De democratie moet zichzelf duchten

HANS GOSLINGA

Kan er een soort democratie zijn die, zoals J.L. Heldring in een van zijn laatste columns suggereerde, een bedreiging vormt voor de democratie zoals wij die kennen? Nog scherper gesteld: kan onze staatsvorm een gevaar zijn voor zichzelf?

In de vorige eeuw moest de democratie zich voornamelijk verweren tegen systeemvijandige ideologieën, dus is die vraag wat op de achtergrond geraakt. Maar antwoorden worden weer urgent, nu de democratie het door de crisis moeilijk heeft en een radicaal denken opkomt dat zich niet beroept op een rivaliserende ideologie, maar op de democratische idealen van volkswil en vrijheid. In Europa zie je dit denken bij populistische partijen, in Amerika bij de Tea Party.

De schrijver, denker en politicus Jacques de Kadt (1897-1988), onderzocht in zijn tijd grondig de belagers van de democratie: communisme, fascisme, nazisme en nationalisme. Zijn conclusie was dat onze staatsvorm zich daarvan onderscheidt, doordat zij de rechten van de collectiviteit tempert door de rechten van het individu. 'De staat is er voor de burgers, de burgers zijn er niet voor de staat.'

Het kenmerkende van het radicale denken is dat het zowel het een, de volkswil, als het ander, de rechten en vrijheden van het individu, een absoluut karakter geeft. Dat mondt uit in een democratie waarin het individu een vrijwel ongeremde vrijheid geniet binnen een collectief, door de meerderheid van het volk, bepaalde ruimte en identiteit.

De Kadt zag als grondslag voor de betrekkingen tussen de individuele burgers een houding van welwillendheid. Een alledaagse vorm van broederschap, zoals hij het uitdrukte, die meebrengt 'dat men overreding en overtuiging als normale vormen van omgang beschouwt'. In de samenleving van de radicale democraten is de vrijheid van meningsuiting niet genoeg, maar sluit zij ook het recht op belediging in.

In The New York Times van vorige week zaterdag signaleerde de Amerikaanse historicus Greg Grandin deze trend ook in zijn land. Hij omschreef het als 'een nieuw soort racisme, dat niet is gebaseerd op een theologische of filosofische doctrine, maar voortkomt uit een emotionele behoefte de eigen absolute vrijheid af te meten aan de absolute onvrijheid van een ander'.

Na de beslissende overwinning van de liberale democratie op autocratische systemen in 1989 is er in de eens te meer vrije samenleving kennelijk een behoefte gegroeid de individuele vrijheid van een zware klemtoon te voorzien. De naam Partij Voor de Vrijheid is zo'n klemtoon. De strijd tegen het hoofddoekje van moslimvrouwen in de publieke ruimte als symbool van onvrijheid is een ander.

De claim op individuele vrijheid is dus selectief, maar die selectiviteit wordt gerechtvaardigd met een beroep op de volkswil. In deze visie is de staat niet gebonden aan het recht, maar aan de wil van de meerderheid van het volk. Letterlijk kan dat als democratisch worden opgevat, in culturele zin is het een breuk met de democratie als vorm van beschaving, 'de levenskunst om met verschillen om te gaan', zoals De Kadt het in 1938 omschreef in zijn boek 'Het fascisme en de nieuwe vrijheid'.

Over het gevaar van deze breuk kan niet lichtvaardig worden gedacht, nu ook buiten de PVV de opvatting veld wint dat de democratisch gekozen politicus meer gewicht in de schaal legt dan de voor het leven benoemde rechter. Voor zover die gedachte voortkomt uit bezorgdheid over het gebrek aan slagvaardigheid van de democratie, is zij begrijpelijk. Een democratie moet, wil zij de lokroep van de radicale sirenes weerstaan, problemen oplossen. Maar het risico van een breuk tussen democratie en rechtsstaat is groot.

In een cultuur die draait om competitie en prestatie kan de radicale verleiding gemakkelijk groter worden. In zo'n cultuur krijgen politici, modderend op zoek naar compromissen, al gauw iets beklagenswaardigs, zeker als de grote bek de welwillendheid op de vlucht jaagt. Het radicale denken mondt in het elfde uur dus uit in weinig goeds: een rauwe, ontketende democratie. Heldring had gelijk: de democratie moet zichzelf duchten.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden