De das leeft maar net buiten de gevarenzone

De Vereniging Das & Boom is gevestigd aan de Rijksstraatweg 174 in Beek-Ubbergen. Maandelijks worden rondleidingen gegeven in het dassenopvangcentrum, waarvoor men telefonisch kan inschrijven: 08895-42976.

Dassen zijn tegenwoordig nachtdieren. Tot die nachtelijke leefwijze zijn ze gedwongen door hun enige dodelijke vijand: de mens. Niet alleen om het beetje landbouwschade dat men van dassen ondervond (tegenwoordig is daar een rijksvergoedingsregeling voor), maar vooral ook om hun kostbare haar (voor scheerkwasten en penselen) werd meedogenloos op dassen gejaagd. Ze werden gevangen voor hondengevechten, die altijd eindigden met de dood van de das. Gelukkig is het sinds 1947 bij de wet verboden op dassen te jagen.

Dat dassen eigenlijk dagdieren zijn, kun je zien aan hun betrekkelijk kleine ogen, waarmee ze in het donker niet goed kunnen kijken. Maar hun gehoor is uitstekend, hun reukvermogen subliem. De das ervaart zijn wereld via zijn neus. Hij ruikt gevaar en is daardoor moeilijk te bespieden. Maar ben je in een dassenland, dan kun je wel overal de sporen van zijn aanwezigheid waarnemen.

Het was nazomer. Zonnig en vooral droog: de maïs verdroogde op het veld, de eiken waren voortijdig bruin. De misselijk makende stank van drijfmest was voortdurend en overal te ruiken. Noord-Brabant is een van de ergst verzuurde gebieden van Nederland.

We volgden een dassespoor, dat op het zandpad duidelijk te zien was. Dasseprenten zijn te herkennen aan het brede middenvoetskussen en de vijf ovale tenen met zware nagelafdrukken. Aan de rand van de maïsakker vonden we putjes in de stofdroge aarde met een opgerolde drol, die voornamelijk bestond uit de zwarte, blauw en violet glanzende pantserresten van mestkevers. Een kleine prooi voor zo'n uit de kluiten gewassen dier als een das (90 cm van neus- tot staartpunt). Maar een mestkever is beter dan niets, als door de droogte geen regenwormen te vinden zijn.

Anders dan zijn verwanten steen- en boommarter, wezel, hermelijn en bunzing is de das geen groot jager. Regenwormen zijn zijn favoriete voedsel, maar eigenlijk eten dassen alles wat ze te pakken kunnen krijgen: ratten, muizen, mollen, jonge hazen en konijnen, eieren en jongen van op de grond broedende vogels, kevers en hun larven, wespelarven en emelten, maar evengoed dode dieren, valfruit, bosbessen, bramen, aardbeien en graan. Wellicht door de honger gedreven hadden ze zich meester gemaakt van de te velde staande maïs. Ze hadden de stengels scheefgedrukt en met een sprongetje de kolven te pakken gekregen. Je ziet zo of maïskolven door dassen zijn afgeknabbeld: de resten van de schutbladen zitten in rafels getrokken nog aan de voet van de kolf.

Al die sporen waren achtergelaten door de dieren die in het bos van Slabroek bij Nistelrode een eeuwenoude dassenburcht bewonen. De benaming burcht is niet overdreven. Het is een ondergronds kasteel van verscheidene verdiepingen met door wijde gangen verbonden vertrekken, die met droog plantemateriaal gerieflijk zijn gemaakt. De burcht van Slabroek beslaat een bosperceel van een hectare. De bodem is door het jarenlange graven hobbelig geworden. Stortbergen van uitgegraven zand en grond wisselen af met plekken als een gatenkaas van schuin gegraven ingangen en verticale ventilatiekokers. De bosbodem is platgetreden, er groeit haast niets. Op vaste krabplekken vind je dikke, stugge, zwart met witte dasseharen. Een driestammige, wat alleenstaande berk is een speelboom van jonge dassen: de grond eromheen is volkomen kaal.

De stortbergen vallen door hun lichte kleur op in het bos. Ze hebben ongeveer de vorm van een halvemaan met een geul naar het hol. Bij een ingang met een grote stortberg lag uit het hol geworpen oud gras. De stoffering van het hol wordt regelmatig ververst. In de herfst worden de verdorde veren van adelaarsvarens uit het bos en het verdrogende gras aan de rand van de belendende maïsakker in de burcht getrokken.

Een maand geleden zijn vijf dassen losgelaten op het landgoed Hernen bij Wijchen, niet ver van Nijmegen, een beschermd natuurgebied, in bezit van de Stichting Het Geldersch Landschap. Ze kwamen uit het opvangcentrum voor zieke, gewonde en ouderloze jonge dassen van de Vereniging Das & Boom. Als ze weer opgekalefaterd zijn of oud genoeg om op eigen benen te staan, worden de dassen in een goed dassengebied losgelaten. Het uitzetten op Hernen was een strategische daad, bedoeld om de ooit levenskrachtige dassenpopulatie in het Land van Maas en Waal te herstellen. Op Hernen ligt nog een van de twee dassenburchten, die zijn overgebleven van de vroeger twintig burchten ten westen van Wijchen.

Net als elders in ons land zijn wegenaanleg, stadsuitbreiding en intensivering van de landbouw oorzaak van de sterke achteruitgang van de dassen bij Nijmegen. De belangrijkste directe doodsoorzaak voor dassen is het verkeer. Dassen zijn trekkers. Dagelijks pendelen ze tussen hun burcht en de verschillende voedselgebieden in de buurt. Daarnaast trekken ze ook over grotere afstand, van de ene burcht naar de andere. In dertig jaar tijd vertienvoudigde het aantal auto's in ons land. Op de Nederlandse wegen sneuvelen jaarlijks gemiddeld 300 dassen! De gemiddelde leeftijd van Nederlandse dassen is vijf jaar, terwijl ze de twintig wel kunnen halen.

Voordat de vijf dieren op Hernen werden losgelaten, hebben Rijkswaterstaat, de provincie Gelderland en de gemeente Wijchen gezorgd voor een verbetering van de bestaande voorzieningen die het de dassen mogelijk maken zich veilig te verplaatsen. Die voorzieningen zijn rasters en beplantingen en speciale dassentunnels onder wegen door. Er werd bijna tien kilometer extra raster geplaatst om de dassen het oversteken op gevaarlijke plaatsen te beletten. Die rasters moeten regelmatig gecontroleerd worden, want waar geen tunnels zijn, zullen de dassen proberen eronder door te graven.

Het aantal dassen in ons land wordt nu op 1 600 geschat, aanmerkelijk meer dan zo'n vijftien jaar geleden, maar het is niets vergeleken bij de meer dan tienduizend dassen die hier omstreeks 1900 leefden. Volgens de zojuist uitgekomen toelichting op de Rode lijst van bedreigde en kwetsbare zoogdieren in Nederland is de das dankzij intensieve soortgerichte maatregelen thans niet bedreigd, maar de soort bevindt zich maar net buiten de gevarenzone. Als niet wordt doorgegaan met beschermende maatregelen, zal de das al snel weer terechtkomen op de rode lijst.

NATUUR DEZE WEEK

Er bloeien al elzen, maar die zijn speciaal gekweekt om hun vroege bloei en omdat ze zich goed lenen voor toepassing als straatboom. De els die nu bloeit, is een cultuurvariëteit van de grijze of grauwe els, die wild in ons land voorkomt: Alnus incana cv. 'Barbata'. De bomen bloeien meestal heel rijk. - Een even hoge katjesboom die nu bloeit, is de Turkse of boomhazelaar, die net als de gekweekte els als straatboom wordt geplant. Een van de hoogste en mooiste boomhazelaars die ik ken, groeit in de Amsterdamse Hortus Botanicus, bij het torenvormige zaadhuisje aan de Plantage Middenlaan. - Er zijn ook nog bloeiende wilde bloemen buiten te vinden: gewone bereklauw, gewone melkdistel, scherpe boterbloem, paardebloem, paarse dovenetel, klein kruiskruid, herderstasje, stinkende en reukloze kamille, kool- en raapzaad. - De grijsgroene bladpuntjes van sneeuwklokjes komen al boven de grond. In tuinen met veel afgevallen blad zie je dat nog niet, want de bolgewasjes hebben wat moeite om door de taaie bladerlaag heen te komen. - Winterkoningen zingen op zonnige dagen en ook wel bij zacht winterweer een rollend liedje. Soms hoor je 's morgens wel drie of vier tegelijk. Onze eigen broedvogels blijven dicht bij huis, maar winterkoningen uit noordelijke gebieden komen hier de winter doorbrengen. Daardoor zijn hier in de winter meer winterkoningen dan in de zomer. - Datzelfde geldt voor de heggemus, ook zo'n bekende winterzanger, al is zijn liedje minder luid en opvallend als dat van de winterkoning.

EN VERDER

Morgen begeleiden IVN-natuurgidsen een wandeling door het Van der Huchtbos in Ugchelen met aandacht voor de geschiedenis van deze ontginning uit het begin van deze eeuw. Vertrek om 14 uur van parkeerplaats De Cantharel aan de Van Golsteinlaan in Ugchelen, bereikbaar met Midnet-bus 110 (halte Hoenderloseweg, 13.58 uur). - Morgen begint om 14 uur een winterwandeling van twee en een half uur van het IVN op de parkeerplaats van de Algemene Begraafplaats aan de Haaksbergseweg in Eibergen. - Tot 20 januari toont het bezoekerscentrum Museonder in het Nationale Park 'De Hoge Veluwe' een expositie van zestig zeer bijzondere natuurfoto's uit Nederland en de rest van de wereld van de Landelijke Groep Natuurfotografie. Het Museonder is elke dag open van 10 tot 17 uur. - Een andere fototentoonstelling wordt tot 8 januari 1995 gehouden in het Museon in Den Haag: 's werelds beste 164 natuurfoto's onder de titel 'Wildlife Photographer of the Year 1994'. Alle winnende foto's zijn opgenomen in een boek, dat op de expositie te koop is. Het Museon is open van dinsdag tot vrijdag van 10 tot 17 en op zaterdag en zondag van 12 tot 17 uur. Op maandagen, eerste kerstdag en nieuwjaarsdag is het museum dicht. - In het Natuurmuseum Nijmegen, Gerard Noodtstraat 21, is 'Dassen in het donker' te zien, een tentoonstelling in een geheimzinnige, nachtelijke sfeer. Het museum is open van maandag tot vrijdag van 10.30 tot 17, op zondag van 13 tot 17 uur. Tot 23 april 1995.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden