasta Fay bij hem aanbelt, opeens niet in bikini maar ’helemaal op square’, en hem om hulp vraagt, begint hij twee verdwijningen te onderzoeken. De ene betreft de ontvoering van Shasta’s nieuwe vriend, de gewetenloze projectontwikkelaar Mickey Wolfmann. De andere zaak is de mogelijke dood van Coy Harlingen, een ongrijpbaar type, dat een scala aan rollen speelt: liefhebbende echtgenoot en vader, saxofoonspeler in een surfband, junkie, en die zowel lid is van een sinistere sekte als betrokken bij een Nixon-complot om de anti-Vietnambeweging in diskrediet te brengen.

En zo wordt Doc een plot ingezogen waarin sprake is van grondspeculatie, een motorbende, een surfband die mogelijk uit zombies bestaat, en een mysterieus zeilschip dat ’bezeten was geraakt van een oude, boosaardige macht’. Wordt dit smokkelschip gebruikt door de CIA, een Aziatisch heroïnesyndicaat, misschien een duistere tandartsenpraktijk– of zijn die soms allemaal hetzelfde?

Sommige verwikkelingen zijn standaard thrillermateriaal: Doc gaat op onderzoek uit en wordt knock-out geslagen, hij gaat naar bed met de officier van justitie, hij heeft het aan de stok met zijn eeuwige tegenstander op het politiebureau. Maar ook hier ontbreekt de standaard Pynchon-kost niet: woordspelingen, malle namen (politie-inspecteur Bigfoot Bjornsen, de gelovige surfer St. Flip of Lawndale, blueszanger Droolin’ Floyd Womack) en zelfbedachte songteksten, gecombineerd met plotselinge inzichten in het wezen van de kosmos.

Het boek is een eerbetoon aan de jaren zestig, van het stonede gewauwel (’Is dat een stuk pizza op je hoed?’ ’O, wauw, bedankt, daar loop ik de hele tijd al naar te zoeken’) tot aan het diepe wantrouwen jegens zowel het Systeem als de tegencultuur zelf. Er wordt verwezen naar Nixon en naar het proces tegen Charles Manson, alsof Pynchon wil benadrukken welk literaire leitmotiv uit de Amerikaanse jaren zestig het het langste heeft uitgehouden: niet liefde en vrede, maar paranoia.

Toch is Pynchon bovenal een zachtaardige schrijver, en ’Eigen gebrek’ is in de eerste plaats het verhaal van een sympathieke detective die betrokken raakt bij een clownesk complot. Doc is niet de allerslimste, maar uiteindelijk is hij de slechterik toch te slim af. Hij heeft een hart van goud, houdt nog steeds van zijn ex, snuift niks wat hij niet kan betalen, en begeeft zich in een verdorven wereld zonder zelf gecorrumpeerd te raken. Hij zou een jonge uitvoering van Jeff Bridges’ uitgerangeerde hippie uit de film ’The Big Lebowski’ kunnen zijn, met als levensmotto de slogan van Parijs ’68: ’Onder de straatstenen het strand!’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden