De demonen en depressies van Daniel Johnston

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Cultmuzikant Daniel Johnston bracht meer tijd door in psychiatrische inrichtingen dan in opnamestudio’s. Hij wordt vereerd door een schare hardnekkige fans, onder wie veel beroemde musici. Wat horen ze in zijn muziek?

Daniel Johnston (49) zit afwezig op een stoel midden op het podium. Zijn handen trillen, van de medicijnen. Om hem heen zijn elf muzikanten druk over arrangementen aan het discussiëren. Het is de eerste, en tegelijk laatste, repetitie voor een tournee die hem langs veertien Europese concertzalen zal voeren.

Die tour is een spannende onderneming. De geschoolde muzikanten van BEAM, het Brabants Ensemble voor Actuele Muziek, worden erin gekoppeld aan een cultmuzikant die ooit een vliegtuig liet neerstorten, zijn manager ontsloeg door hem met een loden pijp te bewerken, en niet bepaald bekend staat om de toonzuiverheid en precieze timing waarmee hij zijn teksten ten gehore brengt.

Maar ’hij heeft een goede dag vandaag’, stelt zijn entourage opgelucht vast. Een goede dag of niet, een interview met Johnston is een aparte ervaring. Sommige vragen beantwoordt hij door stilzwijgend naar een punt in de verte te blijven staren. Dan grijpt zijn manager in en vraagt, met een stem waarin geroutineerd engelengeduld doorklinkt: „Daniel, heb je de vraag gehoord?”

Johnstons aandacht flakkert wel op als hij iets over de Beatles mag vertellen, zijn favoriete band. Die leerde hij kennen via Paul McCartneys band The Wings. „Daarna zag ik een keer een plaat van de Beatles, en ik dacht: ’Hee, dat is toch die oude band van Paul? Eens kijken of dat wat is.’”

De Beatles werden een van de inspiratiebronnen voor Johnston, die vanaf begin jaren tachtig een gestage stroom thuis opgenomen cassettebandjes de wereld in stuurde. Maar eigenlijk laat zijn muziek zich slecht vergelijken met die van andere artiesten. De liedjes van Johnston zijn ruwe diamanten: met onvaste hand begeleidt hij zichzelf op orgel of gitaar, terwijl hij met even onvaste stem zijn zeer persoonlijke hartekreten de wereld in zingt.

De documentaire ’The Devil and Daniel Johnston’ toonde in 2005 hoe hij met zijn rare, ongepolijste nummers steeds meer fans kreeg. Bands als Sonic Youth liepen met hem weg. Maar ook wordt pijnlijk duidelijk hoe hij steeds meer ging lijden aan wanen, zijn omgeving tot het uiterste tergde, en herhaaldelijk opgenomen moest worden.

In 1991 verbleef hij in een kliniek. In die tijd werd Nirvana-zanger Kurt Cobain steeds vaker in een shirt van Johnston gesignaleerd. Het leidde tot interesse van grote platenmaatschappijen. Elektra bood de instabiele Johnston een droomcontract aan: hij hoefde niets, en mocht alles. Hij sloeg het af: Elektra had ook de band Metallica onder contract staan, en dat was een werktuig van de duivel, zo had hij zich in het hoofd gehaald.

Het is lastig om de muziek van Daniel Johnston nog los te zien van zulke mythes rondom zijn persoon. Bij het eerste concert van de Europese tour, in Paradiso in Amsterdam, wordt eerst de documentaire vertoond. Denkt Johnston dat dat beïnvloedt hoe mensen naar hem luisteren? „Dat weet ik niet. In ieder geval kan ik er niets aan doen, dus ik ga gewoon spelen.”

Het concert begint met een paar solonummers van Johnston. Ook alle missers die hij maakt worden door zijn trouwe fans toegejuicht met een enthousiasme dat soms wat gekunsteld aandoet. Zijn deze mensen gekomen om naar mooie muziek te luisteren, of vindt hier een vorm van psychiatrisch ramptoerisme plaats? Johnston lijkt het dilemma in een van zijn teksten zelf aan te stippen: ’Would you follow me anywhere? Are you entertained by deep despair?

Maar bij zulke teksten helpt het in ieder geval om iets over de persoonlijke geschiedenis van Johnston te weten. Een andere zanger die zoveel demonen en depressies bezingt zou je misschien van aanstellerij verdenken. Johnston niet.

En er zit zeker veel kwaliteit in de muziek van Daniel Johnston, vertellen Bart van Dongen en Andreas van Zoelen, de artistiek leider en de saxofonist van BEAM. Ze kregen van productiehuis Muzieklab Brabant de vraag of ze ’iets konden met de muziek van Johnston’. Van Dongen: „We kenden Johnston niet, maar we hoorden gelijk dat we er zeker iets mee konden.”

Behalve tot de tour leidde het tot een cd. Daarop zijn de nummers van Johnston voorzien van gelaagde arrangementen.

Het contrast tussen de rauwe stem van Johnston en de verzorgde blazers, strijkers en elektronica haalt onvermoede kanten in de songs naar boven. Er worden harmonische lagen aangeboord die verborgen blijven in de rammelende solo-uitvoeringen van Johnston.

Van Zoelen: „Wat ons aanspreekt is de rauwe emotie die hij in zijn muziek stopt. Dan heb ik het niet alleen over de teksten, maar ook over de intonatie, en zijn timing. Die is geweldig. Hij lepelt niet zomaar een blokje tekst op, bij hem zit er vanaf de eerste maat een spankracht in, die hij soms het hele nummer door vast weet te houden.”

Tijdens het concert gaat het een keer bijna mis, als Johnston de draad kwijtraakt tijdens een nummer. Van Dongen: „Dan moeten wij daar met zijn elven op inspelen. Maar dat maakt het optreden juist spannend.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden