de dertiende laatste dag van ANTONIO JAMES

Antonio James is ter dood veroordeeld. Al twaalf keer is hem uitstel van executie verleend, maar vrijwel iedereen gaat er van uit dat het dit keer menens is. In de nacht van 17 op 18 april 1995, kort na twaalf uur, zal dodelijk gif via infusen in James' armen worden gebracht, waarna de 39-jarige veroordeelde binnen enkele minuten zal sterven in de staatsgevangenis van Louisiana. Dit is de eerste aflevering in een serie artikelen die mede tot stand kwam met steun van de stichting Fonds bijzondere journalistieke projecten.

Het zal gevangenisdirecteur Burl Caines' eerste executie worden. Hij is gespannen. Er is hem veel aan gelegen dat de terechtstelling rustig zal verlopen. In 1992 is voor het laatst iemand met een dodelijke injectie omgebracht in Louisiana, dat was voordat Caines naar de staatsgevangenis kwam. Executies geven veel gedoe: spanningen, drukte, onzekerheid, procedures. Routine zal het nooit worden.

De sfeer is bedrukt in de speciale afdeling voor de ter dood veroordeelden. “Antonio had wel vaker voor een executie gestaan. Maar nu leek het er toch op dat het serieus was. Antonio zei zelf ook tegen ons: ditmaal haal ik het niet”, zei medegevangene Dobie Williams later. “Als dan de executiedag aanbreekt, is iedereen met zijn eigen gedachten bezig. Je praat eigenlijk met niemand. Je ligt wat op je bed, luistert wat naar muziek. Je kent elkaar al zo lang. Het is moeilijk te geloven dat zoiets kan gebeuren. Het is niet te bevatten, hoe ze iemand kunnen weghalen en met voorbedachten rade kunnen vermoorden.”

Antonio James is al bijna gewend geraakt aan het dodelijke ritme van uitstel op uitstel. Telkens zijn er in zijn zaak op de valreep nieuwe feiten gevonden die in de ogen van de rechter nader onderzoek nodig maakten. Ook in de weken voorafgaande aan 17 april 1995 zijn advocaten koortsachtig bezig nieuwe informatie op te sporen.

Maar er hangt iets dreigends in de lucht. Eigenlijk gelooft niemand dat het dit keer nog zal lukken. Twaalf keer uitstel van executie, dat is al vrij zeldzaam. Bijna iedereen - zelfs James' advocaten, hoewel zij dat nooit hardop zullen toegeven - gaat er stilzwijgend van uit dat het dit keer menens zal zijn. In de nacht van 17 op 18 april 1995, kort na twaalf uur, zal dodelijk gif via infusen in James' armen worden gebracht, waarna de 39-jarige zwarte veroordeelde binnen enkele minuten zal sterven.

Antonio James kreeg zijn doodvonnis omdat hij op nieuwsjaarsdag 1979 bij een roofoverval in New Orleans met een medeplichtige de 70-jarige Henry Silver koelbloedig heeft doodgeschoten. Silver was bij zijn woning net uit een taxi gestapt, toen James een pistoolloop in zijn oor stak en geld eiste. Silver riep om hulp, waarop James hem in het hoofd schoot. Hij doorzocht de zakken van het slachtoffer en nam de benen met 35 dollar. Drie weken later werd James gearresteerd na een tweede gewapende roofoverval, op de 74-jarige Alvin Adams. Ook Adams overleefde het niet. In juli 1981 veroordeelde de staat Louisiana Antonio James tot de dood. De medeplichtige kreeg een gevangenisstraf, omdat hij niet zou hebben geschoten.

Zoals vaak concentreert het werk van James' advocaten zich op de laatste dagen voor de executiedatum. De advocaten van het Death Penalty Resource Center van de Loyola universiteit in New Orleans hebben na minutieus speurwerk getuigen gevonden die verklaren dat Antonio James bij de roofovervallen weliswaar aanwezig was, maar niet had geschoten. Dat had zijn compaan gedaan.

Het Loyola Death Penalty Resource Center heeft in de paar jaren van zijn bestaan al enkele opmerkelijke successen geboekt. Sommige officieren van justitie zijn helemaal niet blij met deze nieuwe, vrij fanatieke vorm van pro deo rechtshulp. Een van hen, de doorgewinterde misdaadbestrijder Jim Williams uit Jefferson Parish, een voorstad van New Orleans, noemt de Loyola-advocaten 'anarchisten'. “Ik heb respect voor ze, zeker. Ze zijn vasthoudend tot en met. Maar uiteindelijk zijn ze er op uit dat de doodstraf wordt afgeschaft en dat vind ik anarchisme, want de de doodstraf ligt vast in onze wet.” Voordat het Loyola Center bestond, hadden de officieren van justitie in Louisiana hun werk zonder noemenswaardige oppositie kunnen doen. Ter dood veroordeelden waren min of meer overgeleverd aan de grillen van het Amerikaanse rechtssysteem. Hun kansen op overleven waren klein, deugdelijke rechtshulp was schaars. Maar de overwegend jonge advocaten van het centrum voor rechtshulp hebben binnen enkele jaren verscheidene doodvonnissen omgezet gekregen in levenslange gevangenisstraffen. Dat is wat ze ook hopen te bereiken in de zaak-Antonio James.

Op zondag 16 april krijgt James McKay III, rechter bij het Fifth Circuit Court of Appeals in New Orleans van James' advocaten een stevige pleitnota thuisbezorgd. In het verzoekschrift brengen de verdedigers nieuwe gegevens naar voren en hun conclusie is dat James' executie moet worden uitgesteld om de nieuwe informatie te kunnen toetsen. Rechter McKay besteedt een goed deel van de zondag aan het lezen van de notitie.

De volgende morgen, executiedag, 9.30 uur, zit de rechter klaar in zijn fraaie, met mahoniehout afgezette rechtszaal van het Fifth Circuit Court. De advocaten van James laten op zich wachten. Kort na half tien komen Nicolas Trenticosta, de man die al vijftien jaar James' advocaat is, die Antonio al kende toen hij nog studeerde, en zijn collega Denise LaBoeuf, gehaast binnen. Vermoeide, bleke gezichten, de spanning is hen op het gelaat af te lezen.

Rechter McKay, een rijzige blozende man, is ongeduldig. Hij heeft een lange rol af te werken. Niettemin stelt hij zich welwillend op tegenover de advocaten. “Vertelt u eens, wat heeft u voor mij”, vraagt hij. LaBoeuf voert het woord. Af en toe fluistert Trenticosta haar iets in het oor.

Trenticosta, een doorgewinterde anti-doodstrafadvocaat, ijsbeert als een getergd roofdier door de zaal. Hij probeert aantekeningen te maken terwijl LaBoeuf haar pleidooi voert, maar hij krijgt geen letter op papier. Deze zaak grijpt hem meer aan dan 'm lief was. Allerlei gedachten tollen door zijn hoofd. Hij heeft het afgelopen etmaal amper gelegenheid gehad orde op zaken te stellen, om even tot zichzelf te komen. De klok tikt onverbiddellijk door.

Antonio James is voor hem niet zomaar een cliënt. Al tijdens zijn rechtenstudie in New Orleans is Nicolas Trenticosta in contact gekomen met James. Hij heeft lange gesprekken gevoerd met de ter dood veroordeelde, kent het dossier van James door en door. Eigenlijk was de zaak-Antonio James de belangrijkste reden voor Trenticosta om te kiezen voor een praktijk als advocaat voor ter dood veroordeelden.

De advocaat wilde de komende nacht zijn cliënt bijstaan in de laatste uren van zijn leven, hij vond dat hij dit aan hem verplicht was. Maar zijn vrienden van het Loyola Center hebben hem dat afgeraden. Zij zijn bang dat hij zijn emoties tijdens de executie niet de baas zal zijn. Trenticosta twijfelt nog. Hoewel, misschien zal hij het niet eens kunnen halen. Na deze zitting zullen ze waarschijnlijk nog naar het hooggerechtshof van Louisiana gaan en daarna zal de zaak mogelijk nog aanhangig moeten worden gemaakt bij het federale hooggerechtshof in Washington en misschien is er nog een kans om gratie te vragen aan gouverneur Edwards van Louisiana. Hij kijkt op de klok en ziet dat het al tegen tien uur loopt.

“Edelachtbare, we hebben honderden uren besteed aan deze zaak en we hebben nieuw bewijs gevonden”, zegt LaBoeuf. “Bewijs, dat duidelijk maakt dat Antonio James niet de schutter was. En dàt was de grond voor de doodstraf. Er zijn twee nieuwe getuigen, die nu pas naar voren durfden te komen. Ze zitten in deze zaal, als u wilt, kunt u ze vragen stellen. Wij verzoeken u, laat Antonio James niet executeren op grond van de stukken die tot dusver in deze zaak zijn gepresenteerd.” Het klinkt als een smeekbede.

De aanklager, Jack Peebles, heeft de nota van de advocaten gelezen. Rechter McKay vraagt zijn oordeel. Peebles is niet onder de indruk. “Als er al sprake is van nieuwe getuigen, dan hebben ze in de afgelopen vijftien jaar voldoende tijd en gelegenheid gehad naar voren te komen. Ik hecht weinig waarde aan deze nieuwe verklaringen.”

Rechter McKay is het met Peebles eens. “Er zijn weinig zaken in dit land die zo goed zijn onderzocht als de zaak van Antonio James. Ik heb respect voor uw werk, maar als ik eerlijk ben, dan zie ik in uw nota niets nieuws. Ik zal uw verzoek om uitstel van executie dan ook afwijzen.”

Antonio James is een stapje dichtbij zijn dood. Het is inmiddels 09.55 uur, 17 april 1995, de dag na Paaszondag.

James wacht op nieuws in het 'death house' van de staatsgevangenis in Angola, Louisiana, tegen de grens met de staat Mississippi. Hij is die ochtend om half zeven gewekt in zijn cel. Zondag is hij al verplaatst van zijn eigen dodencel naar de cel het dichtst bij de bewakers. Zo kan hij permanent in de gaten worden gehouden. Het is een standaard veiligheidsmaatregel. De staat wil niet dat ter dood veroordeelden vlak voor hun executie de hand aan zichzelf slaan.

De maximaal beveiligde afdeling voor de ter dood veroordeelden is een laag, plat gebouw, niet ver van het poortgebouwtje van het gevangeniscomplex. Je kunt de afdeling bereiken via een sluis tussen een dubbele rij hekken. De hekken zijn vier meter hoog met daar bovenop rollen vlijmscherp prikkeldraad. Op het buitenste hek zit een belknop, die een signaal geeft in de uitkijktoren vlakbij. De bewaker daar ontgrendelt van afstand het slot van de deur naar de sluis. De bezoeker hoort een droge klik en kan vervolgens de hekdeur openduwen. Pas als die deur weer in het slot is gevallen, klikt de deur in het andere hek open. Daarna is het nog vijftig meter over een pad door een gladgeschoren grasveld met bloemperkjes en langs een vijvertje, naar de ingang van het cellenblok van de dodengang. 'Death Row', staat er in gele sierletters op de deur geschilderd.

De beveiliging in het cellenblok zelf is simpel maar doeltreffend. Er komt geen stukje elektronica aan te pas, alles gaat mechanisch, met ouderwetse bossen sleutels. In de hal pal naast de ingang is een wachtlokaal, waar altijd minimaal één bewaker aanwezig is. Deze is verantwoordelijk voor het openen en sluiten van het eerste traliehek naar de centrale gang die naar de dodengang loopt.

In de centrale gang is een tweede sluis tussen traliehekken. In de ruimte tussen die traliehekken is opnieuw een wachtlokaal, waar twee bewaarders zitten. Na de tweede sluis maakt de gang een haakse bocht naar links richting dodencellen. Rechts zijn de ruimten waar advocaten, geestelijk begeleiders of familie de gevangenen kunnen spreken. In de bezoekerszaal is een wand met pantserglas tussen de gevangene en de bezoeker. Het gesprek moet worden gevoerd door een klein rooster op mondhoogte. Ideaal is dat niet, soms moet de ene kant het oor tegen het rooster houden om de andere kant te kunnen verstaan. Ter dood veroordeelden hebben geen recht op 'contact-bezoek', bezoek waar men elkaar kan aanraken. Er is maar één gelegenheid waar dit kan, tijdens het laatste bezoek, enkele uren voor de executie in het 'dodenhuis'. In de dodengang zijn twee rijen cellen, 41 veroordeelden brengen daar hun dagen door.

Maandagochtend in alle vroegte is Antiono James met een gevangenisbusje overgebracht naar het death house in Camp F. Het is een rit van zeker een kwartier, zo uitgestrekt is het terrein van de staatsgevangenis van Angola. Camp F ligt in de verste uithoek van het gigantische complex. De gevangenis is gebouwd op een voormalige katoenplantage. Vandaar ook de naam Angola, genoemd naar het thuisland van de Afrikaanse slaven die er in de vorige eeuw dwangarbeid deden.

Het terrein is zo uitgestrekt dat een ontsnapte gevangene zich makkelijk langdurig schuil zou kunnen houden in de landerijen en bossen. Toch is het aantal echte ontsnappingen gering, de laatste drie jaar is het zelfs nooit voorgekomen. Het gevangenisterrein is aan drie kanten omsloten door de rivier de Mississippi. Ontsnappen via de rivier is vrijwel uitgesloten, alleen zeer geoefende zwemmers kunnen de sterke stroming de baas.

Het terrein van de staatsgevangenis beslaat liefst 7 200 hectare, waarop op grote afstand van elkaar een hoofdcomplex voor 2 200 gevangenen en vijf 'buitengebouwen' voor nog eens 2 000 veroordeelden, staan. Alle gebouwen zijn gevangenissen op zichzelf, met eigen veiligheidsdiensten, keukens, wasserijen en medische voorzieningen. Er werken 1 500 mannen en vrouwen in Angola. Het is een dorp achter hekken.

De gevangenis kent drie regimes, afhankelijk van het risico dat een veroordeelde oplevert. De meest lichte categorie (minimum security) geniet een behoorlijke vrijheid. Gevangenen die onder dit regime vallen, heten trustees (vertrouwelingen), ze kunnen zich in beginsel vrijelijk over het gevangeniscomplex bewegen, sommigen werken zelfs buiten de gevangenishekken. De tweede categorie (medium security) zijn de langgestraften. Het is de grootste groep, want Louisiana kent vrijwel alleen langgestraften: voor een roofoverval zonder gewonden kun je 99 jaar krijgen. De laatste categorie, gevaarlijke langgestraften en ter dood veroordelen, valt onder het regime van maximum security. De meeste van hen komen dagelijks maar een uurtje buiten hun cel en dan nog onder streng toezicht.

De geschiedenis van Angola is roerig. De gevangenen moeten op de landerijen werken, waarop graan, katoen, sojabonen, tomaten en meloenen worden verbouwd. De gevangenis zorgt voor haar eigen voedselvoorziening en voor dat van alle strafinrichtingen in Louisiana. Veel van de gevangenen, afkomstig uit de grote steden in Louisiana zijn dat ruige werk op het land - onder de zinderende zon - niet gewend. Het buitenwerk is gehaat onder de gevangenen.

In de jaren vijftig en zestig werd door bewaarders buitensporig geweld gebruikt tegen de gevangenen. In 1952 sneden 31 gevangenen hun achillespezen door uit protest tegen het harde werken en de mishandelingen. Begin jaren zestig kwam Angola opnieuw in een kwaad daglicht. Door drastische bezuinigingen op het gevangenisbudget werd de veiligheid binnen de inrichting verwaarloosd. Angola werd de bloedigste gevangenis in het zuiden van de VS. In 1971 beschreef de Amerikaanse orde van advocaten de omstandigheden in Angola als 'middeleeuws, erbarmelijk en gruwelijk'.

Anno 1995 lijkt de gevangenis een oase van rust. De entree heeft haast iets lieflijks. Bloemenperken, aangeharkte wegbermen, in de verte loopt een rij gevangenen op weg naar het land, met de schoffel over de schouder. Een bewapende bewaker te paard houdt de groep identiek geklede mannen in de gaten. Het is warm. En het is pas april, de zon wint nog dagelijks aan kracht.

James Antonio heeft nooit op het land gewerkt in de veertien jaar dat hij in Angola zit. Gevangenen van de dodengang mogen hun cellenblok niet uit.

Met de overbrenging, op maandagochtend 17 april, van James naar het death house treedt het executieprotocol in werking. Van nu af zal alles volgens een vast schema verlopen. James' bezittingen uit de cel waar hij bijna vijftien jaar in heeft doorgebracht, zijn in dozen gepakt. Van zondag af is James geen moment meer uit het oog verloren, permanent is er een bewaker in zijn nabijheid.

Tegen iedereen die het horen wil, zegt James dat hij er niet aan twijfelt dat zijn advocaten uitstel voor hem zullen krijgen. Met hulp van God zal hij opnieuw aan de executie ontkomen, houdt Antonio vol. Ook al jaagt de angst door zijn lijf. Ook al weet hij dat er een wonder moet gebeuren wilde hij ditmaal . . . Antonio James hoopt op zijn dertiende wonder. Hij heeft een onwrikbaar geloof in God, net als z'n hele familie trouwens. Nee, het zal goed aflopen, zegt hij. Antonio en zijn familie zijn waarschijnlijk de enigen die dat denken.

De weigering van rechter McKay, die ochtend, om de executie uit te stellen, werd half-en-half verwacht, maar komt toch hard aan. Buiten voor het grijze, pompeuze gerechtsgebouw staat Trenticosta bleek en nerveus de pers te woord. Vier tv-camera's van plaatselijke nieuwsstations registreren de woede van de advocaat. Nicolas Trenticosta verliest op de stoep voor de rechtbank zijn afstandelijkheid als verdediger. Luid, haast met overslaande stem, laat hij zich gaan. “McKay heeft geweigerd in deze zaak naar de waarheid te kijken. Het zal een schande zijn voor de staat Louisiana als Antonio James wordt geëxecuteerd.” VERVOLG OP PAGINA ZZ 5

VERVOLG VAN PAGINA ZZ 4 Trenticosta verschijnt twee uur later, rond het middaguur, op alle plaatselijke tv-netten. Maar hijzelf en Denise LaBoeuf zijn dan al bij het Louisiana Supreme Court. De zeven rechters van dit hooggerechtshof krijgen de stukken en gaan in beraad over rechter McKays beslissing. Trenticosta en LaBoeuf blijven in het gerechtsgebouw om beschikbaar te zijn.

Rond diezelfde tijd stopt bij Camp F een personenbus met familieleden van Antonio James: zijn moeder, broers en zusters, twee nichten, advocate Carol Kolinchek van het Loyola Death Penalty Resource Center en Vangie Roberts, de vertrouwenspersoon die James zal bijstaan bij de executie. Antonio James is blij zijn familie te zien. Hij mag uit zijn cel en ook de handboeien die normaal gesproken vastzitten aan een brede leren riem om zijn middel, hoeven niet om. Nu heeft hij alleen nog boeien om zijn enkels, met ertussen een lange ketting, die het hem mogelijk maakt langzaam te lopen. De stemming is bedrukt, iedereen vreest het einde van deze dag, iedereen probeert krampachtig er toch maar niets van te maken. Het bezoek mag tot zes uur 's middags blijven. Antonio James voelt dat hij waarschijnlijk voor het laatst met zijn familie zal praten.

Die middag zitten officier van justitie Jack Peebles en zijn baas Harry Connick in Connicks ruime werkkamer in het justitiekantoor achter het Fifth Circuit Court. Beide mannen wachten gelaten op nieuws over de zaak-James. Peebles en Connick zijn sceptisch over de afloop. Ze hebben al te vaak gezien dat rechters voor 'onbenulligheden' terugdeinsden en uitstel verleenden. Maar iedereen denkt toch nu dat de excutie zal doorgaan? Connick: “You wanna bet', wil je er om wedden?” “Het zou mij niet verbazen als straks zo'n persoon in een lange zwarte toga zijn naam zet onder een uitstel van executie.”

Laat in de middag krijgen Trenticosta en LaBoeuf in New Orleans de tweede slechte tijding van deze dag. Het hooggerechtshof wijst de zaak met 4 tegen 3 stemmen af. Denise LaBoeuf kan haar tranen niet bedwingen als ze hoort van de afwijzing. Het is al bijna 16.00 uur, de tijd dreigt Antonio James in te halen.

Haast tegen beter weten in maken de beide advocaten gebruik van de mogelijkheid bij hetzelfde hof een heroverweging te vragen. Vier tegen drie stemmen is geen overtuigende uitslag. Het is het proberen waard.

Connick en Peebles hebben het niet zo op rechters die weglopen voor de doodstraf. “Er zijn rechters, zowel op staatsniveau als federaal, die hun eigen persoonlijke filosofie op de doodstraf aan het hele land willen opleggen. Omdat ze filosofisch of moreel tegen de doodstraf zijn. En dat terwijl de meerderheid in dit land voor de doodstraf is. Het volk wil dat die verdomde rechters de regels uitvoeren. Het is geen complex, moreel of sociaal vraagstuk: op het maken van een fout staat een straf. Daar gaat het om,” vindt Connick. “Hoeveel moorden hebben jullie per jaar in Amsterdam? Veertig, vijftig? Wie maakt zich nou druk om vijftig moorden? Wij hadden in New Orleans vorig jaar 417 moorden. Vanmorgen werd in New Orleans de 116de moord van dit jaar gepleegd: een baby van zes maanden, doodgeschoten door haar eigen vader. Dat is pas iets om je druk over te maken.”

Voor Connick heeft de doodstraf geen enkele betekenis. “Als je eenmaal een veroordeling hebt, moet je je vervolgens door tien, vijftien jaar geleuter heenwerken van bleeding hearts, van weekhartigen die zeggen dat de man onschuldig is, terwijl er overtuigend bewijs is dat 'ie het wèl heeft gedaan. Het is dus heel moeilijk een doodstraf langs een jury te krijgen en vervolgens toestemming voor executie te krijgen van de rechtbanken. Er zijn een paar rechters die een heleboel problemen rond de doodstraf veroorzaken. Er zijn rechters die nog niet eens voor de doodstraf zouden stemmen als Adolf Hitler voor ze stond. Je hebt lieden die alles geloven, ook onder rechters. En intussen doen ze niet waarvoor ze gekozen zijn. Ze moeten als de donder aftreden als ze de doodstraf niet met hun geweten kunnen verenigen.”

Connick spreekt op kalme toon, hij heeft zijn verhaal al zo vaak gehouden. Hij kent alle argumenten voor en tegen. En eigenlijk heeft 'ie helemaal geen zin om lang bij het onderwerp stil te staan. “Waarom praten we over de doodstraf, waarom zitten we hier? Waarom praten we hier niet over stillevens van Spaanse schilders of over muziek?”

Volgens Connick is de doodstraf in de praktijk in de Verenigde Staten al afgeschaft. “We hebben af en toe eens een executie. Af en toe. Dat is alles. Ik ken in Louisiana geen één geval waarin iemand de doodstraf kreeg, zonder 'm te hebben verdiend. Maar ik ken vele gevallen waarin de doodstraf niet werd opgelegd, terwijl die wel verdiend was. De tegenstanders van de doodstraf hebben dus allang bereikt wat ze wilden.”

De naderende executie van Antonio James laat officier Jack Peebles betrekkelijk koud. “Ik voel geen persoonlijke verantwoordelijkheid voor wat er misschien straks in de gevangenis in Angola gaat gebeuren. Er is overigens bij mij geen twijfel dat James gedaan heeft waarvoor hij is veroordeeld,” zegt hij. “Maar ik ga vannacht geen feestje vieren als hij wordt terechtgesteld.”

Connick: “Het is droevig als je als samenleving het leven moet nemen van een mens. Dat is voor niemand een mooi moment. Maar hoe moet een samenleving zich anders beschermen? Een levenslange gevangenisstraf zonder vervroegde vrijlating werkt ook niet. Uiteindelijk gaat iedereen ooit een keer uit de gevangenis, niemand sterft er van ouderdom, hoogstens door moord. Zo waarlijk helpe mij God, maar ook lieden die vier keer levenslang hebben gekregen, komen op een of andere manier toch altijd weer uit de gevangenis en dan plegen ze opnieuw moorden. Dat is ongelooflijk. Het Amerikaanse justitiesysteem werkt niet.”

Het is 17.45 uur. In het death house van Angola loopt directeur Burl Caines de wachtzaal binnen, waar Antonio James bijeen is met zijn familie en raadslieden. Hij kondigt aan dat de familie afscheid moet nemen. De mededeling van Caines doet advocate Carol Kolinchek huiveren. Ook de anderen realiseren zich dat het nu echt serieus wordt. De spanning valt als een klamme deken over het gezelschap. Terwijl de familie aarzelend aanstalten maakt afscheid te nemen, komen extra bewakers de zaal binnen.

Nadat de familie is vertrokken naar een hotel in het nabijgelegen St. Francisville, waar zij het bericht van de executie zal afwachten, dweilen bewaarders de vloer in de wachtruimte (“Waarom deden ze dat toch”, vroeg Kolinchek zich nadien af) en schuiven twee tafels in de lengterichting tegen elkaar. Daarover leggen zij een wit tafelkleed. Vervolgens dekken zij de tafel met servies en brengen schalen binnen waarop de gerechten die Antonio James voor zijn laatste maal heeft uitgekozen. Kolinchek bekijkt het tafereel met gemengde gevoelens. Ze ziet tot haar verbazing dat er voor minstens tien personen wordt gedekt. Ze wist niet beter dan dan ter dood veroordeelden hun laatste maaltijd in hun eigen cel opaten. Wat gaat er dan nu gebeuren? Later: “Het was alsof ze een banquet aanrichtten. Het was zo onwezenlijk.”

Gevangenisdirecteur Caines zet Antonio James aan het hoofd van de tafel. “Om hem was het tenslotte allemaal te doen deze avond. Hij was de hoofdgast”, zei Kolinchek later cynisch. Ze is verbijsterd. Nog erger vindt ze dat Caines zelf naast Antonio James gaat zitten. “Dat is dus de man die dadelijk met een hoofdknikje naar de beul het sein moet geven voor het injecteren van het dodelijk gif. Zo bizar allemaal.” Caines is vastberaden de situatie in eigen hand te houden. Hij gaat ook zelf voor in gebed, hoewel dat toch de taak is van de gevangenispriester die ook aan de maaltijd deelneemt.

Carol Kolinchek kan geen hap door haar keel krijgen. Ze doet krampachtige pogingen de situatie meester te blijven. “Bij alles wat ik voorgeschoteld kreeg, dacht ik: o, mijn God, dit gerecht zal ik vanaf nu nooit meer eten. De bewaarders kwamen vragen of het eten goed was, of er genoeg was, of ze nog wat voor straks moesten achterlaten. Alsof het een gezellig onderonsje was. Het was absurd, het was één grote ontkenning van wat er aan de hand was.”

Om 19.30 uur is de maaltijd voorbij. Caines brengt Antonio James een vel papier, waarop deze zijn 'laatste woord' kan zetten, dat later aan de getuigen en de media zal worden uitgedeeld.

Na het eten zinkt Carol Kolinchek de moed in de schoenen. “Toen werd ik pas ik echt bang. Het werd te laat. Maar Antonio scheen er vrede mee te hebben.” Een paar keer gaat de telefoon. Een paar keer slaat Kolincheks hart enkele slagen over. Maar het verlossende telefoontje komt niet. Voor Antonio is er een telefoontje van de bewaarders van death row: aan wie ze na zijn executie de dozen met zijn bezittingen moeten sturen.

Om kwart voor acht wordt de gevangenisdirecteur aan de telefoon geroepen. Hij komt terug en zegt: “Antonio, ik wil je geen valse hoop geven, maar het ziet er naar uit dat je uitstel hebt. Het kan slechts een tijdelijk uitstel zijn, dus we gaan door met de voorbereidingen.”

In het uur voorafgaande aan dit telefoontje was er in New Orleans nog druk beraad tussen de opperrechters van van Louisiana Supreme Court. Harry Lemmon, een van de vier rechters die in eerste aanleg tegen het verzoek om uitstel van executie had gestemd, gaf die avond college aan rechtenstudenten van de Loyola Universiteit in New Orleans. Het ging over juridische actie bij medische fouten. Maar Lemmon was er niet echt bij met zijn gedachten. De hoogleraar recht kreeg het verzoek om heroverweging van James' advocaten tijdens dit college. Hij vroeg zijn studenten om tien minuten geduld. Het werden dertig minuten. Veertig minuten.

Rechter Harry Lemmon veranderde van mening. En Antonio James had zijn dertiende uitstel van executie.

In het enorme gevangeniscomplex van Louisiana gaan de voorbereidingen voor de terechtstelling door, zolang het uitstel nog niet zwart op wit binnen is. Verslaggevers van televisie en kranten melden zich bij de poort. Ze worden toegelaten tot het gevangeniscomplex na inspectie van hun voertuigen. Op de parkeerplaats voor het administratiegebouw staan vier regiewagens van televisiestations met enorme schotelantennes.

In de hal van het administratiegebouw van de staatsgevangenis, tijdelijk ingericht als perscentrum, loopt verslaggever James Minton van het dagblad The Baton Rouge Advocate nerveus heen en weer. Z'n maag staat hem niet toe te proeven van de sandwiches, de chips met dipsaus en de softdrinks die de gevangenisdirectie voor de media op tafels in een gang heeft klaargezet. Minton zal straks getuige zijn van de executie, namens de aanwezige verslaggevers. Hij zal na de terechtstelling aan zijn collega's gedetailleerd verslag moeten uitbrengen van wat er in de executieruimte is gebeurd.

Minton ziet er als een berg tegenop. Kon hij niet weigeren dan? “Ach, mijn krant was aan de beurt en ik zou deze executie doen voor mijn krant. Ik heb me niet gemeld als vrijwilliger hoor, maar toen bleek dat wij een getuige moesten leveren, kon ik eigenlijk niet meer terug. Dat is een beetje een macho-aangelegenheid, hè, voor zoiets loop je niet weg. Nee, voor mij hoeft het niet, die doodstraf.”

Op amper tien meter van de plek waar Antonio James en zijn gezelschap de laatste maaltijd van de ter dood veroordeelde hebben gebruikt, is alles in gereedheid gebracht voor de feitelijke executie. In een hoek van de zaal is een nis met twee deuren, die haaks op elkaar staan. De deur naar rechts leidt naar de ruimte waar de getuigen straks zitten. Twaalf oranje plastic stoelen staan in het gelid. Het is een ruimte van vier bij acht meter. De muren zijn geel geverfd, de vloer is niet meer dan kaal beton. Een groot raam scheidt de getuigenkamer van de 'doodskamer'.

Als de getuigen om precies één minuut over twaalf - conform het executieprotocol - naar hun stoelen worden gebracht, zal het hagelwitte ziekenhuisgordijn tussen executieruimte en getuigenkamer nog gesloten zijn.

Zestien minuten voordat de getuigen naar hun plek gaan, om 23.45 uur, zal Antonio James door een speciale ploeg bewakers naar de death chamber worden gebracht. De executieruimte is betrekkelijk klein. Er is nog een apart, geheel afgeschermd gedeelte, eigenlijk niet meer dan een wat groot uitgevallen kast. Daarin bevindt zich 'de beul', de gevangenisbeambte die het gif zal toedienen. De beul kan door een spiegelruit van zeventig bij zeventig centimeter zien wat er in de executieruimte gebeurt. Maar niemand kan hem zien. Onder het raam is een opening ter grootte van een golfbal. Door dat gat zullen twee slangen worden geleid, die vastzitten aan de infusen die bij Antonio James in beide armen zullen worden gebracht.

Nadat James van hoofd tot voeten met acht gordels is vastgesnoerd aan de met zwart kunstleer beklede brancard zal een verpleger de infusen aanbrengen. De plek waar de naalden in zijn armen zullen worden gebracht, zal eerst met een watje alcohol worden gereinigd. Zoals de dokter in het ziekenhuis dat ook zou doen. Om infectie te voorkomen. Om infectie te voorkomen! Bij iemand die binnen enkele minuten gaat sterven? “Ja, wij voeren deze procedure uit alsof het een medische ingreep is”, zegt Gary Young, als gevangenisbeamte gedetacheerd bij de dodencellen. “Wij willen niets doen dat inhumaan kan worden genoemd. Dit is een wrede gebeurtenis, niemand vindt het leuk dit te doen.”

Antonio James' armen zullen worden vastgemaakt aan twee steunen aan de zijkanten van de brancard. Hij zal geen lichaamsdeel meer kunnen bewegen zodra alle gordels vastzitten. Het zal hem moeite kosten de getuigen te zien.

Nadat alle voorbereidingen zijn getroffen, zal het gordijn voor het glas van de getuigenkamer worden weggeschoven en zal directeur Caines de laatste woorden van Antonio James op schrift uitdelen aan de getuigen.

Daarna zal Burl Caines links naast Antonio James gaan staan, aan het hoofdeinde van de brancard. Schuin achter Caines, aan de muur, hangen twee rode telefoontoestellen. Een is aangesloten op het interne gevangenisnet, het andere is rechtstreeks verbonden met het kantoor van de gouverneur van Louisiana, Edwards. Die telefoon is Antonio James' laatste strohalm. Rinkelt hij voor 00.00 uur, dan betekent dat uitstel of gratie. Blijft het stil, dan betekent het de dood.

Als het stil blijft, zal Burl Caines met een knikje in de richting van het zwarte raam, het sterven van Antonio James inleiden. Een mengsel van natriumthiopental, curiumbromide en kaliumchloride, zal zich in seconden via de bloedbanen door James' lichaam verspreiden.

Maar zo ver is het nog niet. Antonio James heeft nog vier uur te gaan. Om 20.20 uur rinkelt de bel van het faxapparaat in de staatsgevangenis van Louisiana. Het hooggerechtshof in New Orleans heeft uitspraak gedaan. De rechtes hebben met 4 tegen 3 stemmen besloten dat rechter McKay het verzoek om uitstel niet zonder nader onderzoek had mogen afwijzen.

Die avond rond negen uur uur betreedt de 52-jarige Alvin A. Adams, zoon van de door Antonio James vermoorde Adams, het tijdelijke perscentrum van de staatsgevangenis. Hij ziet er onberispelijk uit in zijn lichtbruine zomerpak. Adams heeft zich gekleed voor de executie. Voor de dertiende keer heeft hij de reis naar Angola gemaakt om de moordenaar van zijn vader, Antonio James, te zien sterven. Het is opnieuw een vergeefse reis.

“Wat was

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden