De DDR was niet leuk, wij waren leuk

Er is een stroom van romans, films en theaterproducties, waarin de DDR herleeft als een land, een tijdperk, waarin gezellig heerste en saamhorigheid: de Ostalgiegolf. Vergeten wordt daarin de onvrijheid die het leven bepaalde in het voormalige Oost-Duitsland. De jonge schrijfster Claudia Rusch wil met die Ostalgiegolf niets te maken hebben, maar haar verhalenbundel is er wel een mooie afsuiting van.

Beatrice de Graaf

In de grote ronde toren van de Moritzburg in Halle zijn studenten samengestroomd om de in het Oost-Duitse Stralsund geboren Claudia Rusch te horen vertellen. Rusch gesticuleert, vertelt met verve en heeft de lachers op haar hand.

Ze leest voor uit 'Meine freie deutsche Jugend'. Daarin doet Rusch in 25 verhaaltjes haar jeugd in de DDR uit de doeken, tot en met de val van de Muur.

Rusch behoort net als deze studenten, waarvan de meeste halverwege de twintig zijn, tot de winnaars van de Wende. De Muur viel toen zij in de puberteit kwamen, of wilden studeren. Een streng zomerkamp, dat is de DDR in de herinnering van de meeste aanwezigen. Rusch verwoordt hun ervaringen, zowel de goede als de slechte.

Inmiddels hebben de kinderen en tieners van de DDR de leeftijd bereikt waarop zij afstuderen, hun werkkring opzoeken en, als ze voor de literatuur kozen, hun eerste romans publiceren. Dat is een verklaring voor het grote aantal romans en novelles over de DDR van jonge Oost-Duitse auteurs dat de afgelopen vijf jaar verschenen.

Deze generatie verwerkt zijn verleden. Dat geeft Claudia Rusch op een terras in Prenzlauerberg, de Berlijnse wijk waarin zij woont, ronduit toe. ,,Het regime bepaalde ons leven. Vooral dat van mensen zoals mijn moeder, die tot de dissidenten werden gerekend, en daardoor dat van mij. De Lada met de Stasi-oppassers stond elke dag voor de deur. Met mijn verhalenbundel eis ik ons eigen leven in de DDR op. Ik laat het niet bij die bevoogding zitten, ik laat zien wat van mij was. Ik laat zien hoe een kind de DDR beleefde, met humor, maar zonder valse romantiek.''

Rusch wilde altijd al schrijfster worden. Ze studeerde Germanistiek en Romanistiek in Berlijn en Bologna. Vlak voor haar dertigste gaf ze haar baan als televisiejournaliste op en besloot enkele probeersels op papier te zetten. Daarvoor deed ze een greep in de anekdotes uit haar jeugd. ,,Net als iedereen heb ik een paar leuke verhalen bij de hand voor de borreltafel. Die anekdotes heb ik, bij wijze van proef, gewoon opgeschreven.''

In haar verhalen vertelt ze over haar vroegste jeugd in Stralsund, waar haar vader in dienst was van de Oost-Duitse marine. Vanaf het noordelijke eiland Hiddensee staarde ze met haar moeder de veerboot naar Zweden na, in de wetenschap dat die hen nooit zou meenemen. Na de scheiding van haar ouders vertrok ze met haar moeder naar Berlijn, waar ze opgroeide in Grünheide, in de buurt van de dissident Robert Havemann. In haar boek worden komische details over haar Jugendweihe, een verplichte socialistische jeugdrite, en over de alomtegenwoordige Stasi afgewisseld met beschrijvingen van pijnlijke belevenissen en het besef van onvrijheid. Uit de verhalen wordt duidelijk dat Rusch als kind helemaal niet zo blij was met het feit dat haar moeder tot de dissidenten behoorde. Ze wilde net als ieder ander kind liever niet opvallen, maar 'normaal' zijn. 'Meine freie deutsche Jugend' is daarom geen heldengeschiedenis, maar een autobiografische beschrijving met oog voor dubbelzinnigheden.

Rusch' moeder gaf de verhalen aan een vriend, de gerenommeerde Oost-Duitse auteur Wolfgang Hilbig. Die gaf zijn jonge collega het advies direct naar een uitgever te gaan. Fischer Verlag wilde de verhalen graag uitgeven, maar dan moesten het er wel 25 worden. ,,Dat gaf mij de gelegenheid om er meer orde en chronologie in aan te brengen. Bovendien had ik de behoefte om naast de komische en absurde kanten van het leven in een dictatuur de serieuze en mensonterende aspecten te laten zien.''

Rusch neemt heel duidelijk afstand van de Ostalgie-Welle, de neiging om in romans, films, theaterstukken en televisieshows nostalgisch terug te kijken op de goede oude DDR-tijd. Daarin verschilt haar boek van een roman als 'Zonenkinder' van Jana Hensel (1976) die vooral het samenbindende, gezellige van de DDR benadrukt, of van 'Sonnenallee' en 'Helden wie wir' van Thomas Brussig, die juist het absurde en komische van het Oost-Duitse leven beschrijft.

,,De DDR was niet leuk, wij waren leuk. Ik kan geen begrip opbrengen voor mensen die terugverlangen naar het Sandmünnchen, de plastic huishoudspullen en schaatster Katharina Witt, maar vergeten dat de Stasi, de politieke gevangenissen en de onmogelijkheid voor velen om te studeren daar ook bij hoorden. De Stasi was weliswaar vaak lachwekkend, maar niettemin gevaarlijk. Niet de fakkeloptochten en het gebrek aan bananen waren erg, maar het wantrouwen, de bevoogding, de onvrijheid om te leren en te doen wat we wilden.''

,,Toch begrijp ik die Ostalgiegolf: de mensen zijn het zat dat de gehele DDR, niet alleen het regime maar ook de bevolking, in het verdomhoekje wordt gezet. Terwijl de meeste DDR-burgers gewoon geprobeerd hebben eerlijk en oprecht in die staat te leven. Daarom is het tijd voor een genuanceerde omgang met dat verleden.''

Rusch wilde met haar boek geen politiek statement afgeven, maar 'gewoon' vertellen. En ze heeft daarmee een gevoelige snaar geraakt. ,,Er is veel geschreven over de leuke kanten van de DDR. Een beetje doe ik dat ook wel. Maar ik laat ook heel duidelijk de aanvaringen zien van een kind met een dictatoriaal regime. En dat is heel actueel. Ik was laatst in Albanië, waar mijn anekdote over de veerboot naar Zweden meteen aansloeg. Albanezen kennen de tragedies die gepaard gaan met afgesloten grenzen, met mislukte pogingen om per boot te vluchten. En ook oudere Duitsers, die nog herinneringen hebben aan het Derde Rijk, kunnen zich in mijn verhalen vinden. De mensen lezen blijkbaar niet over mij in mijn boek, maar over zichzelf. Ik heb dus helemaal geen boek over Oost-Duitsland geschreven, maar een bundel met hele menselijke en herkenbare verhalen.''

,,Ik krijg vaak de vraag of er een verschil bestaat tussen de receptie van mijn boek in Oost- en in West-Duitsland. Dat vind ik erg vervelend. Er bestaat niet zoiets als een Oost- of een West-publiek. Bovendien is die vraag suggestief. Als hij in het Westen gesteld wordt krijg ik de indruk dat de vraagsteller van mij wil horen dat de Ossies inderdaad alleen maar jammeren en zich in hun nostalgische herinneringen wentelen. Als ik hem in het Oosten voor de kiezen krijg, moet ik waarschijnlijk beamen dat de Wessies inderdaad niets van de DDR begrijpen en allemaal arrogant zijn.''

,,In feite zijn de Jammerossies en de Besserwessies, die ik wel degelijk tegenkom, twee kanten van dezelfde medaille. En beiden staan me niet aan. Snobs en domkoppen zijn er in alle delen van Duitsland, daar heeft achtergrond of jaargang niets mee te maken.''

Er kwam ook kritiek: Rusch zou te eenzijdig en te negatief over de DDR schrijven. ,,Ja, in de Mürkische Zeitung en in Neues Deutschland werd mijn boek met de grond gelijk gemaakt. Maar die kranten zijn in handen van de oude DDR-garde. Als je vijanden je prijzen heb je iets verkeerds gedaan, zei een bevriende DDR-dissident vroeger. Wat dat betreft kan ik alleen maar blij zijn.''

,,Ik snap niet dat de die oude DDR-partijsoldaten nog zoveel aanhang hebben onder jongeren in Oost en West. De PDS, dat zijn de ratten van vroeger die nog steeds aanwezig zijn. Mijn oude leraar, die ik ook beschrijf en die mij het leven zuur maakte, is nu leraar politicologie. Ze zijn er dus nog steeds. Dat is toch erg? Die jonge kiezers moeten eens een kijkje nemen in de PDS-kantoren in Eberswalde of Zwickau. Dan zien ze dat het geen hippe, alternatieve protestpartij is met louter Gregor Gysi's, maar een kliek gestaalde partijkaders.''

Rusch ziet zichzelf niet als DDR-schrijfster. ,,Wanneer men mij vraagt of ik een typische DDR-auteur ben, reageer ik geïrriteerd. Laten we wel wezen, in de DDR had mijn boek nooit kunnen verschijnen en ik had er nooit kunnen studeren. Christa Wolf en Stefan Heym waren DDR-auteurs, ik niet.''

,,Bovendien is tegenwoordig het noord-zuid onderscheid in Duitsland veel wezenlijker dan het oost-west verschil. Als ik mezelf al zou moeten beschrijven, dan als Noord-Duitse. Mijn verhalen gaan over de DDR, omdat ik daar ben opgegroeid. Aankomende schrijvers gebruiken meestal eerst hun eigen herinneringen. Daarna gaan ze verder, bedenken iets nieuws.''

Ze weet nog niet waar haar volgende roman over zal gaan. ,,Eerst verschijnt volgend jaar een reportage over mijn grootvader met de titel 'Die letzte Meldung'. Hij kwam op 42-jarige leeftijd onder nooit opgehelderde omstandigheden om het leven in een Stasi-gevangenis in Rostock. Daar heb ik onderzoek naar gedaan, ook in de Stasi-archieven. Dat is geen roman, maar een onderzoeksverslag. Mijn daaropvolgende boek wordt weer een roman. Een ding weet ik zeker: dat boek zal niet over de DDR gaan.''

,,Mijn verhalenbundel was in feite geen literatuur, geen fictief prosa, maar autobiografisch. De verhalen zijn door de betrokken personen -afgezien van de Stasi-verklikkers- geautoriseerd. Ik vind eigenlijk dat literatuur boven het echte leven moet uitstijgen. Daarom schrijf ik de volgende keer iets heel anders, wat niet zo veel met mijn jeugdherinneringen te maken heeft. Tot nu toe heb ik de meeste jaren van mijn leven in de DDR doorgebracht, maar dat wordt gestaag minder.''

'Meine freie deutsche Jugend' behoort tot een van de meest subtiele en ambivalente verslagen van het alledaagse leven in de DDR. Ondanks het feit dat Rusch er niets mee te maken wil hebben, is haar roman een mooie afsluiting van de Ostalgiegolf. De jonge schrijvers van Oost-Duitse afkomst hebben 'hun' DDR opgeëist, de een met een roze bril, de ander met meer gevoel voor de tragedie van het leven in onvrijheid. Aan de reeds verschenen of aangekondigde tweede en derde romans van deze schrijversgeneratie is af te lezen dat de DDR als literaire bron van inspiratie opdroogt. De nieuwe thema's hebben meer te maken met het alledaagse leven in het verenigde Duitsland dan met de Oost-Duitse geschiedenis.

Rusch: ,,Ik wil een punt zetten achter al die politieke vragen. De DDR was slecht, maar had ook goede kanten. Maar met zwart en wit komen we niet verder. Ook in een dictatuur was het leven kleurrijk. Zo is het leven nu eenmaal. Zo, en nu kunnen we verdergaan.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden